Ecoplaza, milieufreaks

Gisteren voelde ik me niet echt lekker en ik had geen zin om boodschappen te gaan doen. Ik dacht slim te zijn door naar de biologische supermarkt te gaan

Bij de Ecoplaza verwachtte ik minder mensen, hoger opgeleid, meer fatsoen en minder egocentrisch. Het is misschien te veel verwacht en dat realiseer ik me ook maar niet onmogelijk. De producten zijn duurder dat moet dan ook tot uitdrukking komen in de sfeer en het gedrag van de mensen in de winkel. Dat het beter is voor het milieu dat interesseert me niet echt, de hele wereld gaat toch wel naar de verdommenis. We zijn gewoon te laat.

Het was drukker in de winkel dan verwacht, maar niet te druk. Het was even zoeken naar de juiste producten maar alles bij elkaar verliep het soepel. Eenmaal bij de kassa aangekomen begon het drama. Vlak voor de kassa reed een vrouw me klem met haar winkelwagentje zodat ze voor me in de rij kon gaan staan. Aso, ik had maar een paar dingen en dan gaat zij met haar volle karretje voor me staan?

De kassière was nieuw en ook niet zo slim. Van de helft van de groente die ze moest afrekenen wist ze niet wat het was. “Wat is dit?” “Bleekselderij” “Is dit boerenkool?” “Nee, rucola” “Dit is een grote rode peper” “Het is een puntpaprika” “Oh”. Zo ging het nog wel even door, gember, zoete aardappelen, munt… Een beetje inwerken had geen kwaad gekund. Misschien was de kassière ziek en stond de vakkenvuller ineens achter de kassa? Maar toch…

Vervolgens ging de vrouw aan de kassière uitleggen hoe je een kalkoen maakt voor de kerst. Het kan dan wel een biologische winkel zijn waar mensen meer tijd nemen om hun boodschappen te doen en het allemaal persoonlijker is, maar dit is niet meer commercieel. Ik wilde niet horen wat ze allemaal te zeggen had. Het liefst had ik met mijn handen op mijn oren een kerstliedje gezongen. “Dennenboom, oh dennenboom wat zijn je takken wonderschoon. Ik heb je laatst in het bos zien staan, toen zaten er nog geen kaarsjes aan..” Uiteindelijk besloot ik om de capuchon van mijn jas over mijn hoofd te doen. Het hielp niet echt, maar het voelde wel beter.

Nu heb ik alleen nog maar beschreven wat er voor mij aan de kassa gebeurde. Achter mij in de rij was het ook hommeles. Om te beginnen was de klant achter mij erg ongeduldig. Ik had mijn boodschappen nog niet allemaal op de band gezet en zij zette haar blikjes drinken ook al op de band. Daar heb ik een hekel aan. Eerst een balkje en dan pas kan iemand anders zijn boodschappen erop zetten. Er moeten regels zijn anders wordt het chaos in de supermarkt. Ik was een beetje boos en geïrriteerd waardoor ik het balkje nogal lomp op band legde. Hierdoor viel er per ongeluk een blikje van de band af. Ik ben nog wel zo vriendelijk om het op te rapen en het terug op de band te leggen. Dat had ik beter niet kunnen omdat ik op de voet van de vrouw stapte. “Au, je stampt op mijn voet!” Nou heb ik redelijk lompe schoenen aan misschien dat het daar aan ligt, maar ik heb niet op haar voet gestampt. “Je moet beter uitkijken, eerst valt het blikje, dan stamp je op mijn voet!” Ik bood mijn excuses aan maar dat hoorde ze volgens mij niet eens. Mijn eerste reactie was eigenlijk “Laat dat mens voor mij dan ook haar kop dichthouden” maar die woorden kon ik gelukkig inslikken. Dan zou de pleuris uitbreken in de ecoplaza en dat wilde ik niet.

 

http://www.kindertube.nl/kerstliedjes/kerstliedjes-filmpjes.html#top

Oh je bedoelt porno!

