De bal is uit!

Gisteren liep ik bij Rhijnauwen langs de tennisbanen en zag de stoelen van de scheidsrechters staan. Ik dacht: ‘Dat is nou het enige wat ik leuk vond aan tennis, de scheidsrechterstoel’. Helemaal prima, lekker zitten, je overal mee bemoeien en altijd gelijk hebben. Want de scheidsrechter heeft namelijk altijd gelijk. Als de bal uit is, dan is hij ook uit. Geen discussie over mogelijk. Nou zal ik eerlijk toegeven dat ik snel afgeleid was. De hele tijd in zo’n stoel zitten en naar een wedstrijd kijken gaat ook vervelen, zeker als het om amateurtennis gaat. Ik sluit dus niet uit dat ik af en toe maar wat riep. “De bal is uit”

Het systeem begreep ik ook niet helemaal. Dat als je heel goed je best doet, je op een hoger niveau kunt gaan spelen. Ik had niet eens de behoefte om een wedstrijd te winnen. Op één of andere manier ben ik niet competitief ingesteld. Ik doe wat ik doe en wat een ander doet, dat zal wel. Laatst sprak ik iemand die geen privélessen Spaans meer wilde. “Dan kan ik mijn niveau niet vergelijken met andere klasgenoten.”

Dan vraag ik me af: ‘wat heb je er aan dat de ander een fout maakt die jij niet maakt.’ Ik wil mijn eigen fouten verbeteren. Zo maak ik altijd de fout tussen gaan en komen. Dan bedoel ik te zeggen, ik kom er aan maar zeg, ik ga weg. Langzaam maar zeker begin ik het te leren “vendré ahora mismo” en niet “voy ahora mismo”. Het wordt nog wel eens wat. Of andere mensen deze fout ook maken? Geen idee.

Kerstmissers

Ik ben voor mijn doen redelijk normaal teruggekomen uit Barcelona. Van één afspraak in het UMC raak ik toch weer gestoord.

Bij de balie waar ik me moest melden was weer eens niemand te zien. Ze hebben wel een bel op de balie staan. Dat vind ik altijd knap ingewikkeld. Ik wil niet zo’n ongeduldig figuur zijn die direct op de bel gaat slaan en wacht altijd nog even. Maar ja, hoe lang wacht je dan? Al die tijd sta ik naar de bel te staren. Het zou fijn zijn als er een bordje bij stond: ‘Heeft u binnen vijf minuten niemand gezien, bel dan even’. Dat zou echt prettiger zijn want als ik voor mijn gevoel te lang moet wachten, sla ik veel te hard op de bel. Dan kijkt zo’n dame achter de balie me boos aan, met een blik van was dat nou echt nodig. Gelukkig was ze er snel en heb ik de bel niet hoeven te gebruiken.

Bij de uitgang stonden een paar kerstmannen en een kerstvrouw. Ik ben heel traditioneel ingesteld. Een kerstvrouw, daar doe ik niet aan. Deze kerstvrouw deelde mandarijnen uit. Dan gaat het helemaal fout, ik heb liever een wortel als het dan toch oranje moet zijn. Ik wilde weten of de mandarijn uit Spanje kwam. Dat wist ze niet. Ik vind dat belangrijke informatie. De ene mandarijn is de andere niet. Uit Spanje zijn ze vaak lekker sappig. Ze was helemaal beledigd dat ik de mandarijn dan liever niet wilde. Ze willen de boel een beetje opleuken voor zieke mensen, maar met een mandarijn* kom je niet ver.

Vervolgens kocht ik bij de Primera een Adventkraslot voor mijn neefje die rijk wil worden. Lijkt me een mooie manier om binnen te lopen. Ze wilde weten of ik honderdduizend of tweehonderdduizend euro wilde winnen. “Twee natuurlijk”.

Ik zei tegen haar: “Ik hoop dat hij niet verwacht dat hij tweehonderdduizend euro krijgt. Ga ik zelf namelijk wel vanuit. Staat er op: Win €200.000,-. Helder.”

Het is eigenlijk hetzelfde als “verbeterde receptuur, nu nog lekkerder”. Daar geloof ik dan in en ben stik chagrijnig als blijkt dat het ineens niet te vreten is. ‘Er stond toch op dat het lekkerder was.’ Het liefst ga ik dan naar de servicebalie van de AH, met een klacht dat het niet waar is. 

