Wederwaardigheden tandarts

Vandaag was ik bij de tandarts en het is me weer gelukt om de televisie in de behandelkamer volledig te ontregelen. Ik vraag me af waarom hij mij nog steeds met de afstandsbediening alleen laat. De ergste keer was toen ik op Prinsjesdag ging zappen. Hij wilde het volgen op de tv en had in alle kamers dezelfde zender opstaan zodat hij niks zou missen. Maar ja, ik had geen zin om daar naar te kijken en begon te zappen.

Ik eindig altijd met een blauw beeld waar geen beweging meer in te krijgen is. Op welk knopje ik ook druk het beeld blijft blauw. Vandaag dacht ik slim te zijn door de tv uit te zetten. In de hoop dat als ik hem weer aanzette ik een gewone zender te zien kreeg. Helaas werkte dit niet. Ik raakte er behoorlijk van in de stress. Als iemand in mijn tanden gaat boren wil ik graag dat hij een goed humeur heeft. Een kapotte tv helpt daar niet bij dan krijg je een venijnige tandarts.

De tandarts vond het niet erg dat de tv uitstond. Ik zei tegen hem dat ik het onprettig vind als er een tv aanstaat in zo’n kleine ruimte. Zo kon ik het hele probleem dat ik zijn tv gesloopt had mooi omzeilen. Wat hij wel erg vond, was dat ik twijfelde aan zijn capaciteiten als tandarts. Mensen leren mij om te zeggen wat er in mijn hoofd omgaat. Dat ging vandaag niet helemaal goed. Ik zei dat ik bang was en er niet op vertrouwde dat het goed zou gaan. Op zijn vraag wat kan er fout kon gaan antwoorde ik “Je schiet toch niet uit met de boor?” Hij was nog nooit in zijn hele carrière uitgeschoten met de boor. “Zelfs als jij niet stilligt, beweeg ik mijn boor niet.” Eén voor één werden de tandartsassistentes erbij gehaald om de vraag te beantwoorden: “Hoe vaak ben ik uitgeschoten met mijn boor en heb ik in iemands wang of tong geboord?” Geen van allen konden ze zich herinneren dat het ooit gebeurd was. Ik voelde me behoorlijk opgelaten, zo’n hysterische patiënt die al auw roept voordat ze haar mond heeft opengedaan. Maar ja, ook hysterische gestoorde patiënten moeten naar een tandarts…

Het is overigens helemaal goed gegaan, geen enkel probleem.

Jan de tantraman

Een vriend van mij is naar een tantra workshop gegaan met zijn vriendin. Het lijkt mij niet echt relaxed maar hij wil graag uit zijn comfortzone komen. Tja, wie wil dat niet… Het accent lag vooral op aanraking, niet alleen van en met je partner maar ook van andere groepsgenoten. Wild vreemde mensen die aan mijn lijf zitten dat hoeft voor mij niet. Hij appte me een link naar de website van deze tantraman, Jan den Boer. Op de site staat een filmpje. Arie boomsma gaat in gesprek met Jan den Boer tantratrainer, die een boek heeft geschreven met als titel: Het is tijd voor een liefdesrevolutie. Het is ook een foute combinatie Arie Boomsma en Jan den Boer, dat kan niet goed gaan.

Bij de eerste dertig seconde haak ik al bijna af. Arie Boomsma denkt bij tantra aan kamustra-achtige taferelen, “je hoort jongeren vaak zeggen: ik moet ook tantra kunnen, want dan kan ik langer doorseksen”. Deze zin geeft mij net zoals “de vieze man” zegt: ballen in mijn buik. De tantratrainer Jan den Boer heeft ook wel iets weg “de een vieze” man, zo’n akelig glimlachje om zijn mond, achterover gekamd te lang haar en hij heeft een quasi nonchalant sjaaltje om. Hij zegt: “Seksuele vereniging gebruiken om in verlichting te komen” dat is abracadabra voor mij maar het filmpje gaat verder. “De westerlingen hebben tantra ontdekt en wat doe je dan natuurlijk als je het hebt ontdekt dan ga je er de seksuele dingen uithalen. Vanuit de seks verlicht worden dat wil ik ook wel eens proberen.” Daar heb ik nog nooit behoefte aan gehad om verlicht te worden. Ik zie dan een glow in de dark figuur voor me.  Net zoals sterren die je op je plafond kunt plakken en die licht blijven geven. We zitten nu pas op 1 minuut 17 van het filmpje, maar ik houd vol en kijk verder. “De kern van tantra is dat je pas echt gaat genieten als je niet meer moet”.

