Creativiteit & herstel

Bij een opname denk je niet als eerste aan creatieve therapie. Toch kan het een belangrijk onderdeel zijn van de behandeling. 

Het belangrijkste doel er- van is het herstel van de patiënt door doen en ervaren. De uitgangspunten zijn de wens en mogelijkheden van de patiënt. Creatieve therapie is een goede manier om dingen op een rij te zetten omdat je daardoor uit het denken kan komen. Zo kan er bijvoorbeeld worden gewerkt aan een verbetering van het zelfbeeld, een verbetering van de stemming, het leren omgaan met emoties of rouwverwerking. 

Bij de therapie wordt gebruik gemaakt van diverse materialen en technieken zoals: tekenen, schil- deren, houtbewerking, kleien, tex- tiel en metaal. Het hoofddoel is niet het eindresultaat maar de weg ernaar toe. Creatieve aanleg hoef je niet te hebben. 

Bijzonder aan deze therapie is dat de patiënt iets maakt wat tast- baar en concreet is. Je kunt het bewaren, en er later op terug- kijken of het juist wegdoen om een bepaalde periode in je leven af te sluiten. 

Voor het thema van deze UP had ik een interview met Wilma. Zij is een van de activiteitentherapeuten 

in het UMC Utrecht. Ze werkt er al vele jaren met enthousiasme en plezier. Tijdens ons gesprek wordt duidelijk hoe belangrijk activiteitentherapie is voor het herstel van de patiënt. 

Om te beginnen… 

Als een patiënt net is opgenomen, toont Wilma de mogelijkheden en laat de keuze aan de patiënt. Mensen zijn vaak overweldigd door alle opties. Haar uitgangs- punt is dat iedereen kwaliteiten heeft. Iedereen kan wel iets doen. Als iemand eerst wil bedenken wat ie gaat doen en alleen een kopje koffie drinkt, dan is dat ook prima. Het kan zo zijn dat iemand gestimuleerd moet worden om iets te gaan doen teneinde de passiviteit te doorbreken en in te gaan tegen het depressieve gevoel van “Ik kan er toch niks van maken”. Wilma stelt dan voor om iets simpels te maken, een armbandje met kralen bijvoorbeeld of mandala’s kleuren. Ze zal echter niets aan iemand opdringen. 

De uitkomsten 

Ten eerste geeft het ontspanning en afleiding. Verder is het ook 

belangrijk voor het herstel van de patiënt omdat de therapie je dichter bij jezelf brengt en het verandering in gang zet. Het geeft nieuwe manieren om oplossingen te vinden en anders met bepaalde situaties om te gaan. Ten slotte draagt het ook bij aan zingeving en invulling. 

“Leren experimenteren geeft plezier en ontspanning” 

Iemand die altijd alles onder controle wil houden, kan een techniek proberen die alles aan het toeval overlaat. Door de regie los te laten en af te wachten wat het resultaat is. Met een “toevalstechniek” bijvoorbeeld batikken, leer je weer leren spelen en experimenteren en geeft daardoor plezier en ontspanning Er zijn mensen die moeilijk over hun gevoelens kunnen praten. Door creatief bezig te zijn, kunnen zij zich wel uiten. Je maakt op een andere manier contact met jezelf. Het is ook een manier om je 

gedachten op een rij te zetten en om te stoppen met piekeren.Soms herinnert de ruimte waar acti- viteiten therapie plaatsvindt aan de middelbare school. 

Patiënten krijgen zo het gevoel dat ze moeten presteren; een bepaalde opdracht moeten maken. Het gaat hier niet om een eindresultaat maar om de weg daar naar toe. Het ervaren en inzicht krijgen door de manier waarop je iets maakt. Activiteitentherapie biedt nieuwe manieren om oplossingen te vinden en om anders met bepaalde situaties om te gaan. 