Deze mevrouw zei dat hij beter hard kon studeren dat hij dan meer kans heeft om rijk te worden. Wat een onzin, ik heb hard gestudeerd maar ik heb nog steeds geen twee ton. Ik wilde het lot eigenlijk teruggeven. “Als we zo gaan beginnen, dan geloof ik er al helemaal niet meer in”. Een beetje foutieve informatie verstrekken bij de verkoop van een lot. Dat klinkt als oplichting en niet als een loterij.

Nou ja, hopelijk gaat het geld van mijn Kerstnijntje echt naar de kinderen in het WKZ.

  • Wiki: Het geven van (gedroogde) vruchten bij kerstmis is een voorchristelijke gebruik. De terugkeer van het licht en het hoop mogen hebben dat de tijd waarop de vruchten weer verschijnen nabij is.

Barcelona 4 december

Vandaag regent het enorm hard. Ik heb uitgeslapen en het ontbijt overgeslagen. Rond 12:00 verlaat ik het hotel. Eerst maar even ontbijten in een boekwinkeltje met een restaurant erboven om de hoek bij mijn hotel. Ideale combinatie, bij Broese kunnen ze er nog wat van leren. Het verschil tussen een Nederlandse boekwinkel en een Spaanse is dat ze in Spanje je verleiden om een boek te kopen door hun enorm gevarieerde aanbod. Bij Broese zie ik alleen boeken liggen die ik al ken en voor een breed publiek zijn. Bijleveld daarentegen weet me wel te verleiden. 

Ik heb twee boeken gekocht, een dichtbundel van Patricia Benito “Primera de poeta”. De tekst om de kaft spreekt me aan:

“Leef, verdomme, leef

En als iets je niet bevalt, verander het.

En als iets je bang maakt, overwin het.

En als iets je verliefd maakt, grijp het”.

En het boek ‘Tony Takitani” van Murakami. Een speciale Spaanse geïllustreerde uitgave. 

In het restaurant krijgt een jongen Engelse les. Vrij ernstig dat hij de “basics” niet eens beheerst. Spoon, party, bedroom…ik las in een Catalaanse krant dat jongeren, naast Catalaans slecht Spaans spreken en al helemaal geen Engels. Op school krijgen de kinderen les in het Catalaans en Spaans is een bijvak. Engels wordt alleen aangeboden op dure privéscholen. Hierdoor is het moeilijk voor hen om een goede baan te vinden. 

Natte boel

Ze zijn hier hysterisch met natte paraplu’s. Die moeten echt in een bak direct naast de deur. Een man begon te flippen dat ik met mijn paraplu zijn winkel binnenkwam. “Bij de de deur mevrouw die paraplu!” Ik legde hem op de mat. Hij kwam naar me toegerend en propte hem geïrriteerd in een bak. Naar mijn mening zat die vol, maar oké… Ik zie hier veel mensen met een soort plastic wegwerphoesje om hun paraplu. Bij de ingang van een restaurant hangen deze zakjes voor natte paraplu’s. Handige oplossing.

14.00 Kathedraal

Om aan de regen te ontsnappen heb ik de kathedraal bezocht. Ik hoefde niet in de rij te gaan staan voor een kaartje omdat er bijna niemand was. Veel langer dan normaal heb ik rondgekeken. ik hoorde dat het buiten onweerde en dacht laat de bui maar overtrekken. Maar deze bui bleef hangen. De kerstmarkt bij de kathedraal was voor de helft gesloten. 

Op straat was ook bijna niemand te zien. Geen toeristen in ieder geval. Ik vroeg me af waar ze gebleven waren. Het was code oranje, dat wist ik wel maar ik had er niet de conclusie aan verbonden dat het beter was om binnen te blijven. Ik zag wel dat het erg hard regende en dat de straten overstroomden en in kleine riviertjes veranderden. Een paar rubberlaarzen was geen luxe geweest.