Vervolgens volgt er een experiment met Arie Boomsma waarbij Jan hem gaat aanraken. Het lukt niet helemaal omdat Arie “wel wat kan hebben”. Vervolgens doet Arie net alsof hij schrikt. Dan komen we op minuut twee waarbij Jan, Arie nogmaals benadert en de tijd neemt om hem aan te raken. Hij doet dit op een manier waaraan “de vieze man” niet kan tippen.

Daarna volgt een hele geschiedenisles over seks, over onderdrukking binnen een relatie, een verschil in verlangen… Vervolgens gaat hij verder met de boodschap dat tantra kan leiden tot liefdevolle verbinding en spirituele ontwikkeling. Hij analyseert het normale seksleven “Veel mensen denken dat een orgasme hetzelfde is als een zaadlozing. Het is héél leuk om te weten dat dit niet zo is.” Arie reageert hier verbaasd op “Dat is niet zo…?” “Hij kan dus ook een orgasme hebben zonder het zaad te lozen?” Een zaadlozing is geen orgasme, het is een spierkramp” “Oh” zegt Arie. “Veel mensen weten dat niet en dat is jammer” volgens Jan. Ik zie niet in waarom dit jammer is, maar oké. Hier haak ik af. Einde verhaal!

Jan is gewoon een vunzige vent die met zijn kennis van tantra vieze praatjes probeert te verhullen. De workshops die hij geeft vertrouw ik ook voor geen cent. Ik heb er doorheen gescrolld en wat me opviel is dat je vrij bent om je kleding uit te doen. Sta ik daar dadelijk tussen naakte dansende hysterische mensen die seksueel verlicht willen worden. Nou ik blijf heerlijk in mijn comfortzone en onverlicht of te wel in de schaduw van het bestaan en daar is wat mij betreft niets mis mee.

Voor wie het hele interview wil zien: Spraakmakers

Bloterik

Een vriend van mij is op vakantie op een naturistencamping. Nudistencamping heette het volgens mij maar dat was volgens hem absoluut niet het juiste woord. Ik begrijp eerlijk gezegd het probleem niet, nudist is afgeleid van het Engelse nude, het Franse nu of Spaanse desnudo. Het woord naturist veronderstelt dat je een onderdeel bent van de natuur. Maar dat je alleen naakt een onderdeel van de natuur bent dat vind ik vreemd. Kleding zou geen beletsel mogen zijn.

Aan het naakt willen zijn zit iets vreemds, iets wat onlogisch is, misschien is het ook wel onnodig. Waarom wil je in blootje in een stoel voor je tent een boek lezen? Ik mis de toegevoegde waarde. Oké je kunt geen koffie knoeien op je kleding, maar je krijgt wel hete koffie direct op je huid. Kleding heeft ook een beschermende functie. Waar laat je je mobiele telefoon als je geen broek draagt? Misschien willen naturisten geen telefoon bij zich hebben.

Je zou kunnen zeggen dat het naaktlopen alle sociale klassen overstijgt, het verbroedert. Er is geen verschil meer tussen een rijk iemand met dure kleding aan en een arm iemand met goedkope kleding. Iedereen is gelijk aan elkaar. Nou heeft de mens de innerlijke behoefte om zich te onderscheiden van anderen en om tot een groep te behoren. Totale gelijkheid zal er hierdoor nooit zijn. De één heeft bijvoorbeeld een kleine tent terwijl de ander een dure camper heeft. Zo ontstaat er dan toch weer een groep “de rijke campernaturisten”.

