Ik vind de kleur niet mooi

In het kader van de emancipatie van de vrouw heb ik gisteren een boormachine gekocht. Wat is een zelfstandige vrouw nou zonder boormachine? De aanleiding is een bouwpakket van een laptopstandaard die ik bij Buurman heb gekocht. Daarvoor heb ik een accutol nodig. Ik heb geen idee wat een voor een ding dat is. Het is een boormachine met een accu, dit is handig om te weten. Verder heb ik een T20 nodig. Dat is een Torx-bit, een schroefkop voor in de boormachine, die kan schroeven. Met een houtboortje 3 kan ik aan de slag.

Het leek mij een overzichtelijk lijstje om mee naar de Praxis te gaan. Bij mijn collega-meubelmakers had ik om advies gevraagd. De ene adviseerde me een prijzige Makita en de andere één van de Action, twee uitersten. Helemaal onvoorbereid ging ik er dus niet naar toe. Bij de wand van de boormachines begon het me te duizelen. Wat hingen er veel aan de muur. Maar wat stonden er weinig in het schap. De prijzen waren ook niet aangegeven. Tja dan wordt het moeilijk kiezen. Een aantal boren gooide ik in mijn winkelwagentje dan kon ik daar een keuze uitmaken. Een winkelmedewerkster was zo vriendelijk om te helpen. Ze vertelde honderduit over de boormachines 18 of 20V, klopfunctie, accucapaciteit 1,5 Ah, oplaadtijd van de accu…

Ik dacht: ik wil gewoon schroeven en boren en graag niet al te duur. Uiteindelijk had ik een keuze gemaakt: een Wesco. Zegt de verkoopster ineens, deze is vanochtend stuk teruggebracht door iemand. Hier doet hij het en daarom staat hij weer te koop maar of die het bij jou thuis ook doet dat weet ik niet zeker en hoelang hij het zal doen ook niet. Je moet het zelf weten’. Daar heb ik nou echt helemaal niks aan, non-informatie. Dan maar een Black+Decker. Eerlijk gezegd was ik er wel klaar mee en duizelde het in mijn hoofd. Teveel informatie, voor mijn kunstenaarsbrein. Toen keek ik nog één keer goed. Oh, help het ding ziet er niet, het is erg veel oranje. Dus moest ik nogmaals de dame van de Praxis erbij roepen. Ze keek al een beetje vermoeid toen ik haar weer aansprak.

Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.

‘Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.’ ‘Dan moet u een Makita kopen, die is blauw maar wel honderd euro duurder. De Black & Decker is een prima boormachine.’ Ik voelde me net Andy uit Little Britain, “Yeah I know, but I want that one”. Tot overmaat van ramp was ik vergeten mijn atelier t-shirt uit te doen, met een fluoriserende oranje flippende Micky Mouse erop, die ik vorig jaar heb gekregen van mijn neef Jeroen om mee te schilderen: “Mickey knows a smile will always help when things get though” Dat maakte het er allemaal niet veel beter op.

De houtboor was alleen te koop als een houtspiraalboor. Wat een gedoe, ik wil gewoon een boortje. Gelukkig was er een andere medewerker bij de boortjes en kon ik aan hem meer uitleg vragen. Het was een kansloze exercitie omdat ze de winkel gaan verbouwen waardoor de schappen bijna allemaal leeg zijn. Alleen wat je vooral niet nodig hebt is nog te koop.

De T20 kon ik gelukkig zelf vinden. Inmiddels was ik wel helemaal gaar. Bij de kassa stond een stel enorm te zeuren over een pot verf. Ik dacht nog heel even en ik ga hier mensen slaan.

Helemaal voorzien om mijn laptopstandaard te maken, ging ik terug naar mijn atelier. De mannen wilden weten of het gelukt was. “Ja hoor, maar ik ben bijna iemand gaan slaan”. Toen ik vertelde dat ik de kleur van de boormachine niet mooi vond, moesten ze erg lachen. “Arme verkoopster, die zit nu vast in de koffiekamer te vertellen dat ze bijna een klant heeft geslagen omdat die de kleur van de boormachine niet mooi vond”. Als schilder ben ik gewoon gevoelig voor kleur.

Autodroom

Nog nooit in mijn leven ben ik zolang niet op vakantie geweest. Ik heb ook nooit kunnen bedenken dat het onmogelijk is om Nederland te verlaten. Het voelt alsof ik er geen einde aan de pandemie lijkt te komen. Nu het langzaam aan het mogelijk wordt om te reizen, mijmer ik weer over gemaakte reizen. 

Vanochtend werd ik wakker met het woord ‘autodroom’ in mijn hoofd. Ik heb vannacht niet gedroomd over een vakantie maar dacht aan de gelijknamige dichtbundel uit 1954 van de dichter Gerrit Achterberg. Inderdaad de man die zijn hospita vermoordde toen hij in Utrecht studeerde en hiervoor TBS kreeg.

In deze bundel staat het gedicht Riviéra. Het doet me denken aan de vakanties die ik als kind met mijn familie in Italië doorbracht. Het magische moment vond ik altijd als we met de auto de kust bereikten. We reden langs een azuur blauwe zee en rotsen met bomen vol met bloemen. Meanderend over de kronkelige weg. 

