Les demoiselles d’ Avignon van Picasso

“Les demoiselles d’Avignon” is één van mijn favoriete schilderijen. Ik vind het fascinerend omdat het een enorme dynamiek heeft, je wordt er als het ware ingezogen om er vervolgens ontdaan weer uit te komen. Het is één van de belangrijkste schilderijen uit de twintigste eeuw, een keerpunt in de kunstgeschiedenis.

Leven van Picasso

Al heel vroeg was het talent van Picasso zichtbaar. Zijn vader stimuleerde hem door modellen in te huren en hem te helpen bij een tentoonstelling op dertien jarige leeftijd. Zijn ouders hoopten dat hij een succesvolle academische schilder zou worden.

In de herfst van 1897 begon hij in Madrid aan zijn opleiding aan de kunstacademie. Hij vond het hij saai en maakte liever tekeningen van de stad en schetsen van meesterwerken in het Prado. Hier ontdekte hij de Spaanse schilderkunst en was hij met name onder de indruk van het werk van Velazquez, El Greco en Goya.

In de lente van 1898 gaat hij naar Barcelona en bezoekt regelmatig “Els Quatre Gats”, een café waar Catalaanse kunstenaars en schrijvers kwamen. Zij volgden de ontwikkelingen in de kunst in Parijs. Hier heeft Picasso in februari 1900 zijn eerste solotentoonstelling, met veertig portretten. In april 1904 verhuisde hij naar Parijs en werd geïnspireerd door de werken van Van Gogh, Gauguin en Toulouse-Lautrec.

In de zomer van 1905 bracht hij drie weken door bij de schrijver en kunstverzamelaar Tom Schilperoot in Schoorl. Hier ontmoette hij ook de schrijfster en voorstander van moderne kunst Gertrude Stein. Zij bracht hem in contact met Matisse en Braque. Aan het einde van dit jaar verlegde Picasso de focus van zijn werk op het Kubisme.

Voorstudies

voorstudie picasso I
Voorstudie van Les Demoiselles, 1907 van houtskool en pastel

Voordat hij begon aan het schilderij maakte hij honderden voorstudies en in een half jaar werkte hij zijn ideeën verder uit. Uit vroege voorstudies blijkt dat hij aanvankelijk zeven figuren wilde afbeelden; vijf prostituees en twee mannen. Aan de linker kant staat een geneeskunde student met een schedel in zijn hand en in het midden staat een zeeman. De student observeert en de zeeman participeert in de allegorie op deugd en ondeugd. (Leo Steinberg, recensent)

Deze figuren zijn uiteindelijk weggehaald voor een meer abstracte weergave, die zich uiteindelijk heeft ontwikkeld tot een meer compacte en hoekvormige compositie. Op de voorgrond staat een tafel met een Catalaanse “porón” (drinkfles), een gesneden meloen en een vaas met bloemen.

De naam van Les demoiselles d’Avignon verwijst naar de bordelen op “Carrer d’Avinyo” in Barcelona. Het is niet de naam die Picasso aan het schilderij gaf maar zijn vriend André Salmon, die als recensent over het schilderij schreef. Picasso was het hier niet mee eens, het is “Mon Bordel”.

Het schilderij

Les demoiselles
Pablo Picasso. Les Demoiselles d’Avignon. 1907. Oil on canvas. 96 x 92Ó (243.9 x 233.7 cm) The Museum of Modern Art, New York. Digital Image (C) 2004 The Museum of Modern Art.

Les Demoiselles d’Avignon is een afbeelding van vijf naakte vrouwen, duidelijk prostituees in een bordeel.

De drie vrouwen links, waarvan de meest linker van opzij is afgebeeld. Zij houdt het gordijn opzij waardoor de anderen te zien zijn. De twee andere linker vrouwen zijn frontaal afgebeeld en kijken naar de toeschouwer van de scéne. De afbeelding van deze drie vrouwen, met name het hoofd van de meest linker, is beïnvloed door Oude Iberische beelden die Picasso een jaar eerder in het Louvre had gezien. De drie linker gezichten, zijn abstract maar niet onaangenaam om naar te kijken.

De twee vrouwen rechts hebben gezichten die lijken op hoofden van Afrikaanse beelden of maskers die Picasso had gezien in het Musée Ethnographie du Trocadéro in Parijs. Hier raakte Picasso gefascineerd door Primitieve kunst; Afrikaanse maskers en beelden. De vrouw rechtsboven heeft vierkanten borsten, dit is het begin van het Kubisme.

