Verrassend Valencia 4

De storm was gaan liggen en het dagelijks leven kwam weer opgang. Vandaag was het echter wel de feestdag van San Vicente Martir. Een dag eerder had ik nog even met de pastoor gepraat om te vragen of de processie nog door zou gaan met dit slechte weer. “Si Díos lo quiere” (Als God het wil) was zijn antwoord. Om half elf zou de mis beginnen. In het geval dat het slecht weer zou zijn, werd de processie in de kathedraal gedaan. Een rondje in de kerk. Als God het wilde en het droog zou zijn dan was er een processie door de stad. “Todo depende de Díos” (Alles hangt van God af). Toch heerlijk om te geloven, niet naar de weersvoorspellingen kijken maar alles in de handen van God leggen.

Er was weer een probleem in mijn hotelkamer. Ik had mijn haren gewassen en wilde de föhn gebruiken. Dat lukte niet. Verbaasd en wanhopig keek ik naar de föhn, ‘ligt dit nou aan mij of doet hij het gewoon niet?’ Na nog een keer goed kijken zag ik dat de stroomdraad kapot was. Niet te geloven, het is echt een ‘surprise, surprise’ hotel. Bij de receptie vroeg ik om een andere föhn. De jongen achter de balie noteerde mijn kamernummer, “Hij wordt vandaag nog gemaakt”. ‘Geloof je het zelf’ dacht ik, want de lift was ook nog steeds stuk. Gelukkig had hij wel een andere föhn voor me. Toen ik hem aanzette kwam er een smerige verbrande lucht uit en na één minuut hield hij er mee op. Ik dacht dit is ongelofelijk, de föhn in mijn kamer doet het niet en vervolgens krijg ik een andere föhn die het ook niet doet. Ik bracht hem terug naar de receptie en bedankte hem vriendelijk, dit is kansloos.

In de kathedraal was de mis al begonnen maar ik kon nog een plekje vinden. Ik vergeet altijd om even door mijn knieën te gaan en een kruis te maken. Toen ik dit voor het eerst zag, dacht ik dat mensen struikelden en een kruis maakten omdat ze niet gevallen waren.

De bisschop hield een mooie preek, over verdraagzaamheid en barmhartigheid. Via televisieschermen was het goed te zien. Het koor en het orgel waren prachtig, ik kreeg er kippenvel van. Het drieluik bij het altaar was ook geopend waardoor de heilige maagd te zien was. Of de heilige graal er stond dat kon ik niet zien, daarom besloot ik om naar voren te lopen voor een hostie. Ik heb daar altijd moeite mee, het lichaam van Christus eet je niet zomaar. De heilige graal stond er niet. Wel zag ik een vrouw in prachtige traditionele Spaanse kleding  met een kanten kam op haar hoofd en een jurk van prachtig kant. Vooraan in de kerk zat de ‘high society’ van Valencia. ‘Als je niet katholiek bent, kom je hier niet ver’, dacht ik. Het was een indrukwekkend schouwspel. 

Het regende niet, omdat God het wilde, en San Vicente Martir werd door de straten gedragen. Over de balkons hingen bordeaux rode fluwelen doeken. Voorop waren twee mannen te paard. Daarachter liep de groep geestelijken en een paar militairen die marcheerden. Van de balkons werden er laurier- en rozenblaadjes naar beneden gegooid als het beeld langskwam. Één man werd boos op me omdat ik teveel foto’s maakte. Hij stond met zijn armen omhoog, voor me te springen en riep, “toma fotos, toma fotos” Een idioot omdat hij zelf een camera om zijn nek had hangen. Ik schatte hem ook niet als het religieuze type in. Na mijn aanvaring in Barcelona met een man in een kerk, die enorm tegen me tekeerging omdat ik foto’s maakte, ben ik een stuk voorzichter geworden. Gelukkig waren er toen mensen in de kerk die snel naar me toekwamen en zeiden: “he is a mad man” en de boel suste. Toen ik namelijk tegen hem zei dat ik ook katholiek was, dacht ik dat hij me zou aanvallen.

In een boekwinkeltje vond ik lesboekjes voor kinderen om te leren schrijven uit 1958 met een opmerkelijke inhoud. Het is doorspekt met het katholieke geloof en nationalisme. Vooral het eerbetoon aan Franco vond ik erg schokkend. Onvoorstelbaar dat deze despoot tot 1975 aan de macht is geweest.

Adaptación: José Sámano, José Sacristán e Inés Camiña
Un pintor, con muchos años en el oficio, lleva tiempo sumido en una crisis creativa. Desde que falleció de forma imprevista su mujer, que era todo para él, prácticamente no ha podido volver a pintar.

