Bijna

Bijna gelukt, of 
toch bijna mislukt

Bijna droog thuis, of
toch bijna doorweekt

Bijna dood, of 
toch bijna overleefd

Bijna verloofd, of 
toch bijna gescheiden

Bijna gelukkig, of
toch bijna depressief

Bijna gevallen, of
toch bijna iets gebroken

Bijna, bijna, bijna of
toch net niet

Keep out of my inner circle

Gisteren was ik heerlijk aan het wandelen in een bos waar bijna geen mensen waren. Vóór Corona zou ik gedacht hebben er loopt hier niemand, is het wel oké. Helemaal alleen in een bos is toch wel een beetje eng. Je weet nooit wie je tegenkomt. Eén of andere tbs’er op proefverlof bijvoorbeeld. Nu, ben ik erg blij om even niemand te zien. Geen bizarre inhaalmanoeuvres om de anderhalve meter afstand te bewaren.

Mijn rust werd wel verstoord door een man. Ik zat op een bruggetje op een bankje in de zon, te genieten van de omgeving. Toen ik een appje aan het versturen was, begon hij tegen me te praten. Nu zit ik al weken alleen thuis en ben ik niet meer gewend aan ‘echte’ mensen die tegen me praten. Ik reageerde dus niet meteen. Het enige wat ik hoorde was: “Dat hebben we toch afgesproken”. Verbaasd keek ik naar de man. Ik dacht ‘afgesproken, hier in een verlaten bos, ik ken je helemaal niet’. Bovendien had hij een enge hond, zo’n pitbull. Ik besloot om hem te negeren, zo’n halve psychopaat in een uitgestorven bos daar kun je beter geen aandacht aan besteden.

Hij bleef maar aandringen, u blokkeert de uitgang, anderhalve meter, “We hadden toch een afspraak”. Ik dacht: ‘Nee kerel, ik ken je helemaal niet. Een afspraak met jou? Griezel, ga weg!’ Uiteindelijk besloot ik om zelf weg te gaan. Zo’n man die maar blijft aandringen dat je een ‘afspraakje’ met hem hebt, daar word ik ook niet blij van. “Was dat nou zo moeilijk!” riep hij me na. Wie doet hier nou moeilijk, dacht ik.

Even later begreep wat hij bedoelde: ‘social distancing’, dat is de afspraak. Ik zou liever een andere term hanteren, namelijk ‘Keep out of my inner circle’.

Tomatenjam

Als je echt niet meer weet wat je zou kunnen doen, dan is mijn voorstel: maak tomatenjam! In Spanje kun je het overal kopen, maar in Nederland is het totaal onbekend. Mensen kijken me altijd heel raar aan als ik zeg dat ik tomatenjam heb gemaakt. 

Het lijkt op zich eenvoudig maar dit is de vijfde poging en ik denk dat het nu wel gelukt is.

Tot nu toe was het eigenlijk niet te eten. Eén keer heb ik er teveel zout bij gedaan. Een andere keer te lang laten doorkoken waardoor je mes brak als je het uit het potje wilde halen. Nog een vergissing was het meekoken van een kaneelstokje. Echt smerig. Een andere flater was een wekpotje dat ontplofte nadat ik het omkeerde. Mijn hele keuken en ik zelf zaten onder enorm plakkerige tomatenprut. Ik heb er ook één keer teveel citroensap bij gedaan waardoor het erg ging schuimen en de pan overliep. Weer mijn hele keuken en vloer onder de jam.

Wat heb je nodig:

  • Pruimtomaten 1 kilo
  • Geleisuiker
  • Citroen
  • Zout, snufje

Bereidingswijze

Om te beginnen maak je met een mesje een kruis over de tomaten en leg je ze in een pan met kokend water. Hierdoor kun je ze makkelijke ontvellen. 

Verwijder het harde gedeelte uit de tomaat en ook de zaadjes want die zijn bitter van smaak.

Doe de partjes in een pan met een dikkere bodem en voeg de geleisuiker toe.  De verhouding is 1 op ¾ . Van de tomaten houd je ongeveer 600 gram over daarbij komt dan 450 gram geleisuiker.

Ondertussen kun je de jampotjes klaarmaken.

Verwarm de oven voor op 110 graden. 

Was de potjes goed af met soda of zeep en zet ze vervolgens zeker 15 minuten in de oven.

Laat ze daarna afkoelen (Anders verbrand je je handen als je de potjes wilt vullen. Heb ik een keer gedaan, auw.)

De jam is klaar als je er met een lepel een streep door kunt trekken. Een andere optie is om er een beetje uit te halen en af te laten koelen. De jam moet dan aan je vingers blijven plakken.

Vervolgens maak je de grootste stukken kleiner met een staafmixer. 

Dan is de jam klaar om in een potje te doen. Gebruik hiervoor een trechter als je kleine potjes hebt anders loopt alles ernaast. 

Vul de potjes tot aan de rand en doe de deksel er goed vast op. Zet de potjes op een keukenhanddoek en draai ze om. Laat ze vervolgens goed afkoelen zodat de lucht eruit gaat en ze vacuüm worden. De jam is een jaar houdbaar.

Klaar is je tomatenjam. Heerlijk op brood of in de yoghurt.

Tomatenjam eindresultaat

Sterren aan de hemel

Vandaag was ik mijn huis aan het opruimen en vond ik de almanak voor het jaar 2020 van de astroloog Pater Ramon de los Pireneos, een kluizenaar. De almanak wordt al 145 jaar uitgegeven, daar zou je op moeten kunnen vertrouwen. Het is een traditionele, agrarische en astronomische kalender, gerangschikt op de meridiaan van Barcelona. Het bevat de heiligen, de grote festivals, de beurzen en markten van Catalonië en Andorra.

