About Mayke Merkx

Here are my most recent posts

Berlijn 30 augustus 2021

Vanochtend werd ik wakker in Berlijn. Ik keek om me heen en realiseerde me dat de kamer bijna net zo groot is als mijn huis. Om half tien kon ik aanschuiven bij het ontbijtbuffet omdat ze vanwege Covid de bezoekers willen spreiden.

Het was een prima ontbijt alleen vergiste ik me in het ei. Ik vond het al zo raar dat één bak leeg was en dat in de bak ernaast eieren op zand lagen. ‘Wat is dit nou voor een Bio actie. Geen ‘ei uit de wei’ in ieder geval, dan had er wel stro gelegen.’ Ik tikte het ei stuk op mijn bord en flats, een zacht gekookt ei. Balen mijn hele bord zat onder. Wat een smurrie.

Vandaag wilde ik de BG (Berlinische Galerie) bezoeken en het Museum der dingen, beide in de wijk Kreutzveld. De weg er naartoe duurde lang omdat ik maar foto’s bleef maken. Wat een bijzondere stad vooral de combinatie van oud en nieuw. De architectuur spreekt me ook erg aan. Heel divers en overweldigend. Wat ik me ook realiseerde is dat het een hele rijke stad geweest moet zijn. Het operagebouw is zo groot dat het wel een paleis lijkt.

Er zijn vooral veel details te fotograferen. Zo zag ik een metalen deur met een kat en muis spel erop. Boven de deur prijkte een kat maar de klink was in de vorm van een muis.

Tijdens de lunch was er even een misverstand. Ik dacht dat het dagmenu op zijn Spaans zou werken. Een keuze uit meerdere voorgerechten, hoofdgerechten, nagerechten en koffie. Toen uit elke categorie één gerecht aanwees, schrok hij ‘Nee, dat is veel te veel. U gaat zich dood eten. Nee u moet er twee uitkiezen’ Ik had een heerlijke soep vooraf en een aardappelsalade maar op een mediterrane manier bereid.

Het museum was erg rustig en heel mooi. Ik ben verrast door de totaal andere kunst dan in Spanje of Nederland. Van heel veel kunstenaars en stromingen had ik nog nooit gehoord. Het was prachtig. Een schilderij deed me denken aan la maja desnuda van Goya, waar ik eerder een stuk over geschreven heb. Ook deze vrouw lag naakt languit op een rode sofa. Haar uitstraling was alleen heel anders, zo uitdagend als de vrouw van Goya was, zo schuchter en beschaamd lag deze naakte vrouw.

Goya, La maja desnuda, 1797, Museo del Prado, Madrid
Lesser Ury, Liegender Akt, 1889, Berlinische Galerie, Berlijn

Nu ik zelf schilder kijk ik heel anders naar een schilderij. Wat voor kleuren gebruikt de schilder, de penseelstreken. Op wat voor een ondergrond is het geschilderd. Ik vond het leuk om te zien dat er bij een schilderij met een zwarte achtergrond dit expliciet werd vermeld. Zelf gebruik ik zwart ook vaak als achtergrond.

Het Museum van Dingen was erg leuk. Want het was echt een museum met dingen. Je zou kunnen zeggen dat het op een kringloopwinkel lijkt. In dit geval was alles wel goed geordend. Het was wel heel Duits georiënteerd. Bijvoorbeeld veel producten van Braun en geen Philips.

Wat ik erg leuk vond was dat ze een onderscheid hadden gemaakt tussen Oost-Duitse dingen en West-Duitse dingen. Vooral voor Duitsers moet dat erg leuk zijn. Het verbaasde me dat Hitler en de nazidingen afgeplakt waren. Op basis van een wetsartikel was het verboden om het swawitska teken te laten zien. Je zou zeggen dat een museum een uitzondering is omdat het een onderdeel van de Duitse geschiedenis is. Langs een papiertje kon ik nog zien wat er stond. Tja, ik vond het niet echt schokkend. Wat ik wel heel vreemd vond, was het kussen met een afbeelding van Hitler erop. Gewoon, gezellig zo’n kussen op bank… Dat mocht wel.

