About Mayke Merkx

Here are my most recent posts

Berlin, immer toll

Voordat ik morgen op vakantie ga, nog even kort reisverslagje van Berlijn.

Met de trein kun je prima naar Berlijn. Zeker als je het boemeltje neemt en niet hoeft over te stappen. Van Amersfoort rechtstreeks naar Berlijn Hbf.

De reis begon wat onrustig omdat er een overenthousiaste vrouw naast me zat. Ze was zo blij met het treinreizen. Niet alleen omdat het goed voor het milieu was maar ook omdat ze last had van vliegschaamte. Ik schaam me voor heel veel dingen maar ik lijd nog niet aan vliegschaamte. Ze had een vakantiepakket met tijdschriften bij zich. De Donald Duck ging direct naar haar man, en niet naar haar zoontje die zeker de leeftijd had dat hij kon lezen. Woest bladerde ze door de tijdschriften, ‘Ik vind het reizen met de trein zo ontspannen’. Ik had er zo mijn twijfels bij en elk tijdschrift wilde ze aan me geven. ‘Zo leuk’… Gelukkig viel ik in slaap en werd ik wakker bij de grens. Inmiddels was de vrouw helemaal overstuur. De trein had vertraging en ze miste haar overstap in Hannover. Waardoor ze pas om twaalf uur ’s avonds op haar bestemming was. De trein was nu wat minder leuk.

Het was erg bijzonder om met de trein Berlijn binnen te rijden. Met de metro ging ik naar mijn hotel “Art nouveau”. ‘Een hotel waar de tijd stil heeft gestaan’, stond er op hun website. Ik neem vaak dingen letterlijk maar dit nou weer niet. Helaas. Het hotel had ook een ‘artist in residence’. Ik wist niet helemaal zeker of ik dat leuk vond. Als iemand te pas en te onpas creatief aan het doen is, kan dat wat irritant zijn. 

De hotelgevel die op hun website stond kon ik kon ik nergens vinden. Na enige tijd zoeken zag ik bij een kantoorgebouw op de vierde verdieping de naam van het hotel. Vaag. Met een oude lift van hekwerk kwam ik bij het hotel. Ik zag helemaal niemand en liep wat door het hotel om te zien of ik iemand kon vinden. In mijn beste Duist riep ik af en toe wat. Uiteindelijk kwam er een jongen uit de keuken. Ik vroeg me toen al af ,waar ben ik in godsnaam beland? Het leek helemaal niet op de foto’s op de website en het leek ook niet op een hotel, hooguit een pretentieus museum. Mijn kamer had vier deuren, dat vond ik wat onrustig. Ik kreeg meteen het gevoel hier moet ik weg. De kast had geen planken om je kleding op te leggen of om wat op te hangen. Het bed was voor de helft opgemaakt, want ik was immers alleen. Dat vond ik er bedroevend uitzien en ik kreeg een eenzaam gevoel. Hier hoort duidelijk nog iemand bij. Het was bloedheet maar geen ventilator of airco te zien. Ik lag heel even op mijn deel van het bed. Bekeek de kamer nog eens goed. De meubels waren duidelijk uit 1920 omdat ze overal beschadigd en kapot waren. Veilig voelde het ook niet omdat de deur met een sleutel uit 1920 te openen was en er eigenlijk geen personeel in het hotel was. Mijn conclusie was: dit gaat het niet worden. Ik belde vanuit het hotel naar een hotel waar ik vorig jaar was. Gelukkig hadden ze nog een kamer vrij. 

De hoteleigenaar begreep niet wat het probleem was. Dat had ik wel verwacht en ik zei dat ik me niet veilig voelde in het hotel. Hij belde een taxi voor me en een uur later lag ik op mijn dubbel opgemaakte bed in een ruime hotelkamer met bad. 

Bij de ‘Die Hackeschen Hoefe’ was er meer dan genoeg te fotograferen. Er was ook een oude omgebouwde sigarettenautomaat. Uit de “Wunstmukke” kon je een pakje sigaretten kopen met kunst erin. In het pakje zat een briefje met de tekst “You have the potential to make beautiful things. Yes you!” Dat vond ik best een toepasselijke tekst. Er zat ook nog een klein kunstwerkje in, een plastic zakje met glitters. En een kaartje met een link om iets te downloaden, uiteindelijk een Duits rapnummer. Om mij heen stonden mensen te filmen hoe ik het doosje uit de automaat kocht. Bizar. Daarna wilde ik nog wat eten. Helaas hadden ze in de bioscoop geen eten maar ik kreeg een goed adres van de serveerster. Er was wel een mits. Goed eten, maar er zitten veel prostituees en drag-queens. Dat maakt me niet, als het eten maar goed is. En dat was zo. 