Iemand kan heel perfectionistisch zijn of de lat hoog leggen. Dit komt dan ook tot uiting in het dagelijks leven, ook anderen moeten aan hoge eisen voldoen. Dit kan tot problemen leiden in een relatie of op het werk. Je ziet veel karaktereigenschappen naar boven komen als iemand iets aan het maken is. Het is belangrijk dat de patiënt ervaart dat minder ook goed genoeg kan zijn. 

Soms leren mensen iets wat ze thuis ook kunnen gaan doen. Zo was er bijvoorbeeld een patiënte die wel kon breien maar niet 

kon haken. Ze wilde dat graag leren. Nu ze weer thuis is kan ze daarmee verder gaan. 

Groepsdynamiek… 

In principe werkt iedere patiënt aan zijn eigen project. Het is bijzonder om te zien dat patiënten geïnteresseerd zijn in elkaars werk. Bij psychische klachten kunnen mensen erg naar binnen gekeerd zijn en afgesloten zijn van de ruimte en mensen om zich heen. Wilma probeert soms de patiënten te stimuleren van elkaar te leren hoe ze iets kunnen maken. De één heeft de expertise en kan de ander iets leren. Dit vergroot het gevoel van eigenwaarde. Doordat iemand anders het werk waardeert krijgt hij een goed gevoel, “ik ben iets en kan iets”. 

Eigen ervaring 

De eerste keren dat ik deze therapie volgde, zat ik voor me uit te staren in het niets. Ik voelde me leeg en kon geen keuze maken om iets te gaan doen. 

Het eerste wat ik maakte kan ik me nog goed herinneren. Het was een variant op Icarus, een schilderij met alleen maar rood, geel en wit met een grote vogel 

die zijn vleugels gaat verbranden door de hitte van de zon.
In het begin dacht ik dat alles een kunstwerk moest worden. Bij iedere penseelstreek was ik bang om het te verprutsen. Ik voelde me ook erg onzeker omdat ik geen ervaring had met creatieve therapie. Alleen op de middelbare school bij tekenles maar dat was geen succes. 

Ik kreeg steeds meer het gevoel dat ik het los moest laten en gewoon moest gaan beginnen met schilderen. De gedachte van het wordt niets veranderde in het wordt altijd wat. Het hoeft ook niet altijd mooi te zijn. 

Soms kan ik met woorden niet zeggen wat er in me omgaat. Met een simpele tekening kan ik laten zien wat er met me gebeurt, waarom ik me zo rot voel. 

Het kan heel confronterend zijn om te zien wat je maakt. In het begin is het doodeng om je op deze manier te uiten. Uiteindelijk zie je je vooruitgang ook terug in je werk. Van een groot rood geel schreeuwend werk naar een dromerig landschap. Door alle werken bij elkaar te zien, krijg je ook meer inzicht in jezelf. 

Dilemma’s

Het Cliëntenblad Up willen we graag verjongen, zodat het ook voor jongere lezers interessant is. De redactie is veertig plus dus dat wordt een uitdaging. Op het internet ben ik gaan zoeken naar sites voor “jongeren”. Een populair onderwerp is het “Dilemma”, Wat zou jij doen als…? Bij de komende redactievergadering gaan we overleggen of het een goed idee is. Om heel eerlijk te zijn, is het een waardeloos idee. Vraag aan een autist wat zou jij doen…? Geen idee, ik ben niet echt assertief. Beter gezegd sub-assertief of gewoon bot. 

Nou dit is het dilemma dat ik heb voorgesteld aan de redactie. De adviezen hebben ik op het internet gevonden. 

Dilemma : Staat je buurvrouw vaak onverwachts aan de deur? 