Ze hadden ook een kast met de categorie Kitsch. Die vond ik erg leuk vooral omdat het de meest prachtige woorden opleverden: Reklamekitsch, Aktualitätskitsch, Hurrakitsch, Fremdenandenkenkitsch, Devotionalienkitsch

En dan nog een paar dingen…

En wat drink je in Berlijn Fritz Kola natuurlijk. Het was een beetje rare tent. Iedereen zat binnen te roken en alle mannen droegen een platte pet. Een beetje subversief. Ik vroeg om een Fritz Kola. De man corrigeerde me. Kola bedoelt u, alsof Coca Cola niet bestaat. Er is alleen “Kola”.

De weg terug naar het hotel was lang en saai. Inmiddels was ik de Oostblok architectuur wel zat. Ik zag wel een prachtig asielzoekerscentrum met een prachtig politiek billboard ervoor. Het woord antisemitismus zag er indrukwekkend uit. Wel pijnlijk dat het anno 2021 nog bestaat.

In de toeristengidsen staan wat leuke straten in Kreutzberg, hip, trendy, in opkomst. Als je die route volgt is het vast leuk. Maar de verpaupering en armoede die ik heb gezien waren toch wel choquerend. Het oude Oost-Berlijn is na 30 jaar na het vallen van de muur nog steeds ver achtergebleven bij de welvaart in West-Berlijn. Het voelde allemaal niet zo pluis, als een soort anonimisering ben ik maar een mondkapje op straat gaan dragen terwijl ik in mijn hoofd het liedje zong van de lanen op, de paden in, vooruit de pas erin. 

Ik dacht een leuke boekwinkel binnen te gaan maar het was een esoterische winkel. Het was allemaal erg zweverig. Even dacht ik voor de gein om wierook en kruiden te kopen zodat ik mijn hotelkamer ritueel zou kunnen reinigen, om alles weer in balans te brengen. Een Frankie & Grace-actie. Weet ik veel wat er allemaal gebeurt kan zijn in mijn hotelkamer. Waarschijnlijk gaat gewoon het brandalarm af. Het hotel heeft overigens een strak schoonmaak-protocol in verband met Covid. Dat lijkt wel op een rituele reiniging.

In de supermarkt zag ik een afdeling met berensnoep. Een hele rij vol met Haribo. “Haribo macht kinder froh…und Erwachensene ebenso!  Ik heb ook thee gekocht, Gelassenheit, heet het. Dat heeft een mens ook nodig Gelassenheit in plaats van calming.

Eenmaal terug in de hotelkamer laat ik het bad vollopen. Door de lange wandeling in de stromende regen is het een ongekend genot en luxe.

Gedroogde viooltjes

Vanochtend vond ik een enveloppe die onder mijn deur was doorgeschoven. Enigszins verbaasd en gespannen maakte ik hem open. Er zat een handgeschreven brief in. Ik moest hem twee keer lezen voordat het tot me doordrong wat er in stond.

Je wilde weten hoe ik me voelde zodat je beter kon begrijpen wat jezelf voelde. 

‘Als ik naar je kijk dan zie ik angst in je ogen. Maar angst waarvoor, het heden, het verleden of de toekomst. Een pad dat breder wordt of juist alleen maar smaller zal worden? Je glimlacht steeds naar me, maar er is een terughoudendheid in. Alsof je twijfelt of je wel mag laten zien dat je me opmerkt….’

Toen ik de brief in de enveloppe terug deed zag ik dat er zaten er gedroogde viooltjes in zaten. 

Tekst geïnspireerd door het liedje “Un ramito de violetas” van Cecilia uit 1975

Droge naald ets

Aanstaande zondag heb ik een workshop ‘Lino’s maken voor gevorderden’. Het is bij Reinoudt en zijn twee atelierkatten, dat was de vorige keer goed bevallen. Daar heb ik toen veel handige dingen geleerd. 

Twee weken geleden deed ik een workshop ‘Landschap met droge naald etsen’ bij de Teekenschool van het Rijksmuseum. Het was voor mij de eerste keer dat ik een ets ging maken en ik was benieuwd hoe het zou gaan. Voorgaande workshops waren niet altijd een succes geweest.