Ben ik preuts omdat ik niet naakt wil rondlopen? Het probleem is dat ik andere mensen niet wil confronteren met mijn naakte lichaam. Ik loop ook niet rond in kleding die mijn dikke buik accentueert.

Ik ben weleens naar een naaktstrand gegaan omdat ik wilde zwemmen in de zee en geen badpak bij me had. Het naakt zijn was dus puur uit praktische overwegingen. Ik voelde me ongemakkelijk tussen al die naakte mensen en liep wat gegeneerd over het strand naar de zee. Wat ik me nog goed kan herinneren is dat niet iedereen een mooi figuur had, eerder het tegenovergestelde. Veel witte, dikke mensen.

Ik kreeg een appje van mijn vriend op de naturistencamping dat hij een workshop hoelahoepen wilde geven. Ik zou zeggen hoepel op, al die zwaaiende piemels dat zou me teveel worden. Later kreeg ik een berichtje dat er weinig animo was voor zijn workshop. De naakte medemens heeft toch nog een grens aan zijn of haar activiteiten in je blootje.

Wat mij het beste lijkt is als we het hele naturistengedoe opheffen en dat iedereen op elke camping of op elk strand naakt mag rondlopen. Weg met de naaktstranden en de naturistencampings. Dat geeft ook de optimale vrijheid. Je hoeft niet meer verplicht tussen naakte mensen te gaan liggen. Een einde aan het verbond van naakte mensen; ik loop naakt dus jij mag ook naakt lopen. Nee, iedereen mag overal naaktlopen. Het zal even wennen zijn, maar uiteindelijk is dit het beste.

 

 

 

Mannen in korte broek

Vandaag kwam er een man met een korte broek aan bij me op bezoek. Gisteren dacht ik al steeds “Als hij morgen maar niet in een korte broek komt”. Ik wilde hem nog appen, “Draag a.u.b geen korte broek”. Dat gaat natuurlijk behoorlijk ver om mensen kledingvoorschriften te geven als ze bij je op bezoek komen. Iedereen mag dragen wat hij of zij wil, maar toch.

Ik heb gewoon een probleem met mannen in een korte broek. Op het strand of aan het zwembad vind ik het prima, maar niet in de stad. Sommige mannen hebben van die behaarde spillenbenen, of spierwitte benen met sneakersokjes…

Ik weet niet of iemand het al is opgevallen, maar mannen met een korte broek aan maken een klein huppeltje als ze lopen. Een blij sprongetje. Dat doet mij denken aan een peuter met een emmertje zand en een schepje. Voor mijn gevoel zijn ze allemaal op weg naar de zandbak.

Ik vind het ook echte liefde of complete desinteresse als een vrouw naast een man met een korte broek aan op straat loopt. Vooral als ze hand in hand lopen denk ik “Ze geeft hem alle ruimte om zichzelf te zijn”.

Wat ik wel oké vind, is als ze een mooie tattoo op hun kuit hebben. Niet op beide kuiten, maar op één kuit, van een Chinese draak of een symbool. Ik zag een man met een brilsmurf op zijn kuit dat vond ik geen succes. Moet je wel zwakbegaafd zijn om dit op je lichaam te laten tatoeëren. Het is misschien nog leuk als je jong bent maar boven de veertig loop je er echt mee voorschut.

Gelukkig bleven de benen van mijn bezoek verscholen onder de tafel. Steeds dacht ik “Ik wist het, dat hij in een korte broek zou komen”. Ik had enige moeite om niet heel hard te gaan lachen of met hem een gesprek aan te gaan over een korte broek. “Cállate la boca, Mayke” Wat nog wel gezegd moet worden is dat hij niet dat blije sprongetje maakte toen hij liep. Hierdoor valt hij buiten de categorie van “peuter op weg naar de zandbak” mannen.

