Het is de fucking Nachtwacht niet…

fullsizeoutput_526

De afgelopen weken heb ik twee kunstwerken gekocht op het internet bij kunstveiling.nl.

Friedrich was here

Het eerste werk is een miniatuur van Ron Watts (1947 -), “Friedrich was here”. Omdat ik ook miniatuur woon heb ik geen ruimte voor grote kunstwerken, voor dit schilderijtje heb ik nog wel ergens plekje. De afbeelding is erg klein, postzegel formaat (5,5x7cm). Inclusief lijst is het werk 14×15,5cm. Ron Watts is een Utrechtse schilder en staat vooral bekend om zijn miniaturen. Wat me aanspreekt in dit schilderij is het trapje dat uit het niets lijkt te komen. De titel “Friedrich was here” is enigszins raadselachtig. Wie was Friedrich en waarom was hij daar? Friedrich zou kunnen verwijzen naar de Duitse schilder Caspar David Friedrich (1744-1843). Hij was geïntrigeerd door het mystieke en raadsels van het leven. Hij schilderde vooral landschappen met mensen.

“La fiesta” van Dominique Martin

tmp-95a52606701e98211202d7f02486a0a6-filename

Het tweede werk “La fiesta” is van Dominique Martin (1951-). Een Française die sinds 1973 in Nederland woont en vooral bekend is om haar grafische werk. Deze ets past prima in mijn slaapkamer. Het openingsbod was €1,-. Het was eigenlijk een impulsieve aankoop en ik hoopte dat iemand €2,- zou bieden, maar ik werd gefeliciteerd door Kunstveiling, “u bent de winnende bieder”. Nou ja, voor één euro is het best een aardige aankoop.

Het probleem is: hoe krijg ik deze “kunstwerken” van Amsterdam naar Utrecht? Bij de aankoopinformatie stond dat het schilderijtje voor €11,50 verzonden kon worden. Dat is een retourtje Amsterdam en het leek me prima. Vervolgens krijg ik een factuur met de verzendkosten erbij a €41,50. Omdat het een origineel werk betreft kan het alleen door een koerier worden bezorgd die gespecialiseerd is in het vervoeren van kunstwerken. “Het is de fucking Nachtwacht niet”. Het is een ieniemienie schilderijtje van €100,- en ze willen het geklimatiseerd laten vervoeren, idioot. Het valt me nog mee dat ik geen verzekeringskosten hoef te betalen. Het kan prima per post, het past niet door mijn brievenbus maar daar is alles ook mee gezegd. Ik kan het ook op gaan halen in Amsterdam, dat lijkt me de beste optie.

Dalí, Disney en Destino

In 1945 begonnen Salvador Dalí en Walt Disney samen aan de korte film Destino. Ze maakten delen van de film maar omdat er te weinig geld was bij Disney-studio werd de film nooit afgemaakt. Een neef van Walt Disney, Roy E. Disney heeft schetsen van Dalí voor de film gevonden en ook delen van de film. In 2003 heeft Roy de film afgemaakt met behulp van nieuwe animatie technologie. De samenwerking tussen Dali en Disney is een artistiek project waarin kunst en massacultuur samensmelten. Dalí’s beelden komen in beweging en de figuren van Disney krijgen de vorm van Dalí surrealistische verbeelding.

De film Destino, bestemming in het Spaans, begint met de hoofdpersoon Dahlia die naar het beeld van man met een grote klok loopt. Deze man is Chronos die de tijd zelf uitbeeld. Door de hele film heen is Dahlia omringd door voorwerpen die versmelten of breken, waardoor het haar niet lukt om iemand te vinden die met haar samenleeft. Er zijn ook scènes waarin Dahlia danst door de surrealistische schilderijen van Dalí.

Chronos is een paar minuten in de film te zien. Hij wordt tegengehouden door een klok. Hierdoor wordt duidelijk dat hij niet aan de tijd kan ontsnappen omdat aan hij de tijd vastzit. Het bewustzijn en de symboliek van tijd beïnvloedt het leven van Chronos, wat vervolgens zijn tol eist voor Dahlia. Als hij door een gat loopt verandert hij in een baseball speler. Als hij Dahlia ziet, verschijnen er grote wanden tussen hen in, waardoor ze verder uit elkaar worden gedreven. Aan het einde van de film verandert Chronos weer in een beeld waardoor hij en Dahlia voor eeuwig gescheiden zullen zijn. Dahlia verandert in een klok en maakt zichzelf vast in het gat van het hart van Chronos.

Dalí zei tegen de pers over dit project ”a magical exposition of the problem of life in the labyrinth of time.” Disney vertaalde dit snel naar ”just a simple story of a girl in search of her real love.”

De inspiratiebron voor dit Dalí-Disney project was het Mexicaanse lied van Armando Domínguez met de titel Destino. Dit liedje is te horen bij de film. In film zijn werken van Dalí te zien. En ook thema’s die in het werk van Dalí terugkomen zoals mieren, kolossale beelden, surreële landschappen en natuurlijk de smeltende klokken zijn te zien.

The Broken Bridge and the dream
The Broken Dalí, Bridge and the Dream
sentimental-colloguy dali
Study for Sentimental Colloquy

 

Palau de la música Catalana

Palau de la música Catalan
Palau de la música Catalana

Het Palau de la Música Catalana werd tussen 1905 en 1908 gebouwd door de modernistische architect Lluís Domènech i Montaner als centrum voor de koorvereniging Orfeó Català. Het gebouw ligt in de buurt van Sant Pere, één van de mooiste plekken in Barcelona en is al meer dan honderd jaar een plek voor het concertleven van de stad.

Het Palau de la Música Catalana is één van de mooiste gebouwen van het Catalaanse modernisme. Het is het enige concertgebouw dat is uitgeroepen tot werelderfgoed door de UNESCO (4 december 1997).