Met de metro was het MACBA niet echt te bereiken, dan zit er niets anders op lopen. De metro was overigens door de hevige regen afgesloten omdat hij onderwater stond. Zoals gebruikelijk kon ik het niet vinden. Steeds zag op de bordjes ‘Museo Pantera Negra” staan, maar daar wil ik niet naar toe! Ik heb weer half Barcelona gezien. Steeds ben ik ergens koffie gaan drinken en heb wat gegeten om een beetje op te drogen. Uiteindelijk vond ik met de google-app het museum.

Leeg restaurant

Erg vriendelijk werd ik niet begroet in het MACBA. Ik was namelijk nat, een natte jas en paraplu. Een mevrouw flipte helemaal omdat er druppels op de grond vielen door mij en dat ik een nat spoor achterliet. Ik vroeg aan haar of het haar opgevallen was dat het buiten regende, hard regende en al de hele dag. Ze haalde haar schouders op. 

Het museum was zeker het bezoek waard, moderne kunst kan ik steeds meer waarderen. 

Wel irritant was een vreselijk lelijke Franse vrouw die steeds voor de kunstwerken stond. Wat een ramp! Lelijke kleding aan, veel te dik. Hopeloos Ik probeerde mijn route te verleggen maar ze bleef maar oppoppen.

Na mijn bezoek aan het museum was ik de regen zat en wilde ik met een taxi terug naar het hotel. Altijd als je een taxi wilt, zijn ze er niet. Dat is de wet van taxi’s. Zie ik ineens een taxi maar die reageert niet op mijn stopteken en rijdt gewoon door. Mierda! Ik stamp met mijn voet op de stoep, midden in een plas; mierda mierda!!

’s Avonds ga ik door de regen naar mijn inmiddels favoriete tapasrestaurant. Voor echt lekker eten wil ik best nog eens nat worden. 

Reisverslag: Barcelona 3 december

Barcelona 3 december

Vanavond is het concert van Manolo García. Ik heb er zin in, maar eerst een afspraak met Miguel. We gaan samen wandelen met zijn hond in het park. Hopelijk kan ik de afgesproken plek vinden. Het metrostation ‘Arco de Triunfo’ is groot en de juiste uitgang vinden is niet altijd eenvoudig.

11:30 El Born

Ruimschoots ben ik op tijd bij de afgesproken plek. In de buurt is een grote stripboekenwinkel. In Madrid heb ik veel boeken gekocht deze keer wil ik dat beperken. Vooral omdat ik er veel nog niet heb gelezen. Zonder boek verlaat ik de winkel. Gelukt!

Ik ben in het Chinatown van Barcelona. Blijft lastig om met een Chinees Spaans te praten. Als ik het goed begrepen heb, vraagt ze aan me wat ik wil drinken. “Un cortado”, lijkt mij het meest eenvoudig om te bestellen. De koffiemachine is ontzettend traag, ik sta de koffie uit de machine te kijken. Op de achtergrond hoor ik “Old MacDonald had a farm” in het Chinees. Het wordt gezongen door een tijger in plaats van een koe. Alleen het E-I-E-I-O klinkt hetzelfde, ik word er wel een beetje gestoord van. En de koffie is nog niet klaar. Aan de zijkant van de bar hangt een vrouw. Ik vraag me af of ze het downsyndroom heeft. Tja hoe ziet een ‘Chinese mongool’ eruit? Gelukkig, de koffie is klaar, E-I-E-I-O. Ik geef de Chinese mevrouw achter de bar twee euro en krijg geld terug, ik kan niet verstaan wat ze heeft gezegd.

12:30 La calle Roger de Flor

De naar mijn idee afgesproken plek, is niet juist. Ik zoek naar een man met een hond, maar die komt niet. Dan maar naar een andere uitgang gaan en daar staat hij al te wachten. Met het hondje Gala ben ik direct dikke vrienden. “Hij is wat verlegen”, zegt Miguel. Maar de hond springt enthousiast tegen me op. Het is echt een schatje. De hond verstaat alleen Spaans, dat is even wennen voor me. We lopen richting het park naar een plek waar de hond los kan lopen. Vroeger was het kinderspeeltuintje nu mogen de honden er loslopen. Miguel noemt het de disco voor honden; een ontmoetingsplek voor vrienden. Voor grote honden is hij een beetje bang omdat die nogal ruw spelen. Enthousiast gaat Gala opzoek naar vriendjes. Helaas vandaag zijn ze er niet.

