Vrouwvolverf

Wat doet een vrouwvolvragen als het even niet meezit: schilderen. Inmiddels ben ik de vrouwvolverf geworden. Het ene schilderij komt voort uit het andere. Gelukkig zijn het kleine doekjes anders kon ik nu mijn huis niet meer in. 

Waar ik me helemaal in kan uitleven zijn optische illusies, zoals het onmogelijke rechthoek en ‘action painting’. Twee uitersten eigenlijk, bij het eerste werk ik heel precies terwijl ik bij het tweede alles aan het toeval overlaat.

In de hoek gedreven…
Action painting

Bij de ‘action painting’ moet ik toch echt leren om enige controle te houden. Nu laat ik me volledig leiden door de verf op het doek. Verschillende kleuren verdunde acryl verf laat ik door een gootsteenroostertje over het doekje lopen. De verf mengt zich dan door het doek te bewegen. Vervolgens zuig ik met een rietje verf op uit een bakje en blaas dit op het doek. Kleine verfspatten komen er dan op. Dat moet wel met enig beleid anders krijg ik de verf in mijn mond. Ik heb al een keer een dag met gele verf op mijn lippen rondgelopen. Gelukkig kwam het niet op mijn tanden. Dan heb ik namelijk wat uit te leggen bij de tandarts. Met een rietje kun je de verf ook in een bepaalde richting blazen. Het grootste probleem is dat ik in al mijn enthousiasme op de rand van het doek ga slaan om de verf in beweging te krijgen. Maar dan beweegt het ook kanten op die ik niet voorzien heb. Zoals de muren van mijn keuken, het plafond, de vloer… Zelf zit ik ook onder de verf. Dagen later vind ik nog verfspatten. Het is natuurlijk wel een logisch onderdeel van ‘action painting’. 

Vrouwvolverf

Zo ziet het er dan uiteindelijk uit.

Er was eens een actie

Totdat ’s avonds het doekje omviel, ook een ‘action’, en het totaal verprutst was. Ik baalde enorm. De volgende dag was de verf nog niet helemaal droog en heb ik met een paletmes geprobeerd de verf van het doekje te halen. Weer een nieuwe actie. Ik heb maar één keer door het doek gestoken, dat valt weer mee. Ik moest wel doorwerken want de verf droogde gewoon verder op. Uren heb ik zitten prutsten. Het voelde als een omgekeerde restauratie. Geen herstel maar laat het schilderij verdwijnen. Uiteindelijk was de verf opgedroogd en bleef er verf achter op het doek. Het heeft geleid tot een speciaal effect. Als ik het zo had willen maken, was het nooit gelukt. Het ultieme gevolg van toeval.

Dit is het eindresultaat.

Met dit warme weer even geen actie in mijn huis. Dan kan ik beter een lino gaan maken. Door de warmte wordt het materiaal wat zachter.  

A trabajar….

Middagje winkelen

Afgelopen zondag ben ik gaan winkelen met mijn zus en mijn neef Jeroen. Bij de Bijenkorf stonden Jeroen en ik bij de uitgang te wachten, terwijl mijn zus in de make-up hoek bezig was. Ik houd niet zo van make-up, al snel voel ik me een travestiet of nog erger; een enge clown. De Mayke original is echt beter zonder make-up.

Jeroen en ik waren van plan om te gaan letten op tattoos. Het was mooi weer en iedereen liep er behoorlijk bloot bij. Nou is het Bijenkorf winkelpubliek niet echt de doelgroep voor tattoos. Een mooie tattoo is natuurlijk wel een kunstwerk en hierdoor een statussymbool. We zagen niets beters voorbijkomen dan “tribal-art”, vooral op de kuiten van mannen. Persoonlijk houd ik van wat meer kleur.

In de verte zag ik een hele nette mevrouw samen met haar man richting de uitgang lopen. Ik dacht direct, ‘die mevrouw die klopt niet, ze is te netjes’. Ik kreeg er een fout gevoel bij. Op het moment dat ik tegen Jeroen zei ‘Zij is wel heel netjes’, liep ze langs het poortje en ging het alarm af. ‘Zie je ze klopt niet, die mevrouw.’ De bewaker vroeg of hij even in haar tas mocht kijken. De dame begon erg tegen te sputteren, ‘Nee, dat is privé, ik heb hier niks gekocht’ … ‘Foute boel’ zei ik tegen Jeroen. ‘Wat heb je in je tas zitten dat zo privé is dat niemand het mag zien?’ Incontinentiemateriaal, een python?’ ‘Het kan ook wel kloppen dat ze niks heeft gekocht omdat het poortje afgaat. Ze heeft gewoon iets in haar tas gestopt zonder het te betalen. Kort gezegd is dat ordinaire diefstal.’ Jeroen vond dat ik wat snel oordeelde. ‘Als je hier echt niks gekocht hebt, moeten ze gewoon uit je tas blijven’. Toen ze door de bewaker werd meegenomen naar een kamertje was het wel duidelijk. Gewoon een te nette mevrouw.