Foto’s: Mayke Merkx

fullsizeoutput_51a
Muur achter het podium half-mozaïek, half reliëfen muzen. De bovenlichamen werden gebeeldhouwd door Eusebi Arnau en het mozaïekwerk van hun lagere lichamen werd gemaakt door Lluís Bru. In het midden staat het Catalaanse wapenschild.
IMG_1154
Detail van de achttien muzen. Elk van de vrouwen bespeelt een ander muziekinstrument. De muze links is de enige die op haar jurk het wapen van Oostenrijk en dubbelkoppige adelaar van de Spaanse Habsburgse dynastie toont.
fullsizeoutput_511
De wanden aan twee kanten bestaan voornamelijk uit glas-in-loodramen in prachtige bogen. Met bloemmotieven.
fullsizeoutput_512
De rit afgebeeld van de valkyries in Wagner’s opera Die Walküre
fullsizeoutput_506
Tussen de Dorische zuilen de buste van Beethoven. De rechterkant van de zaal vertegenwoordigt klassieke muziek.
fullsizeoutput_513
Omgekeerde koepel van glas in lood ontworpen door Antoni Rigalt
fullsizeoutput_50f
De wanden aan twee kanten bestaan voornamelijk uit glas-in-loodramen in prachtige bogen,
fullsizeoutput_500
Linkerkant van de concertzaal, het podium met muze, orgel en het Catalaanse wapenschild
fullsizeoutput_50a
Een buste van Anselm Clavé, een beroemde koorregisseur die een instrument was voor het herleven van Catalaanse volksliederen, aan de linkerkant van het podium. Zittend onder dit standbeeld, gebeeldhouwde meisjes die het Catalaanse lied “Les Flors de Maig” (De bloemen van mei) zingen. De linkerkant van de zaal vertegenwoordigt volksmuziek.
fullsizeoutput_50d
Sala Lluís Millet van boven
fullsizeoutput_50c
Zaal met buste van Lluís Millet, stichter van de Orfeó Català.
fullsizeoutput_50b
Het balkon met een dubbele zuilengalerij met karakteristieke kleuren en versieringen.
IMG_0136
Buitenkant met bloemen betegelde kolommen en daarop de bustes van Bach

Video Palau de la música van Vikings Oceans:

Crypte Sagrada Familia

De afgelopen week was ik in Barcelona. Het eerste wat ik heb bezocht was de Sagrada Familia. Ik was er al eens eerder geweest maar het blijft een wonder. Deze keer ben ik ook naar de crypte gegaan.

Ondanks het feit dat je er geen foto’s mag maken, heb ik het wel gedaan. Ik vroeg aan een man bij de ingang of ik foto’s mocht maken. Dat mocht dus niet. Toen heb ik een verhaal verzonnen dat ik een schrijfster ben en een artikel wil schrijven over de crypte omdat daar weinig over bekend is. Ik had van te voren schriftelijk toestemming moeten vragen, maar ja dat had ik niet gedaan. Het duurde minimaal een week om toestemming te krijgen. De Spaanse bureaucratie. Dan ben ik al weer in Nederland, was mijn antwoord. Uiteindelijk mocht ik zonder flits toch foto’s maken.

De crypte is het eerste deel dat werd gebouwd van de Sagrada Familia en werd voltooid in 1891. Gaudí was de tweede architect die aan de crypte werkte. Het oorspronkelijke ontwerp van Francisco de Paula del Villar en Lozano werd vervangen door het ontwerp van Gaudí. Bij het overnemen van de bouw van de crypte respecteerde hij het neo-gotische karakter van het ontwerp. Hij paste het ontwerp wel aan, aan zijn naturalistische idealen.

De crypte bestaat uit vijf kapellen, gerangschikt in de vorm van een rotonde, en een kapel met een gekruisigde Jezus.

Een altaarstuk is gewijd aan de Sagrada Família met een beeld van de beeldhouwer Josep Llimona. Gaudí’s bijdrage is het ontwerp van de lampen.

Één van de andere schatten van de crypte is de Romeins mozaïeken vloer met afbeeldingen uit de natuur, gemaakt door Màrius Maragliano.

Het meest bijzondere aan de crypte is dat Gaudí hier is begraven in de kapel van Virgen del Carmen.

Kapel Virgen del Carmen
Kapel Virgen del Carmen met op de achtergond een versiering in Trencadis.
Kapel Mare de Deu de la Mercè
Mare de Deu de la Mercè, patroonheilige van de stad Barcelona
Kapel Sint Jozef
Kapel Sint Jozef
Hoofdaltaar
Hoofdaltaarstuk gewijd aan de Sagrada Família, beeldhouwer Josep Llimona
Kapel Jezus
Kapel Jezus
Neo-gotische glas in lood raam
Neo-gotische glas in lood raam
Aankondiging
Aankondiging
Altaar lampen van Gaudi
Altaar lampen Gaudí
Kapel Jezus aan kruis
Kapel Jezus aan kruis
Dakkapel
Dakkapel
Begraafplaats Gaudí
Kapel Virgen del Carmen, begraafplaats van Gaudí
biechtstoel Glas in lood Gaudi
Biechtstoel met glas in lood ontwerp Gaudi
Romeinse mozaïek
Romeinse mozaïeken vloer gemaakt door Màrius Maragliano.

 

Le Moulin de la Galette

Tussen de jaren 1870 en 1930 raakten kunstenaars die naar Parijs kwamen in de ban van Le Moulin de la Galette. De molen is niet een typisch voorbeeld van een muze maar de feesten die er plaatsvonden zijn te zien in enkele van de meest geliefde schilderijen in de kunstgeschiedenis.

Aan het eind van de 19e eeuw werd ‘Le Moulin Blute-Fin’ omgedoopt tot ‘Le Moulin de la Galette’ en werd het een populaire ontmoetingsplaats voor onder andere Renoir, Van Gogh, Toulouse-Lautrec , Casas en Picasso. Renoir’s ‘Bal du Moulin de la Galette’ is misschien wel het meest gerenommeerde exemplaar.