Berlijn, is goed vertoeven.

In een museum was een deel van de bediening overgenomen door een robot. Het was een rare ervaring, als zo’n r2d2 ineens bij je tafel stopt en tegen je begint te praten. 

Verder ben ik per ongeluk met mijn e-step over een Russisch kerkhof gereden. Ik zag de tekst bij het enorme beeld te laat. “Hier herdenken wij de gevallen Russische soldaten”. Oeps.

Voor een vriend heb ik een t-shirt gekocht bij een braadworst verkopende kenau. Ik wilde de t-shits even goed bekijken en haalde het haakje van het rek. Dat was niet de bedoeling. Nein, nein ,… verder verstond ik het niet. Ik mocht één t-shirt aanwijzen en de maat noemen. Uit een zeecontainer op het terrein haalde ze het. Ik durfde niet te zeggen dat ik eigenlijk ook nog wel ander t-shirt wilde zien. Betalen en wegwezen dacht ik.

Met gevaar voor eigen leven ben ik gaan fotograferen op de step in een buitenwijk van Berlijn. Daar waren ze niet zo dol op fotograferende toeristen op een soepje. Ze reden me meerdere malen bijna omver en werd regelmatig uitgescholden. Maar voor een mooie foto heb ik dat wel over. 

Morgen naar Barcelona en hopelijk heb ik daar meer rust om te schrijven over deze mooie stad.

Vaticaanstad

Het had een magische en spirituele plek moeten zijn, maar wat ik aantrof was een slecht georganiseerd pretpark. Met veel verschillende bewakers, die niet erg vriendelijk waren.

Het is allemaal heilige grond waar je met je billen niet op mag zitten. Dat ik op mijn hurken mijn evenwicht verlies, dat doet niet ter zake. Of je een pelgrim bent of toerist het maakt ze niets uit. Ik werd er een beetje opstandig van. Als er weer één of andere agent of soldaat een verhaal begon te vertellen, vroeg ik standaard of de Pausmobiel in de Sint Pieter stond. Alle kunst kan me gestolen worden, ik wil de Pausmobiel zien. Ze hebben in Vaticaanstad één cel om iemand in op te sluiten, maar dat was nog nooit gebeurd. Ik dacht, laat ik de eerste zijn. Staat wel goed op mijn kunstenaars-cv. 

Bij de Sint Pieter Basiliek stond een eindeloze rij mensen. De groepsreizen splitsten de wachttijd op. Om de beurt in de rij gaan staan en de rest zat op een terrasje. Om op het laatste moment weer samen te komen. Staan er ineens twintig mensen voor je in plaats van vijf. Ik dacht: dit ga ik niet doen. Hoppelakee ik sluit in het midden van de rij aan. Vond ik wel redelijk, als alleengaande reiziger. 

De Sint Pieter was indrukwekkend, overal waar ik keek was een meesterwerk te zien. Ik raakte verdwaald in het stuk waar je kon biechten als je een zonde had begaan. Het blijft intrigerend. Een houten hokje, waar twee personen in zitten. Ze kunnen elkaar nauwelijks zien. Er hangt een gordijn voor de ingang ervan zodat de zondaar in ieder geval niet te zien is. Het mooie is dat er een transformatie plaatsvindt in dat kleine hokje in een gigantische kerk. Als zondaar erin en zonder zonde er weer uit. Ik denk dan altijd nu moet ik oppassen want ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’ (Johannes 8:7). Dat staat immers in de bijbel geschreven.

Zwitserse Garde
L’Arma dei Carabinieri
Model van Pausmobiel
Biechthokje Sint Pieter
Vaticaanstad, het kleinste land ter wereld.
Ook alleenstaande stoelen in Vaticaanstad, Sint Pieter Plein

Gedicht van Sil Va bij Blokkendoos II

Bij alle kunstwerken die deelnemen aan de ‘Kunstroute De Wijk In!’ heeft muzikant en dichter Sil Va een gedicht geschreven. Dit gedicht begeleidt je wandeling met mooie woorden.

Bij de start van de kunstroute op 18 mei was zij zelf aanwezig om de gedichten voor te dragen.

Bij mijn kunstwerk Blokkendoos II heeft ze het volgende geschreven.

Recht op recht op
recht op rechtop,

Staand of liggend
't Zigzagt
Kleur aan kleur 
Aan kleur op het hout.

Net zoals de mozaïek 
Onder uw voeten.

