Gedicht van Sil Va bij Blokkendoos II

Bij alle kunstwerken die deelnemen aan de ‘Kunstroute De Wijk In!’ heeft muzikant en dichter Sil Va een gedicht geschreven. Dit gedicht begeleidt je wandeling met mooie woorden.

Bij de start van de kunstroute op 18 mei was zij zelf aanwezig om de gedichten voor te dragen.

Bij mijn kunstwerk Blokkendoos II heeft ze het volgende geschreven.

Recht op recht op
recht op rechtop,

Staand of liggend
't Zigzagt
Kleur aan kleur 
Aan kleur op het hout.

Net zoals de mozaïek 
Onder uw voeten.

Bij de voordeur ligt een mozaïektegel die goed combineert met mijn werk. Erg leuk dat ze alle kunstwerken van toepasselijke woorden heeft voorzien.

De BIC-man

Vrijdag ben ik in het Griftpark gaan fotograferen. Ik ben er nog niet zo vaak geweest en was verrast. Een leuk, groot park en erg divers. Nadat ik uren in het park heb rondgelopen kwam ik uiteindelijk thuis met meer dan 200 foto’s. Bij ‘street photography’ moeten de foto’s het verhaal vertellen en is een blog over foto’s schrijven enigszins onzinnig. Toch wil ik graag een serie foto’s toelichten.

Bij de cursus ‘storytelling photography’ was er een vrouw die foto’s had gemaakt van een zwerver. Ze vertelde er een prachtig verhaal bij waardoor de foto’s echt bijzonder werden. Ze werkte als vrijwilliger met daklozen en wist heel goed hoe ze deze groep moest benaderen. De man die ze had gefotografeerd was een kunstenaar en schrijver. Hij had al vijfhonderd boeken geschreven. Om hem te bedanken voor het gesprek en de foto’s had ze een kunstwerk van hem gekocht.

In het park zat een non op een bankje heerlijk van de zon te genieten. Ik wilde graag een foto maken van haar. Eerst wilde ze niet op de foto maar het lukte me om haar over te halen. Het zijn mooie foto’s geworden maar ik heb haar beloofd om ze alleen voor mijn hobby te gebruiken.

Vijf stappen bij de non vandaan, stond er ineens een man recht voor me. Hij wilde twee euro voor een foto. Ik herkende hem meteen, het was dezelfde zwerver als van de cursus. Mensen betalen voor een foto, ook als ze dakloos zijn, heeft niet mijn voorkeur. Ik wil een spontane ontmoeting met een spontane foto. Hier was weinig spontaans aan. Ik raakte volledig geblokkeerd, vooral omdat hij maar bleef praten: foto, dakloos, opvang, kunstenaar, foto, twee euro…. Het kwam in mijn hoofd op om te zeggen: ‘Jij bent de man van de cursus, ik wil geen foto van je maken’. Ondertussen was hij de kunstwerken uit zijn tas aan het halen. Hij was duidelijk niet van plan om door te lopen. Ik dacht de snelste manier om van hem af te komen, is om hem twee euro te geven en een foto te maken. Natuurlijk had ik geen twee euro. Ik had een briefje van vijf. ‘Heb je drie euro terug?’ vroeg ik aan de zwerver. Nee, dat had hij niet. Later dacht welke idioot vraagt er nou geld aan een dakloze: ‘Mayke!’ Meer dan één euro zeventig had ik hem niet te bieden, dat was ook goed.

Inmiddels was ik van de schrik bekomen en raakte geïntrigeerd door deze man. Hij sliep nauwelijks, schreef en tekende aan één stuk door met een ballpoint. Eerst was hij begonnen met schrijven maar toen was hij gaan tekenen. Het kunstwerk dat hij me liet zien had een lege ruimte, dat moest het profiel van een vrouw voorstellen. Helaas kon ik dat er niet in zien. Hij wilde het nog niet verkopen omdat het nog niet af was. Ik vertelde hem dat hij heel hip was omdat er beroemde kunstenaars zijn die alleen met een BIC-pen tekenen, ‘BIC art’. Toen werd hij helemaal blij. ‘Dit is ook met een BIC-pen getekend, het kan dus in een museum’. Ik dacht; ‘Nu wordt het tijd om weer eens verder te gaan.’