De man die deze workshop gaf was gelukkig positief ingesteld en had veel ervaring in les geven. Je kunt wel kunstzinnig ingesteld zijn maar dat wil dan nog niet zeggen dat je een geschikte docent bent.

Zoals gebruikelijk begreep ik de opdracht niet helemaal. Het was de bedoeling dat je één van de vele landschapsfoto’s die op tafel lagen uit zou kiezen. Vervolgens tekende je de foto met een etsnaald na door krassen in een plastic plaatje te maken. Het natekenen van de foto had ik niet helemaal begrepen ik dacht dat het voorbeelden waren. De docent vond het te waarderen dat ik zelf een landschap wilde tekenen. 

Om perspectief in mijn landschap te krijgen was het handig om te beginnen met een groot object. Ik vond een oude stadspoort een goede start. Maar dan… Een weg natuurlijk, met cipressen en hoog gras er langs. De docent attendeerde me erop dat het perspectief van de poort niet helemaal logisch was. Toen kwam de geniale les die ik nooit meer zal vergeten. “In de kunst hoeft natuurlijk niets logisch te zijn, maar enige logica is wel fijn”. Een levensles; ik ga er een tegeltje van maken, met een logisch ontwerp natuurlijk. 

De volgende aanwijzing was dat het wel erg leeg was in de poort. Wat ik daar ging doen? ‘Een put tekenen..?’ ‘Misschien kun je een mens tekenen.’ Een mens, daar kom ik dan weer niet op. Ik kraste wat krullen en lijnen om te beginnen. Dat vond hij mooi, heel artistiek en heel vrij. Ik moest er nog wel wat aan doen zodat je kon zien dat het een mens was,  een hoofd, armen, benen… 

Het afdrukken ging prima, deze keer sloopte ik de pers niet. Ik leer gelukkig snel. Het was erg leuk om te doen vooral omdat je met een vrij simpel ontwerp een mooi resultaat krijgt. Ik zou zeggen een geslaagde workshop, met een blij en voldaan gevoel ging ik daar weg. Ga ik het zeker nog eens doen.

Eerste druk, met veel inkt
Tweede druk is een spiegeldruk met de resterende inkt
Derde druk met minder inkt.
Vierde druk met inktvegen.

Kijk eens in de kerk

Deze zomer werk ik op vrijdag als gids in de Lutherse Kerk in het kader van ‘Kerken Kijken Utrecht’. Het is een uitermate charmante kerk, met een prachtig orgel en een bijzondere geschiedenis.

De eerste twee dagen verliepen overzichtelijk. De eerste keer meldde een man van Eneco zich om de meter op te nemen. Dat hij daarvoor in het huis van de koster moest zijn, konden we hem niet duidelijk maken. Hij bleef in de kerk zoeken naar de meter. Na enige tijd wilde hij even in de kerk uitrusten, dat was prima. Het resulteerde uiteindelijk in ‘kerkwerken’ in plaats van ‘thuiswerken’ omdat hij zijn administratie bijwerkte en steeds zat te bellen, hetgeen nou ook weer niet de bedoeling was. We hebben hem vriendelijk gevraagd om naar Geert de Koster van de kerk te gaan. Aan het einde van de middag kwam er een klein orkest repeteren. Dat klonk erg mooi.

De tweede keer was het ook prima te overzien. Los van het feit dat het buurjongetje vroeg of hij met zijn drone door de kerk mocht vliegen. De Lutherse Kerk is niet zo groot, het leek me een beetje gevaarlijk. ‘Van Geert (de koster) mag het wel’, zei hij. Dan doe het maar samen met de koster. Toedeledoki.

Afgelopen vrijdag was het werken als gids in de kerk erg dynamisch te noemen. Direct na opening kwam er een Helmonds echtpaar binnen. Ze zagen er ook uit als een klassiek Helmonds echtpaar. Toen ze vertelden dat ze in Helmond woonden, flapte ik er direct ‘O jee’ uit. Ik dacht, dadelijk herkennen ze me als Helmonder van de week. Ik houd dingen graag gescheiden. De man vertelde uitvoerig over de corrupte praktijken in het Helmondse vastgoed. De namen kwamen me bekend voor, het waren mijn vroegere klasgenoten.