Riviéra

De helling schuift met bloemkastelen dicht.
Wegen die ik niet wist dat verder konden
hebben hun col de wolken in gevonden
naar deze zee waar het zuiden ligt.
Ik overstroom van louter vergezicht. 
Tegen het Estérelle-gebergte ronden
de blauwe baaien zich op kristalgronden. 
Tot in Italië schijnt het zonlicht.
De auto klimt en daalt in de rotonde
en open galerijen van de lucht
spijlen trekkend door het hemelhuis.
De lange vasteland-cadans ontbonden,
komt het reisbeeld tot staan onder zijn vlucht.
Wij stappen er in uit. De Wereld ruist.

Gerrit Achterberg, Autodroom 1954

Zomerse wederwaardigheden

De eerste zomerse week is voorbij en ik vond het een hele beleving. Misschien omdat ik door de Corona-maatregelen niet meer zoveel gewend ben. Maandenlang was het rustig op straat tot afgelopen week. 

Wat me vooral is opgevallen, is dat fluoriserend oranje helemaal hip is. Voor iedereen; van fluoriserende baby’s tot bejaarden in een knaloranje broek. Op weg naar mijn atelier ben ik paar keer een man tegengekomen die een heel kort, klein flitsend oranje broekje aan heeft. Ik weet niet of het door de kleur komt maar zijn zaakje was ook nadrukkelijk aanwezig. De eerste keer schrok ik me dood, wat zie nou weer, doe er een mondkapje voor! Inmiddels heb ik mijn zonnebril uit de kast gehaald. De sterkte van de glazen is niet helemaal goed meer, maar ik wil ook niet alles goed zien. Als ik een globaal overzicht heb, vind ik dat voldoende. Als ik je niet groet op straat dan komt dat door mijn zonnebril, niet omdat ik een arrogante kunstenares ben geworden.

Met dit mooie weer haalt iedereen ook weer de zomerse kleren uit de kast. Vooral nu iedereen door Corona aan het wandelen is, komt er heel wat voorbij paraderen. De zestig plussers springen eruit. Veel te jeugdige kleding en te modieus. Gisteren zag ik een oudere man met een te opzichtige Ralph Lauren polo aan. Zoals het nu hoort, het tipje van de voorkant in de broek gestopt. Een te korte, blauw met wit gestreepte broek en All Stars, zonder sokken natuurlijk. Hij had een prachtige bos grijs haar, dat dan wel. Waar is de klassieke stijlvolle man gebleven? Met prachtige Melvin & Hamilton schoenen aan, een elegant overhemd… Vrees dat ik daarvoor toch echt weer naar Spanje moet. 

Een andere grappige trend is de oudere mannen op de fiets. Je hebt de lange afstandsfietser op een elektrische fiets. De groepjes te dikke oude mannen in te kleine pakjes op racefietsen die de Corona-kilo’s ervan af proberen te fietsen. Wat ik veel voorbij zie komen is de oudere man met een topfunctie in een te hip pak die de fiets heeft herontdekt. Meestal zitten ze op een ‘Cruiser bike’, waarop ze heel stoer en chill fietsen. Hun stalen ros maakt ze tien jaar jonger en woest aantrekkelijk. Not. Ze nemen alle ruimte in op het fietspad want ze zijn helemaal in hun element. Ik moet dan steeds bellen om er lang te kunnen. Een beetje tempo zit er namelijk niet in. 

Op straat stond ik te genieten van een ijsje, toen er een Porsche kwam aanrijden met een oudere man en een veel jongere vriendin. Ze zaten even te bakkeleien over welke smaken ‘meneer’ wilde. De keuze tussen een bakje en hoorntje was ook niet eenvoudig. ‘Bolletjes ijs horen in een hoorntje.’ ‘Ja maar dan ga je knoeien, was haar praktische input’. Vervolgens ging zij in de rij staan wachten en ‘meneer’ bleef in de auto zitten. Toen ze bijna aan de beurt was, wilde ‘meneer’ toch een andere smaak ijs. In plaats van dat hij uit de auto stapt, roept hij de nieuwe bestelling naar haar, maar ze hoorde hem niet. Dan maar even bellen. Waardoor zij geïrriteerd raakt omdat hij het haar toch zo wel had kunnen zeggen. De naam van het ijs wist hij niet, maar het was met nootjes, chocolade en bruin, maar geen chocolade ijs…. Ik dacht: “Geef die vent een bakje met smurfenijs, Cabrón.” Uiteindelijk zaten ze samen in de Porsche te genieten van hun ijsjes. Later dacht ik: ‘Die oude man kan natuurlijk met zijn stijve botten niet op een elegante manier zijn auto uit. Het enige wat hij kan, is rondrijden. Thuis erin en thuis er weer uit. Of je Porsche stiekem parkeren achter struikgewas en dan uitstappen. 

Ondanks deze opmerkelijke situaties ben ik blij met het mooie weer. Van een beetje zon fleurt een mens op.