Bij de voordeur ligt een mozaïektegel die goed combineert met mijn werk. Erg leuk dat ze alle kunstwerken van toepasselijke woorden heeft voorzien.

De BIC-man

Vrijdag ben ik in het Griftpark gaan fotograferen. Ik ben er nog niet zo vaak geweest en was verrast. Een leuk, groot park en erg divers. Nadat ik uren in het park heb rondgelopen kwam ik uiteindelijk thuis met meer dan 200 foto’s. Bij ‘street photography’ moeten de foto’s het verhaal vertellen en is een blog over foto’s schrijven enigszins onzinnig. Toch wil ik graag een serie foto’s toelichten.

Bij de cursus ‘storytelling photography’ was er een vrouw die foto’s had gemaakt van een zwerver. Ze vertelde er een prachtig verhaal bij waardoor de foto’s echt bijzonder werden. Ze werkte als vrijwilliger met daklozen en wist heel goed hoe ze deze groep moest benaderen. De man die ze had gefotografeerd was een kunstenaar en schrijver. Hij had al vijfhonderd boeken geschreven. Om hem te bedanken voor het gesprek en de foto’s had ze een kunstwerk van hem gekocht.

In het park zat een non op een bankje heerlijk van de zon te genieten. Ik wilde graag een foto maken van haar. Eerst wilde ze niet op de foto maar het lukte me om haar over te halen. Het zijn mooie foto’s geworden maar ik heb haar beloofd om ze alleen voor mijn hobby te gebruiken.

Vijf stappen bij de non vandaan, stond er ineens een man recht voor me. Hij wilde twee euro voor een foto. Ik herkende hem meteen, het was dezelfde zwerver als van de cursus. Mensen betalen voor een foto, ook als ze dakloos zijn, heeft niet mijn voorkeur. Ik wil een spontane ontmoeting met een spontane foto. Hier was weinig spontaans aan. Ik raakte volledig geblokkeerd, vooral omdat hij maar bleef praten: foto, dakloos, opvang, kunstenaar, foto, twee euro…. Het kwam in mijn hoofd op om te zeggen: ‘Jij bent de man van de cursus, ik wil geen foto van je maken’. Ondertussen was hij de kunstwerken uit zijn tas aan het halen. Hij was duidelijk niet van plan om door te lopen. Ik dacht de snelste manier om van hem af te komen, is om hem twee euro te geven en een foto te maken. Natuurlijk had ik geen twee euro. Ik had een briefje van vijf. ‘Heb je drie euro terug?’ vroeg ik aan de zwerver. Nee, dat had hij niet. Later dacht welke idioot vraagt er nou geld aan een dakloze: ‘Mayke!’ Meer dan één euro zeventig had ik hem niet te bieden, dat was ook goed.

Inmiddels was ik van de schrik bekomen en raakte geïntrigeerd door deze man. Hij sliep nauwelijks, schreef en tekende aan één stuk door met een ballpoint. Eerst was hij begonnen met schrijven maar toen was hij gaan tekenen. Het kunstwerk dat hij me liet zien had een lege ruimte, dat moest het profiel van een vrouw voorstellen. Helaas kon ik dat er niet in zien. Hij wilde het nog niet verkopen omdat het nog niet af was. Ik vertelde hem dat hij heel hip was omdat er beroemde kunstenaars zijn die alleen met een BIC-pen tekenen, ‘BIC art’. Toen werd hij helemaal blij. ‘Dit is ook met een BIC-pen getekend, het kan dus in een museum’. Ik dacht; ‘Nu wordt het tijd om weer eens verder te gaan.’

Miguel Gallardo, “El Capitan” is overleden

Gisteren is op 66 jarige leeftijd Miguel Gallardo overleden als gevolg van een hersentumor. Hij was al een hele tijd ziek. In 2020 kreeg hij de eerste hersentumor. Hierover schreef hij het boek ‘Algo extraño me paso camino de casa’ (Iets vreemds gebeurde er met me op weg naar huis). Het voelde alsof hij de controle over zijn hoofd verloren had. Een iPad werd ineens een vreemd onhandelbaar object en op straat liep hij richting links zoals een verkeerde geladen boot. Het boek werd een best-seller en er volgde meerdere herdrukken. Het is een indrukwekkend boek over het hele proces van diagnose en behandelingen tot genezing. Zoals altijd met veel humor en zelfspot geschreven. Het was tijdens het begin van de Corona-pandemie. Iedereen was bang om besmet te raken met Corona, de nieuwe C naast de altijd al gevreesde C van ‘cancer’. Ik heb de oude ‘C’, schreef hij me. 