Interieur

Even later stormde een vrouw de kerk binnen die haar mening niet onder kerkstoelen of kerkbanken wilde steken. ‘Weten jullie dat Luther een enorme rotzak was. Een ongelooflijke antisemiet. Veel erger nog dan Hitler’. Het enige dat ik nog kon uitbrengen was: ‘Hitler was een vegetariër’. Slaat echt helemaal nergens op, maar ik ben gespecialiseerd in de historie van de Lutherse kerk en ik heb strikt de opdracht gekregen om niet in discussie met bezoekers te gaan. Nadat ze was uitgeraasd over Luther begon ze te ageren tegen het geloof. Om te beginnen stond er een kruis in de kerk en dat hoorde er volgens haar niet, het was hypocriet. Ook dit onderwerp liet ik aan mij voorbij gaan en ik gaf haar een folder in de hoop dat ze een andere kerk zou gaan bezoeken. Op een groen doek stond de tekst ‘God is liefde’. Daar was ze het ook niet mee eens. ‘Niets heeft tot zoveel doden geleid als de oorlogen in naam van God’. Tot mijn grote geluk was er een bezoeker die bij het gesprek aanhaakte en samen konden ze heerlijk verder discussiëren.

“Een kerk kun je niet in je eentje bewaken”

Wijze uitspraak van Geert de koster van de kerk

Aan het einde van de middag is er een man uit Heerlen binnengekomen die wilde weten hoe onze kerkklok klonk. Hij had een vrouw ontmoet ‘van boven de rivieren’ en woonde sinds kort met haar samen in een hofje achter de kerk. Elke zondagochtend hoort hij drie kerkklokken luiden. Van twee klokken weet hij waar deze hangen. Van één klok weet hij niet waar het gebeier vandaan komt. Hij wilde graag dat we de klok even zouden luiden, dan kon hij horen of dít de klok was waar hij naar op zoek was. Wij mogen de klok niet zomaar luiden. Alleen bij kerkdiensten, begrafenissen en andere religieuze gelegenheden wordt de klok geluid. Maar ‘Kerken Kijken Utrecht’ heeft van elke klok het geluid in een speeldoosje. Dat kon ik natuurlijk aan hem laten horen. Na een aantal keren het speeldoosje afgespeeld te hebben, was hij er nog steeds niet zeker van. Een goede gids heeft een plan B. We hebben ook een kistje met het geluid van de klok. Nog steeds was de man niet overtuigd. Het zou kunnen, het leek er wel heel veel op, dat hoge schrille geluid… De geschiedenis van onze prachtige klok interesseerde hem niet echt. Dan zit er niks anders meer op dan de echte klok maar te gaan luiden. Hopelijk zonder problemen met de koster te krijgen. Ik trok zo hard aan het touw dat ik bang was dat de klok naar beneden zou vallen. Toen hij de klok had horen luiden, was hij er helemaal van overtuigd dat dít het klokje was.

Crisis kastje

In de afgelopen twee weken heb ik op donderdag- en vrijdagavond een vakantiecursus meubelmaken voor beginners gedaan bij Buurman. Daar was ik al eerder geweest voor de workshops Geometrisch wall art. Het leek me leuk om te leren hoe ik zelf een kastje kan maken. 

Het gaat niet altijd helemaal naar wens als ik een workshop of cursus doe. Ik denk dat het sinds Corona een fifty/fifty succesverhouding is. Deze cursus valt onder de categorie ‘geen succes’. 

Het is een combinatie van allerlei factoren waardoor ik er helemaal gek van werd. Een hulpverlener als deelnemer die zelf al direct zegt: ‘Mijn werk bestaat vooral uit praten, dus ik praat veel’. Dan hoop je dat daarop de zin volgt; als je er last van hebt, laat het me even weten. Maar die zin kwam niet. Er werd ook op een ‘hulpverlenerige” manier tegen me gepraat. Daar houd ik niet zo van.

