About Mayke Merkx

Here are my most recent posts

Kijk eens in de kerk

Deze zomer werk ik op vrijdag als gids in de Lutherse Kerk in het kader van ‘Kerken Kijken Utrecht’. Het is een uitermate charmante kerk, met een prachtig orgel en een bijzondere geschiedenis.

De eerste twee keren verliepen overzichtelijk. De eerste keer meldde een man van Eneco zich om de meter op te nemen. Dat hij daarvoor in het huis van de koster moest, zijn konden we hem niet duidelijk maken. Hij bleef in de kerk zoeken naar de meter. Na enige tijd wilde hij even in de kerk uitrusten, dat was prima. Het resulteerde uiteindelijk in ‘kerkwerken’ in plaats van ‘thuiswerken’ omdat hij zijn administratie bijwerkte en steeds zat te bellen, hetgeen nou ook weer niet de bedoeling was. We hebben hem vriendelijk gevraagd om naar Geert de Koster van de kerk te gaan. Aan het einde van de middag kwam er een klein orkest repeteren. Dat klonk erg mooi.

De tweede keer was het ook overzichtelijk. Los van het feit dat het buurjongetje vroeg of hij met zijn drone door de kerk mocht vliegen. De Lutherse Kerk is niet zo groot, het leek me een beetje gevaarlijk. ‘Van de koster mag het wel’, zei hij. Dan doe het maar samen met de koster. Toedeledoki.

Afgelopen vrijdag was het werken als gids in de kerk erg dynamisch te noemen. Direct na opening kwam er een Helmonds echtpaar binnen. Ze zagen er ook uit als een klassiek Helmonds echtpaar. Toen ze vertelden dat ze uit Helmond kwamen, flapte ik er direct ‘O jee’ uit. Ik dacht, dadelijk herkennen ze me als Helmonder van de week. Ik houd dingen graag gescheiden. De man vertelde uitvoerig over de corrupte praktijken in het Helmondse vastgoed. De namen kwamen me bekend voor, het waren mijn vroegere klasgenoten.

Interieur

Even later stormde een vrouw de kerk binnen die haar mening niet onder kerkstoelen of kerkbanken wilde steken. ‘Weten jullie dat Luther een enorme rotzak was. Een ongelooflijke antisemiet. Veel erger nog dan Hitler’. Het enige dat ik nog kon uitbrengen was: ‘Hitler was een vegetariër’. Slaat echt helemaal nergens op, maar ik ben gespecialiseerd in de historie van de Lutherse kerk en ik heb strikt de opdracht gekregen om niet in de discussie met bezoekers te gaan. Nadat ze was uitgeraasd over Luther begon ze te ageren tegen het geloof. Om te beginnen stond er een kruis in de kerk en dat hoorde er volgens haar niet, het was hypocriet. Ook dit onderwerp liet ik aan mij voorbij gaan en ik gaf haar een folder in de hoop dat ze een andere kerk zou gaan bezoeken. Op een groen doek stond de tekst ‘God is liefde’. Daar was ze het ook niet mee eens. ‘Niets heeft tot zoveel doden geleid als de oorlogen uit de naam van God’. Tot mijn grote geluk was er een bezoeker die bij het gesprek aanhaakte en samen konden ze heerlijk verder discussiëren.

“Een kerk kun je niet in je eentje bewaken”