Bij de Starbucks was binnen eigenlijk geen plaats om te gaan zitten. Er was nog één tafeltje vrij bij het raam. Op de tafel zat een sticker met de tekst dat het ‘tijdelijk niet in gebruik’ was. Dit kan ik niet zo goed begrijpen. Het was inderdaad zo dat het op dat moment niet in gebruik was. Maar wanneer begint en eindigt het tijdelijke niet in gebruik. Ik dacht laat ik de onduidelijkheid maar in mijn voordeel werken en er gewoon gaan zitten. Als wij er niet meer zitten dan is hij inderdaad weer tijdelijk niet in gebruik. Mij lijkt het logischer dat ze erop zetten dat het niet in gebruik is. Waarschijnlijk is hij niet in gebruik tijdens de coronamaatregelen. Maar of die tijdelijk zijn dat is nog maar de vraag.

Één van de weinige plekken waar je in de stad nog naar het toilet kunt gaan is bij de Hema. De toiletjuffrouw zit helemaal in een plastic cabine opgesloten. Ik heb geen idee hoe ze eruit zal zien als ze de toiletten schoonmaakt. Het kostte twintig cent, mooi bedrag. Ik kon zowel met pin als contant betalen. Om twintig cent te pinnen vind ik totale onzin en ik gaf haar vijftig cent. Naar het wisselgeld kon ik fluiten. Vanwege de Corona mocht ze geen wisselgeld geven. Toen ik dan toch twintig cent wilde pinnen, kon dat niet. ‘U heeft nu al betaald’. Ik zei tegen Jeroen dat ik weliswaar blij was dat ik naar de toilet was geweest maar dat ik wel opgelicht was door de Hema. Jeroen zei ‘Je moet teruggaan.’ Om mijn geld terug te vragen? vroeg ik. ‘Nee, je hebt zeker nog één keer het recht om te plassen en met tien cent erbij kun je een tweede keer. Moet je gewoon een bonnetje vragen, een soort coronaplasvoucher.’

Het was in ieder geval een enerverende middag.

Linnard en Dien: De gele ziekte

Twee jaar geleden schreef ik een blog over mijn oom Linnard en tante Dien: Canta. In mijn gedachte en die van Xandra leefden ze voort. Zo kreeg ik een prachtige Linnard en Dien kerst-sneeuwbol cadeau voor mijn verjaardag. Gezellig onder een rood lichtje samen in hun Canta in de sneeuw.

Toen kwam Corona en kreeg ik op een dag een mailtje van Xandra met de vraag: Wat zouden Linnard en Dien doen ten tijde van Corona? We verzonnen eindeloos verhalen. Tijdens de intelligente lockdown hadden we veel lol om het duo. Uiteindelijk schreef Xandra het verhaal en maakte de tekeningen. Ik vertaalde de tekst in het ‘hellemonds’. Dit is hun eerste avontuur: Linnard & Dien en de gele ziekte. Een waor gebeurd verhaal. Inmiddels is er ook een vervolg: Linnard & Dien en de verdwenen koekoek. Hierbij een preview van het eerste verhaal.

Op een mooie dag reden Linnard en Dien 

Een rondje in hun rode Canta.

De bomen stonden in bloei, de vlinder vloog rond

En het was stil.

Zelfs op de hangplek was niemand te zien. 

Er lag geen kruimeltje afval naast de prullenbak.

Dus zo stil was het.

‘Wat is het raar stil’. Moppelde Linnard in zichzelf.

‘Naar stil. Angstig stil’.

En voor Dien ook maar in de gaten had wat er gebeurde, Trapte Linnard op het gaspedaal en stoven ze met gierende banden en 45 kilometer per uur naar huis.

‘Ik vertrouw dit zaakje nie. Enne wâh gij, Dien?’

Thuis stond de telefoon

roodgloeiend.

Het was Anna, Diens zuster. ‘Ooooh, het is verschrikkelijk’, jammerde Anna, Wa makte me nau? Hedde gullie dâh dan nie geheurt? Oe is dâh nou meugelijk. Overal zijn zieke mensen. Eerst wurdt hullie hoar geel, en dan hullie gezicht en dan hullie hille lijf. En dan, verdwijnen ze gewoon. Niemand mag meer naar buiten, want het is hul besmettelijk. Hedde dâ echt nie geheurd?

