Lidmaatschap tot in de dood

Vorige week maandag was er een mevrouw op mijn werk en haar lidmaatschap was verlopen. Ze wilde het verlengen met een half jaar omdat ze niet lang meer zou leven. Ze had darmkanker. Het werd behoorlijk ingewikkeld omdat ze uiteindelijk niets meer wilde betalen, ook niet voor een half jaar. Want ze had maximaal een half jaar te leven, ze wilde niet betalen voor de tijd dat ze dood was. Na overleg met mijn collega’s besloten we dat als ze voor een half jaar zou betalen, het probleem was opgelost. Enigszins mokkend besloot ze om hiermee akkoord te gaan. Het bonnetje hoefde ze niet want ze was immers ten dode opgeschreven. We waren allemaal een beetje ontdaan, nog maar een half jaar te leven dat is niet lang.

Afgelopen maandag kwam ze met het goede nieuws dat ze geen kanker had. Een wonderbaarlijke genezing waar geen Jomanda aan te pas was gekomen. Ze wilde nu wel een bonnetje zodat ze kon aantonen dat ze voor een half jaar had betaald. Een nieuw bonnetje maken was geen probleem.

Ik vind het lastig om af te wijken van de regels. Een halfjarig lidmaatschap doet mijn hersens kraken. Bij wijze van spreken denk ik; afspraak is afspraak het lidmaatschap kan nu niet met nog een half jaar worden verlengd, want het kan zijn dat ze dan toch overleden is.
Vreemd hoe mensen soms een voorschot nemen op de dood. Één keer ga je dood, dus uiteindelijk krijgt ze gelijk.

Het doet me overigens denken aan het boek “De Aansprekers” van Maarten ’t Hart waarin een suïcidale man elke dag naar de begraafplaats komt om aan de grafdelver te vragen of de vorst nog in de grond zit. Maandenlang geeft hij hetzelfde antwoord, “De vorst zit nog in de grond. Ga alsjeblieft nu nog niet dood want het is zoveel werk om een graf te graven”. Vervolgens komt de lente en is de vorst uit de grond, de man maakt een einde aan zijn leven. De grafdelver heeft de man nog een aantal maanden in leven gehouden.

Onvrede in Vredenburg

Armbanden, Illustratie: Xandra Knoth april 2015
Armbanden, Illustratie: Xandra Knoth april 2015

Gelukkig is niet iedereen zoals ik ben. Het zou namelijk een enorme chaos worden als iedereen besloot om op een andere stoel te gaan zitten dan de stoel die gereserveerd is.

Gisterenavond ben ik naar een concert in Vredenburg gegaan. Twee minuten voordat het begon wilde ik toch echt van plaats veranderen. Naast mij zat een mevrouw met luid rammelende armbanden. Ze had zoveel armbanden om dat ik dacht: “Nou, zij is zojuist aan de slavernij ontsnapt maar ze is nog niet ontketend.” Ze rammelde met name als ze aan het praten was, dan wapperde haar handen en armbanden alle kanten op. Mijn hoop was dat ze stil zou zitten als het concert was begonnen. Toch durfde ik er niet op te vertrouwen. Tegenover mij was vak E en dat was bijna helemaal leeg. Daar wilde ik liever gaan zitten.
Omdat dit mijn tweede keer in Vredenbrug was, had ik geen idee welke kant ik op moest. Er was niemand te zien en alle deuren waren dicht. De ingangen waren ook niet logisch ingedeeld. Rood, wit, blauw, het systeem werkt vast prima als je op de stoel wilt zitten die op het kaartje staat. In mijzelf mopperend dacht ik “Was dit nou echt nodig! Dadelijk gooien ze me buiten, einde concert“. Ik kwam een paar medewerkers tegen die heel behulpzaam waren en vroegen waar mijn plaats was: “wat staat erop uw kaartje?” “Op mijn kaartje staat de stoel waarop ik niet wil zitten, ik wil naar vak E”. Ik zou een half uur moeten wachten, en in de pauze kon ik dan weer naar binnen gaan. Fijn geregeld! Toen ze uit het zicht waren ben ik ergens naar binnen geglipt, wonder boven wonder zat ik in vak E.

Het concert was overigens erg mooi, met name het Ave Maria van Verdi.

Berenbromdag

Sinds een aantal jaren circuleert dit gedicht van mij op het internet. Ik weet niet hoe het daar gekomen is. Op mijn eigen blog mag het dan ook niet ontbreken vandaar de “Berenbromdag“.

Berenbromdag
(de dag waarop iedere beer brommen mag)

Vandaag geen gelach
want het is berenbromdag.

Alle beren, waar ze ook zijn
mogen de hele dag brommen
en dat vinden ze fijn.

De honing is niet zoet
De vissen zijn te klein
Jeuk aan mijn snoet
Oh, mijn klauw doet zo’n pijn.

Morgen zijn de beren weer blij
want dan is de berenbromdag, voorbij.