’s Avonds ben ik naar een toneelstuk gegaan. Een bewerking van het boek “La señora de rojo sobre fondo gris”, van Miguel Delibes. Het was erg mooi en intens. De zin “Ik zal nooit vergeten hoe het voelde dat mijn warme lippen haar koude voorhoofd kuste” raakte me. Dat vergeet je inderdaad nooit meer, de kilte van een overledene.  

Verrassend Valencia 3

De derde dag regende het nog steeds. De Amerikaanse pubers waren niet vertrokken. Ik vraag me wel eens af hoe Trump president van de VS kan zijn. Nou, dit waren allemaal kleine “trumpjes”, met zo’n vreemde glimlach om hun mond. Één meisje kwam met alleen een sweater en stringetje aan naar het ontbijt. Ineens had de jongen bij de receptie enorme honger en zijn brood bleef erg lang in de toaster liggen. Ondertussen bestudeerde hij grondig het meisje. Een jongen had zijn enige paar gympen met een föhn verbrand. Hij wilde ze drogen maar toen waren de rubberen zolen gaan smelten. Zijn vrienden lagen dubbel van het lachen.

Buiten leek het wel of de wereld verging, een vreemd geel licht hing boven de stad. Het onweerde en bliksemde. De wind raasde door de straat. De straten waren verlaten, zelfs geen toeristen in poncho meer. Waardeloos. Op zo’n 600 meter afstand van het hotel was een museum, dat moest te doen zijn. Helemaal waterdicht ingepakt, ging ik op stap. De straten waren overstroomd, bomen omver gewaaid, maar ach 600 meter… De ingang van het museum kon ik niet vinden. Ik liep dicht langs de muur zodat ik niet nat zou worden van opspattend water door een voorbij rijdende auto. Alles was dicht, zelfs het park was op slot. Gelukkig kwam ik een engels echtpaar tegen. Ze vertelde me dat het museum gesloten was omdat het regende. Als Noord-Europeanen keken we elkaar verbaasd aan. ‘Een beetje regen en dan gaat het museum dicht?’

Die dag waren alle musea, kerken en andere bezienswaardigheden gesloten. Ook de cafés en restaurants waren dicht. Fraaie boel, wat nu? Op straat had ik een paar mensen zien lopen met een tasje van een warenhuis. Dat moet dus open zijn. Voordat ‘El Corte Ingles’ sluit moet de noodtoestand zijn uitgebroken.

Duidelijk, ik moest weg uit de wijk waar ik was. De metro leek me een prima optie, als die tenminste ook niet ondergelopen was. Zoals eerder eens in Barcelona het geval was geweest. Er was geen metro maar een tram. Prima, dan kan ik uit het raampje naar buiten kijken en zit ik lekker droog. Een dame bij de tramhalte wilde ik weten waar ik naar toe ging 

“Toch niet naar het stand?” vroeg ze. Weer zo’n domme toerist die door de golven overspoeld gaat worden. 

“Nee, ik wil naar El Corte Ingles”. 

“Nou”, met haar vingers maakte ze het gebaar dat het prijzig was. Wees blij dat iemand hier nog geld uit wil geven, dacht ik. Het duurde eindeloos voordat ik bij een overstapstation van de metro kwam. De huizen en omgeving werden steeds troostelozer. Is dit Europa, vroeg ik me af. Geen wonder dat de appartementen hier goedkoop zijn, je zou er geld bij moeten krijgen om hier te willen wonen. 

Ik bereikte een metrostation dat vol stond met emmers voor het lekkende dak. Het water stroomde langs de muren naar beneden. Wat een dump, als ik hier weg kan, vind ik alles prima. Zes agenten, op zo’n klein station, dat beviel me ook niet. 

Metrostation Colon

Eindelijk was ik in het Spanje dat ik ken. Mensen op straat, mooie gebouwen, leuke parkjes en een grote El Corte Ingles! Eerst wilde ik wat gaan eten. In het café kwam een kansloos Nederlands echtpaar binnen. Hij bestelde in slecht engels een koffie met een ‘grog’. De ober had werkelijk geen idee wat hij bedoelde. 

“Cognac?” zei de man lachend. Ze hadden geen cognac.

“Whiskey?” met zijn armen maakte hij het gebaar dat hij moest opwarmen.

 “Rain, cold, Whiskey hot” zei hij lachend. De ober schonk een Whiskey in. Meneer wilde er ook nog een klein scheutje water bij. 

“No smell, alcohol” zei hij weer hard lachend. 

De ober begreep er nog steeds niks van. Wij Nederlanders beheersen de buitenlandse talen, dat is wel duidelijk. Ik wilde in alle rust verder gaan eten. Dat kon ik wel vergeten. Hij bleef er bij zijn vrouw op aandringen dat zij ook een Whiskey had moeten nemen. Zij zei steeds “

Nee, voor mij is de koffie voldoende” 

“Je weet niet wat je mist, lekker warm”. Gelukkig vertrokken ze ook snel weer. 