Wijze uitspraak van Geert de koster van de kerk

Aan het einde van de middag is er een man uit Heerlen binnengekomen die wilde weten hoe onze kerkklok klonk. Hij had een vrouw ontmoet ‘van boven de rivieren’ en woonde sinds kort samen met haar in een hofje achter de kerk. Elke zondagochtend hoort hij drie kerkklokken luiden. Van twee klokken weet hij waar deze hangen. Van één klok weet hij niet waar het gebeier vandaan komt. Hij wilde graag dat we de klok even gingen luiden, dan kon hij horen of dit de klok was waar hij naar op zoek was. We mogen de klok niet zomaar luiden. Alleen bij kerkdiensten, begrafenissen en andere religieuze gelegenheden wordt de klok geluid. Maar ‘Kerken Kijken Utrecht’ heeft van elke klok het geluid in een speeldoosje. Dat kon ik natuurlijk aan hem laten horen. Na een aantal keren het speeldoosje afgespeeld te hebben, was hij er nog niet zeker van. Een goede gids heeft een plan B. We hebben ook een kistje met het geluid van de klok. Nog steeds was de man niet overtuigd. Het zou kunnen, het leek er wel heel veel op, dat hoge schrille geluid… De geschiedenis van onze prachtige klok interesseerde hem niet echt. Dan zit er niks anders meer op dan de echte klok maar te gaan luiden. Hopelijk zonder problemen met de koster te krijgen. Ik trok zo hard aan het touw dat ik bang was dat de klok naar beneden zou vallen. Toen hij de klok had horen luiden, was hij er helemaal van overtuigd dat dit het klokje was.

Crisis kastje

In de afgelopen twee weken heb ik op donderdag- en vrijdagavond een vakantiecursus meubelmaken voor beginners gedaan bij Buurman. Daar was ik al eerder geweest voor de workshops Geometrisch wall art. Het leek me leuk om te leren hoe ik zelf een kastje kan maken. 

Het gaat niet altijd helemaal naar wens als ik een workshop of cursus doe. Ik denk dat het sinds Corona een fifty/fifty succesverhouding is. Deze cursus valt onder de categorie ‘geen succes’. 

Het is een combinatie van allerlei factoren waardoor ik er helemaal gek van werd. Een hulpverlener als deelnemer die zelf al direct zegt: ‘Mijn werk bestaat vooral uit praten, dus ik praat veel’. Dan hoop je dat daarop de zin volgt; als je er last van hebt, laat het me even weten. Maar die zin kwam niet. Er werd ook op een ‘hulpverlenerige” manier tegen me gepraat. Daar houd ik niet zo van.

Er was ook een vrouw die graag zelf dingen wilde leren maken. Ze kan altijd precies tekenen en uitleggen wat ze wil hebben, zodat haar man het dan gaat maken. ‘Mijn man is plastisch chirurg en kan natuurlijk alles maken’. Ik dacht direct aan een labiaplasty, hij heeft vast aan haar schaamlippen zitten klussen. Iedere keer als ik haar binnen zag komen plopte het woord ‘designerkut’ in mijn hoofd op.

De leraar was een gepensioneerde meubelmaker met een paarsharige assistente. Een aparte combinatie. Ik voelde niet direct een klik. De assistente was vooral goed in het vertellen van wat niet mogelijk was. Zonder met een oplossing te komen.

De eerste les moesten we een schets maken van het kastje en hout gaan zoeken. Je eigen fantasie vooral de vrije loop laten gaan. Er werden ook allerlei voorbeelden getoond als inspiratie. Het kastje in het werkboekje hoefde je niet te maken. Alles mocht en kon, leef je maar helemaal uit!

Ik vond allerlei materialen maar die mocht ik niet gebruiken, zoals mooie platen van metaal. De platen moesten geslepen worden en dan zou de licht ontvlambare werkplaats afbranden van de metaalvonken. De belangrijkste vraag was steeds, ‘Wat ga je erin opbergen?’ Geen idee, mijn doel was het maken van een kast en dan zie ik later wel wat ik erin ga doen. De leraar stelde voor om een kastje te maken voor toiletrollen: ‘Da’s toch leuk’. Hartstikke leuk! Ik weet niet wat voor een voordeelverpakking hij koopt maar voor een éénpersoonshuishouden zijn acht rollen toch wel het maximum. 

Uiteindelijk had ik het materiaal voor een prachtige kast bij elkaar gevonden. Twee zwarte platen voor de boven- en onderkant, groene platen voor de zijkanten en mooie grote rode poten. Ik was helemaal blij. Er kwam ook geen tegengeluid dat er iets mis zou zijn met het ontwerp.

