Wicky

Vorige week ben ik ten huwelijk gevraagd door een man bij Altrecht. Ik moest daar een half uur wachten na een injectie. Toen ben ik naar buiten gegaan om een sigaret te roken en om de tijd door te komen. Ik had mijn sigaret nog niet aangestoken of er komt een man naast me zitten. Om te beginnen wilde hij een sigaret van me, dat is prima. Ik hoopte wel dat hij snel weer zou weggaan. Helaas bleef hij naast me zitten en begon hij een verhaal te vertellen. Omdat hij geen tanden meer in zijn mond had kon ik hem moeilijk verstaan. Hij had problemen met de verpleging “Zo’n snotneus van een verpleegster vertelt me wat ik moet doen, dat kan toch niet mevrouw. Het is niet normaal”. Ik dacht je zit hier omdat je niet normaal bent. Zo’n snotneus kan overigens wel erg irritant zijn, dat valt niet te ontkennen.

Hij vond het vond het fijn dat ik hem begreep. Jammer dat ik hem niet begreep. Vervolgens wilde hij met me trouwen, “u bent een vriendelijke, lieve en aardige vrouw, wilt u met me trouwen mevrouw.” Hij had echter geen trouwringen omdat de verpleging ze had gestolen. Het enige wat hij nog had, was een pak Wicky. “U krijgt van mij mijn pak Wicky mevrouw, omdat u zo aardig en lief bent.” Ik zei tegen hem dat hij het pak beter zelf kon opdrinken. Ik dacht wel als je niets meer bezit dan een pak Wicky dat is niet best. Hij wilde het pak gaan halen in zijn kamer. Ik hoopte dat hij niet meer terug zou komen. Toen hij in de hal stond kwam hij terug naar buiten, “U gaat toch niet weg mevrouw, u moet even wachten op mij, blijf daar zitten.” Ik was eigenlijk wel van plan om weg te gaan, maar dat vond ik zielig. Iemand gaat het laatste wat hij bezit voor mij halen, dan kan ik niet zo maar weglopen.

Hij was vrij snel weer terug met zijn pak Wicky. “Mevrouw gaat u nu met me trouwen, u bent zo aardig en lief.” Ik probeerde hem uit te leggen dat trouwen geen optie was. En dat hij zijn pak drinken mocht houden. De hele situatie voelde niet goed aan. Het was een verwarde man en ik kon niet goed inschatten wat hij zou gaan doen als ik zou weglopen. Gelukkig zat ik in het zicht van de beveiliging. Mocht hij echt moeilijk gaan doen, dan hoefde ik alleen maar te gaan schreeuwen.

Toen ik opstond om weer naar binnen te gaan, ging hij recht voor me staan. “U gaat toch met mij trouwen mevrouw?” Ik reageerde niet meer op zijn vraag en wilde snel weg. Ik dacht als ik zijn pak Wicky laat staan, begrijpt hij misschien dat een huwelijk niet gaat gebeuren. Maar omdat ik het pak niet wilde meenemen bleef hij voor me staan. Ik heb uiteindelijk het pak meegenomen om van hem af te zijn. Dat werkte gedeeltelijk, omdat hij niet meer recht voor me stond en ik er langs kon. Hij volgde me wel naar binnen en riep “We gaan toch trouwen. En u mag de Wicky niet aan die klote verplegers geven”. Toen ik binnen was heb ik tegen de beveiliging gezegd dat er een opdringerige verwarde man buiten stond. Ze wilden weten om welke man het ging omdat er meer verwarde mannen buiten stonden. Ze vertelden me dat de man die mij lastig viel niet gevaarlijk was alleen maar verward. Toen ik naar huis ging was hij gelukkig verdwenen. Het pak Wicky heb ik in de vuilnisbak gegooid. Misschien niet zo aardig maar ik wilde het niet mee naar huis nemen.

Rollator terreur

Afgelopen week ben ik ’s middags boodschappen gaan doen om kinderen op een step te vermijden. Uiteindelijk is dit tijdstip niet veel beter. In de supermarkt word ik namelijk steeds door een of andere, mogelijk dementerende bejaarde met een rollator aangereden. Een verontschuldiging kan er niet vanaf. Ze kijken me boos aan. Alsof het mijn eigen schuld is dat ik word aangereden, omdat ik voortdurend op de verkeerde plek sta. Het doet best zeer maar dat realiseren ze zich niet.

Vandaag ben ik drie keer aangereden door dezelfde bejaarde. Dat vind ik wel verdacht, is hier sprake van opzet.? Het was ook iedere keer een frontale botsing. Ik vermoed dat ze snel door de supermarkt loopt om zo een positie in te innemen waardoor ze frontaal tegen me kan aanrijden. Ik ken deze vrouw, ze is mijn buurvrouw. In de twintig jaar dat ik hier woon heb ik haar nog nooit gesproken. Ze faciliteert de activisten die bij me voor de deur staan, dan ben ik snel klaar met iemand.