Bij het zien van de blote benen van mijn gast moest ik ook steeds denken aan Larry David die naast een man met een korte broek aan in het vliegtuig zit.

Larry David in vliegtuig

 

 

“Je wacht maar”

Gisteren ben ik naar het theater gegaan. Naast me zat een mevrouw die geen minuut stil kon zitten en haar mond niet dicht kon houden tijdens de voorstelling. Dat heeft veel geduld van me gevraagd. Ze zat in de stadsschouwburg alsof ze thuis op de bank zat. Dat er nog meer mensen waren leek haar niet te boeien. Ik denk dat ze wel twintig keer haar staart in en uit haar haar heeft gehaald. In Spanje houden mensen rekening met elkaar in het theater en willen anderen geen overlast bezorgen. In Nederland is dat weer teveel gevraagd.

Mijn potje met geduld was nog niet helemaal bijgevuld toen ik een ijsje ging eten bij de ijssalon op de Twijnstraat en dat leidde tot problemen. Ik zat op een bankje voor de winkel mijn ijsje op te eten, komt er een mevrouw met haar moeder in een rolstoel om ook een ijsje te eten. De moeder was vermoed ik al behoorlijk dementerend omdat haar dochter haar vastbond in de rolstoel. De moeder was het er helemaal niet mee eens dat ze op straat werd achtergelaten. Ze riep naar haar dochter, ik wil eruit, waar ga je heen. De dochter reageerde niet. Toen de vrouw in de rolstoel eenmaal was gekalmeerd, was mijn ijsje op en wilde ik mijn fiets pakken. De rolstoel stond recht voor mijn fiets. Er waren maar twee opties, wachten tot de dochter terugkomt en dan de rolstoel verplaatsen of direct zelf de vrouw verplaatsen. Het zelf wegrijden van de stoel vond ik enigszins riskant omdat ze net gekalmeerd was. Als ik met haar zou gaan rijden dan zou dat tot problemen kunnen leiden. Ik besloot om een winkel in te gaan in de hoop dat de dochter terug was als ik de winkel uitkwam.

Mijn verwachting was juist, de dochter was terug, probleem opgelost. De dochter was echter druk bezig met het maken van een foto van haar moeder. Ik kan wel begrijpen dat ze dit speciale moment vast wilde leggen, moeder die een ijsje eet en zichtbaar daarvan geniet. Maar mijn geduld was inmiddels op. Ik vroeg vriendelijk aan haar of ze de rolstoel even aan de kant wilde zetten zodat ik mijn fiets kon pakken. ”Je wacht maar tot we klaar zijn met ons ijsje”. Ik knipperde even met mijn ogen en keek naar de lucht. Gebeurt dit werkelijk? “Je wacht maar?”. Als je moeder dementerend is, is dat vast niet eenvoudig en ik wil niet de hoogopgeleide bitch zijn die gewend is om altijd haar zin te krijgen. Ik begrijp ook wel dat dit waarschijnlijk het laatste ijsje is dat je met je moeder eet. Dat je van dat moment volop wilt genieten. Maar het leven gaat door en ik wil mijn fiets pakken, heel eenvoudig. Dus pakte ik mijn fiets en probeerde die tussen de muur en de rolstoel uit te halen. Nogmaals hoorde ik iets van “Kun je niet even wachten!” Ik had geen zin meer om naar haar te luisteren. Toen kwam ze recht voor me staan “Kun je niet even wachten, je ziet toch dat het niet gaat!” Waarop ik dacht “Als autist heb ik al lang genoeg gewacht.” Mijn antwoord was “Ik begrijp je niet”. Toen zag ik de tranen in de ogen van de vrouw. Waarschijnlijk niet veroorzaakt door mijn gedrag maar door de wanhoop en machteloosheid die de vrouw voelde. Tja, wat gebeurt er dan? Ze reed de rolstoel een stukje naar voren en ik kon mijn fiets pakken.