Wat ik vreemd vond was dat het niet mogelijk was om de kast in vier lessen in elkaar te zetten. Daarvoor was het teveel werk. Het kwam erop neer dat je na vier weken een bouwpakket had dat je thuis in elkaar kon zetten. Je kon na de laatste les ook een werkplek huren bij Buurman om daar verder te werken. De planken moest je iedere keer mee naar huis nemen omdat er geen plek voor opslag was. Ik vond het uitermate dubieus en ik zag mijn kastje vooral als een verdienmodel.

Voordat de tweede les begon kreeg ik een vaag appje van de leraar. ‘We moeten even praten’. Één jongen had een te grote kast ontworpen, dat kon echt niet! Vervolgens was mijn ontwerp afgekeurd omdat ik de poten niet ging zagen die een verplicht onderdeel van de cursus waren. Mijn voorstel was om de poten te maken en te monteren maar om ze vervolgens te vervangen door de rode poten. Dit werd ook afgekeurd. Ik moest gewoon een kast maken, punt uit! ‘Dan gaan we nu beginnen met zagen’. Stond ik daar, op precies hetzelfde punt als de dag ervoor bij de eerste les: ontwerp een kast. Ik werd boos en zei bekijk het maar met je kast. Ik ga naar huis, dit slaat helemaal nergens op. Mijn verzamelde hout gooide ik in de vuurkorf. 

De hulpverlener kwam naar me toe en probeerde de boel wat te kalmeren. ‘Je kunt toch wel begrijpen dat je een kastje moet maken zoals het voorbeeld. Dat het vooral gaat om de techniek en niet om de vormgeving’. Door mijn boosheid gedreven dacht ik: ‘Als je een saaie shit kast wil dan maak ik een saaie shit kast. Zo moeilijk is dat nou ook weer niet!’

Voorbeeldig kastje

Ik verzamelde wat oude grijs gelakte vloerdelen en begon te zagen. Een tekening wilde ik niet meer maken. ‘Het ontwerp zit in mijn hoofd dat is voldoende’, was mijn reactie. ‘Dan kan ik je niet helpen bij het maken van je kast’ waarschuwde de leraar mij. ‘Ik roep wel als ik hulp nodig heb’. Een imaginaire kast kan in ieder geval niet worden afgekeurd. 

Toen ik twee vloerdelen aan elkaar wilde lijmen was er een nieuw probleem. ‘We werken deze cursus alleen met schroeven en niet met lijm. De kast moet uit elkaar gehaald kunnen worden zodat hij mee naar huis kan als planken.’ Het was toch een cursus meubelmaken en niet een cursus bouwpakket maken. ‘Deze vloerdelen zijn ideaal om te lijmen, een stevigere verbinding is er niet, bleef ik volhouden’. Uiteindelijk was hij het met me eens.

De derde les moest ik weer veel zagen en de poten maken. Het vervelende was dat er maar vier zaagmachines waren voor zes mensen. Steeds moest ik wachten met zagen tot de ander klaar was. Mijn kastje heeft een wat rauwe uitstraling. Dat paste bij mijn humeur op dat moment. Ik had geen zin meer om een gelikte, strakke kast te maken. Het is een crisis kastje!  De hulpverlener bleef maar benadrukken dat de kast die ik nu aan het maken was veel leuker was dan mijn eerder ontworpen kast. 

En wat schetst mijn verbazing, iedereen staat planken te lijmen. De assistente staat vrolijk uit te leggen dat de gelijmde verbinding sterker is dan het hout. Goh, dat heb ik eerder gehoord. Ik kon het niet nalaten om te zeggen, ‘Dit is toch een cursus om alleen te werken met schroeven’. Ondertussen had iemand de zijkant van mijn kast verzaagd voor haar kast. ‘Ik dacht dat het resthout was, sorry’. Om niet te ontploffen zei ik ‘Ach alles is hier resthout, je kon het ook niet weten’.

De laatste les moest alles in elkaar gezet worden met schroeven. We gingen gelukkig niet met een bouwpakket naar huis. De schroeven moesten worden verzonken, dit was een onderdeel van de cursus. Om te beginnen was er maar één boor waarmee dit kon en ik vind het zelf geen probleem om een schroef te zien. Zeker niet bij dit crisis kastje. Geen vloeibaar hout op mijn kastje alsjeblieft. Ook dat werd een strijdpunt.