Picasso zegt na het zien van de Afrikaanse beelden. “Men had made those masks and other objects for a sacred purpose…At that moment I realized that this is what painting was all about…it’s a form of magic…a way of seizing power…When I came to this realization, I knew I had found my way.” quoted in Pierre Daix, Picasso, Life and Art, New York, 1993, p. 7

De lichamen van de vrouwen zijn gemaakt uit platte, hoekige en gekleurde vlakken, waardoor er diepte in het schilderij ontstaat. Ook de achtergrond is opgebouwd uit geometrische vormen. De vrouwen staan los van de grond. Het contrast tussen de kleuren is tot een minimum teruggebracht.

Ophef over het schilderij

Toen het schilderij af was, werd het nog niet tentoongesteld. Ook Picasso vond het een verontrustend schilderij en het duurde nog tien jaar voordat hij het wilde tentoonstellen in de “Salon d’Antin” in Parijs. Een lange tijd heeft het schilderij in zijn atelier gehangen waar andere kunstenaars het bekeken.

Naast enkele vroege bewonderaars, waren Picasso’s vrienden, tijdgenoten en verzamelaars geshockeerd. “Een verlies voor de Franse kunst” zei de kunstverzamelaar Sergei Ivanovich Shchukin, een voorstander van moderne kunst. Boos geworden door het schilderij geloofde Henri Matisse dat Picasso de moderne kunst belachelijk maakte. Dat hij zou bedenken hoe hij Picasso ten onder zou kunnen laten gaan en dat hij zijn excuses zou aanbieden voor deze roekeloze knoeierij. Zelfs de mede oprichter van het Kubisme, Georges Braque suggereerde dat Picasso met zijn schilderij “hen terpentine wilde laten drinken en vuurspuwen” André Derain zou gezegd hebben “Een dezer dagen hangt Picasso zich op achter zijn schilderij”.

Een meesterwerk?

Kunstenaars die hun tijd ver vooruit zijn moeten vaak wachten totdat er waardering is voor hun werk. Dit is ook het geval met Picasso en “Les Demoiselles d’Avignon”. Vanaf het moment dat het schilderij zijn studio verliet leidde het tot ontelbare debatten, studies en artikelen. Een artikel in “The Guardian” van Jonathan Jones in 2007 vanwege het honderdjarige bestaan van het schilderij schreef:“ Works of art settle down eventually, become respectable. But , 100 years on [Les demoiselles d’ Avignon] is still so new, so troubling, it would be an insult to call it a masterpieceWebsite MOMA

Bronnen
Museu Picasso de Barcelona
Catalogus MOMA
Picasso. Forty years of modern art. New York Edited by Afrd H. Barr Jr. 1939
Picasso Les Demoiselles d’Avignon Edited by Christopher Green, Courtauld Institute of Art, University of London, 2001. In collaboration with the Art Institute in Chicago
Publication excerpt from The Museum of Modern Art, MoMA Highlights, New York: The Museum of Modern Art, revised 2004, originally published 1999, p. 64
MOMA Learning website
Living with Art Mark Getlein
Open Universiteit
Eeuwige Schoonheid E.h. Gombrich
History of Art, by H. W Janson (Author),

Passeig de Gràcia : La manzana de la discordia

alzado-la-manzana-de-la-discordia-barcelona-gaudi-montaner-cadafalch-495.jpg

In Barcelona heb ik drie huizen bezocht die verbouwd zijn aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. De tijd van het modernisme in Catalonië. Het is een populaire Europese kunststroming, een variant van jugendstil of art nouveau.

De huizen liggen aan de Passeig de Gràcia in het centrum van Barcelona. De locatie van deze drie huizen wordt ook wel “La manzana de la discordia”, genoemd. Deze benaming verwijst naar “Het oordeel van Paris”, die de appel gaf aan de mooiste van de drie godinnen. Manzana betekent namelijk in het Spaans Appel of (huizen)blok.

Casa Batlló is van binnen en buiten verbouwd van 1904 tot 1906 door Gaudí in opdracht van de textielmagnaat Josep Batlló i Casanovas.

casabatllo2
Casa Batlló voorgevel (Foto: Wikipedia)

Casa Amatller is van 1898 tot 1900 van binnen en buiten verbouwd door de architect Puig i Cadafalch voor de chocolade magnaat Amatller. Het huis heeft een trapgevel, hij is geïnspireerd door de grachtenpanden in Amsterdam.

casaamatller

Casa Lleó i Morera is van binnen en buiten verbouwd van 1902 tot 1906 door de architect Lluís Domènech i Montaner. In opdracht van Lleó i Morera Lluís. Het eerste huis met een kamer waarvan de wanden volledig van glas zijn.