In dit blog laat ik diverse schilderijen zien van verschillende kunstenaars van Le Moulin de la Gallette, met een korte beschrijving.

Renoir

Iedereen kent het schilderij “Bal du Moulin de la Galette” van Renoir uit 1877. Het wordt gezien als één van de belangrijkste werken van het vroege impressionisme. Het laat een levendig publiek zien in de tuin. Dit schilderij wakkerde de interesse van kunstenaars aan.

Auguste Renoir ball at Le Moulin de la Galette
Auguste Renoir – Bal Moulin de la Galette 1876

Vincent Van Gogh

Hij kwam in 1886 aan in Parijs toen het impressionisme op zijn hoogtepunt was. De studio waarin hij woonde was dicht bij Le Moulin de la Galette en is vaak door hem geschilderd. Bijvoorbeeld de molen met op de achtergrond Montmarte en de Tuin achter Le Moulin de la Galette.

Henri de Toulouse-Lautrec

Dit schilderij is één van de eerste in de reeks waarin Toulouse-Lautrec het nachtleven van Montmarte schildert. Door de verf met terpetine te verdunnen lijkt het of het schilderij niet af is. Cruciaal is de diagonale houten barrière die het schilderij doormidden snijdt. Met aan de ene kant een uitbundige dansende menigte en aan de andere kant degenen die lusteloos aan de zijlijn toekijken.

Toulouse-Lautrec Moulin de la Galette 1889
Toulouse-Lautrec Moulin de la Galette 1889

Ramon Casas

Ramon Casas is één van de belangrijkste Modernisten en vertegenwoordiger van de Catalaanse schilderkunst. Aan het einde van de 19e eeuw kwam hij op vijftien jarige leeftijd naar Parijs om er te studeren. Hij is er drie jaar gebleven en schilderde een aantal schilderijen van de Moulin de la Galette. In plaats van de nachtelijke feesten concentreerde hij zich op het interieur overdag en de omgeving.

Casas Moulin de la Galette 1890
Ramon Casas – Moulin de la Galette 1890

Een ander bijzonder schilderij van Casas is het portret van de componist Erik Satie die staat als bohemien voor Moulin de la Galette, in Montmartre.

Ramon Casas Bohemien 1891
Ramon Casas Bohemien 1891

De drie vrouwen alleen

Drie vrouwen waarvan twee vrouwen binnen zijn afgebeeld en één vrouw buiten.

“Plein air”, de vrouw buiten Le Moulin is minder dramatisch dan de vrouwen binnen. Zij is eleganter en deftiger gekleed. Het feit dat zij haar hoofd van de toeschouwer afwendt, voorkomt dat we haar humeur kennen: haar eenzaamheid kan de reden zijn voor verdriet en ongeduld, maar het kan ook zijn dat ze geniet van het moment.

In de twee andere werken, geschilderd in Le Moulin, zijn de vrouwen dichterbij. Het interieur wordt gedetailleerd geschilderd. De beide vrouwen kijken droevig en bezorgt naar iets buiten het schilderij.

Madelaine drinkt alleen absint, door de spiegel op de achtergrond kun je zien waarnaar ze kijkt, namelijk dansende mensen.

Pablo Picasso

Picasso schilderde Le Mouin de la Galette voordat hij naar Parijs verhuisde. Hij woonde nog in Barcelona toen hij twee maanden Parijs bezocht tijdens de Wereldtentoonstelling in 1900. Tijdens zijn verblijf bezocht hij kunstgalerieën, de bohemien café’s en de danszaal van Le Moulin de la Galette. Het schilderij van de molen is zijn eerste werk in Parijs. Het wordt niet als één van zijn meesterwerken beschouwd, maar hij was pas 19 jaar toen hij dit schilderde. Door het gebruik van felle kleuren roept het een gevoel van beweging op. Het geeft ook zijn fascinatie weer voor decadentie en glamour in de beroemde danszaal waar de bourgeois en prostituees samen dansen.

Picasso Moulin de la Galette 1900
Picasso Moulin de la Galette 1900

Kees van Dongen

Van Dongen schilderde Le Moulin de la Galette vlak na zijn aankomst in Parijs. Hij woonde in een studio in hetzelfde gebouw als Picasso. Hij maakte zijn versie van het schilderij van Renoir waarbij hij de nadruk legde op de feestvreugde. Het werk was de bijdrage van de kunstenaar aan de Salon des Indépendants in 1906 maar bleef in zijn bezit tot de jaren vijftig toen hij het in zes stukken hakte en die hij apart verkocht.

Dongen Moullin de la Galette 1906
Van Dongen Moullin de la Galette 1906

Maurice Utrillo

Hij groeide op in Montmartre en was een schilder met een opvallend talent. Hij leidde een tragisch leven in de kunstwereld van Parijs. Als onwettig kind van Suzanne Valdon werd hij opgeleid door Degas en Toulouse-Lautrec. Zijn carrière werd beïnvloed door zijn alcoholverslaving. Hij maakte veel schilderijen van Montmartre. Hij inspireerde jonge kunstenaars om de werkelijkheid opnieuw te onderzoeken en abstract weer te geven.

Utrillo Moulin de la Galette and Sacre coeur
Utrillo – Moulin de la Galette and Sacre coeur

Santiago Rusińol

Een Catalaanse landschapsschilder in impressionistische stijl. Hij begon zijn studie in Barcelona en vervolgens ging hij in 1890 naar Parijs. Hij was bevriend met Casas en Toulouse-Lautrec.