Bij de kassa stond ze achter me in de rij. Toeval of opzet? Zo kon ze nog een paar keer met haar rollator tegen me aanrijden. Ik heb toen gezegd dat ze wat afstand moest houden bij de kassa. Door haar reactie werd het duidelijk dat het opzet was. “Mijn boodschappen moeten nu op de band en ik kan er niet bij” “Dat klopt want u bent nu nog niet aan de beurt, u zult wat meer geduld moeten hebben. En stop met het tegen me aanduwen met de rollator”. Vervolgens gooide ze haar spullen van een afstand op de lopende band. Het incontinentiemateriaal vloog door de supermarkt en landde tussen mijn spullen. Ik heb toen alles wat van haar was terug in een winkelmandje gegooid. Toen bleek dat ze er niet bij kon omdat ze last had van haar rug. Dat vond op zich ik wel zielig, maar ik had er geen zin in om haar te helpen. Het is haar eigen schuld. Van dit soort militante gedrag houd ik niet.

Ze moesten eigenlijk alle voertuigen met wielen in de supermarkt verbieden. Alleen een winkelwagentje en verder niets.

Dierenpension Merkx

De afgelopen tijd denk ik steeds dat ik iets in mijn huis wil hebben dat leeft. Ik woon klein en dat beperkt de mogelijkheden. Je komt al snel uit op ratjes, witte muizen of  een python of een goudvis. Ratten en muizen vind ik op zich best oké. Ik ben alleen bang dat ik de helft van de tijd op mijn knieën door mijn huis moet kruipen om ze te vangen. Van slangen houd ik helemaal niet want die kun je niet knuffelen. Het moet wel aaibaar zijn. Vissen zijn meer een decoratief object in je interieur

Een buurjongen had twee ratten en als hij op vakantie ging vroeg hij altijd of ik voor ze wilde zorgen. De kooi werd dan in mijn huis gezet omdat ze zich anders eenzaam zouden voelen. En uiteindelijk hierdoor doodgingen. Dit begreep ik niet helemaal omdat ze samen waren. Ze maakten ongelofelijk veel lawaai omdat ze met hun pootjes steeds langs de tralies van de kooi krabden. Als ze door mijn huis liepen schrok ik me steeds rot. Lag ik rustig op de bank een boek te lezen en opeens liep er een rat langs mijn nek.

Ik heb ook ooit voor de goudvis van de buren gezorgd toen ze op vakantie gingen. Het aquarium werd bij mij in huis gezet. De goudvis zag er niet goed uit, hij was een beetje grijzig. Er hing een pompje in het aquarium dat een borrelend geluid maakte. De hele dag dat borrelend geluid vond ik behoorlijk irritant. Het was wel grappig dat de goudvis er steeds beter uitzag. Aan het einde van hun vakantie was hij weer mooi oranje.

Toen ze de vis kwamen ophalen waren ze enigszins teleurgesteld. Eigenlijk hadden ze gehoopt dat de vis was dood gegaan. Ik was echt verbaasd, had ik al die moeite voor niks gedaan? De buurvrouw had de vis cadeau gekregen van vrienden voor haar verjaardag. Maar ze wilde helemaal geen vis en ze had ook geen zin om er voor te zorgen. Uiteindelijk kwam het erop neer dat ik de vis mocht houden. Dat was niet volgens de afspraak. Ik werd ineens opgezadeld met een vis. Volgens hen had ik veel meer affiniteit met de vis dan zij. “Mayke de goudvis fluisteraar”. Spoel hem door het toilet was mijn suggestie. Dit vonden zij niet zo’n goed plan, dat was zielig. Zet hem op marktplaats, vonden ze ook geen goed voorstel. Ze wilden zeker weten dat koper goed voor de vis zou zorgen Ik baalde enorm en kreeg de neiging om de vis met aquarium en al uit het raam te gooien. Uiteindelijk heb ik het aquarium bij hun voor de deur gezet. Ik ben geen asiel voor ongewenste vissen. Ze waren verbaasd maar zo makkelijk kom je niet van je vis af.

Ik wil best voor andermans dieren zorgen maar ze komen niet meer bij mij in huis.

 

Film perikelen

Ik ga regelmatig naar de film. Het liefst op een tijdstip dat niemand naar de bioscoop wil gaan, zaterdagochtend 11.15u. Dan kan ik rustig zitten en heb ik alle ruimte. Mensen in de bioscoop kunnen behoorlijk irritant zijn. Gisteren gebeurde er iets merkwaardigs, wat me overigens vaker overkomt. Mensen gaan vaak dichtbij me zitten terwijl er meer dan voldoende ruimte elders in de zaal is.