Casa Lleo Morera
Casa Lleo Morera

Op het internet heb ik een korte documentaire gevonden over het werk van Antonio Gaudí. Gemaakt door Ken Russell, een Britste filmregisseur, in 1961. In het “Casa Batlló” zijn de meubels te zien die ook door Gaudí zijn ontworpen. De documentaire laat ook de bouw van de Sagrada Familia zien. In de afgelopen vijftig jaar is er veel gebouwd.

Goya en hekserij

In het museum Catharijneconvent in Utrecht is de tentoonstelling “De heksen van Bruegel” te zien. In samenwerking met het museum geeft Maria Tausiet op 5 november bij Instituto Cervantes de lezing: “Niet te geloven!” Hekserij en ironie van Bruegel tot Goya.

Goya fragment vliegende heksen
Fragment vliegende heksen, Goya

Biografie Francisco de Goya y Lucientes (1746-1828)

Geboren in Fuendetodos in 1746 en overleden in Bordeaux in 1828. Hij schilderde maar maakte ook veel etsen en tekeningen. In zijn jonge jaren maakte hij “kartons” in kleurrijke rococostijl voor de koninklijke wandtapijtenfabriek Santa Barbara in Madrid.

De kunst van Goya is het begin van de moderne kunst. In 1770 reisde hij naar Italië waar hij in contact kwam met het neoclassicisme. Deze stijl neemt hij over. Bij zijn terugkomst in Spanje schilderde hij idyllische taferelen in heldere kleuren. In 1786 werd hij tot hofschilder benoemt. Goya is een van de beste Spaanse schilders. Hij is een voortreffelijke portrettist. In zijn ingewikkelde werk verbindt hij het vriendelijke, klassieke, monsterlijke, denkbeeldige en zijn innerlijke wereld.

In 1793 werd hij ernstig ziek waardoor hij doof werd. Dit leidde tot een nieuwe creatieve en originele stijl met minder pittoreske thema’s. Zoals etsen die hij maakte over de Onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk in “Los desastres de la guerra” (Verschrikkingen van de oorlog). Duistere krachten, irrationeel gedrag en de menselijke wreedheid, domineren Goya’s etsen uit dit album

De doofheid veranderde zijn karakter en hij schilderde zijn binnenwereld; somber en erg donker. Het hoogtepunt van zijn werk zijn de schilderingen op de muren van zijn huis, Quinta del Sordo, “Las Pinturas Negras”. Daar begint de moderne schilderkunst.

In oktober 1824 verlaat Goya het onderdrukkende hof van Fernando VII en vlucht naar Bordeaux in Frankrijk. In deze stad overlijdt hij in 1828. Toen Goya op 82 jarige leeftijd overleed, had hij driehonderd etsen en 900 tekeningen gemaakt.

Heksen

Vanaf de Middeleeuwen is in de Europese cultuur het geloof in hekserij diep geworteld. Door de publicatie van boeken, zoals het vijftiende-eeuwse “Malleus Maleficarum” ook wel “Heksenhamer” genoemd, werd het geloof in het bovennatuurlijke en hekserij gevoed. Het boek werd gebruikt als een gids om een heks te herkennen. Het beïnvloedde de overtuiging dat heksen erg gevaarlijk waren. In de 16e en 17e eeuw werden heksen vervolgd door de kerk en Inquisitie. Dit duurde tot de Verlichting, een tijd waarin de heks een figuur van satire werd. Goya vond dat hekserij is gebaseerd op redeloosheid en dat de angst wordt aangewakkerd door de kerk en Inquisitie, om zo de macht te behouden.

Goya: van oude meester naar moderne kunstenaar

Goya is vaak beschreven als de laatste kunstenaar van de oude meesters en de eerste moderne kunstenaar. De moderne kunst in Spanje begint met Goya. De echte en spirituele wereld werden al gecombineerd in de religieuze kunst. Goya was één van de eerste schilders die een verband legde tussen de symbolieke wereld en de wereld van de Verlichting. Een politieke en filosofische beweging die door gebruik van de rede, bijgeloof en machtsmisbruik van de kerk tegen wil gaan. Goya wilde met zijn werk een diepgaande dialoog over de heersende ideeën op gang brengen. Op het moment dat Goya niet meer aan het hof werkte, had hij de volledige vrijheid. De kunstenaar is meer aanwezig in zijn werk.