Je vindt het vast fijn om te weten wie je buren zijn. (Nee, liever niet. Als ik er maar geen last van heb). Even een praatje maken, pakketje voor elkaar aannemen (Nee, ik heb geen zin om helemaal naar beneden te lopen om de deur open te doen) of planten water geven tijdens de vakantie. (Al mijn planten gaan dood, foute adres) Daar ben je buren voor. Maar wat moet je doen als de buurvrouw te pas en onpas voor je deur staat? Je keuken inloopt en melk uit de koelkast haalt? Ze zeggen wel “beter een goede buur dan een verre vriend” maar is dit ook zo.

Om te beginnen is het belangrijk om je eigen voorkeur ter sprake te brengen. Zeg bijvoorbeeld dat je het druk hebt gehad en deze morgen/middag/avond even tot rust wilt komen met niets aan je hoofd. Geef daarbij aan dat je een andere keer graag bijpraat (Wat mij betreft ergens in de verre toekomst). ”Ik spreek je later wel weer, nog een fijne dag”. (Rot lekker op!) Als ze ’s avonds laat een pakketje komt ophalen en een gesprek begint kun je zeggen: “Ik ben moe en stond op het punt om naar bed te gaan” (In mijn geval is dat 24 uur per dag waar). Je hoeft het niet te accepteren dat je buurvrouw dingen uit je koelkast haalt. (Dat is gewoon diefstal en ik zou een klap verkopen) Zeg dat je het zelf nodig hebt en geen boodschappen wilt gaan doen. Wacht niet te lang met het aangeven van je grenzen, anders komt de dag dat je roept: “Ik heb er genoeg van! Ga weg.” (Dat zou mijn eerste reactie zijn)

Samengevat is het advies: vriendelijk en beleefd blijven, je eigen plannen aankondigen en een belofte doen voor later contact.

Hopelijk heb je wat aan mijn goed bedoelde adviezen.

Beeldvormen

Gisteren wilde ik even op een bankje gaan zitten aan de singel. Ik was op de fiets en reed het grindpad op. Nadat ik van mijn fiets was afgestapt sprak een agent me aan.

“Mevrouw, wilt u in het vervolg het beeldvormen dat u het initiatief heeft om af te stappen. Deze keer zie ik het door de vingers. Nog een prettige dag”. 

Mijn eerste gedachte was, het zal wel. Maar ja, het door de vingers zien klonk enigszins dreigend. Wat ziet hij dan door de vingers en welk beeld moet ik vormen? Geen idee.

“Mag ik u een vraag stellen”

“Ja, natuurlijk”

“Ik ben een beetje autitisch en begrijp eerlijk gezegd niet wat u bedoelt, “beeldvormen?”

“Nou, u fietste op een voetpad. Maar omdat u snel afstapte had u niet de intentie om te fietsen. Daarom krijgt u nu geen boete maar een waarschuwing. De volgende keer moet u direct afstappen op een voetpad zodat het niet lijkt dat u fietst.”

Het bleef allemaal wat cryptisch en ook erg overdreven. De boodschap was waarschijnlijk: niet fietsen op een voetpad, zeg dat dan gewoon! 

Wat ik wellicht nog erger vind, was dat er zo’n Stasi van de Handhaving op zijn scooter, stond te wachten in een zijstraat. Hij wilde controleren dat ik niet een paar meter op het voetpad zou gaan fietsen. Zodat hij me alsnog een boete kon geven. Mensengoedheid waar zijn we mee bezig? Gelukkig ben ik autistisch en filterden mijn hersenen deze man niet weg. Klojo! Die handhavers moeten wel allemaal mensen met een verstandelijke beperking zijn dat kan echt niet anders. 

“Beeldvormen, dat u niet het initiatief heeft”. Dat leidt toch tot enorm ingewikkelde situaties.

“Wilt u even het beeldvormen dat u geen geradicaliseerde moslim bent, niet het initiatief had om u op te blazen. Dan kan ik het door de vingers zien”.

Mijn god in wat voor een land leef ik. Geen wonder dat ik overal onrecht zie, zolang je maar doet alsof je intenties zuiver zijn is er geen probleem. 