Eergisteren was het weer zover, op 18 december 1984 is de abortuswet in werking getreden en de anti-abortus demonstranten hielden weer hun gebruikelijke nachtwake. Elk jaar is het weer een gedoe. Gisteren stonden ze met zo’n 20 mensen recht voor mijn deur. Ik had met iemand op marktplaats afgesproken dat ze de e-reader bij mij thuis kon ophalen. Dit meisje werd helaas lastiggevallen door de demonstranten. Ze kreeg een heel verhaal over abortus te horen en was enigszins van slag. Dat verwacht je ook niet.

Tijd voor actie. Ik heb ze er op aangesproken dat ze niet voor mijn deur mochten demonstreren. Op geen enkele manier wil ik in verband worden gebracht met de abortuskliniek. Ik heb ze verwezen naar de ingang van de kliniek. Eerst wilde ze niet weggaan maar uiteindelijk gingen ze akkoord. Vervolgens lieten ze een spandoek en fakkels bij mijn deur achter. Nou ja, ik was er helemaal klaar mee.

Sinds een aantal maanden hangt er een waarschuwingsbord bij de ingang van de kliniek. De boodschap is helder: “Let op gewelddadige anti-abortus demonstranten”. Die mensen zijn echt gestoord, dat ze geweld gebruiken om hun doel te bereiken. Toen ik boodschappen ging doen heb ik even een gesprek gehad met een vrouw van het clubje.

Mijn eerste vraag was: Waarom gebruik je geweld om je boodschap te over te brengen? Dat vind ik echt te ver gaan, mensen zijn kwetsbaar als ze hier naar toekomen voor een behandeling. Vervolgens worden ze belaagd en pijn gedaan door mensen die een andere mening hebben. Ze zei dat ze geen geweld gebruikten omdat ze er staan in de naam van God. Het was juist andersom, zij werden geschopt, geslagen en aangereden door auto’s. Dan moet je ook niet voor een auto gaan staan dacht ik. Mensen die niet naar je willen luisteren vastgrijpen is misschien ook niet zo’n goed idee.

Ik heb ooit hun website bezocht om meer te weten te komen over deze activisten. Het was werkelijk onbegrijpelijk. Hersenen die onherstelbaar beschadigd worden door het kijken naar porno. Het verband tussen porno en abortus begrijp ik niet helemaal. Ik vroeg aan de vrouw waarom ze tegen pornografie is en welke delen in de hersenen worden beschadigd. “Sorry dat begrijp ik niet, pornografie? Wat is dat? “Sekssites op internet” probeerde ik aan haar uit te leggen. “Oh je bedoelt porno!”

Het zit als volgt. Jongens kijken naar porno (geen pornografie) op het internet. Daar zien ze dat meisje worden gegrepen en dan seks hebben. Dat gaan die jongens ook doen. Ze grijpen meisjes zonder bescherming en dan hebben ze seks. Als ze de pil slikken zijn het slettenbakken die er zelf om vragen. Ze kunnen zwanger worden en een abortus laten doen. Daar hebben ze dan hun hele leven last van. Die jongens gaan gewoon door met het grijpen van meisjes omdat hun hersenen veranderd zijn door het kijken van porno”.

Ze maakt van iedere man die naar porno kijkt een potentiele verkrachter. Daar denkt mijn buurjongen Franske jr. anders over. Hij was de bron van mijn problemen op het internet omdat hij mijn internetverbinding gebruikte. Hij kijkt naar sekssites en dat leidde bij mij tot rare mails en internetsites.  Een dagelijks portie pornografie dat is heel normaal volgens hem, gezond zelfs. Het voorkomt wellicht het grijpen van meisjes.

Tot volgend jaar maar weer.