Reeks van schilderijen met heksen

De schilderijen met heksen zijn tegelijkertijd geschilderd. Oorspronkelijk bestond het uit een groep van zes schilderijen met dezelfde kleine afmeting. Ze zijn gemaakt in opdracht van de Hertogen van Osuna, la Alameda de Osuna, voor hun buitenverblijf in de buurt van Madrid.

Drie schilderijen uit deze serie worden nader toegelicht: De vliegende heksen, Heksensabbat en Samenzwering.

Vuelo de brujas, De vliegende heksen 1798
Museo del Prado Madrid

Vliegende heksen 1798

Drie personen in de lucht houden een man vast en ze eten hem op. Het zijn niet zoals gebruikelijk vrouwelijke heksen, maar mannelijke. Ze dragen rokken en een “coroza”, deze hoeden werden gedragen door de Inquisitie. Er zijn kronkelende slangen op de hoeden geschilderd, die het kwaad vertegenwoordigen. Hun ontblote bovenlijf wekt de suggestie van flagellant (geselaar). Het slachtoffer spreidt zijn armen uit, heeft grote angstige ogen en schreeuwt.

Onderaan het schilderij zien we twee boeren die in de duisternis de top van een berg hebben bereikt. De ezel, die eerder gestopt is op het pad, vertegenwoordigt de onwetendheid. De mannen zijn onschuldige voorbijgangers die niet willen weten wat er gebeurt. De ene man ligt op de grond en hij bedekt zijn oren, omdat hij het geschreeuw van de man in handen van de heksen niet wil horen. De andere man bedekt zijn hoofd met een laken tegen het licht en wil niet zien wat er gebeurt. Met zijn handen maakt hij het figa-teken (de duim tussen de wijsvinger en middelvinger) om het gevaar af te wenden.

Het satirische aspect in dit schilderij uit zich door het weergeven van bijgeloof en hekserij met personages die verkleed zijn als de Inquisitie. Het meest treffende in dit schilderij zijn de heksen. Het zijn heel tastbare, echte, geïdealiseerde, gespierde mannen. Hun armen en benen zorgen voor een uitbarsting van licht in de dichte duisternis.

El Aquelarre, Heksensabbat, 1798
Museo Lázaro Galdiano in Madrid

Heksensabbat

Dit schilderij heeft als onderwerp het ritueel van de heksensabbat. De duivel verschijnt als een grote bok; een wellustig figuur in de christelijke cultuur. Hij zit, gekroond met vijgenbladen, grote wijd open ronde ogen en hij straalt licht uit dat alle aanwezigen verlicht. Hij wordt omringd door jonge en oude heksen die hem kinderen aanbieden. Boven de hoofden van deze erg macabre bijeenkomst vliegen vleermuizen of vampiers die zich aan de heksen laten zien.
(Vertaling van beschrijving Fundación Lazaro Galdiano)

El Conjuro, Samenzwering, 1798
Museo Lázaro Galdiano in Madrid

goya las brujas samenzwering

Het onderwerp van dit schilderij is een samenzwering van oude heksen. Een man met een wit overhemd wordt overvallen door heksen op zijn rustplaats. Boven zijn hoofd verschijnt het gezelschap van de koningin van de heksensabbat; heksen, vleermuizen en uilen. Het zijn allemaal bloedzuigers. De man wordt gekweld door de koningin van de heksen, die met haar gele cape in het middelpunt en in het licht van de naargeestige compositie is afgebeeld.

De andere heksen doen verschillende dingen: de oudste met een uil op haar hoofd, draagt een mand met kinderen die uit hun huis gestolen zijn. Naast haar staat een heks met een witte cape, die met kaarslicht de samenzwering voorleest. Daarnaast staat een andere heks die een speld in de rug van een foetus steekt om er bloed uit te zuigen, terwijl twee vleermuizen haar mantel vastgrijpen. Een andere heks verlicht met een kaars de angstige man. Vanuit de donkere hemel doemt een figuur op met lange botten in zijn handen, dit zou de duivel kunnen zijn. Het dramatische effect van dit schilderij ligt in de kracht van de compositie en de manier waarop Goya kleur gebruikt.

(Vertaling van beschrijving Fundación Lazaro Galdiano)

Linda meastra! (Mooie onderwijzeres!, ets, 1799)

Goya Linda maestra

Een oude heks leert een beginneling hoe ze op een bezem kan vliegen. De titel “Linda maestra!” is ironisch bedoelt gelet op de lelijkheid en gebrekkigheid van de oude heks.