De afgelopen week heeft er ook de hele dag een motoragent op en neer gereden in de Biltstraat en Voorstraat om mensen te betrappen die met hun mobiel op de fiets zitten. Je zou er een burn-out van kunnen krijgen.

Het zou een zegen zijn als de politie weer gaat staken, deze onzin werkzaamheden daar hebben we helemaal niks aan.

Demasiado complicado

Gaudi en nog eens Gaudi

Barcelona en Gaudi zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dat zul je weten ook. Begin juni ben ik naar het “Parque Güell” gegaan. Daar wilde ik eigenlijk nooit naar toe omdat ik verwachtte dat het daar erg druk zou zijn. En dat was ook zo. 

Om de omgeving van het park te ontlasten, is er een speciale bus die je van een metrostation naar het park brengt. Drama, stel je veel mensen in een bus voor en doe er dan nog maar twintig bij. Natuurlijk weer een jengelend, huilend kind en een bezwete dikke man die tegen me aan stond te duwen. Ik kon mijn geluk niet op. Vervolgens stopte de bus bij alle touringcars en stond ik direct tussen een onoverzichtelijke massa toeristen. Mensen uit een touringcar zijn over het algemeen niet al te slim en waren niet in beweging te krijgen. Ik dacht met beleefd zijn red ik het hier niet en duwde de mensen aan de kant. 

Uiteindelijk was ik bij het park maar nergens stond aangegeven waar de ingang was. Dan toch maar de meute volgen, wat overigens vreselijk fout kan gaan als iedereen de verkeerde kant op loopt. Gelukkig kwam ik bij de ingang en was het geen probleem dat ik een uur te vroeg was. Nadrukkelijk werd gezegd: “Als u eenmaal uit het park bent, kunt u er niet meer in”. Leek me een onschuldige informatieve opmerking. 

Ik verwachtte golvende bankjes met leuke tegeltjes. Nou dat kon ik vergeten, de bankjes zaten vol met mensen. De plekken die nog leeg waren werden bevolkt door “Instagram toeristen: boeit niet hoe lang het duurt als ik maar mooi op de foto sta”. Daarmee bedoel ik, in een bijzondere pose en de wind uit de juiste richting door je haar. Drama. Ik kreeg niet de kans om de tegeltjes te fotograferen zonder mensen erop omdat er steeds iemand ging zitten. Oké, adem in en weer adem uit…

Dit ging de hele tijd zo door. Overal waar ik een foto wilde maken stonden drommen mensen. Ik probeerde wel te wachten maar dat kon lang duren. Één Amerikaan had een “betere tactiek”, hij riep steeds “Get the fuck out of the way, I want to take a picture”. Ik had eigenlijk naast hem moeten gaan staan, maar ja gezelliger werd het niet.

Eigenlijk had ik de route op de plattegrond moeten volgen maar ik was zo overprikkeld dat ik steeds de plek opzocht waar de minste mensen waren. Hetgeen niet eenvoudig was. Per ongeluk verliet ik het park. Ik liep een paadje in en ineens bleek dat ik buiten het park stond. Daar kwam ik achter doordat een medewerker van het park me tegenhield toen ik terugliep. “U bent buiten het park en kunt er niet meer in”, zei hij in het Engels. “Waar staat dan in godsnaam het bordje dat aangeeft dat ik het park ben uitgegaan”, was mijn antwoord in het Spaans. “U heeft een probleem” antwoordde hij in het Engels. Nou, dan ken je mij nog niet. “Nee, u heeft een probleem”, antwoordde ik weer in het Spaans. En zei tegen hem dat ik geen Engels meer wilde praten “demasiado complicado”. Het was gewoon een truc om mensen het park uit te krijgen. Niet aangeven dat je eruit gaat, maar wel zeggen dat je eruit bent. Ik begon tegen hem te zeuren over de gebrekkige kwaliteit van de plattegrond, “Daar staat niet op dat hier een uitgang is. Volg ik netjes de plattegrond en ineens is er een probleem. Dat begrijp ik niet en of hij dat even aan mij uit kon leggen”. In het Engels zei hij “No, no entry, no”. No, no entry no, zoek het lekker uit. Ik ben gewoon weer naar binnen gegaan, tot een handgemeen zal het niet komen dacht ik. Toen pruttelde hij nog van alles in het Spaans. Succes ermee, “demasiado complicado” riep ik. Van ellende heb ik het park via een andere uitgang verlaten, ik voelde me niet echt welkom meer en was al die mensen meer dan zat. 