Rusińol zag le Moulin de la Galette anders dan van veel andere kunstenaars. In plaats van de feesten beeldde hij de omgeving van de danszaal af. Hij schilderde zijn vriend Utrillo bij de ingang van het park bij Le Moulin de la Galette. Het schilderijen geeft een verloren gevoel omdat de tuin leeg is.

Ook het schilderij “De Kaartjesverkooptser” bij Le Moulin de la Galette maakt een verloren indruk.

Isaac Israëls

Van 1905 tot 1913 leefde Israëls in Parijs, waar hij een atelier had aan de Boulevard de Clinchy. Vlakbij het bruisende uitgaansleven van Le Moulin de la Galette. Hij was onder de indruk van het werk van Edgar Degas en Henri de Toulouse-Lautrec. Hij schilderde vooral mensen. In 1906 schilderde hij impressionistische schilderijen van “Le Moulin de la Galette”.

Wie schilderde Goya in Las Majas?

Francisco de Goya y Lucientes is een van de beste Spaanse schilders, geboren op 30 maart 1746 in Fuendetodos en overleden op 15 april 1828 in Bordeaux. Hij is een schilder uit de Romantiek, een stroming in de schilderkunst in de 19e eeuw.

Goya was hofschilder maar hij was ook bevriend met veel Spanjaarden die de ideeën van de Verlichting aanhingen en hiermee deelde hij de afkeer van onrechtvaardigheid, fanatisme, religie en bijgeloof.

Hij was een voortreffelijke portrettist en schilderde ook idyllische taferelen in heldere kleuren. In zijn ingewikkelde werk verbindt hij het vriendelijke, klassieke, monsterlijke, denkbeeldige en zijn innerlijke wereld.

In oktober 1824 verlaat Goya het onderdrukkende hof van Fernando VII en vlucht naar Bordeaux in Frankrijk. In deze stad overlijdt hij in 1828 op 82 jarige leeftijd.

LAS MAJAS

De schilderijen “Las Majas”: La Maja Desnuda, (De Naakte Maja, 1800), en La Maja Vestida, (De Geklede Maja, 1802), behoren tot de topstukken van Goya’s werk en zijn de meest onderzochte en beschreven werken.

Rond 1800 gaf Manuel de Godoy, de belangrijkste adviseur van koning Carlos IV, aan Goya de opdracht om een liggende naakte vrouw te schilderen. Godoy woonde in een modern paleis in Madrid waar hij een kunstcollectie had van meer dan duizend werken waaronder 26 van Goya. Hij was ook in het bezit van de Venus van Velazquez. Een deel van zijn collectie hing in een verborgen kamer die slechts toegankelijk was voor speciale gasten. De Geklede Maja hield de Naakte Maja verborgen en met een katrol kon hij deze aan mensen laten zien.

In de Spaanse schilderkunst zijn er weinig naakte vrouwen. Ze werden als obsceen beschouwd door zowel de streng katholieke koningen als door de kerk zelf. Hierdoor werden ze door de Inquisitie in beslag genomen of vernietigd. Alleen een man met zoveel macht kon openlijk ingaan tegen de eisen van de kerk en de inquisitie.

In 1815 werd Godoy ontslagen door de nieuwe koning Fernando VII en zijn grote kunstcollectie werd in beslaggenomen. De inquisitie stelde een onderzoek in naar “Las Majas” en beval Goya om voor het tribunaal te verschijnen om toe te lichten of dit zijn werk was, met welk doel hij ze had geschilderd en in wiens opdracht. Het is onduidelijk of Goya ook echt voor het tribunaal is verschenen.

De schilderijen bleven in het depot van de “Real Academia de Bellas Artes” in Madrid gedurende de hele negentiende eeuw en werden voor het eerst tentoongesteld in 1901 in het Prado. Daar hangen ze nu nog steeds naast elkaar.

BESCHRIJVING

Het onderwerp is niet een Venus maar een naakte vrouw van de straten van Madrid.

Diego_Velaquez,_Venus_at_Her_Mirror_(The_Rokeby_Venus)
Venus voor de spiegel, Velazquez  omstreeks 1647-51

Velazquez schilderde het meest bekende naakt in de Spaanse kunst voor Goya, niet als een echte vrouw maar als de godin Venus. Hij voegde er een cupido aan toe met een spiegel. De vrouw wordt van achter geschilderd waardoor de borsten en schaamstreek verborgen blijven. Goya daarentegen schilderde de naakte vrouw met haar gezicht en haar uitgestrekt lichaam naar de toeschouwer toe en creëerde hiermee een nieuw type vrouwelijk naakt.

La Maja Desnuda
La Maja Desnuda Goya 1800

De naakte vrouw ligt op een groene fluwelen bank met haar handen achter haar hoofd en niet over haar geslachtsdelen. De manier waarop het geschilderd is, de compositie en de penseelstreken zijn uitzonderlijk. Het wit van de geplooide stof en kussens zijn op een impressionistische manier weergegeven.

De pose van de Maja is niet zo subtiel als van de vroege Venussen. Ze slaapt niet, ze doet niet alsof iets anders haar bezighoudt, ook kijkt ze niet weg en ze weet dat er naar haar gekeken wordt. Ze laat zich aan de toeschouwer zien zonder enige vorm van schaamte. Het is waarschijnlijk voor de eerste keer in de schilderkunst dat schaamhaar wordt geschilderd. Dit is een echte vrouw van vlees en bloed die pronkt met haar seksuele aantrekkingskracht met als doel om de toeschouwer te verleiden.

La Maja Vestida.jpg
La Maja Vestida Goya 1802

De Geklede Maja werd enkele jaren na De Naakte Maja geschilderd en is ondanks de kleuren, roze ceintuur en groen, gele jasje veel minder levendig en verleidelijk. Het geeft een geromantiseerd beeld van de Spaanse zigeuner cultuur.

WIE IS LA MAJA?