Weble een Goya-kenner uit het begin van de twintigste eeuw (1936)

“Met de expressieve tekeningen van gezichten en handen, bereikt Goya een grootheid die te vergelijken is met Rembrandt. Een “Rembrandt“ die vertrokken is uit de buurt van het Bijbelse Palestina naar de levendige dagelijkse samenleving van 19e eeuw in Spanje”.

La belleza encarrada,: Vuelo de brujas, de Francisco de Goya
Manuel Borja-Villel, directeur van het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, geeft commentaar op het schilderij “Vliegende heksen” van Francisco de Goya y Lucientes, (1797-1798)

Geraadpleegde literatuur en websites:
Goya in The Metropolitan Museum of Art, Colta Ives and Susan Alyson Stein, 1995
Goya 250 Aniversario, Juan J. Luna, Museo del Prado, Madrid, 1996
Goya and the Grotesque: A study of themes of witchcraft and monstrous bodies, A thesis in art History, Kristin Ann Ziech, University of Missouri, 2012
Goya Order & Disorder, Museum of Fine Arts, Boston, 2014
Goya The Witches and Old Women Album, The Courtauld Gallery, London, 2015

Museo del Prado, Madrid https://www.museodelprado.es/
Museo Fundación Lazaro Gialdano, Madrid, http://www.flg.es/

The Yellow House. Van Gogh, Gauguin, Nine Turbulent Weeks in Arles

Het Gele Huis. De bewogen vriendschap tussen Van Gogh en Gauguin

Geschreven door Martin Gayford, 2006

The Yellow House

Het is een bijzonder boek omdat het uitgebreid beschrijft hoe Van Gogh en Gauguin samenleefden en samenwerkten in het ‘gele huis’. Het geeft een beschrijving van hun dagelijkse leven en hun botsende karakters. In het boek staan afbeeldingen van de schilderijen waardoor het verhaal meer tot leven komt.

Hieronder staat een opsomming van opmerkelijke feiten uit het boek.

  • Vincent woonde al enige tijd in Arles voordat Gauguin er kwam wonen. Gauguin woonde in Bretagne samen met Bernard. Gauguin ging naar Arles om geld te verdienen voor een reis naar Martinique. Hij wilde ontsnappen aan de industrialisatie en hij kreeg veel meer inspiratie in een exotisch land dan in Europa.
  • Vooraan in het boek staat een plattegrond van het huis. De studio waarin ze werkten is op de begane grond. De slaapkamers waren boven. De kamer van Gauguin was alleen bereikbaar via de kamer van Van Gogh. Dit leidde tot een vervelend voorval met Vincent. Gauguin werd bang toen Vincent midden in de nacht naast zijn bed stond te schreeuwen en hij zijn kamer niet uit kon.
  • Van Gogh en Gauguin schilderden naast elkaar in de buitenlucht. Het is bijzonder om te zien dat één locatie tot zo’n verschillende schilderijen leidt.
  • Vincent en Gauguin hadden weinig geld om van te leven. Om geld te besparen maakten ze zelf van jute schildersdoeken. Jute heeft een grove structuur waardoor het lijkt alsof de verf dik op het doek is geschilderd. Als grondverf werd bariumsulfaat gebruikt dit in plaats van gesso. Het gebruik van nieuwe materialen leidde tot onzekerheid. Zo bestond de angst dat de verf zou afbladderen als het doek werd opgerold voor verzending en daarna op een spieraam werd vastgemaakt.
  • Na het incident waarbij Van Gogh een stukje van zijn oor afsneed, werd er door de inwoners van Arles een petitie ingediend bij de burgemeester. Ze wilden niet dat hij weer terugkwam naar het ‘gele huis’. Zijn buren waarmee hij altijd goed contact had, waren ook tegen zijn terugkomst.
  • Twee stoelen geschilderd door Van Gogh.
  • Deze stoelen laten zien hoe de verhouding was tussen Van Gogh en Gauguin in het ‘gele huis’ en hun verschillende manier van werken. De comfortabele stoel van Gauguin staat in contrast met de eenvoudige stoel van Van Gogh. De lege stoelen verbeelden ook de eenzaamheid die Van Gogh voelde. Op de stoel van Van Gogh ligt tabak en een pijp dit geeft zijn sobere levensstijl weer. Op de comfortabele stoel van Gauguin liggen twee boeken en staat een kaars. De gele kaft van de boeken geeft aan dat het moderne Franse romans zijn van bijvoorbeeld Flaubert of Zola. 
  • Vincent schilderde op een spontane en realistische manier. Gauguin daarentegen schilderde vanuit zijn verbeelding en geheugen.
  • Door de kunsthandel van Theo van Gogh werd het werk van Gauguin bekend en zeer gewaardeerd in Parijs. Dit had tot gevolg dat hij niet zo snel wegging bij Vincent omdat hij zijn broer nodig had voor de verkoop van zijn werk. Gauguin dacht dat 2000 francs voldoende was voor zijn reis. Van Gogh probeerde hem te ontmoedigen door te zeggen dat hij veel meer geld nodig had. De afspraak was dat Gauguin drie maanden in Arles zou blijven maar na negen vertrok hij.
  • Vincent was ook bezig met de “technische kant” van het schilderen. Zo ontwikkelde hij een kleurentheorie. Hij wilde hierover van gedachten wisselen met Gauguin maar hij  was alleen geïnteresseerd in schilderen.
  • Deze twee portretten van Madame Rouilin laten ook de verschillen zien tussen Van Gogh en Gauguin. Het is merkwaardig dat Madame Roulin wel naar Gauguin kijkt maar niet naar Van Gogh. Ze voelde zich ongemakkelijk bij Van Gogh en vermeed daarom oogcontact.
  • Vooral de fragmenten van de brieven maken het boek leuk. Er werd enorm veel geschreven in het ‘gele huis’. Niet alleen door Van Gogh maar ook door Gauguin. Bijna elke dag werden er brieven verstuurd en bezorgd. Het schrijven van brieven vulde de avonden. Ze lazen ook veel boeken, bijvoorbeeld Madame Bovary van Gustave Flaubert en boeken van Proust.
  • Van Gogh was erg onrustig daarom rookte hij aan een stuk door en dronk hij veel Absint. In zijn brieven aan Theo schrijft hij dat door Absint de details meer tot leven komen.