In ‘El Corte Ingles’ kon ik heerlijk shoppen. Het was uitverkoop, top. Helaas zijn er ook daar weer veel Nederlanders. Het lijkt wel of ik Nederland ben. Twee vrouwen stonden te graaien in een bak met lingerie. De bijbehorende man hield zich afzijdig en keek verveeld voor zich uit. 

“Wat een grote onderbroeken, die Spaanse vrouwen hebben echt een grote kont” 

“Zitten ook helemaal geen stringetje bij” 

“Het is wel goedkoop, maar het is helemaal niks”. ‘

Blijf gewoon in Nederland, kansloos volk, dacht ik. In het vervolg ben ik een Belgische als Spanjaarden vragen waar ik vandaan kom. “Holanda, Alemania?” No Belga, del Norte de Europa. Ik wil niet met deze landgenoten geassocieerd worden. 

Helemaal blij ging ik met mijn aankopen terug naar mijn hotel.

Terug in het hotel was ik weer verbaasd. De schoonmaakster had mijn heerlijke koeken opgegeten. Er waren er nog twee over. Ik keek op de verpakking en dacht diep na. Zeven stuks en ik heb er gisteren twee opgegeten. Dan zouden er nog vijf in moeten zitten. Ik kon het nauwelijks geloven; ‘eten ze nou hier mijn koeken op?’ 

‘Ga ik klagen bij de receptie? Nee, het zijn maar koeken.’

Toch voelde het niet fijn. Vandaag zijn het koeken, wat neemt ze morgen mee? Ik keek in de kast of alles er nog lag. Daar leek het wel op. 

Ik breng weer uren in mijn hotelkamer door omdat het buiten blijft stortregen. Uit verveling ging ik “op pad” in het hotel. Waar is het business-center? Op de eerste verdieping. Ik liep wat rond en zie alleen een tafel in een hoek staan met een lamp erop en twee stoelen er naast. Dit is het waarschijnlijk dan. De bibliotheek, is een vensterbank met wat stukgelezen boeken erop. Wat een raar hotel.

Morgen moet het mooier weer worden, want dan is de processie.

Valencia, mi media naranja

Valencia, mijn wederhelft

jij gaat mij tot rust brengen

Sinaasappels aan de bomen

een stad waar ik wil wonen

Speels maar ook toegewijd

brandende liefde in de straten

Toen kwam Gloria,

die donderstraal 

Ze spoelde alle passie weg

ik heb niet echt-ge-noten

Nu moet ik een andere spetter

vinden om te beminnen.

Verrassend Valencia 2

Na een nacht onrustig slapen, wil ik gaan douchen. In de badkamer zitten twee waterkranen aan de muur. Moet ik die eerst opendraaien om water te krijgen? Wat erg onhandig is omdat ze buiten de douche zitten. De waterkranen krijg ik niet opengedraaid, dan maar gewoon gaan douchen. Na wat gerommel met de mengkraan kan ik onder de douche.

Het ontbijt is in de ontbijtzaal. Ik verheug me op een goed Spaans ontbijt. Maar de lift is kapot, althans er brandt geen enkel lampje. Ik besluit om de trap te nemen. Het leek me niet verstandig om in een lift te gaan waarvan je vermoedt dat hij niet werkt. Voor je het weet, zit je uren vast en ik heb honger. Bij de receptie meld ik dat de lift niet werkt. De dame achter de balie gelooft me niet. Na wat gezucht loopt ze met me mee naar de lift. Inderdaad hij doet het niet. Ze gaat naar een kast en draait aan wat knoppen. 

“Doet hij het nu?” vraagt ze aan me.

“Nee” 

“Nou dan is de lift stuk, hij wordt gemaakt”. Ik mag hopen dat ze een gecertificeerd bedrijf belt, zelf aan de knoppen van de lift draaien, vind ik een beetje eng. 

De ontbijtzaal blijkt een gang te zijn waar wat tafeltjes dicht op elkaar staan. Ik kijk nog even achter een gordijn en daar is de ontbijtzaal in aanbouw. Het ziet er niet naar uit dat daar nog recent aan is gewerkt. Tot overmaat van ramp zit er een groep Amerikaanse pubers te ontbijten, die een enorm lawaai maken. Het voelt alsof ik weer op de middelbare school zit. De koffie uit de automaat is niet te drinken en er zit een rare prut onderin. Balen, een dag beginnen zonder goede koffie belooft niet veel goeds. Het ontbijt is minimaal. Geen churros, geen vers fruit, ze hebben wel Griekse yoghurt met tomatenjam. ‘Kijk het bestaat echt, tomatenjam’, denk ik. Op het tafeltje staat een bestofte kunstplant van Ikea, daar kan ik niet goed tegen. De echte planten zijn half dood. “Bonjour tristesse”. Morgen is het ontbijt vast beter als die Amerikanen er niet meer zijn, althans dat hoop ik.