Miguel Gallardo, “El Capitan” is overleden

Gisteren is op 66 jarige leeftijd Miguel Gallardo overleden als gevolg van een hersentumor. Hij was al een hele tijd ziek. In 2020 kreeg hij de eerste hersentumor. Hierover schreef hij het boek ‘Algo extraño me paso camino de casa’ (Iets vreemds gebeurde er met me op weg naar huis). Het voelde alsof hij de controle over zijn hoofd verloren had. Een iPad werd ineens een vreemd onhandelbaar object en op straat liep hij richting links zoals een verkeerde geladen boot. Het boek werd een best-seller en er volgde meerdere herdrukken. Het is een indrukwekkend boek over het hele proces van diagnose en behandelingen tot genezing. Zoals altijd met veel humor en zelfspot geschreven. Het was tijdens het begin van de Corona-pandemie. Iedereen was bang om besmet te raken met Corona, de nieuwe C naast de altijd al gevreesde C van ‘cancer’. Ik heb de oude ‘C’, schreef hij me. 

“Más que a morir temía no volver a dibujar” “Meer dan om dood te gaan, was ik bang om niet meer te tekenen”

Het eerste wat hij probeerde nadat hij was geopereerd, was tekenen. Een simpel poppetje tekende hij met een pen op een schrijfblok, met als tekstballon, ‘Ja ik kan het nog’.

De zoektocht naar een goede plek voor Maria, zijn autistische dochter, werd versneld. Hij reisde heel Spanje door en bezocht veel huizen om zeker te weten dat Maria goed verzorgd zou worden als hij er niet meer zou zijn. Het maakte hem niet uit waar het was, als er maar goed voor haar gezorgd zou worden. ‘Ik ga toch niet meer naar haar toe als ik dood ben, dus waar in Spanje het is dat maakt niet uit.’ Uiteindelijk heeft hij een fijne plek voor haar gevonden. Daar was hij erg blij mee. 

In november heb ik hem voor de laatste keer gezien toen ik in Barcelona was. Zoals altijd spraken we af om koffie te gaan drinken. Toen ik hem zag staan aan de bar in een café waar hij een espresso bestelde, wist ik het meteen: dit is foute boel. Een broze, kwetsbare enigszins ontredderde man zag ik staan. Dat hij na de eerste hersentumor, een tweede hersentumor had gekregen wist ik, maar van de derde hersentumor was ik, zoals veel andere mensen, niet op de hoogte. Hij kon niet begrijpen hoe het mogelijk was dat hij in twee jaar tijd drie hersentumoren had gekregen. Bij de eerste dacht hij pech maar ik ga ervan genezen. Bij de tweede was hij al minder positief maar hij ging de strijd met deze tumor aan. Bij de derde tumor werd het teveel. Hij vertelde me dat hij het niet meer kon opbrengen, geen operatie meer en ook geen chemo maar een experimentele behandeling met medicijnen. Hij vond het vreemd om te weten dat hij niet lang meer te leven had. ‘Je weet dat je een keer doodgaat, maar dat het moment al heel dichtbij is, is vreemd’. Gelukkig was er een goede plek voor Maria. Maria’s leven gaat na zijn dood gewoon verder. Papa is er niet meer en verder kan zij er niet over denken.

Vanochtend dacht ik, nu ga ik nooit meer naar Barcelona toe. De afspraken met Miguel waren de hoogtepunten van mijn vakantie. Ik kon ontzettend met hem lachen en ook zijn manier van denken sprak me erg aan. Zijn hondje Gala, een bastaard vergeleek hij met Superman, ‘daar is er ook maar één van’. De eerste keer dat ik samen met hem zijn hond ging uitlaten, kwamen we terecht in ‘de hondendisco’. Een oude kinderspeeltuin in een park nu bestemd voor honden. ‘Hier ontmoet ze haar vrienden’. Het is net als in een gewone discotheek soms ontmoet je leuke mensen, andere keren is het saai. Ze had een verloofde maar die hond was er die dag niet. ‘Weet je dat de kont van een hond zijn visitekaartje is, zo maken ze kennis met elkaar’. Na een tijdje kwam Gala tussen ons in zitten op het bankje, het leek alsof ze luisterde naar ons gesprek. Hij vond dit bijzonder omdat ze meestal wantrouwend was bij vreemde mensen. “Jij bent anders en dat weet ze”, zei hij. Bij de eerste kennismaking wist hij direct dat ik anders was, maar het was geen probleem. Het was niet alleen dat hij mij begreep omdat ik autisme heb, maar hij waardeerde ook mijn humor, openheid en oprechte interesse. Vaak dacht ik, ik zou graag willen dat er in Nederland iemand is die me zo goed begrijpt. Waarbij het contact zo vanzelfsprekend is.