Je moet het zelf maar weten, vervolg

 

 

 

 

De nieuwe standaard kip

De laatste tijd valt het me op dat er rare teksten op verpakkingen van producten staan

“Eiersalade vrije uitloop eieren” Dat vind ik echt een raadsel. Sinds wanneer kunnen eieren zelf lopen. Bij mijn weten legt een kip ergens een ei en blijft het daar liggen. De eieren kunnen zelf niet bepalen of ze gaan uitlopen zonder het te vragen. Dat een kip vrij in en uit kan open daar kan ik me wat bij voorstellen, maar een ei?

Ik koop zelf altijd een “Ei uit de wei” dat klinkt goed en kan ik ook begrijpen. Het is alleen een beetje onduidelijk of je echt een ei uit de wei hebt. Als er door de kippengriep de kippen niet meer naar buiten mogen dan heb je geen “ei uit de wei”. De boeren mogen het wel als zodanig verkopen om de schade te beperken.

Gisteren had ik “Nieuwe standaard kip”. Wat moet ik daar nou mee? Het is echt een raadsel. Ik kan wel aanvoelen wat de Jumbo probeert te verkopen. Vlees van een kip die een goed leven heeft gehad maar dat is een veronderstelling. Je zou eerst moeten weten wat de “oude standaard” was. Vervolgens moet je weten wat de “nieuwe standaard” is. Deze zou je dan met elkaar moeten vergelijken om te weten of het een verbetering is. Als er “gangbare kip” op zou staan dan zou ik dat beter vinden. De Jan Modaal kip…

Ik wil eigenlijk gewoon vlees van een blije kip uit de wei die lekker heeft rondgescharreld op een erf. Het kan niet goed voor je zijn als je vlees eet van een gestreste kip. Er zal ook vast wel een therapie zijn waarbij je blije kip verzorgt om zelf blij te worden. De “therapeutische hulp kip”. Het risico is dan wel dat de kippen gestrest raken van troosteloze mensen die steeds achter ze aanlopen en oppakken. De kip zou eigenlijk leidend moeten zijn om je naar hoger en beter bewustzijn te brengen. (Ik heb even gegoogeld en het bestaat echt: kippentherapie.)

 

 

Mag niet of kan niet.

Mijn verblijf in het Antonius ziekenhuis was enigszins moeizaam. Kort gezegd komt het erop neer dat het niet mag of niet kan.

Bij de activiteitentherapie moest ik om te beginnen een dromenvanger maken. Dat wilde ik niet, ik wil geen dromenvanger. Zo’n raar ding met veren eraan. Leuk in een tipi maar niet in mijn huis. Je weet nooit zeker welke dromen gevangen worden. Het zou toch jammer zijn als mooie dromen in zo’n ding verstrikt raken. Ik vroeg ook of er een bepaald ritueel zou plaatsvinden om de dromenvanger te “activeren”. Daar hadden ze nog nooit over nagedacht. Het was meer een symbolische dromenvanger. Volgens mij bestaan symbolische dromen niet. Einde project dromenvanger.

Ik wilde graag sokken breien op een breiring. “We hebben hier geen breiring” “Oké. Dan wil ik leren haken, ik kan alleen maar breien. Haken lijkt me ook leuk”, “Dat kan ik jou in zo’n korte tijd niet leren”. Zo’n dromenvanger wil je door mijn strot duwen maar ouderwets haken dat valt mij niet te leren?

Er lag een breiwerk met loomgaren en daar kun je leuke kussens van breien. Ik wilde het breiwerk wel afmaken. Geen goed idee ook te moeilijk en de vulling was te duur.

Ik vroeg me af waar deze therapie toe diende. Het depressieve gevoel van ik kan niks werd er niet minder door. Koffie kreeg ik ook niet. Ik zag geen enkele reden om daar te blijven. Zo maar weglopen mag eigenlijk ook niet, maar die regel werd niet gehandhaafd. Ik ben koffie gaan drinken en heb de krant gelezen in het restaurant.

Bij het sporten ging het al niet veel beter. Ik wilde graag, wandklimmen  of boksen, maar dat mocht. Ik moest iets met mensen uit de groep doen, badmintonnen of iets met een bal. Die bal maakte een klote herrie en dat galmde in mijn hoofd dus daar had ik geen zin in. Ik probeerde duidelijk te maken wat mijn probleem was maar dat begreep de therapeut niet.