Het is nog altijd de vraag wie La Maja van Goya is. Cayetana, hertogin van Alba, de minnares van Goya of Pepita Tudó, de minnares van Godoy, of slechts een onbekend Madrileens meisje.

Cayetana, hertogin van Alba

In 1775 ging Goya samen met zijn vrouw Josefa Bayue in Madrid wonen. Daar leerde hij Cayetana, de hertogin van Alba, kennen. Zij is dikwijls door hem geportretteerd. Het is nog steeds onduidelijk of Goya een relatie had met de hertogin, maar zij heeft in ieder geval een grote invloed op zijn werk gehad.

Hun bijzondere relatie blijkt onder andere uit het onderstaande schilderij

374px-Goya_alba2
Duquesa de Alba de Negro Goya 1795

Bij de restauratie van het schilderij in 1959 werd het woord “solo” (alleen) ontdekt. Het was verborgen onderaan op de grond in het schilderij naast Goya; “Alleen Goya”

solo goya
Solo Goya

De legende over de hertogin van Alba bleef kunsthistorici fascineren tot ongenoegen van de familie van de hertogin. In 1945 gaf de graaf van Alba de opdracht om de overblijfselen van Cayetana op te graven met als enige doel om aan te tonen dat de structuur van haar botten niet overeenkwamen met de lichaamsbouw van “La Maja Desnuda”.

Daarnaast werd in het Prado met radiografisch onderzoek vastgesteld dat het gezicht van “La Maja Desnuda” origineel is. Het afgebeelde gezicht, mogelijk van de hertogin, is dus niet overgeschilderd zoals sommige mensen beweerden. Waardoor het lichaam bij het gezicht hoort.

Pepita Tudó

pepita_maja
La Maja Vestida                                           Pepita Tudó

Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat het gaat om Pepita Tudó, de minnares van Godoy. De overeenkomst met het gezicht van Las Majas van Goya is verrassend.

In 1870 suggereerde Pedro Madrazo, zoon van de directeur van het Padro, dat het om Pepita Tudó kon gaan. Toentertijd werd het schilderij in het depot in van “La Academia de San Fernando” in Madrid bewaard. De tekst van Madrazo bleef volledig onopgemerkt door de kunsthistorici over Goya.

Het gezicht van een door een onbekende schilder geschilderd meisje, waarschijnlijk Pepita Tudó, lijkt verrassend veel op La Maja van Goya. Het schilderij maakt nu deel uit van de collectie van Museo Lázaro Galdiano in Madrid.

Dat Godoy een hechte band met Pepita had, blijkt alleen al uit het feit dat hij na zijn ontslag in 1815 door de nieuwe koning Fernando VII, samen met haar en zijn vrouw naar Italië vlucht.

In het programma “Punto sobre la historia” op Telemadrid wordt alles nog een keer duidelijk uitgelegd.

Punto sobre la historia Pepita Tudó, la desnuda maja de Goya

Lijst schilderijen

Venus met de spiegel, Diego Velazquez rond 1651 Londen National Gallery.

La Maja Desnuda, Francisco de Goya de Luciente 1800 Madrid El Prado

La Maja Vestida, Francisco de Goya de Luciente 1802 Madrid El Prado

Duquesa de Alba de negro, Francisco de Goya de Luciente 1797 New YorkThe Hispanic Society of America

Josefa de Tudó Cathalán Alemani, condesa de Castillofiel toegeschreven aan Ducker, Guillermo 1805 Madrid Museo Lázaro Galdiano

Les demoiselles d’ Avignon van Picasso

“Les demoiselles d’Avignon” is één van mijn favoriete schilderijen. Ik vind het fascinerend omdat het een enorme dynamiek heeft, je wordt er als het ware ingezogen om er vervolgens ontdaan weer uit te komen. Het is één van de belangrijkste schilderijen uit de twintigste eeuw, een keerpunt in de kunstgeschiedenis.

Leven van Picasso

Al heel vroeg was het talent van Picasso zichtbaar. Zijn vader stimuleerde hem door modellen in te huren en hem te helpen bij een tentoonstelling op dertien jarige leeftijd. Zijn ouders hoopten dat hij een succesvolle academische schilder zou worden.

In de herfst van 1897 begon hij in Madrid aan zijn opleiding aan de kunstacademie. Hij vond het hij saai en maakte liever tekeningen van de stad en schetsen van meesterwerken in het Prado. Hier ontdekte hij de Spaanse schilderkunst en was hij met name onder de indruk van het werk van Velazquez, El Greco en Goya.

In de lente van 1898 gaat hij naar Barcelona en bezoekt regelmatig “Els Quatre Gats”, een café waar Catalaanse kunstenaars en schrijvers kwamen. Zij volgden de ontwikkelingen in de kunst in Parijs. Hier heeft Picasso in februari 1900 zijn eerste solotentoonstelling, met veertig portretten. In april 1904 verhuisde hij naar Parijs en werd geïnspireerd door de werken van Van Gogh, Gauguin en Toulouse-Lautrec.

In de zomer van 1905 bracht hij drie weken door bij de schrijver en kunstverzamelaar Tom Schilperoot in Schoorl. Hier ontmoette hij ook de schrijfster en voorstander van moderne kunst Gertrude Stein. Zij bracht hem in contact met Matisse en Braque. Aan het einde van dit jaar verlegde Picasso de focus van zijn werk op het Kubisme.

Voorstudies

voorstudie picasso I
Voorstudie van Les Demoiselles, 1907 van houtskool en pastel

Voordat hij begon aan het schilderij maakte hij honderden voorstudies en in een half jaar werkte hij zijn ideeën verder uit. Uit vroege voorstudies blijkt dat hij aanvankelijk zeven figuren wilde afbeelden; vijf prostituees en twee mannen. Aan de linker kant staat een geneeskunde student met een schedel in zijn hand en in het midden staat een zeeman. De student observeert en de zeeman participeert in de allegorie op deugd en ondeugd. (Leo Steinberg, recensent)

Deze figuren zijn uiteindelijk weggehaald voor een meer abstracte weergave, die zich uiteindelijk heeft ontwikkeld tot een meer compacte en hoekvormige compositie. Op de voorgrond staat een tafel met een Catalaanse “porón” (drinkfles), een gesneden meloen en een vaas met bloemen.