7:35 de la mañana

Mijn favoriete korte film is “7:35 de la mañana” (“7:35 ’s ochtends”) van Nacho Vigalondo uit 2003. Hij is de regisseur, hoofdpersoon en de componist van dit in zwart-wit opgenomen, acht minuten durende filmpje. Het verhaal speelt zich af in een bar en laat een verbazingwekkend begin van de ochtend zien. Deze korte film heeft diverse prijzen gewonnen en is genomineerd op verschillende filmfestivals, de belangrijkste nominatie was voor een Oscar in 2004.

Het filmpje gaat over een man die is verliefd op een vrouw en probeert indruk op haar te maken, maar hij faalt hierin volledig. Iedere man zou moeten weten dat een gijzeling om de aandacht van een vrouw te krijgen geen goed plan is.

Spoiler alert:

Het begint met een jonge vrouw die zoals altijd een kopje koffie en een broodje bestelt. Ze is verbaasd dat de mensen in de bar stilzitten, zwijgen en haar blik ontwijken. Vervolgens begint een man een liedje te zingen. Andere klanten volgen hem, één voor één zingen ze een couplet. De tekst staat op een papiertje dat in hun hand is geplakt. Zo zingen ze een liefdesliedje voor haar. Alles lijkt onschuldig totdat een jongen zijn couplet niet durft te zingen. De man laat hem dan de bom zien die hij onder zijn colbert draagt. Op dit moment wordt het duidelijk dat hij de mensen in het café gijzelt. De vrouw maakt van dit moment gebruik om de politie te bellen. Als de politie komt laat hij de bom ontploffen terwijl hij een zak met confetti vasthoudt.

Nijntje wordt 60

nijntje Made in Holland Philip Hopman

Dit jaar is het 60 jaar geleden dat het eerste nijntje boek van Dick Bruna werd uitgegeven. Nijntje wordt 60 en dit wordt groots gevierd onder andere met de “nijntje art parade”. Aan zestig kunstenaars is gevraagd om een eigentijdse nijntje te ontwerpen. Op verschillende plaatsen in het land staan de beelden: Amsterdam, Den Haag, Schiphol, Utrecht en Valkenburg.
Nijntje is erg populair in Japan, daarom hebben vijftien Japanse kunstenaar ook een nijntje ontworpen. Deze beelden zijn nu op tournee door Japan.