Helaas helemaal niet Corona-proof! Overal staat: trek er gezellig op uit met je familie en vrienden. Dat is nu niet de bedoeling. Deze pater heeft de rampspoed niet aan zien komen. Geen wonder dat Spanje zo zwaar getroffen is door Corona omdat er van dit soort bedenkelijke boekjes bij de mensen in huis liggen. Het enige wat nog wel klopt is dat vannacht de klok wordt verzet.

taco

Ook vond ik de Taco scheurkalender van ‘Het hart van Jezus”. Het bestaat al honderd jaar en is een klassieker is geworden. ‘Onmisbaar thuis, op kantoor, scholen, etc’. Het biedt dagelijkse informatie over heiligen, devoties, zonsopgang en zonsondergang, beroemde zinnen, notulen van de filosofie… Het zou een bespiegeling moeten zijn in het hectische moderne leven. Daar is inmiddels weinig van overgebleven. Ook in Spanje zitten de mensen de hele dag binnen en valt er tegen het virus niet op te bidden.

Op 28 maart staat het adagium van San José María Rubio: “Hacer lo que Dios quiere, querer lo que Dios hace” (Doe wat God wil, wil wat God doet). Dat is eigenlijk altijd wel van toepassing.

Nadat gisteren de Paus ‘Urbi et Orbi’ uitsprak voor een leeg Sint Pietersplein werd het alleen maar naargeestiger. Vooral omdat hij eerst moederziel alleen door de stromende regen over het plein liep.

Toch bizar dat deze pandemie niet in de sterren beschreven staat en dat iedereen overdonderd is door wat er gebeurt en vreest voor wat ons nog te wachten staat.

 

 

 

Strepen, punten en smileys

Voor veel mensen is het ingewikkeld om te bepalen hoeveel anderhalve meter is. Hiermee worden we geholpen met strepen, punten en smileys op de vloer. Toch wordt het er niet eenvoudiger op. 

Bij de Albert Heijn servicebalie waren er zoveel strepen dat ik niet wist achter welke streep ik moest gaan staan en aan welke kant van de streep. Ik stond voor de poortjes, dus dat was vast niet oké. Maar welke streep dan wel? Eén mevrouw stond waarschijnlijk wel op de juiste plek achter de juiste streep omdat zij eerder aan de beurt was. Normaal gesproken zou ik gezegd hebben, ‘Ik was hier eerst’. Maar deze regel geldt nu waarschijnlijk niet meer.

Bij de zelfscankassa’s werd ik door een medewerker terecht gewezen. “Mevrouw u moet achter die streep gaan staan en op uw beurt wachten”. Ik had de streep helemaal niet gezien en was alleen verbaasd over het aantal kassa’s die gesloten waren. Dit was natuurlijk om de juiste afstand te bewaren bij het afrekenen. Achter de streep wachtte ik op mijn beurt. Komt er ineens iemand die doorloopt naar een lege kassa. Ik dacht hier klopt helemaal niks van. Sta ik achter de juiste streep, is er weer iemand die voorschiet! Gladiolen zijn het, maar als intelligente vrouw hield ik mijn mond maar dicht.

Bij de apotheek wilden ze er iets leuks van maken. Op de deur hing een hele verhandeling over lijnen en smileys. “Als alle smileys binnen bezet zijn dan moet u buiten achter de strepen wachten. U kunt naar binnenkomen als er iemand naar buitengaat. Vervolgens gaat u op de smiley staan die vrijgekomen is.” Opzich een helder systeem. Het probleem was alleen dat alle strepen bezet waren. Er waren geen strepen meer om achter te gaan staan. Wellicht is het dan de bedoeling dat je een andere keer terugkomt, maar daar had ik geen zin in. Als ik anderhalve meter achter de laatst wachtende was gaan staan, stond ik midden op het fietspad. ‘Dan moet ik de afstand maar kleiner maken’, dacht ik. Buiten waait het virus wel weg, vooral omdat ik op een tochtige hoek stond. Wat je natuurlijk kunt verwachten, is dat degene voor mij daar niet blij mee was. Met een aantal boze blikken probeerde hij de afstand te vergroten. Waardoor ik naar het fietspad keek en mijn schouders ophaalde. Toen er iemand naar binnenging kon ik de ruimte tussen mijn voorganger groter laten worden. Probleem opgelost.

Eenmaal binnen moest ik op een hele stomme smiley gaan staan. Met een bloemetje. Ik wilde op de smiley met het mondkapje gaan staan en wachtte in de apotheek tot die vrij zou komen. Dat was niet de bedoeling. “Mevrouw u moet op die smiley gaan staan”, zei de apothekersassistente. Ik durfde niet te zeggen dat ik hem niet leuk vond en ging ernaast staan. Wat een dwingelanderij! Oké, in tijden van nood moet je concessies doen. Waarom hadden ze allemaal verschillende smileys. Eén soort smiley was toch ook prima geweest, maar in hun creativiteit waren ze doorgeschoten. Ze gaf me de zak met medicijnen zonder te laten zien wat erin zat. Ik vroeg nog aan haar of het allemaal klopte. “Ja, alles zit erin”. Stelletje koekenbakkers, ineens zaten er allemaal andere merken in. Dat komt vast door de Chinezen. 

Zo is het verhaal weer rond. Het komt immers allemaal door de Chinezen