“Tja dat heb je in een disco, je weet van tevoren nooit wie er zullen komen. Of er wat interessants bij zit.” 

Maar vandaag dus niet. 

Ook in Spanje geldt de grap: “Hij doet dat anders nooit, het is zo’n lieve hond”. Overal is het hetzelfde liedje….

Gala graaft enthousiast grote kuilen. Het is een bastaard maar daardoor wel uniek; “Net zoals Batman, daar is er ook maar één van”.

We kijken samen naar mijn tekeningen van engelen. Wat hem direct opvalt, is dat ik geen gezichten heb getekend. Maar waarom zouden engelen een gezicht hebben? Dat is iets wat door mensen verzonnen is. Ze zien er ook allemaal altijd hetzelfde uit, blond haar, lichte huidskleur, perfect kloppend gezicht…

“Heb je ooit een lelijke engel gezien”, vraagt hij aan mij. 

“Met een neus zoals ik heb, van een jood?” 

“Jij hebt engelen gezien zonder gezicht” Lijkt hem het bewijs dat ze echt waren. Hij vindt dat één van mijn engelen lijkt op een buitenaards wezen. Waarom zouden ze ook een menselijk vorm hebben? Zelf ben ik niet zo blij met de engelen. Hij wil graag weten waarom niet. “Het is vreemd en ze komen onverwacht” is mijn antwoord. 

“Ze zijn dus niet als vampiers daar kun je een afspraak mee maken en een feestje plannen. Misschien zijn engelen ook niet zo in voor een feestje. Ze drinken vast geen alcohol. Een engel die alcohol drinkt? Dronken engelen zijn vreemd. Dronken vampiers niet”

Inmiddels is de hond gezellig tussen ons in komen zitten. Ik vraag wat hij ervan vindt, hij kijkt me aan en draait met zijn oren. Miguel zegt dat zijn oren twee kleine antennes zijn die alles in de gaten houden. De hond krijgt nog een snoepje.

Twee hazewindhonden krijgen grote ruzie. De ene schijnt verliefd te zijn op de andere maar het is niet wederzijds. De hond bijt van zich af waardoor de baasjes ruzie krijgen. De vrouw klaagt dat het steeds zo gaat tussen deze honden. “Had de andere hond wat, is ze gebeten?” vraagt Miguel.

“Nee, niks aan de hand, de eigenaar is net zo hysterisch als de hond”

”De hond heeft dus alleen een gebroken hart; zo gaat dat in een disco.”, antwoordt hij.

Ik krijg een boekje van hem over een activiteit in Caixaforum waar hij tekeningen heeft gemaakt van een dansevenement.

Een Chinese medicijnman heeft Miguel een dieet gestuurd waardoor Maria, zijn autistische dochter, weer beter wordt. ‘Dear Mister’ begint de mail… Vooral geen zwarte vis en knoflook eten. Er staat ook een gebed bij in het Chinees, met fonetische vertaling. Na elke maaltijd drie keer uitspreken. Bijzonder. Er zijn veel mensen die hem behandelingen voor Maria sturen. Maar een Chinese behandeling is nieuw voor hem. Hij vraagt of ik het wil proberen, maar ik bedank hem vriendelijk.

Gisteren had hij Chinezen op bezoek. Ze gingen zijn huis door aan de hand van Feng Shui. Liefde, was in de keuken, dat was goed. Geluk, in de woonkamer, ook goed. Maar rijkdom in het toilet, dat was heel slecht. Hij spoelt het geld door, in het riool. “Ik word dus nooit rijk” was zijn conclusie. Daar hadden de Chinezen een oplossing voor, om de energie in goede banen te leiden. Namelijk, drie kleine spiegeltjes. Deze moest hij op bepaalde plekken omgekeerd (met de spiegel naar beneden) opplakken. Daarmee zou het probleem verholpen zijn. 