De naam van Les demoiselles d’Avignon verwijst naar de bordelen op “Carrer d’Avinyo” in Barcelona. Het is niet de naam die Picasso aan het schilderij gaf maar zijn vriend André Salmon, die als recensent over het schilderij schreef. Picasso was het hier niet mee eens, het is “Mon Bordel”.

Het schilderij

Les demoiselles
Pablo Picasso. Les Demoiselles d’Avignon. 1907. Oil on canvas. 96 x 92Ó (243.9 x 233.7 cm) The Museum of Modern Art, New York. Digital Image (C) 2004 The Museum of Modern Art.

Les Demoiselles d’Avignon is een afbeelding van vijf naakte vrouwen, duidelijk prostituees in een bordeel.

De drie vrouwen links, waarvan de meest linker van opzij is afgebeeld. Zij houdt het gordijn opzij waardoor de anderen te zien zijn. De twee andere linker vrouwen zijn frontaal afgebeeld en kijken naar de toeschouwer van de scéne. De afbeelding van deze drie vrouwen, met name het hoofd van de meest linker, is beïnvloed door Oude Iberische beelden die Picasso een jaar eerder in het Louvre had gezien. De drie linker gezichten, zijn abstract maar niet onaangenaam om naar te kijken.

De twee vrouwen rechts hebben gezichten die lijken op hoofden van Afrikaanse beelden of maskers die Picasso had gezien in het Musée Ethnographie du Trocadéro in Parijs. Hier raakte Picasso gefascineerd door Primitieve kunst; Afrikaanse maskers en beelden. De vrouw rechtsboven heeft vierkanten borsten, dit is het begin van het Kubisme.

Picasso zegt na het zien van de Afrikaanse beelden. “Men had made those masks and other objects for a sacred purpose…At that moment I realized that this is what painting was all about…it’s a form of magic…a way of seizing power…When I came to this realization, I knew I had found my way.” quoted in Pierre Daix, Picasso, Life and Art, New York, 1993, p. 7

De lichamen van de vrouwen zijn gemaakt uit platte, hoekige en gekleurde vlakken, waardoor er diepte in het schilderij ontstaat. Ook de achtergrond is opgebouwd uit geometrische vormen. De vrouwen staan los van de grond. Het contrast tussen de kleuren is tot een minimum teruggebracht.

Ophef over het schilderij

Toen het schilderij af was, werd het nog niet tentoongesteld. Ook Picasso vond het een verontrustend schilderij en het duurde nog tien jaar voordat hij het wilde tentoonstellen in de “Salon d’Antin” in Parijs. Een lange tijd heeft het schilderij in zijn atelier gehangen waar andere kunstenaars het bekeken.

Naast enkele vroege bewonderaars, waren Picasso’s vrienden, tijdgenoten en verzamelaars geshockeerd. “Een verlies voor de Franse kunst” zei de kunstverzamelaar Sergei Ivanovich Shchukin, een voorstander van moderne kunst. Boos geworden door het schilderij geloofde Henri Matisse dat Picasso de moderne kunst belachelijk maakte. Dat hij zou bedenken hoe hij Picasso ten onder zou kunnen laten gaan en dat hij zijn excuses zou aanbieden voor deze roekeloze knoeierij. Zelfs de mede oprichter van het Kubisme, Georges Braque suggereerde dat Picasso met zijn schilderij “hen terpentine wilde laten drinken en vuurspuwen” André Derain zou gezegd hebben “Een dezer dagen hangt Picasso zich op achter zijn schilderij”.

Een meesterwerk?

Kunstenaars die hun tijd ver vooruit zijn moeten vaak wachten totdat er waardering is voor hun werk. Dit is ook het geval met Picasso en “Les Demoiselles d’Avignon”. Vanaf het moment dat het schilderij zijn studio verliet leidde het tot ontelbare debatten, studies en artikelen. Een artikel in “The Guardian” van Jonathan Jones in 2007 vanwege het honderdjarige bestaan van het schilderij schreef:“ Works of art settle down eventually, become respectable. But , 100 years on [Les demoiselles d’ Avignon] is still so new, so troubling, it would be an insult to call it a masterpieceWebsite MOMA

Bronnen
Museu Picasso de Barcelona
Catalogus MOMA
Picasso. Forty years of modern art. New York Edited by Afrd H. Barr Jr. 1939
Picasso Les Demoiselles d’Avignon Edited by Christopher Green, Courtauld Institute of Art, University of London, 2001. In collaboration with the Art Institute in Chicago
Publication excerpt from The Museum of Modern Art, MoMA Highlights, New York: The Museum of Modern Art, revised 2004, originally published 1999, p. 64
MOMA Learning website
Living with Art Mark Getlein
Open Universiteit
Eeuwige Schoonheid E.h. Gombrich
History of Art, by H. W Janson (Author),

La carga

Ramon_Casas_Charge

Vandaag is er in Catalonië een referendum over de vraag of Catalonië zich kan afscheiden van Spanje. De hele dag al volg ik het nieuws via diverse bronnen. Wat me choqueert is het geweld dat door de politie wordt gebruikt. Het referendum is illegaal verklaard maar dat rechtvaardigt wat mij betreft het geweld niet.