Er was ook een vrouw die graag zelf dingen wilde leren maken. Ze kan altijd precies tekenen en uitleggen wat ze wil hebben, zodat haar man het dan gaat maken. ‘Mijn man is plastisch chirurg en kan natuurlijk alles maken’. Ik dacht direct aan een labiaplasty, hij heeft vast aan haar schaamlippen zitten klussen. Iedere keer als ik haar binnen zag komen plopte het woord ‘designerkut’ in mijn hoofd op.

De leraar was een gepensioneerde meubelmaker met een paarsharige assistente. Een aparte combinatie. Ik voelde niet direct een klik. De assistente was vooral goed in het vertellen van wat niet mogelijk was. Zonder met een oplossing te komen.

De eerste les moesten we een schets maken van het kastje en hout gaan zoeken. Je eigen fantasie vooral de vrije loop laten gaan. Er werden ook allerlei voorbeelden getoond als inspiratie. Het kastje in het werkboekje hoefde je niet te maken. Alles mocht en kon, leef je maar helemaal uit!

Ik vond allerlei materialen maar die mocht ik niet gebruiken, zoals mooie platen van metaal. De platen moesten geslepen worden en dan zou de licht ontvlambare werkplaats afbranden van de metaalvonken. De belangrijkste vraag was steeds, ‘Wat ga je erin opbergen?’ Geen idee, mijn doel was het maken van een kast en dan zie ik later wel wat ik erin ga doen. De leraar stelde voor om een kastje te maken voor toiletrollen: ‘Da’s toch leuk’. Hartstikke leuk! Ik weet niet wat voor een voordeelverpakking hij koopt maar voor een éénpersoonshuishouden zijn acht rollen toch wel het maximum. 

Uiteindelijk had ik het materiaal voor een prachtige kast bij elkaar gevonden. Twee zwarte platen voor de boven- en onderkant, groene platen voor de zijkanten en mooie grote rode poten. Ik was helemaal blij. Er kwam ook geen tegengeluid dat er iets mis zou zijn met het ontwerp.

Wat ik vreemd vond was dat het niet mogelijk was om de kast in vier lessen in elkaar te zetten. Daarvoor was het teveel werk. Het kwam erop neer dat je na vier weken een bouwpakket had dat je thuis in elkaar kon zetten. Je kon na de laatste les ook een werkplek huren bij Buurman om daar verder te werken. De planken moest je iedere keer mee naar huis nemen omdat er geen plek voor opslag was. Ik vond het uitermate dubieus en ik zag mijn kastje vooral als een verdienmodel.

Voordat de tweede les begon kreeg ik een vaag appje van de leraar. ‘We moeten even praten’. Één jongen had een te grote kast ontworpen, dat kon echt niet! Vervolgens was mijn ontwerp afgekeurd omdat ik de poten niet ging zagen die een verplicht onderdeel van de cursus waren. Mijn voorstel was om de poten te maken en te monteren maar om ze vervolgens te vervangen door de rode poten. Dit werd ook afgekeurd. Ik moest gewoon een kast maken, punt uit! ‘Dan gaan we nu beginnen met zagen’. Stond ik daar, op precies hetzelfde punt als de dag ervoor bij de eerste les: ontwerp een kast. Ik werd boos en zei bekijk het maar met je kast. Ik ga naar huis, dit slaat helemaal nergens op. Mijn verzamelde hout gooide ik in de vuurkorf. 

De hulpverlener kwam naar me toe en probeerde de boel wat te kalmeren. ‘Je kunt toch wel begrijpen dat je een kastje moet maken zoals het voorbeeld. Dat het vooral gaat om de techniek en niet om de vormgeving’. Door mijn boosheid gedreven dacht ik: ‘Als je een saaie shit kast wil dan maak ik een saaie shit kast. Zo moeilijk is dat nou ook weer niet!’

Voorbeeldig kastje

Ik verzamelde wat oude grijs gelakte vloerdelen en begon te zagen. Een tekening wilde ik niet meer maken. ‘Het ontwerp zit in mijn hoofd dat is voldoende’, was mijn reactie. ‘Dan kan ik je niet helpen bij het maken van je kast’ waarschuwde de leraar mij. ‘Ik roep wel als ik hulp nodig heb’. Een imaginaire kast kan in ieder geval niet worden afgekeurd. 