Ik ga een sigaret roken en zie dat het weer erg slecht is. Het liedje “Gloria in in Excelsis Deo” komt in mijn hoofd. Beetje irritant omdat het lied blijft hangen op “Glooooo, gloooo, Gloooo…ria”. Voor de ingang van het hotel hangt een gordijn van regen en een stoet van mensen met wapperende poncho’s aan en stuk gewaaide paraplu’s, trekt voorbij. Balen. De kathedraal is dichtbij dus dat moet nog te doen zijn. Het is erg koud en met vijf lagen kleding aan verlaat ik het hotel. 

De kathedraal is erg mooi. Ik neem een audiotour en loop wat rond. Op woensdag is het de heilige dag van Sant Vicente Martir en ze zijn druk bezig met de voorbereidingen. Netjes volg ik de nummers van de audiotour. Als de optie “Wilt u nog meer weten toets dan…” komt, maak ik daar gebruik van. Voorlopig blijf ik nog wel in de kathedraal door het slechte weer. 

In de kathedraal is een religieus winkeltje. Een oude gebochelde non zit de rozenkrans te bidden achter de balie. Ik wil graag een bidprentje van ‘San Vicente Martir’ kopen. Nergens te vinden, dan moet ik de non maar storen in haar gebed. Ze heeft geen bidprentje maar wel een kaart. Vervolgens krijg ik een ingewikkeld verhaal over de heiligen van Valencia. De ene heilige ‘San Vicente Ferrer’ is in Valencia geboren en heeft veel wonderen verricht. De beschermheilige van de stad is ‘San Vicente Martir’. In de kathedraal hebben ze een relikwie, namelijk een linker onderarm. Het is me even onduidelijk van wie de arm is. Hij is van Martir en daarom is hij de beschermheilige van de stad, van Ferrer hebben ze niks. Altijd handig om te weten. De onderarm gaat niet mee in de processie op woensdag, de non slaat een kruist en kust de rozenkrans als ik dit aan haar vraag. Waarschijnlijk een duivelsidee om met de arm op stap te gaan. 

In de kathedraal zijn twee rituelen. Één voor zwangere vrouwen en één voor vrijgezelle vrouwen. Zwangere vrouwen moeten al biddend negen keer een rondje lopen door de kathedraal en bloemen leggen bij ‘Nuestra Señora del Buen Parto’, oftewel ‘Onze-Lieve-Vrouw van de verwachting en bevalling’. Dit brengt geluk bij de bevalling. Vrijgezelle vrouwen die een man willen moeten zeven rondjes lopen en een gebed doen bij een heilige. Dit begrijp ik allemaal niet zo goed, de heilige kan ik in ieder geval niet vinden. Als ik de heilige al niet kan vinden hoe kan ik dan ooit een man vinden? Hopeloos geval ben ik. 

Er begint een kerkdienst in een afgezet gedeelte van de kathedraal. Het verbaast me hoeveel mensen er zijn op een doordeweekse maandagmiddag. De dienst vindt plaats voor “Madre de los Desamparados” oftewel ‘Moeder van de hulpelozen’. Er is hier toch nog een plekje voor mij. Ik ga zitten en volg de kerkdienst. Buiten regent het immers nog steeds. Op het moment dat de pastoor een gebed doet met de hostie wandelen er twee Nederlandse homo’s dwars door de kerkdienst heen. Ze maken foto’s, lachen en de één roept: “Ik lust geen hostie, alleen met kaas en ketchup want dan is het een tosti!” Ik moest er erg om lachen, wat een gebrek aan respect!

Na afgezet te zijn in een tapasrestaurant, kom ik om drie uur drijfnat in mijn hotel aan. Mijn schoenen zet ik onder de airco om te drogen en ik kruip onder mijn dekbed om op te warmen. 

’s avonds ga ik nog snel naar een supermarktje om wat eten te kopen. Alle restaurants zijn inmiddels gesloten door het slechte weer. Valencia is volledig uitgestorven, ik zie rolluiken en nog eens rolluiken. Als ik wil gaan douchen is er geen warm water. Door het beeld van de televisie loopt een zwarte balk. Ik ga een boek lezen daar kan niet zoveel mee misgaan.

Ik ben blij als het tijd is om te gaan slapen. Hopelijk wordt het morgen een betere dag.