Ik denk steeds aan een schilderij van de Catalaanse kunstenaar Ramón Casas i Carbó (Barcelona 5 november 1866-29 februari 1932). La carga (De charge). Het is een groot schilderij van een staking door arbeiders in Barcelona op 2 februari die wordt onderdrukt door de politie. Het schilderij is een symbool van onderdrukking geworden

Passeig de Gràcia : La manzana de la discordia

alzado-la-manzana-de-la-discordia-barcelona-gaudi-montaner-cadafalch-495.jpg

In Barcelona heb ik drie huizen bezocht die verbouwd zijn aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. De tijd van het modernisme in Catalonië. Het is een populaire Europese kunststroming, een variant van jugendstil of art nouveau.

De huizen liggen aan de Passeig de Gràcia in het centrum van Barcelona. De locatie van deze drie huizen wordt ook wel “La manzana de la discordia”, genoemd. Deze benaming verwijst naar “Het oordeel van Paris”, die de appel gaf aan de mooiste van de drie godinnen. Manzana betekent namelijk in het Spaans Appel of (huizen)blok.

Casa Batlló is van binnen en buiten verbouwd van 1904 tot 1906 door Gaudí in opdracht van de textielmagnaat Josep Batlló i Casanovas.

casabatllo2
Casa Batlló voorgevel (Foto: Wikipedia)

Casa Amatller is van 1898 tot 1900 van binnen en buiten verbouwd door de architect Puig i Cadafalch voor de chocolade magnaat Amatller. Het huis heeft een trapgevel, hij is geïnspireerd door de grachtenpanden in Amsterdam.

casaamatller

Casa Lleó i Morera is van binnen en buiten verbouwd van 1902 tot 1906 door de architect Lluís Domènech i Montaner. In opdracht van Lleó i Morera Lluís. Het eerste huis met een kamer waarvan de wanden volledig van glas zijn.

Casa Lleo Morera
Casa Lleo Morera

Op het internet heb ik een korte documentaire gevonden over het werk van Antonio Gaudí. Gemaakt door Ken Russell, een Britste filmregisseur, in 1961. In het “Casa Batlló” zijn de meubels te zien die ook door Gaudí zijn ontworpen. De documentaire laat ook de bouw van de Sagrada Familia zien. In de afgelopen vijftig jaar is er veel gebouwd.

Goya en hekserij

In het museum Catharijneconvent in Utrecht is de tentoonstelling “De heksen van Bruegel” te zien. In samenwerking met het museum geeft Maria Tausiet op 5 november bij Instituto Cervantes de lezing: “Niet te geloven!” Hekserij en ironie van Bruegel tot Goya.

Goya fragment vliegende heksen
Fragment vliegende heksen, Goya

Biografie Francisco de Goya y Lucientes (1746-1828)

Geboren in Fuendetodos in 1746 en overleden in Bordeaux in 1828. Hij schilderde maar maakte ook veel etsen en tekeningen. In zijn jonge jaren maakte hij “kartons” in kleurrijke rococostijl voor de koninklijke wandtapijtenfabriek Santa Barbara in Madrid.

De kunst van Goya is het begin van de moderne kunst. In 1770 reisde hij naar Italië waar hij in contact kwam met het neoclassicisme. Deze stijl neemt hij over. Bij zijn terugkomst in Spanje schilderde hij idyllische taferelen in heldere kleuren. In 1786 werd hij tot hofschilder benoemt. Goya is een van de beste Spaanse schilders. Hij is een voortreffelijke portrettist. In zijn ingewikkelde werk verbindt hij het vriendelijke, klassieke, monsterlijke, denkbeeldige en zijn innerlijke wereld.

In 1793 werd hij ernstig ziek waardoor hij doof werd. Dit leidde tot een nieuwe creatieve en originele stijl met minder pittoreske thema’s. Zoals etsen die hij maakte over de Onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk in “Los desastres de la guerra” (Verschrikkingen van de oorlog). Duistere krachten, irrationeel gedrag en de menselijke wreedheid, domineren Goya’s etsen uit dit album

De doofheid veranderde zijn karakter en hij schilderde zijn binnenwereld; somber en erg donker. Het hoogtepunt van zijn werk zijn de schilderingen op de muren van zijn huis, Quinta del Sordo, “Las Pinturas Negras”. Daar begint de moderne schilderkunst.

In oktober 1824 verlaat Goya het onderdrukkende hof van Fernando VII en vlucht naar Bordeaux in Frankrijk. In deze stad overlijdt hij in 1828. Toen Goya op 82 jarige leeftijd overleed, had hij driehonderd etsen en 900 tekeningen gemaakt.

Heksen

Vanaf de Middeleeuwen is in de Europese cultuur het geloof in hekserij diep geworteld. Door de publicatie van boeken, zoals het vijftiende-eeuwse “Malleus Maleficarum” ook wel “Heksenhamer” genoemd, werd het geloof in het bovennatuurlijke en hekserij gevoed. Het boek werd gebruikt als een gids om een heks te herkennen. Het beïnvloedde de overtuiging dat heksen erg gevaarlijk waren. In de 16e en 17e eeuw werden heksen vervolgd door de kerk en Inquisitie. Dit duurde tot de Verlichting, een tijd waarin de heks een figuur van satire werd. Goya vond dat hekserij is gebaseerd op redeloosheid en dat de angst wordt aangewakkerd door de kerk en Inquisitie, om zo de macht te behouden.

Goya: van oude meester naar moderne kunstenaar

Goya is vaak beschreven als de laatste kunstenaar van de oude meesters en de eerste moderne kunstenaar. De moderne kunst in Spanje begint met Goya. De echte en spirituele wereld werden al gecombineerd in de religieuze kunst. Goya was één van de eerste schilders die een verband legde tussen de symbolieke wereld en de wereld van de Verlichting. Een politieke en filosofische beweging die door gebruik van de rede, bijgeloof en machtsmisbruik van de kerk tegen wil gaan. Goya wilde met zijn werk een diepgaande dialoog over de heersende ideeën op gang brengen. Op het moment dat Goya niet meer aan het hof werkte, had hij de volledige vrijheid. De kunstenaar is meer aanwezig in zijn werk.