Nou, daar zaten ze, Linnard en Dien, onder Linnards koekoeksklokken verzameling. Ze waren helemaal van slag van het verschrikkelijke nieuws. ‘Wâ moeten we nou doen?’ vroeg Linnard en hij keek naar zijn grote handen die stil op tafel lagen. ‘Gij… gij…’ zie Diens ineens, ‘Gij moet iets doen met oewe handen. Gij het de gáve, Linnard, gij moet dien mensen genezen’. ‘Ja’. Antwoorde Linnard. ‘Woar zouden ze zijn, denkte gij Dien? Die zieke mensen?’ In het gasthuis natuurlijk.’ Zei Dien beslist. ‘Kom, Linnard we gôn.’

Maar zo gemakkelijk ging dat allemaal niet. Om veilig naar buiten te kunnen moest er wel het een en ander gebeuren. Eerste verknipte Dien twee pantykousjes om voor hun gezicht te binden. ‘Het is toch wel zund hoor’. mopperde ze, ‘ maar ja het voor het goeie doel’. Linnard vond op zolder een oude duikbril met snorkel en vuurwerkbril voor Dien. ‘Het moet nie in oewe auge komen, hedde ze gezegd op de tillevisie’. Tenslotte, om iedereen onderweg op afstand te houden, bonden ze twee bezemstelen aan elkaar met aan de uiteinden de grote roze opgeblazen huishoudhandschoenen van Dien. ‘Die moeten we nie kwijtrakenhoor’, zei Dien toen ze instapten. ‘Ik moet vanavond nog wel afwassen.’ ‘Ja, ja’ bromde Linnard. ‘Kom we gôn’.

Binnenkort kende het verhaol hullemoul lezen.

Een eigengereide kabouter

Wat doet een mens zoal op een dag in het UMC? Tuinkabouters beschilderen.

Ik had een saaie grijze, kleurloze kabouter gekocht bij “Flying Tiger” voor €1,50, een koopje. Op zich was hij best grappig. Toen ik hem aan mijn altijd gefocuste behandelaar liet zien, zei hij: “Als hij maar €1,50 kost wil nog niet zeggen dat je hem dan moet kopen.” Zit wat in, maar toch was ik teleurgesteld in zijn inlevingsvermogen. Zag hij dan niet de mogelijkheden die deze kabouter biedt? Dat zou je toch verwachten, dat een behandelaar denkt in mogelijkheden en buitenkansjes. 

Ik laat mijn kabouter niet afzeiken en besloot hem wat op te pimpen. Een kloddertje verf hier en daar, en zo kwam mijn grijze kabouter tot leven. Met een zilveren baard vind ik hem heel tof geworden, een Merkx Original. Mijn altijd gefocuste behandelaar vindt hem ook mooi geworden, ofschoon hij bij zijn standpunt blijft dat ik hem niet had hoeven kopen.

Thuiskomen bij je kern

Een diagnose is gulzig omdat het ook gezonde eigenschappen beïnvloedt. Welk deel van je persoonlijkheid is “gezond” en welke eigenschap komt voort uit een “psychische ziekte”? Een artikel over de zelfonthulling van een ‘gezonde’ therapeut.

Marsha Linehan is een beroemde Amerikaanse therapeut. Terwijl ze al tientallen jaren als een normale ‘gezonde’ therapeut werkte, onthulde Marsha op haar 68ste dat ze zelf kampte met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Zij heeft een therapie ontwikkeld voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis of verslaving, de dialectische gedragstherapie (DGT). DGT bestaat uit dingen die ze zelf jarenlang nodig had maar nooit had gekregen.

Hoop

Hoop kan het laatste zijn waar iemand kracht uit put om behandeling te zoeken. Op een dag vroeg een cliënt aan Marsha “Ben je één van ons?” En zij gaf haar pasklare antwoord om de vraag af te kappen: Of een patiënt het vroeg uit hoop, als verwijt of het al wist door een blik op de macramé van vervaagde brand- en snijwonden op haar armen. En ook “Je wilt weten of ik geleden heb?” “Nee, Marsha” antwoordde de cliënt. Ik wil weten of je één van ons bent. Zoals wij. Want als je dat bent, zou het ons allemaal zoveel hoop geven”. Dat was het moment, zegt Marsha Linehan wanneer zij voor het eerst over haar ziekte praat voor een publiek van vrienden, familie en dokters. “Zoveel mensen hebben me gevraagd om met mijn persoonlijke verhaal naar buiten te komen, en ik dacht dit is het moment, ik kan niet sterven als lafaard”.