Omdat de werktafels gewoon buiten in de tuin in het zand staan, zijn ze niet echt waterpas. Hierdoor waren de planken niet helemaal ‘strak gezaagd’. Steeds moest ik van een plank een klein stukje afzagen om het passend te krijgen. Het werd een haastklusje en het wachten op een boormachine leverde behoorlijk wat stress op. Daar kwam de hulpverlener weer om de hoek. ‘Ik wil even tegen je zeggen dat je erg snel wilt werken, maar dan ga je fouten maken. Daar krijg later spijt van.’ ‘Dat weet ik, maar dat is niet anders.’

Bij het monteren van een poot ging het op het laatste moment nog even helemaal mis. De assistente deed voor hoe zij het zou doen. Ik waarschuwde haar, maar het was al te laat. ‘Oh, we hebben een splijter’ zei ze onverschillig. Het hout was gespleten omdat ze te dicht langs de kant boorde. Wat een toestand!

Uiteindelijk heb ik het kastje op mijn fiets mee naar huis genomen en in mijn atelier verder afgemaakt. Toen ik de foto van mijn crisis kastje naar de app-groep stuurde kreeg ik van de leraar alsnog een reprimande: ‘Ziet er goed uit. Toch twee verdiepingen?’ Dat hij de dag ervoor erbij stond te kijken hoe ik de middelste plank provisorisch vastmaakte, speelde blijkbaar geen rol. Het was wel de zoveelste ergernis; twee verdiepingen dat is niet volgens het voorbeeld. Een voorbeeld dat niet bepalend was, maar zo moest het er wel uitzien. 

Het crisis kastje staat nu in mijn atelier, met rauwe randjes en zichtbare schroeven. Ik ben er blij mee. Maar voor mij geen Buurman meer. Een totalitair regime met stoffige laagje anarchie erover heen.

Ik vind de kleur niet mooi

In het kader van de emancipatie van de vrouw heb ik gisteren een boormachine gekocht. Wat is een zelfstandige vrouw nou zonder boormachine? De aanleiding is een bouwpakket van een laptopstandaard die ik bij Buurman heb gekocht. Daarvoor heb ik een accutol nodig. Ik heb geen idee wat een voor een ding dat is. Het is een boormachine met een accu, dit is handig om te weten. Verder heb ik een T20 nodig. Dat is een Torx-bit, een schroefkop voor in de boormachine, die kan schroeven. Met een houtboortje 3 kan ik aan de slag.

Het leek mij een overzichtelijk lijstje om mee naar de Praxis te gaan. Bij mijn collega-meubelmakers had ik om advies gevraagd. De ene adviseerde me een prijzige Makita en de andere één van de Action, twee uitersten. Helemaal onvoorbereid ging ik er dus niet naar toe. Bij de wand van de boormachines begon het me te duizelen. Wat hingen er veel aan de muur. Maar wat stonden er weinig in het schap. De prijzen waren ook niet aangegeven. Tja dan wordt het moeilijk kiezen. Een aantal boren gooide ik in mijn winkelwagentje dan kon ik daar een keuze uitmaken. Een winkelmedewerkster was zo vriendelijk om te helpen. Ze vertelde honderduit over de boormachines 18 of 20V, klopfunctie, accucapaciteit 1,5 Ah, oplaadtijd van de accu…

Ik dacht: ik wil gewoon schroeven en boren en graag niet al te duur. Uiteindelijk had ik een keuze gemaakt: een Wesco. Zegt de verkoopster ineens, deze is vanochtend stuk teruggebracht door iemand. Hier doet hij het en daarom staat hij weer te koop maar of die het bij jou thuis ook doet dat weet ik niet zeker en hoelang hij het zal doen ook niet. Je moet het zelf weten’. Daar heb ik nou echt helemaal niks aan, non-informatie. Dan maar een Black+Decker. Eerlijk gezegd was ik er wel klaar mee en duizelde het in mijn hoofd. Teveel informatie, voor mijn kunstenaarsbrein. Toen keek ik nog één keer goed. Oh, help het ding ziet er niet, het is erg veel oranje. Dus moest ik nogmaals de dame van de Praxis erbij roepen. Ze keek al een beetje vermoeid toen ik haar weer aansprak.

Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.

‘Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.’ ‘Dan moet u een Makita kopen, die is blauw maar wel honderd euro duurder. De Black & Decker is een prima boormachine.’ Ik voelde me net Andy uit Little Britain, “Yeah I know, but I want that one”. Tot overmaat van ramp was ik vergeten mijn atelier t-shirt uit te doen, met een fluoriserende oranje flippende Micky Mouse erop, die ik vorig jaar heb gekregen van mijn neef Jeroen om mee te schilderen: “Mickey knows a smile will always help when things get though” Dat maakte het er allemaal niet veel beter op.

De houtboor was alleen te koop als een houtspiraalboor. Wat een gedoe, ik wil gewoon een boortje. Gelukkig was er een andere medewerker bij de boortjes en kon ik aan hem meer uitleg vragen. Het was een kansloze exercitie omdat ze de winkel gaan verbouwen waardoor de schappen bijna allemaal leeg zijn. Alleen wat je vooral niet nodig hebt is nog te koop.

De T20 kon ik gelukkig zelf vinden. Inmiddels was ik wel helemaal gaar. Bij de kassa stond een stel enorm te zeuren over een pot verf. Ik dacht nog heel even en ik ga hier mensen slaan.

Helemaal voorzien om mijn laptopstandaard te maken, ging ik terug naar mijn atelier. De mannen wilden weten of het gelukt was. “Ja hoor, maar ik ben bijna iemand gaan slaan”. Toen ik vertelde dat ik de kleur van de boormachine niet mooi vond, moesten ze erg lachen. “Arme verkoopster, die zit nu vast in de koffiekamer te vertellen dat ze bijna een klant heeft geslagen omdat die de kleur van de boormachine niet mooi vond”. Als schilder ben ik gewoon gevoelig voor kleur.

Autodroom

Nog nooit in mijn leven ben ik zolang niet op vakantie geweest. Ik heb ook nooit kunnen bedenken dat het onmogelijk is om Nederland te verlaten. Het voelt alsof ik er geen einde aan de pandemie lijkt te komen. Nu het langzaam aan het mogelijk wordt om te reizen, mijmer ik weer over gemaakte reizen. 

Vanochtend werd ik wakker met het woord ‘autodroom’ in mijn hoofd. Ik heb vannacht niet gedroomd over een vakantie maar dacht aan de gelijknamige dichtbundel uit 1954 van de dichter Gerrit Achterberg. Inderdaad de man die zijn hospita vermoordde toen hij in Utrecht studeerde en hiervoor TBS kreeg.

In deze bundel staat het gedicht Riviéra. Het doet me denken aan de vakanties die ik als kind met mijn familie in Italië doorbracht. Het magische moment vond ik altijd als we met de auto de kust bereikten. We reden langs een azuur blauwe zee en rotsen met bomen vol met bloemen. Meanderend over de kronkelige weg. 

Riviéra

De helling schuift met bloemkastelen dicht.
Wegen die ik niet wist dat verder konden
hebben hun col de wolken in gevonden
naar deze zee waar het zuiden ligt.
Ik overstroom van louter vergezicht. 
Tegen het Estérelle-gebergte ronden
de blauwe baaien zich op kristalgronden. 
Tot in Italië schijnt het zonlicht.
De auto klimt en daalt in de rotonde
en open galerijen van de lucht
spijlen trekkend door het hemelhuis.
De lange vasteland-cadans ontbonden,
komt het reisbeeld tot staan onder zijn vlucht.
Wij stappen er in uit. De Wereld ruist.

Gerrit Achterberg, Autodroom 1954

Zomerse wederwaardigheden

De eerste zomerse week is voorbij en ik vond het een hele beleving. Misschien omdat ik door de Corona-maatregelen niet meer zoveel gewend ben. Maandenlang was het rustig op straat tot afgelopen week. 