Zaaltje 5

Gisteren ben ik naar de bioscoop gegaan en het verliep weer eens niet helemaal soepel. De film was in de kleine zaal, zaaltje 5, in het Louis Hartloper Complex. Daar heb je standaard vaste zitplaatsen omdat deze zaal snel vol is. Ik had er niet veel zin in om op de stoel te gaan zitten die op mijn kaartje stond. De mevrouw bij de deur was nogal dwingend, “Nee ik mocht echt nergens anders gaan zitten”. Oké dan. Ik raakte in gesprek met een vrouw naast me. Zij vertelde dat er nogal eens ruzie is omdat mensen niet op de juiste stoel gaan zitten. Dat vond ik absurd, hoe moeilijk kan het zijn?

Nou blijkbaar héél moeilijk. Er kwamen een man en vrouw binnen die weigerden op de aangewezen stoelen te gaan zitten. Iemand uit de zaal riep: “Het zijn vaste zitplaatsen”. “Wij zitten liever hier” was hun antwoord. De mensen die later de zaal binnenkwamen raakten enigszins in de war, “Het zijn toch vaste zitplaatsen?”. Zij verwachtten dat ze aan moesten sluiten naast anderen. Maar ja het stel zat op de verkeerde plek. De vrouw besloot om op de juiste stoel te gaan zitten, de man echter niet. Ze bleven over en weer kibbelen in de zaal. “Ik ga niet verzitten” zei de man. “Ik zit nu op mijn stoel en blijf hier zitten” zei de vrouw. “Doe nou niet zo flauw en kom naast me zitten, vroeg hij”. “Nee, dat doe ik niet” was haar antwoord.

Toen kwam er een relnicht die helemaal in verwarring was omdat de volgorde niet meer klopte. “Het zijn toch vaste zitplaatsen, maar dit klopt niet”. Iedereen in de zaal riep meteen, “Ja, het zijn vaste zitplaatsen”. De vrouw antwoordde direct nogal snibbig “Ik zit op mijn stoel“. De man  besloot uiteindelijk met veel kabaal om toch maar op zijn stoel te gaan zitten. Ik vroeg aan de vrouw die naast me zat “Zijn wij nu getuige van het begin van een echtscheiding?” De boze vrouw hoorde dit en keek me woest aan. “Het kan ook een eerste date zijn, maar die is nu al totaal misgelopen, dat gaat niks meer worden”. “Ik zit toch op mijn stoel!” schreeuwde de vrouw.

De lampen gingen uit en de film kon beginnen. Hè, hè rust in de zaal. Maar nee, helaas. De relnicht besloot om te gaan verzitten. “Ik ga toch lekker ergens anders zitten”. De hele zaal riep naar de mevrouw van de bioscoop “Mevrouw, er gaat iemand op een andere stoel zitten!” 

De boze mevrouw die voor mij zat was bezig met haar telefoon. Een man naast me zei “Mevrouw zou u uw telefoon uit kunnen doen want het is nogal hinderlijk dat licht”. “Ik doe hem wel uit als de film begint”, antwoordde ze boos. Meteen verscheen er bewegend beeld op het scherm en ik kon het niet laten om te roepen “De film begint!”

Het was een mooie film maar wat kunnen mensen onmogelijk zijn. Het is vast allemaal hormonaal.