We hebben het ook nog even gehad over “Hulp op 4 poten”. Een hulphond voor mensen met autisme of een therapie voor mensen met ptss. Hij dacht dat je als mens op vier poten moest gaan lopen en zo vanuit het perspectief van een hond de wereld bekijkt. “Nee, de hond stelt je gerust als je nerveus wordt. Het is een maatje” “Wat doet die hond dan?” was zijn vraag. Ik probeerde het verder uit te leggen maar dat lukte uiteindelijk niet. “In Nederland hebben ze duidelijk teveel geld, ‘hulp op vier poten’!. Er is geen mens in Spanje die daarvoor wil betalen. Een blinde geleidehond, dat wel, maar daar houdt het op.”

Miguel vertelt me over de demonstraties in oktober in Barcelona. Het was behoorlijk heftig. Voor zijn huis werden scooters en vuilniscontainers in brand gestoken. Uiteindelijk vloog ook een boom voor zijn huis in brand. Even was hij bang dat zijn huis zou afbranden. Met name omdat de brandweer niet bij zijn huis kon komen. De weg was bezet door demonstranten. De hond was zo bang dat hij onder de kast kroop. Gelukkig is het nu weer rustig in Barcelona. 

15:15 Chinees restaurant

Nummer 87

Omdat hij een presentatie moet voorbereiden, eten we deze keer niet samen. Hij brengt me naar een Chinees restaurant en raadt me een gerecht met aubergine aan. Omdat ik de naam niet kan onthouden, onthoud ik het nummer: 87. Eenmaal binnen moet even wachten tot er een tafel vrij is. Een Chinese mevrouw vraagt wat ik wil eten. Communiceren in het Spaans gaat wat moeizaam en ik noem het nummer. Ze heeft geen idee wat ik bedoel. Uiteindelijk pakt ze de Engelse menukaart, waar de nummers erbij staan. Ik wil ook nog loempia’s. Dat is toch Chinees, dat moet ze begrijpen. Ze begrijpt het niet. Ik probeer het uit te leggen; met deeg en groente erin, gefrituurd? Geen idee. Ze brabbelt wat en ga akkoord want dit leidt tot niets.

Uiteindelijk krijg ik geen loempia’s maar lichtgevende aubergines. Het smaakt niet vies, maar ook niet echt lekker. Doe mij maar onze Chinees, gewoon Nasigoreng…

17:45 El Corte Ingles “Largate!”

Ik besluit om voor het avondeten een salade bij de supermarkt te halen. In de kelder van het warenhuis “El Corte Ingles” zit een grote supermarkt. Verbaasd kijk ik rond naar wat ze allemaal verkopen. Dan komen wij in Nederland er maar bekaaid vanaf. De Appie met zijn hamsters heeft nog geen kwart van het assortiment. Zo worden we in Nederland beperkt in ons eten, echt lekker eten zit er voor ons niet in.

Bij de zelfservicekassa reken ik af. Inmiddels heb ik door hoe de automaat hier werkt. Erg handig, het mandje komt vanzelf omhoog als je het in de standaard zet, waardoor je op ergonomische hoogte je boodschappen eruit kunt halen. Achter mij zie ik een man staan draaien. Beetje vreemd, denk ik. ‘Hij wacht vast op zijn beurt’. Even later kijk ik om, de man staat er nog steeds. Zonder mandje en veel te dicht bij me. Ik begin lichtelijk nerveus en geïrriteerd te raken. Mijn portemonnee stop ik diep in mijn rugzak. Als ik de supermarkt uitloop zie ik vanuit mijn ooghoek dat hij achter me aanloopt. Shit! Ik loop langs de delicatessezaken richting de uitgang, maar ik wil de winkel niet uit met deze man achter me aan. Ik check nogmaals of hij me volgt en jawel hoor geen twijfel mogelijk. Shit, shit, shit wat nu? Er zit niks anders op dan de confrontatie aan te gaan. Hij moet gewoon stoppen met me te volgen voordat ik de winkel verlaat. Ik maak wat vaart, stop abrupt en draai me om. Zoals verwacht loopt hij bijna tegen me aan. Oké daar gaan we! In het Spaans vraag ik wat hij van me wil. Vijftig cent, is zijn antwoord. Niet veel, maar inmiddels denk ik alleen nog maar “flikker op”. In mijn beste Spaans begin ik luid erop los te schelden. Zodat mijn boodschap duidelijk is en iedereen in de winkel weet dat er een probleem is. Hij staat wat bedremmeld te kijken en loopt uiteindelijk weg. Voor de zekerheid controleer ik of ik mijn portemonnee nog heb en sta ik confuus in de winkel. Ik zie hem een gang in lopen maar ben er nog niet gerust op. Bij de uitgang van het warenhuis staan beveiligers en op het plein ervoor staat politie. Ik besluit om buiten een tijdje te wachten voordat ik terugloop naar mijn hotel. Zodat ik zeker weet dat hij echt verdwenen is. Zo niet, dan is hulp dichtbij. Ik baal ervan en voel me onveilig op straat. Vanavond zou ik naar een concert gaan. Even twijfel ik of ik nog wel wil gaan, maar door zo’n klojo laat ik mijn vakantie niet verpesten. Het theater is om de hoek en in een op zich veilige buurt.