Wat me vooral is opgevallen, is dat fluoriserend oranje helemaal hip is. Voor iedereen; van fluoriserende baby’s tot bejaarden in een knaloranje broek. Op weg naar mijn atelier ben ik paar keer een man tegengekomen die een heel kort, klein flitsend oranje broekje aan heeft. Ik weet niet of het door de kleur komt maar zijn zaakje was ook nadrukkelijk aanwezig. De eerste keer schrok ik me dood, wat zie nou weer, doe er een mondkapje voor! Inmiddels heb ik mijn zonnebril uit de kast gehaald. De sterkte van de glazen is niet helemaal goed meer, maar ik wil ook niet alles goed zien. Als ik een globaal overzicht heb, vind ik dat voldoende. Als ik je niet groet op straat dan komt dat door mijn zonnebril, niet omdat ik een arrogante kunstenares ben geworden.

Met dit mooie weer haalt iedereen ook weer de zomerse kleren uit de kast. Vooral nu iedereen door Corona aan het wandelen is, komt er heel wat voorbij paraderen. De zestig plussers springen eruit. Veel te jeugdige kleding en te modieus. Gisteren zag ik een oudere man met een te opzichtige Ralph Lauren polo aan. Zoals het nu hoort, het tipje van de voorkant in de broek gestopt. Een te korte, blauw met wit gestreepte broek en All Stars, zonder sokken natuurlijk. Hij had een prachtige bos grijs haar, dat dan wel. Waar is de klassieke stijlvolle man gebleven? Met prachtige Melvin & Hamilton schoenen aan, een elegant overhemd… Vrees dat ik daarvoor toch echt weer naar Spanje moet. 

Een andere grappige trend is de oudere mannen op de fiets. Je hebt de lange afstandsfietser op een elektrische fiets. De groepjes te dikke oude mannen in te kleine pakjes op racefietsen die de Corona-kilo’s ervan af proberen te fietsen. Wat ik veel voorbij zie komen is de oudere man met een topfunctie in een te hip pak die de fiets heeft herontdekt. Meestal zitten ze op een ‘Cruiser bike’, waarop ze heel stoer en chill fietsen. Hun stalen ros maakt ze tien jaar jonger en woest aantrekkelijk. Not. Ze nemen alle ruimte in op het fietspad want ze zijn helemaal in hun element. Ik moet dan steeds bellen om er lang te kunnen. Een beetje tempo zit er namelijk niet in. 

Op straat stond ik te genieten van een ijsje, toen er een Porsche kwam aanrijden met een oudere man en een veel jongere vriendin. Ze zaten even te bakkeleien over welke smaken ‘meneer’ wilde. De keuze tussen een bakje en hoorntje was ook niet eenvoudig. ‘Bolletjes ijs horen in een hoorntje.’ ‘Ja maar dan ga je knoeien, was haar praktische input’. Vervolgens ging zij in de rij staan wachten en ‘meneer’ bleef in de auto zitten. Toen ze bijna aan de beurt was, wilde ‘meneer’ toch een andere smaak ijs. In plaats van dat hij uit de auto stapt, roept hij de nieuwe bestelling naar haar, maar ze hoorde hem niet. Dan maar even bellen. Waardoor zij geïrriteerd raakt omdat hij het haar toch zo wel had kunnen zeggen. De naam van het ijs wist hij niet, maar het was met nootjes, chocolade en bruin, maar geen chocolade ijs…. Ik dacht: “Geef die vent een bakje met smurfenijs, Cabrón.” Uiteindelijk zaten ze samen in de Porsche te genieten van hun ijsjes. Later dacht ik: ‘Die oude man kan natuurlijk met zijn stijve botten niet op een elegante manier zijn auto uit. Het enige wat hij kan, is rondrijden. Thuis erin en thuis er weer uit. Of je Porsche stiekem parkeren achter struikgewas en dan uitstappen. 

Ondanks deze opmerkelijke situaties ben ik blij met het mooie weer. Van een beetje zon fleurt een mens op.