“Más que a morir temía no volver a dibujar” “Meer dan om dood te gaan, was ik bang om niet meer te tekenen”

Het eerste wat hij probeerde nadat hij was geopereerd, was tekenen. Een simpel poppetje tekende hij met een pen op een schrijfblok, met als tekstballon, ‘Ja ik kan het nog’.

De zoektocht naar een goede plek voor Maria, zijn autistische dochter, werd versneld. Hij reisde heel Spanje door en bezocht veel huizen om zeker te weten dat Maria goed verzorgd zou worden als hij er niet meer zou zijn. Het maakte hem niet uit waar het was, als er maar goed voor haar gezorgd zou worden. ‘Ik ga toch niet meer naar haar toe als ik dood ben, dus waar in Spanje het is dat maakt niet uit.’ Uiteindelijk heeft hij een fijne plek voor haar gevonden. Daar was hij erg blij mee. 

In november heb ik hem voor de laatste keer gezien toen ik in Barcelona was. Zoals altijd spraken we af om koffie te gaan drinken. Toen ik hem zag staan aan de bar in een café waar hij een espresso bestelde, wist ik het meteen: dit is foute boel. Een broze, kwetsbare enigszins ontredderde man zag ik staan. Dat hij na de eerste hersentumor, een tweede hersentumor had gekregen wist ik, maar van de derde hersentumor was ik, zoals veel andere mensen, niet op de hoogte. Hij kon niet begrijpen hoe het mogelijk was dat hij in twee jaar tijd drie hersentumoren had gekregen. Bij de eerste dacht hij pech maar ik ga ervan genezen. Bij de tweede was hij al minder positief maar hij ging de strijd met deze tumor aan. Bij de derde tumor werd het teveel. Hij vertelde me dat hij het niet meer kon opbrengen, geen operatie meer en ook geen chemo maar een experimentele behandeling met medicijnen. Hij vond het vreemd om te weten dat hij niet lang meer te leven had. ‘Je weet dat je een keer doodgaat, maar dat het moment al heel dichtbij is, is vreemd’. Gelukkig was er een goede plek voor Maria. Maria’s leven gaat na zijn dood gewoon verder. Papa is er niet meer en verder kan zij er niet over denken.

Vanochtend dacht ik, nu ga ik nooit meer naar Barcelona toe. De afspraken met Miguel waren de hoogtepunten van mijn vakantie. Ik kon ontzettend met hem lachen en ook zijn manier van denken sprak me erg aan. Zijn hondje Gala, een bastaard vergeleek hij met Superman, ‘daar is er ook maar één van’. De eerste keer dat ik samen met hem zijn hond ging uitlaten, kwamen we terecht in ‘de hondendisco’. Een oude kinderspeeltuin in een park nu bestemd voor honden. ‘Hier ontmoet ze haar vrienden’. Het is net als in een gewone discotheek soms ontmoet je leuke mensen, andere keren is het saai. Ze had een verloofde maar die hond was er die dag niet. ‘Weet je dat de kont van een hond zijn visitekaartje is, zo maken ze kennis met elkaar’. Na een tijdje kwam Gala tussen ons in zitten op het bankje, het leek alsof ze luisterde naar ons gesprek. Hij vond dit bijzonder omdat ze meestal wantrouwend was bij vreemde mensen. “Jij bent anders en dat weet ze”, zei hij. Bij de eerste kennismaking wist hij direct dat ik anders was, maar het was geen probleem. Het was niet alleen dat hij mij begreep omdat ik autisme heb, maar hij waardeerde ook mijn humor, openheid en oprechte interesse. Vaak dacht ik, ik zou graag willen dat er in Nederland iemand is die me zo goed begrijpt. Waarbij het contact zo vanzelfsprekend is.

In november liep ik na het uitlaten van Gala mee naar zijn huis. Hij was erg moe en kwam moeilijk uit zijn woorden. Er viel een stilte toen we voor zijn deur stonden, want wat zeg je als je afscheid neemt van iemand die doodgaat.

‘Bel me weer als je in Barcelona bent, dan drinken we weer koffie’.

‘Ja dat zal doen’, was mijn antwoord.

Toen wist ik al dat dit de laatste keer zou zijn dat ik hem zou zien. Enigszins verslagen liep ik naar een stripboekenwinkel om mijn gedachten weer te ordenen.

Het enige wat ik nu nog voor hem kan doen, is zijn boek “Maria y yo” verder vertalen en een uitgever proberen te vinden. Door dit boek en zijn lezingen over de hele wereld is er veel meer begrip gekomen voor autisme en voor de ouders met een kind met autisme. Nederland kan niet achterblijven.