Ongeloof bij het UWV

Tijdens haar studie was Mayke al ziek maar dat leidde niet tot problemen. Die kwamen pas toen ze na afstuderen aan de slag ging op de arbeidsmarkt.

Ik ben cum laude afgestudeerd in het gezondheidsrecht. Eenmaal aan het werk bleek al snel dat een baan als jurist te zwaar voor me was. Ik kreeg een zware depressie en kwam ziek thuis te zitten. Bij het UWV konden ze niet geloven dat ik niet kon werken. Cum laude afgestudeerd en vervolgens kun je niet werken?

Groen Links

Voordat ik afgekeurd werd, had ik een WW-uitkering met sollicitatieplicht. Als ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, werd bij binnenkomst al gevraagd ‘Mevrouw voelt u zich wel goed? Kunnen we iets voor u doen? U moet zeker solliciteren van het UWV maar u bent veel te ziek om te werken’.

Tja, dan vraag je je af waar je mee bezig bent. Ik mocht niet zeggen dat ik ziek was omdat ik dan verwijtbaar werkloos was met als gevolg dat ze mijn uitkering stopten. Ik moest ook solliciteren op passende functies, bijvoorbeeld als advocaat-stagiair. Bij een advocatenkantoor verliep het gesprek zo goed dat ik dacht ze me wilden aannemen. Maar die baan kon ik helemaal niet aan en zou eindigen in een drama. Voor beide partijen was het beter als ik niet aangenomen werd. Ik dacht ik moet ervoor zorgen dat ze me afwijzen. Het was een rechts georiënteerd advocatenkantoor. Op de vraag of ik lid was van een politieke partij antwoordde ik “Ja, van Groen Links.” Ik zag aan hun gezichten dat het de foute partij was, gelukkig. “We nemen nog wel contact met u op.”

Winny de Poeh

De re-integratiebedrijven waren een ramp. Ik moest leren om een goede sollicitatiebrief te schrijven. Dat kon ik wel, dat was geen probleem. Ook een sollicitatiegesprek was geen probleem. Het probleem was dat ik ziek was, daar kon een re-integratiebureau niet zoveel aan veranderen. Eén re-integratiebureau had een bijzondere aanpak. Bij binnenkomst zag ik een aantal handpoppen van Winny de Poeh en zijn vriendjes op de kapstok. Deze mevrouw heeft kleinkinderen, grappig, dacht ik. Eenmaal binnen in haar kantoor zag ik overal Winny de Poeh, Teigetje, Iejoor en Knorretje en ik waande me even in een kinderdagverblijf. Er stonden allemaal poppen die konden bewegen en zingen, dat liet ze trots aan me zien. Ook het servies was met Winny de Poeh erop, de prenten aan de muur, echt overal waar ik keek. Zelfs op het briefpapier van het bedrijf stond Winny de Poeh.

Quote: ‘Hoe kom ik hier zo snel mogelijk weer weg?’

Ze vertelde me dat Winny de Poeh een hele wijze beer was en dat ze deze wijsheid als filosofie voor haar bedrijf gebruikte. Met behulp van Winny de Poeh kon ik een passende baan vinden. Ik dacht, hoe kom ik hier zo snel mogelijk weer weg? Dat was niet zo eenvoudig. Het UWV had me naar dit bedrijf gestuurd en als ik niet meewerkte zou mijn uitkering worden stopgezet. Er zat dus niks anders op dan naar haar toe te blijven gaan. Tot ze op een dag huilend voor de deur van haar bedrijf zat. Ze was haar sleutels kwijt en ze had ruzie gekregen met haar secretaresse. Ik dacht Winny de Poeh heeft hier ook vast een oplossing voor. Toen heb ik het UWV gebeld en gezegd dat dit echt niet ging werken. Gelukkig waren ze het vrij snel met me eens toen ik ze vertelde dat Winny de Poeh me aan een baan ging helpen.

Steeds zieker

Bij iedere mislukte poging van een re-integratiebureau werd mijn hoop op een betaalde baan kleiner. De druk van de trajecten kon ik helemaal niet aan, ik werd alleen maar zieker. Mijn behandelaars namen contact op met het UWV.  Voor hen echter was alleen de mening van hun eigen arts van belang. En die vond dat ik niks mankeerde en prima kon werken.

Uiteindelijk was er iemand van een re-integratiebureau die inzag dat ik alleen maar zieker werd. Zij vond het onverantwoord om ermee door te gaan. Hierbij speelde mee dat ze eerder een cliënt met psychische klachten had gehad die uiteindelijk op de gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis belandde. En daar hield het op.

Te veel prikkels

Betaald werk is voor mij te moeilijk omdat er dan meer eisen aan me worden gesteld. In betaalde banen liep ik vast omdat de werkdruk te hoog was. Verder waren er op mijn werkplek te veel prikkels waardoor ik me moeilijk kon concentreren. Daarbij verliep de samenwerking met collega’s moeizaam. Met de hulp van een aantal re-integratiebureaus heb ik geprobeerd om passend betaald werk te vinden. Dat is niet gelukt. Het kost bedrijven te veel tijd om mij te begeleiden en ik ben te vaak niet in staat om te werken.

Nu doe ik al jaren vrijwilligerswerk bij verschillende bedrijven. Zo werk ik in het informatiecentrum bij het Centraal Museum en doe ik vrijwilligerswerk bij Instituto Cervantes op de culturele afdeling. Daarnaast werk ik een aantal uren bij Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon als jurist. Vooral de diversiteit in mijn werkzaamheden vind ik prettig. Alles bij elkaar opgeteld gaat het om een beperkt aantal uren. Toch heb ik het gevoel dat ik nuttig bezig ben. Een andere belangrijke reden om vrijwilligerswerk te doen zijn de sociale contacten. Van hele dagen alleen thuiszitten ga ik me niet beter voelen. Wat ik ook belangrijk vind, is dat de afstand tot de arbeidsmarkt niet te groot wordt. Dat is voor het geval ik ooit nog een betaalde baan ga zoeken.

Het duurde een hele tijd voordat ik me wat beter voelde en kon gaan nadenken over wat ik wilde en wat ik kon gaan doen. Gelukkig heb ik veel plezier in mijn huidige vrijwilligerswerk. Het is wel een hele puzzel om het met mijn ziekte te combineren, maar vooralsnog gaat het goed.

 

 

Geef een reactie