Niet alle ontwerpen vind ik even mooi, maar het is een leuk project. Bij de ingang van het Centraal Museum staan twee nijntjes, één van Richard Hutten, nijntje by Richard Hutten en een andere van Piet Paris, De feestjurk. Ik denk dat op dit moment deze nijntjes de meest geknuffelde beelden ter wereld zijn. Iedereen omarmt haar en gaat met haar op de foto. Een klein meisje vroeg aan haar moeder of ze nijntje een kusje mocht geven.

Ik heb een nijntje gekocht van Philip Hopman, Made in Holland. Een nijntje in klederdracht wat wil een mens nog meer. Enige uitleg aan mijn zus was wel nodig. Nee het is geen pluche pop met kleren aan die in mijn Piet Hein Eek stoel zit, maar een klein bescheiden beeldje in de boekenkast. Mijn nijntje staat overigens in het groot op het Museumplein in Amsterdam.

Wat ik erg jammer vind is dat het niet goed gaat met alle nijntjes. Volendammer nijntje van Harmen van Straatenmeer die op het Domplein stond is zwaar beschadigd. Het is nog maar de vraag of de schade voor september, als de parade eindigt, kan worden hersteld.

 

Franse knieval voor Velázquez

Dit is een vertaling van een artikel uit El Pais geschreven door Álex Vicente, Parijs gepubliceerd op 22 maart 2015.

Velazquez, Venus in de spiegel National Gallery Londen
Velazquez, Venus in de spiegel, National Gallery Londen

In het museum “Grand Palais” in Parijs is na 25 jaar een grote overzichtstentoonstelling te zien van de Spaanse schilder Velázquez .

Dit zei Manet toen hij Velázquez ontdekte: “de schilder der schilders”, die alleen al een reis naar Madrid rechtvaardigde. De Fransen zullen vanaf aanstaande woensdag een reden minder hebben om de grens over te gaan. Het Grand Palais zal dan de deuren openen voor een grote tentoonstelling over deze Sevillaanse schilder die te zien zal zijn tot 13 Juli. De Spaanse koning en koningin zullen officieel de tentoonstelling openen op dinsdag, tijdens hun staatsbezoek aan de Franse hoofdstad. In de nu nog stille gangen van het Grand Palais, waar een team op vrijdagnacht de laatste schilderijen en bordjes ophing, schitteren nu al de 51 werken die toegeschreven zijn aan Velázquez. De jonge conservator Guillaume Kientz is het gelukt om ze samen te brengen.

Deze conservator, van de afdeling schilderkunst in het Louvre, die nog maar 34 jaar oud is, is de uitdaging aangegaan om de grootste overzichtstentoonstelling samen te stellen die doet denken aan de grote gezamenlijke tentoonstelling in het Museo Nacional del Prado in Madrid en het Metropolitan Museum in New York in 1989. Tenminste, als je let op het grote aantal en het belang van de in bruikleen ontvangen werken, afkomstig uit openbare- en privécollecties in Londen, Berlijn, Rome, Wenen, Budapest, Sint Petersburg, Dublin, New York, Washington, en vaak en veel obstakels moesten omzeilen.

Aan de uitleg voor een internationaal publiek is gedacht, dat ook niet per se bekend is met zijn werk. De tentoonstelling laat een chronologische overzicht zien van de hele loopbaan van Velázquez.

Het begint met zijn Sevillaanse periode, voordat de invloed van Caravaggio te zien is in zijn werk, en de realistische afbeeldingen van kroegen, zoals De keukenscene en Drie muzikanten en voordat hij zich richtte op zijn leven aan het hof van Felipe IV, waar hij in de herfst van 1623 begon. Verder wordt er aandacht besteed aan zijn twee reizen naar Italië en de terugkomst naar het hervormde hof na het tweede huwelijk van de koning.

Tijdens zijn leven, zal de schilder zich onderscheiden door zijn persoonlijke stijl die uitsteekt boven de strenge eisen van portretschilderijen die het koningshuis aan hem oplegde. Het laat ook de overeenkomst zien met Pablo de Valladolid. Op een bijna abstracte achtergrond, voegt hij Sebastian de la Huerta (lid van de Spaanse Inquisitie) toe. Het schilderij komt uit een privécollectie en “is bijna nooit voor het publiek te zien geweest”, aldus de conservator. Het steekt ook uit boven het legendarische raadsel dat veel van zijn schilderijen omhult, zoals de compositie van de vage reflectie van Venus in de spiegel, uitgeleend voor deze gelegenheid door de National Gallery in Londen. “Met Velázquez heb je nooit het gevoel dat je alles hebt ontdekt. Zijn mysterie is oneindig. Je weet dat je altijd wat meer zult zien”, zegt de hispanist Jonathan Brown, die als grootste expert van de schilder wordt beschouwd.