Toen ik twee vloerdelen aan elkaar wilde lijmen was er een nieuw probleem. ‘We werken deze cursus alleen met schroeven en niet met lijm. De kast moet uit elkaar gehaald kunnen worden zodat hij mee naar huis kan als planken.’ Het was toch een cursus meubelmaken en niet een cursus bouwpakket maken. ‘Deze vloerdelen zijn ideaal om te lijmen, een stevigere verbinding is er niet, bleef ik volhouden’. Uiteindelijk was hij het met me eens.

De derde les moest ik weer veel zagen en de poten maken. Het vervelende was dat er maar vier zaagmachines waren voor zes mensen. Steeds moest ik wachten met zagen tot de ander klaar was. Mijn kastje heeft een wat rauwe uitstraling. Dat paste bij mijn humeur op dat moment. Ik had geen zin meer om een gelikte, strakke kast te maken. Het is een crisis kastje!  De hulpverlener bleef maar benadrukken dat de kast die ik nu aan het maken was veel leuker was dan mijn eerder ontworpen kast. 

En wat schetst mijn verbazing, iedereen staat planken te lijmen. De assistente staat vrolijk uit te leggen dat de gelijmde verbinding sterker is dan het hout. Goh, dat heb ik eerder gehoord. Ik kon het niet nalaten om te zeggen, ‘Dit is toch een cursus om alleen te werken met schroeven’. Ondertussen had iemand de zijkant van mijn kast verzaagd voor haar kast. ‘Ik dacht dat het resthout was, sorry’. Om niet te ontploffen zei ik ‘Ach alles is hier resthout, je kon het ook niet weten’.

De laatste les moest alles in elkaar gezet worden met schroeven. We gingen gelukkig niet met een bouwpakket naar huis. De schroeven moesten worden verzonken, dit was een onderdeel van de cursus. Om te beginnen was er maar één boor waarmee dit kon en ik vind het zelf geen probleem om een schroef te zien. Zeker niet bij dit crisis kastje. Geen vloeibaar hout op mijn kastje alsjeblieft. Ook dat werd een strijdpunt.

Omdat de werktafels gewoon buiten in de tuin in het zand staan, zijn ze niet echt waterpas. Hierdoor waren de planken niet helemaal ‘strak gezaagd’. Steeds moest ik van een plank een klein stukje afzagen om het passend te krijgen. Het werd een haastklusje en het wachten op een boormachine leverde behoorlijk wat stress op. Daar kwam de hulpverlener weer om de hoek. ‘Ik wil even tegen je zeggen dat je erg snel wilt werken, maar dan ga je fouten maken. Daar krijg later spijt van.’ ‘Dat weet ik, maar dat is niet anders.’

Bij het monteren van een poot ging het op het laatste moment nog even helemaal mis. De assistente deed voor hoe zij het zou doen. Ik waarschuwde haar, maar het was al te laat. ‘Oh, we hebben een splijter’ zei ze onverschillig. Het hout was gespleten omdat ze te dicht langs de kant boorde. Wat een toestand!

Uiteindelijk heb ik het kastje op mijn fiets mee naar huis genomen en in mijn atelier verder afgemaakt. Toen ik de foto van mijn crisis kastje naar de app-groep stuurde kreeg ik van de leraar alsnog een reprimande: ‘Ziet er goed uit. Toch twee verdiepingen?’ Dat hij de dag ervoor erbij stond te kijken hoe ik de middelste plank provisorisch vastmaakte, speelde blijkbaar geen rol. Het was wel de zoveelste ergernis; twee verdiepingen dat is niet volgens het voorbeeld. Een voorbeeld dat niet bepalend was, maar zo moest het er wel uitzien. 

Het crisis kastje staat nu in mijn atelier, met rauwe randjes en zichtbare schroeven. Ik ben er blij mee. Maar voor mij geen Buurman meer. Een totalitair regime met stoffige laagje anarchie erover heen.