De keer daarop kregen we sambagym, lekker bewegen op muziek. Om te beginnen was de muziek niet echt mijn smaak. Maar oké daar kon ik nog mee leven. De stereo met discolichten maakte me helemaal gek. Ik probeerde subtiel aan te geven dat die lichten niet echt leuk waren. Dit was voor haar de aanleiding om de lichten op een andere stand te zetten. Meer kleuren die flikkerde op de maat van de muziek. Help!!! Ik vroeg of de lampen uit konden, maar dat ging natuurlijk niet.

Met de schoonmaakster ging het ook moeizaam. Om te beginnen wilde ze steeds mijn kamer schoonmaken als ik onder de douche stond. Dan begon ze op de deur te bonzen en riep schoonmaken!!! Ik was nog helemaal ingesopt en kan niet zo maar stoppen met douchen.

Vervolgens kon ze mijn tafeltje en nachtkastje niet schoonmaken als er meer dan drie dingen op lagen. Dat is mooi, dan blijf ze daar tenminste van af. Totdat zij zelf mijn puzzle er af gooide omdat ze het wilde schoonmaken. Toen was mijn frustratie tolerantie grens bereikt. Bij de activiteitentherapie wilde ik een deurhanger maken met een emmer en dweil erop en met een groot rood kruis er door. Dat mocht niet. Het was racistisch omdat ik ervan uit ging dat ze geen Nederlands kon lezen. De tekst “niet schoonmaken” vond ik te lang en symbolen werken altijd beter. Ik heb er toch één gemaakt omdat ik klaar was met de schoonmakers, einde oefening. Van de verpleging mocht het niet omdat het hier geen hotel was. Daar was ik al van op de hoogte, iedereen zou na één nacht uitgecheckt zijn.

Ik moest ook aangekleed bij het ontbijt zitten. Dat was onpraktisch omdat ik na het ontbijt wilde gaan douchen. Ik had een keer mijn spijkerbroek aangedaan met mijn pyjamashirt. Toen werd ik weggestuurd om me aan te gaan kleden. Ik dacht laat dat ontbijt maar zitten, ik eet wel een reep chocolade op mijn kamer. Vervolgens klopte ze op de deur of ik kwam ontbijten. Nee, ik heb geen honger. Dan moest ik er toch bij komen zitten, aangekleed. Ik zei maar niets over het schaars geklede meisje, die met haar stringetje en bh aan tafel zat met een luchtig iets erover heen. Dat noem ik niet aangekleed!

Een ander probleem was dat ik een heliumballon van Ernie wilde, maar die hadden ze nooit in het winkeltje. Wel die sacherijnige Bert maar geen lachende Ernie. Het was wel een prima motief om de afdeling te kunnen verlaten. “Waar ga je naar toe? Naar het winkeltje voor een Ernie”. Ondertussen kon ik rustig koffie gaan drinken in het restaurant. De verpleging vroeg nooit verder, ik kon altijd gewoon gaan. Totdat mijn medepatiënten zich ermee gingen bemoeien of beter gezegd me wilden helpen. Ze zouden meegaan naar de winkel en bij de kassa vragen of ze nog een Ernie hadden liggen en of ze hem wilde vullen voor mij. Erg lief maar niet nodig.

De televisie stond de hele dag aan. Daar werd ik ook gestoord van. Ik zat de hele dag alleen op mijn kamer omdat het daar stil was. Ik had wel gevraagd of de tv uit mocht, maar dat wilden ze niet. De verpleging deed er ook niets aan. Dan zit er niets anders op dan van mijn probleem hun probleem te maken. Met andere woorden, slopen die televisie. Een beetje rommelen met de afstandsbediening en kabeltjes en uit is de tv.

Zo gaat dat dus. Leer je je grenzen aangeven waar uiteindelijk niemand iets omgeeft.