In november liep ik na het uitlaten van Gala mee naar zijn huis. Hij was erg moe en kwam moeilijk uit zijn woorden. Er viel een stilte toen we voor zijn deur stonden, want wat zeg je als je afscheid neemt van iemand die doodgaat.

‘Bel me weer als je in Barcelona bent, dan drinken we weer koffie’.

‘Ja dat zal doen’, was mijn antwoord.

Toen wist ik al dat dit de laatste keer zou zijn dat ik hem zou zien. Enigszins verslagen liep ik naar een stripboekenwinkel om mijn gedachten weer te ordenen.

Het enige wat ik nu nog voor hem kan doen, is zijn boek “Maria y yo” verder vertalen en een uitgever proberen te vinden. Door dit boek en zijn lezingen over de hele wereld is er veel meer begrip gekomen voor autisme en voor de ouders met een kind met autisme. Nederland kan niet achterblijven.

Vrouwen met kabouters zijn gemeen

Er bestaan nog steeds mensen die kabouters in hun tuin zetten, zelfs in Wittevrouwen. Ik vind dat altijd wel iets moois hebben, knullig maar ook leuk. Zo’n rode puntmuts tussen de planten of een gezellige dikkerd bij de voordeur.

De verliefde kabouter

Je zou denken dat mensen met kabouters in hun tuin, hier trots op zijn. Met mooi weer gaan ze zitten genieten, kijkend naar het kabouterland waarin hun tuin is veranderd. Met zorg zijn de kabouters in de winkel uitgezocht en dan krijgt natuurlijk elke kabouter zijn logische en meest waardevolle plek in de tuin. Ik ga er tenminste niet vanuit dat je je winkelwagen bij de Action en Praxis volgooit met kabouters en ze dan vervolgens in je tuin neersmijt. Passie verwacht ik bij deze vrolijke vrienden.

Tuinkabouterland

Vandaag was ik foto’s aan het maken in het hofje op de Kerkstraat. Rare plek, te erg eigenlijk. Bij de ingang hing er een bordje “Verboden toegang, eigen terrein”. Ik had daar dus niks te zoeken. Maar ja, als je foto’s wilt maken zul je toch af en toe je eigen weg moeten kiezen. Zolang ik het met respect voor de bewoners doe, zie ik niet zo snel een probleem. Ik fotografeerde vooral eigenzinnige vogelhuisjes en het oude gebouw. Het probleem was dat iedereen bij het raam zat en mij dus voorbij zag lopen. Ik knikte vriendelijk maar voelde me wel ongemakkelijk. Nadat ik een stervend iemand voor de raam zag liggen, schrok ik me rot. Ik dacht ‘dit is foute boel’.

De tuin tuinkabouter

Mijn fotorondje wilde ik toch afmaken. Nu was het al foute boel en een andere keer terug gaan, dat zat er echt niet meer in. Het was nu of nooit. Een bijzonder mooie plek om foto’s van te maken. Zo kwam ik bij het huis met een kabouter voor de deur. Gezellig. Tot mijn grote verrassing stonden er wel twintig kabouters in de tuin. Wat een feest om te fotograferen. Één kabouter was omgevallen, ik overwoog nog om hem weer rechtop te zetten. Dan moest ik wel de tuin in en dat voelde niet goed.