‘De kloof tussen wie ik was en wilde zijn.’

Zelfdestructie

Op haar 17e werd ze zelf voor het eerst behandeld. Vanwege zelfbeschadiging (automutilatie) belandde ze in een separeercel, waar ze met haar hoofd tegen de muur bonkte. Over deze periode zegt ze: “Mijn ervaring van deze automulatie was dat iemand anders het deed. Het was alsof: “Ik weet dat het gaat gebeuren, ik verlies de controle, kan iemand me alsjeblieft helpen, God waar ben je? Ik voelde me volledig leeg en had geen mogelijkheid om duidelijk te maken wat er gebeurde, geen manier om het te begrijpen”.

Het duurde jaren maar uiteindelijk vond ze in zelfaanvaarding het antwoord. De pogingen om een einde aan haar leven te maken, kwamen voort uit het verlangen naar een leven dat nooit voor haar weggelegd zou zijn. De kloof tussen de persoon die ze was en de persoon die ze wilde zijn, maakte haar wanhopig en haar leven uitzichtloos. 

Één van haar behandelaars vertelde Marsha ooit over haar bijzondere gave om veel om andere mensen te geven, ondanks dat ze zichzelf verloren voelde. Haar passie voor anderen zat zo diep als haar eigen eenzaamheid. In de separeer belooft ze zichzelf: als ik eruit kom, kom ik terug om anderen eruit te halen. Zij besloot mensen te helpen die, zoals zij, leden onder zelfdestructie.

Onvoorwaardelijke acceptatie

Een belangrijk onderdeel van haar behandeling is algehele aanvaarding (radical acceptance). Marsha vertelt hierover:  “Tijdens therapie besefte ik dat ik de cliënt acceptatie moest leren. Tegelijk bedacht ik dat ik in mijn persoonlijke leven op een of andere manier de mogelijkheid van acceptatie was kwijtgeraakt. Ik moest het zelf ook weer leren en besloot daarvoor naar het klooster te gaan.

‘Ze dwongen je om er halverwege mee te stoppen.’

Wat ik als eerste in het boeddhistische klooster ontdekte, was dat ik had gevonden wat volgens mijn cliënten nodig hadden. Ik twijfelde er geen moment aan, ik wist het onmiddellijk. Acceptatie was precies datgene wat zij nodig hadden en de boeddhisten hadden een manier waarop ik het aan cliënten kon leren.

In Chester Aby was de kernboodschap: probeer de hele tijd alles onvoorwaardelijk te accepteren en verwachtingen en wensen los te laten. Elke ochtend gingen we aan het werk met een opdracht: laat de gedachte los om een klus geklaard te krijgen.

Als je aan het vegen was, moest je bij de bel onmiddellijk stoppen met werken. Ze dwongen je om er halverwege mee te stoppen omdat het jouw behoefte was om het werk af te maken. Het was echt de oefening van loslaten van wat je wilde hebben op elk willekeurig moment. En de herkenning dat je niet altijd hoefde te hebben wat je wilde, dat had ook op een bepaalde manier een grote invloed op de therapie. Zo probeer ik cliënten te leren dat het onderdrukken van wat je wilt niet de manier is.

Verandering

Na mijn tijd in het klooster ontmoette ik een katholieke pastoor. Het was voor mij de eerste keer in mijn leven dat ik sprak met iemand die me echt begreep. Hij raakte het spirituele deel van mij aan, de kern van mezelf, centraler dan iets anders in mij. Dat ik dat inzag, was een geweldige ervaring, het had een vernieuwend effect op mij. Het gaf me een thuis.

Het onvoorwaardelijk accepteren van het moment en je verleden, betekent niet dat je dingen niet probeert te veranderen. Je kunt het komende moment wel veranderen. Onvoorwaardelijke acceptatie is gewoonweg de onvoorwaardelijk acceptatie van de werkelijkheid, het is wat het is. En als je iets wilt veranderen, werk je aan verandering want dat is niet meer dan redelijk. Maar ik denk dat het erg moeilijk is om iets te veranderen zolang je het niet eerst accepteert.”

Deze tekst is gebaseerd op een interview uit de New York Times “Expert on Mental Illness Reveals Her Own Fight”, 23 juni 2011. Daarnaast is gebruikgemaakt van een filmfragment van Marsha Linehan How she learned radical acceptance op Youtube BorderlineNotes.