Toen ik binnenkwam zaten er drie mensen in een zaal met 200 stoelen. Alle ruimte leek me, maar dat viel tegen. Vlak voordat de film begon kwam er een echtpaar binnen. Omdat het vrije zitplaatsen waren,  konden ze kiezen uit 196 stoelen. Ra, ra, ra waar gaan ze zitten? Niet bij mij in de buurt, hoopte ik. Helaas, ze gingen godsamme recht voor me zitten. “Dit gaat niet waar wezen” dacht ik. “Van alle stoelen waaruit je kunt kiezen, kies je net de twee stoelen voor me”. Ik ben maar gaan verzitten, er waren nog genoeg lege stoelen. Het echtpaar keek me wel merkwaardig aan, in de zin van “Wat is jou probleem”. Ze hadden overigens ook een kopje koffie bij zich, dat gebeurt ook vaak als mensen bij me in de in buurt gaan zitten. Op zich is het geen probleem maar ze blijven eindeloos in hun kopje roeren. Ook als de koffie al lang op is, blijven ze roeren. Dat vind ik erg irritant. Ik krijg de neiging om het kopje uit hun handen te rukken, “Zo klaar, koffie gaat weg”

Dan heb je ook nog mensen die voortdurend door de film heen praten. Net alsof ze thuis op de bank voor de televisie zitten. Het kritieke punt is, het moment dat de voorfilms en reclame voorbij zijn en de film begint. Ik hoop dat ze dan ze ophouden met praten. Als mensen dan nog steeds praten, ben je de klos. Dan blijven ze tijdens de hele film praten. Ik zou er bijna van gaan bidden: “Wees gegroet Maria, vol van genade, laat deze mensen godverdomme hun kop dicht houden”

Als er vaste zitplaatsen zijn en het is druk dan vraag ik altijd of de stoel naast mij leeg kan blijven. Aan de ene kant is de muur en aan de andere kant een lege stoel, dat vind ik erg prettig.  Meestal lukt het wel. Totdat er een keer een pipo was die perse naast me wilde zitten. Toen hij naast me zat zei ik tegen hem dat die stoel bezet was. “Door wie dan?” was zijn vraag. “Door mij” Hij reageerde verbaasd “Hoezo heb je twee stoelen nodig?” “Kijk maar op je kaartje en dan zal je zien dat je niet naast me zit.” was mijn antwoord. Enigszins hoofdschuddend ging hij op een andere stoel zitten. Hij had ook een emmer popcorn bij zich. Ik dacht “als hij dat allemaal opeet plopt er uiteindelijk popcorn uit zijn oren”.

Ik vind het leuk om naar de film te gaan maar ik ga wel drie keer verzitten voordat de film begint. Ik heb een keer een experiment gedaan. Wat gebeurt er als je duidelijk zichtbaar met een zak chips en pielend met je telefoon in de zaal zit? Komen mensen dan ook in je directe omgeving zitten? Nee, mensen vinden dat zo irritant dat ze uit je buurt blijven.

Larry David, in the cinema

 

Spookrijder of padvinder

De afgelopen dagen heb ik moeite met het opvolgen van impliciete dan wel expliciete aanwijzingen als ik op de fiets zit. Zo moest ik van een mevrouw, zo’n type geelvestje en wegversperring, afstappen en gaan lopen omdat er wegwerkzaamheden waren. Ik zag werkelijk niemand echt aan het werk. Er was één man, die wat stenen aan het verleggen was. Ik dacht “Volgens mij is dit een project voor mensen met mogelijkheden, oftewel werkvoorziening”. Daarom wilde ik niet gaan lopen en zei dit ook tegen haar “Ik kan hier prima fietsen”. Dat was niet zo slim omdat ik haar dan niet serieus nam. Het was beter geweest om gewoon te gaan lopen. Ik kreeg een hele preek van haar “Ik sta hier toch niet voor niets!” Ja, dat vroeg ik me dus af. Om snel van haar gezeur af te zijn ging ik lopen.

Gisteren was ik in de fietsenstalling bij het station. De stalling was zo vol dat ik mijn fiets in de kelder moest zetten. Balen, want dan moest ik met mijn fiets de trap af. Ik volgde een eindeloze route voordat ik bij de trap kwam. Uiteindelijk zette ik mijn fiets in de stalling. Voor de zekerheid maakte ik een foto van de plek waar ik mijn fiets stond anders vind hem nooit meer terug.

Toen ik terugkwam begreep ik niet hoe ik de fietsenstalling uit moest gaan. “Volg ik de pijlen op het fietspad of ga ik terug naar waar ik vandaan ben gekomen?” Ik besloot om terug te gaan, dan negeerde ik wel de richting van de pijlen. Voor mijn gevoel waren de pijlen een aanbevolen rijrichting. In individuele gevallen is het niet verstandig om de richting van de pijlen te volgen. In mijn specifieke geval, teruggaan naar waar ik vandaan gekomen ben, is het juist handig om tegen de richting van de pijlen in te rijden. Daar dacht de man van de fietsenstalling heel anders over “Mevrouw u bent een spookrijder!” Ik probeerde hem uit te leggen dat de pijlen een aanbevolen rijrichting zijn en dat het niet verplicht is om ze te volgen. “Het is gevaarlijk als u tegen de richting in rijdt, niemand verwacht dat u daar rijdt.” Mensen verwachten altijd andere dingen van me, dat is niks nieuws. Als ik de pijlen had gevolgd was ik vanzelf bij de uitgang van de fietsenstalling gekomen. Ik kreeg er een Escher-gevoel bij, een pad dat nergens eindigt. De volgende keer zal ik de pijlen volgen maar dan hoop ik wel dat ik bij de uitgang kom.

Eerder gerelateerd bericht:Wat zijn we aan het doen?