De dronken kabouter

Op hetzelfde komt er een oudere vrouw naar buiten. ‘Wat ben je aan het doen?!’ ‘Foto’s aan het maken van de kabouters. Zijn ze van U’ Ik probeerde er nog een gezellig praatje bij te maken. ‘Niet in mijn tuin’, begint ze te schreeuwen. ‘Oh sorry, ik fotografeerde alleen de kabouters, die vind ik leuk’ ‘Nee, nee, nee!, niet in mijn tuin!!!’ ‘Oké, sorry, ik ben al weg.” Als autist heb je soms wat vertraging op de lijn. Je voegt dan niet direct de daad bij het woord, zal ik maar zeggen. ‘Weg, uit mijn tuin’. Waaah, help de bazin van deze kabouters is een heks. Een echte heks, dadelijk komt ze met haar bezemsteel achter me aan. Al struikelend belandde ik op de openbare weg. Dat krijg je ervan als je de wet overtreedt, heksen achter je aan. Een creatieve honger kan onverwachte gevaarlijke situaties opleveren. Je moet veel overhebben voor een mooie foto.

Oh wat mooi…

Voor mijn cursus “Storytelling photography” ben ik gisteren met mijn camera op pad gegaan. De opdracht voor deze week is ‘straatfotografie’ en het was mooi zonnig weer. Ik ben begonnen aan de rand van het centrum.

Trencadis

Op het Nijntje pleintje zag ik verschrikkelijk lelijke voorwerpen op de vensterbank staan. Ik dacht ‘Nee, de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Gemozaïekte vlinders en een dolfijn. Uitgestald, zodat iedereen ze kan bewonderen. Met een beetje mazzel kun je bij deze mevrouw ook nog een workshop volgen, “trencadis” zullen we het dan maar noemen.’

Ik was zo dom om met mijn camera voor het raam te gaan staan omdat ik verbijsterd was door de lelijkheid. De kunstenares zat binnen op de bank een tijdschrift te lezen en zag mij staan. Zij was natuurlijk blij verrast, dat iemand haar mooie vlinders en dolfijn stond te bewonderen. Tja… Ze maakte met haar handen het gebaar dat ik zeker een foto mocht maken. Ze klopte met haar handen op de borst, ook zij mocht zeker in beeld. Ach wat leuk… Voor haar is het vast een hoogtepunt van de dag geweest, ze zat helemaal te stralen. Ik dacht alleen maar lelijke dingen leveren soms toch een mooie foto op.

Trencadis

Postbode

Vervolgens kwam er een super hippe postbode het pleintje oplopen. Kijk, die wilde ik wel graag op de foto hebben. Ik heb het netjes gevraagd maar hij had geen tijd om stil te gaan staan. Hij wees mij aan waar hij naar toe zou lopen en dan kon ik een foto maken. Zo’n goede fotograaf ben ik nog niet, om dan een scherpe foto te maken.

Postbode in stijl

In strijd met mijn privacy

Even verderop stonden buiten twee studenten een biertje te drinken. De ene jongen vertelde dat hij nu drie chickies had. Hij had problemen om een keuze te maken. Toen ik hem hoorde vertellen over zijn dilemma, dacht ik: ‘Die wil wel op de foto’. Beide reageerden ze enthousiast en ze stonden er mooi op.

De Don Juan van het duo had onder zijn colbert een trui aan met een beer erop. Dat vond ik een mooi contrast. Met een knuffelbeer op je buik sta je te vertellen over welke chick van de drie, je vanavond gaat nemen. Ik vroeg aan hem of ik een foto mocht maken, van hem en zijn toch wel aandoenlijke beer. Daar was hij niet van gediend, het was wel mooi geweest. Dit vond hij toch echt een inbreuk op zijn privacy. Ik probeerde hem te overtuigen door te zeggen dat het zo’n sterk beeld was; hij met zijn beer en een blikje bier. ‘Nee, nee, nee’. Als autist laat je het idee dan niet meer los. ‘Oké, een foto met de beer en het bier en dan gaat je hoofd eraf’, stelde ik voor. Dat vond hij een prima plan. Hij dacht waarschijnlijk hoe kom ik anders van dit gestoorde mens af. Ik moest hem wel even arrangeren, maar het is een mooie foto geworden.

Bear by beer