20:45 Teatro Tivoli

Voor de ingang van het concertgebouw is het druk. Iedereen wil met de reclame van het concert op de foto. Ik koop een t-shirt als aandenken. Mijn stoel kan ik snel vinden maar ik ben wel enorm teleurgesteld. Ik zit namelijk op een verhoogde houten stoel in een loge. Op mijn kaartje staat nummer vijf, maar in de loge is geen stoelnummer vijf. Wat nu? Als autist moet ik natuurlijk wel op nummer vijf zitten. Een vader en zoontje zitten op andere stoelen. Ik vraag of zij wellicht op nummer vijf zitten. Nee, het jongetje telt de stoelen en nummer zes is mijn stoel. Oké…

21:00 Manolo Garcia …

Het concert gaat maar liefst drie uur duren, zonder pauze. Die Spanjaarden zijn niet van het toneel te krijgen. De muziek is erg mooi en de zanger is erg sympathiek. Zo doneert hij bijvoorbeeld een deel van de opbrengst van het concert aan dakloze straatmuzikanten en heeft hij een hele rij voor hen gereserveerd zodat ze een avondje uit zijn. ”Het zijn collega’s”. 

Hij zingt een liedje over een doos met foto’s en merkt daarbij op dat we nu duizenden foto’s maken en er nooit meer naar kijken. De doos met foto’s gooien we echter niet weg. Regelmatig loopt hij een rondje door de zaal. Bij het eerste rondje vliegt een vrouw uit haar stoel en geeft hem een bosje bloemen. Een Spaans bosje bloemen, wat groene takjes met een roos. Hij kust de bloemen en houdt het boeket tegen zijn hart. De vrouw is in extase en de bloemen krijgen een plekje op het podium. 

Het is een akoestische voorstelling omdat de zanger dichter bij zijn publiek wil zijn en niet meer in volle stadions wil optreden. Ik heb uiteindelijk een topplek omdat de zanger, als ik dat zou willen, aan zou kunnen raken. Bij “Nunca es tarde” loopt hij zingend door de zaal. Een meisje dat voor mij in de loge zit steekt haar hand uit. Het is een magere hand van een veel te mager meisje. Hij pakt haar hand vast, kijkt haar aan en zingt het lied voor haar. De hele zaal is ontroerd en maakt foto’s.

Het laatste uur staat iedereen mee te zingen en te dansen in de zaal. Luid roept iedereen zijn naam “Manolo, Manolo, te quiero” en mes (meer) De zanger sluit in het Catalaans af en is voor de Catalaanse onafhankelijkheid. Een volk mag zelf bepalen door wie het wordt geregeerd en dit wordt niet bepaald door de regeerders. Het dak gaat eraf.

12.15 Hotel Granvia

Heerlijk naar bed.

Reisverslag: Barcelona 2 december

Barcelona 2 december 

10:15 Hotel Granvia

Na een nacht met vreemde dromen begint mijn dag toch goed. De koffiemachine is stuk maar de ober maakt een heerlijk kopje koffie voor me. Ik draag mijn nieuwe pantoffels en verontschuldig me bij de ober. “Ze zijn zo lelijk dat ze daardoor weer mooi zijn, Eigenlijk ben ik te oud ervoor” Hij vindt ze prachtig. Spanjaarden zijn altijd beleefd. Hij ziet mijn twijfel en zegt: “Thuis heb ik ook zulke sloffen, maar dan met beren”.