Van de bijna vijftig in bruikleen ontvangen werken, komen er 18 uit Spaanse musea. Het Prado heeft 7 van de 49 doeken uitgeleend die het museum in haar bezit heeft- het maximum aantal dat uitgeleend mag worden volgens de strenge eisen – waaronder Smidse van Vulcanus en het ruiterportret van de Prins Baltasar Carlos. Het Nationaal Erfgoed heeft twee schilderijen uitgeleend: De mantel van Jozef, dat normaal gesproken pronkt in het Koninklijk paleis El Escorial, en Het witte paard uit de collectie van het Palacio Real, een onaf werk dat een voorbeeld was voor de ruiterportretten die hij in zijn atelier maakte.

Het Hospital de los Venerables in Sevilla heeft twee werken uitgeleend, in ruil voor een schilderij van Murillo dat het Louvre zal uitlenen in 2016. Het Museo de Orihuela leent, ondanks haar terughoudendheid, De verleiding van Sint Thomas van Aquino uit, dit op aandringen van de conservator en eveneens in ruil voor een werk van Philippe de Champaigne. Verder heeft El Palazzo Doria –Pamphilj in Rome het Portret van Paus Innocentius X gestuurd, het indrukwekkende werk dat Francis Bacon fascineerde door zijn hardheid en zijn krampachtige trek rond de mond. De Paus zelf overigens vond het schilderij niet mooi.

Velázquez - Paus Innocentius X
Velázquez – Paus Innocentius X

Op basis van een nieuw proefschrift, heeft de conservator het besluit genomen om het tentoon te stellen naast een model dat is toegeschreven aan het atelier van de schilder. Volgens Kientz zou een voorstudie zijn en is het geschilderd door Velázquez zelf, ondanks dat de meningen van andere deskundigen hierover uiteenlopen.

De noodzaak van de toestroom van geleende werken uit het buitenland kan worden verklaard door de schaarste van Velázquez in de Franse musea. Er was een dozijn in de collectie van de Franse Koning Lodewijk Filips I, maar ze werden geveild na zijn regeerperiode in 1850 en verspreidde zich zo over de hele wereld. Vandaag de dag heeft het Louvre slechts een portret van Felipe IV, in het depot van het museum voor Spaanse kunst in Castres en het wordt nu tentoongesteld. Er zijn slechts twee schilderijen meer in Frankrijk, een in Orléans en de andere in Rouen. “Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw, was Velázquez alleen bekend in Spanje en werd hij alleen daar gewaardeerd”, zegt de hoofdconservator van het Prado Javier Portús in Le Monde. “De bekendheid van en de waardering voor buitenlandse kunstenaars was niet mogelijk tot de negentiende eeuw. Toen het Prado opende werd zijn werk bekender in Europa. Inmiddels hadden enkele kunststromingen zijn werk ontdekt. De Naturalisten en de Antiklassieken verdedigden zijn werk.”

Proust citeerde hem herhaaldelijk in zijn roman À la recherche du temps perdu en de filmregisseur Godard wijdde een scene aan hem in Pierrot le fou, waarin Jean-Paul Belmonde in bad een essay las over de schilder. Het doet hem denken aan “de trieste wereld waarin hij leefde, bevolkt door een ontaarde koning, zieke prinsen, idioten, dwergen en monsterlijke narren gekleed als prinsen”. Volgens de conservator kende de meerderheid van de Fransen zijn werk niet. “Het is interessant om te benadrukken dat het werk van Velázquez beroemd is maar tegelijkertijd ook onbegrepen”, schrijft Kientz in de catalogus. “Terwijl Velázquez nooit werd vergeten in Spanje, was hij wel een lange tijd onbekend in Frankrijk, of liever gezegd slecht begrepen.”

Het doel van de tentoonstelling is om de eer te herstellen van een man, die evenmin in zijn tijd werd gewaardeerd door de vreemde kwaliteit van zijn werk. “Voor zijn tijdgenoten leek het of de schilderijen nog niet af waren, en hierdoor was hij niet populair onder zijn tijdgenoten” schreef Ortega y Gasset in zijn tijd. “Ik had de meest impopulaire ontdekking gedaan: dat de realiteit zich onderscheidt van de mythe dat zijn werk nooit klaar was.”