Reeks van schilderijen met heksen

De schilderijen met heksen zijn tegelijkertijd geschilderd. Oorspronkelijk bestond het uit een groep van zes schilderijen met dezelfde kleine afmeting. Ze zijn gemaakt in opdracht van de Hertogen van Osuna, la Alameda de Osuna, voor hun buitenverblijf in de buurt van Madrid.

Drie schilderijen uit deze serie worden nader toegelicht: De vliegende heksen, Heksensabbat en Samenzwering.

Vuelo de brujas, De vliegende heksen 1798
Museo del Prado Madrid

Vliegende heksen 1798

Drie personen in de lucht houden een man vast en ze eten hem op. Het zijn niet zoals gebruikelijk vrouwelijke heksen, maar mannelijke. Ze dragen rokken en een “coroza”, deze hoeden werden gedragen door de Inquisitie. Er zijn kronkelende slangen op de hoeden geschilderd, die het kwaad vertegenwoordigen. Hun ontblote bovenlijf wekt de suggestie van flagellant (geselaar). Het slachtoffer spreidt zijn armen uit, heeft grote angstige ogen en schreeuwt.

Onderaan het schilderij zien we twee boeren die in de duisternis de top van een berg hebben bereikt. De ezel, die eerder gestopt is op het pad, vertegenwoordigt de onwetendheid. De mannen zijn onschuldige voorbijgangers die niet willen weten wat er gebeurt. De ene man ligt op de grond en hij bedekt zijn oren, omdat hij het geschreeuw van de man in handen van de heksen niet wil horen. De andere man bedekt zijn hoofd met een laken tegen het licht en wil niet zien wat er gebeurt. Met zijn handen maakt hij het figa-teken (de duim tussen de wijsvinger en middelvinger) om het gevaar af te wenden.

Het satirische aspect in dit schilderij uit zich door het weergeven van bijgeloof en hekserij met personages die verkleed zijn als de Inquisitie. Het meest treffende in dit schilderij zijn de heksen. Het zijn heel tastbare, echte, geïdealiseerde, gespierde mannen. Hun armen en benen zorgen voor een uitbarsting van licht in de dichte duisternis.

El Aquelarre, Heksensabbat, 1798
Museo Lázaro Galdiano in Madrid

Heksensabbat

Dit schilderij heeft als onderwerp het ritueel van de heksensabbat. De duivel verschijnt als een grote bok; een wellustig figuur in de christelijke cultuur. Hij zit, gekroond met vijgenbladen, grote wijd open ronde ogen en hij straalt licht uit dat alle aanwezigen verlicht. Hij wordt omringd door jonge en oude heksen die hem kinderen aanbieden. Boven de hoofden van deze erg macabre bijeenkomst vliegen vleermuizen of vampiers die zich aan de heksen laten zien.
(Vertaling van beschrijving Fundación Lazaro Galdiano)

El Conjuro, Samenzwering, 1798
Museo Lázaro Galdiano in Madrid

goya las brujas samenzwering

Het onderwerp van dit schilderij is een samenzwering van oude heksen. Een man met een wit overhemd wordt overvallen door heksen op zijn rustplaats. Boven zijn hoofd verschijnt het gezelschap van de koningin van de heksensabbat; heksen, vleermuizen en uilen. Het zijn allemaal bloedzuigers. De man wordt gekweld door de koningin van de heksen, die met haar gele cape in het middelpunt en in het licht van de naargeestige compositie is afgebeeld.

De andere heksen doen verschillende dingen: de oudste met een uil op haar hoofd, draagt een mand met kinderen die uit hun huis gestolen zijn. Naast haar staat een heks met een witte cape, die met kaarslicht de samenzwering voorleest. Daarnaast staat een andere heks die een speld in de rug van een foetus steekt om er bloed uit te zuigen, terwijl twee vleermuizen haar mantel vastgrijpen. Een andere heks verlicht met een kaars de angstige man. Vanuit de donkere hemel doemt een figuur op met lange botten in zijn handen, dit zou de duivel kunnen zijn. Het dramatische effect van dit schilderij ligt in de kracht van de compositie en de manier waarop Goya kleur gebruikt.

(Vertaling van beschrijving Fundación Lazaro Galdiano)

Linda meastra! (Mooie onderwijzeres!, ets, 1799)

Goya Linda maestra

Een oude heks leert een beginneling hoe ze op een bezem kan vliegen. De titel “Linda maestra!” is ironisch bedoelt gelet op de lelijkheid en gebrekkigheid van de oude heks.

Weble een Goya-kenner uit het begin van de twintigste eeuw (1936)

“Met de expressieve tekeningen van gezichten en handen, bereikt Goya een grootheid die te vergelijken is met Rembrandt. Een “Rembrandt“ die vertrokken is uit de buurt van het Bijbelse Palestina naar de levendige dagelijkse samenleving van 19e eeuw in Spanje”.

La belleza encarrada,: Vuelo de brujas, de Francisco de Goya
Manuel Borja-Villel, directeur van het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, geeft commentaar op het schilderij “Vliegende heksen” van Francisco de Goya y Lucientes, (1797-1798)

Geraadpleegde literatuur en websites:
Goya in The Metropolitan Museum of Art, Colta Ives and Susan Alyson Stein, 1995
Goya 250 Aniversario, Juan J. Luna, Museo del Prado, Madrid, 1996
Goya and the Grotesque: A study of themes of witchcraft and monstrous bodies, A thesis in art History, Kristin Ann Ziech, University of Missouri, 2012
Goya Order & Disorder, Museum of Fine Arts, Boston, 2014
Goya The Witches and Old Women Album, The Courtauld Gallery, London, 2015

Museo del Prado, Madrid https://www.museodelprado.es/
Museo Fundación Lazaro Gialdano, Madrid, http://www.flg.es/