In de ontbijtzaal zit een vrouw in haar nachtjapon. Zo zie je maar wat aangekleed voor variaties heeft. Toen ze opstond van haar stoel begreep ik waarom ze zo schaars gekleed was: een bodybuildster. Echt geen gezicht al die spieren en het was ook al een oudere vrouw. Mijn benen zien er niet uit dat geef ik toe, maar dit is gewoon goor. Bij het ontbijtbuffet sprak de ober haar aan: “Je houdt van gewichtheffen” hij maakte een beweging met zijn armen. “Ja, ik ben een pro en gisteren heb ik de tweede prijs gewonnen”. Europa, wereld dat werd me niet helemaal duidelijk. De ober reageerde enthousiast, “gefeliciteerd” Spaanse beleefdheid.

11.00 Terras

Dom, dom dom ik ben mijn sigaretten vergeten. Zit ik heerlijk met mijn krantje en koffie op het verwarmde terras zonder sigaretten. De sigaretten tover ik uit een automaat. Nu nog een aansteker. De ober is zo vriendelijk om aan mij zijn aansteker te lenen. Hij dirigeert me snel maar buiten. “Nee, niet binnen je sigaret aansteken dat is al jaren verboden, om binnen te roken”.

11.45 Estanco

Bij een tabakszaak wil ik een aansteker kopen. Voor de deur staan drie mensen te roken. Geen idee of ze naar binnen willen. Ik wurm me tussen hen door en blijk voor te dringen. Nou ja, jammer dan. De vrouw komt met haar lot uit de loterij en ze hoopt op een klapper. Ze kust het lot voordat ze het aan de dame achter de balie geeft. Zij doet nog één of ander ritueel om het lot in te stralen. Ze strijkt ermee over haar lichaam en blaast een keer. Gespannen wacht iedereen als het lot door de automaat wordt gescand.”Geen prijs” staat er op het scherm. Teleurgesteld staat iedereen te zuchten. “Wat jammer, december is zo’n dure maand”, klaagt de vrouw. “Een nieuw lot dan maar?”

Ik heb nog een aansteker nodig. Het meisje ratelt een aantal opties: groot, klein, normaal, bic… Geen idee, uhm normaal. Weer nieuwe vragen. Mijn God, ik wil gewoon een aansteker. Uit mijn ooghoek zag ik er één met kitscherige beren erop. “Doe er maar één met beren” 

“Met beren?”

“Ja, daaronder”

“Mama hebben we aanstekers met beren?”

De hele zaak kijkt me inmiddels vragend aan: Een aansteker, hoe moeilijk kun je het maken?

“Ja, met beren die hebben we” bevestigd de moeder.

Ze zijn echt lelijk, nou ja dan maar de minst lelijke kiezen.

14:20 Caixaforum

De tentoonstelling over Opera in Caixaforum is erg mooi. Òpera. Passió, poder i política. De geschiedenis van opera. De tentoonstelling is opgesteld in chronologische volgorde. Het begint in Venetië en eindigt in Leningrad. Bij elk tijdperk hoort een componist. Zodra je de zaal inloopt hoor je met (een goede) koptelefoon de muziek van een componist. Allerlei kostuums uit een opera worden getoond. Er wordt vooral aandacht besteed aan de economische voorspoed en politieke ontwikkelingen die als het ware door de opera worden gevolgd. Concertzalen zijn symbolen van rijkdom en het middelpunt voor handel en politiek. Op grote schermen zijn opera’s te zien.

15.15 Restaurant Caixaforum

Menu van de dag. In het restaurant zit een Engelse mevrouw met de stem van ET. Het irriteert me mateloos. Oordoppen indoen? Muziek gaan luisteren of een duim in mijn oor? Ik overweeg ook nog de optie om “ET go home!” te roepen. Het is best een chique restaurant dus laat ik me maar netjes gedragen anders word ik weer aangezien voor een onbeschofte Duitse. Geen Nederlandse overigens, maar die zijn zeker niet minder onbeschoft. Getalsmatig natuurlijk wel in de minderheid. Het voorgerecht was sinaasappelsoep, heel bijzonder maar wel lekker.