Weet je waarom?

De meeste dingen die je doet maken onderdeel uit van je dagelijkse routine. Het zou lastig zijn als je elke dag, steeds weer opnieuw bedenkt wat je wilt gaan doen. Toch vraag ik me regelmatig af waarom ik iets doe en of ik het eigenlijk wel wil doen. Uit dit gepieker is het onderstaande gedicht ontstaan.

Weet je waarom?

Je moet willen te willen, want

Willen te moeten is geen willen

Als je wilt wat moet dan wil je niet.

 

Steeds maar doorgaan,

zonder te weten waarom.

De enige reden is: daarom.

 

Daarom is het waarom met een reden

Bij het ontbreken hiervan,

wordt daarom weer waarom.

 

Dan toch maar willen omdat het moet.

Maar waarom dan?

Nou, gewoon daarom.

 

The Sorrow of Socks

In de dichtbundel “101 poems to keep you sane. Emergency rations for the seriously stressed” bewerkt door Daisy Goodwin staat in het hoofdstuk “Domestics Godness Anxiety” een gedicht waar ik altijd aan moet denken als ik de was aan het opruimen ben. Iedereen kent vast wel het probleem van die ene sok die overblijft.

The Sorrow of Socks 

Some socks are loners-
They can’t live in pairs.
On washdays they’ve shown us
They want to be loners.
They puzzle their owners,
They hide in dark lairs
Some socks are loners-
They won’t live in pairs.

Wendy Cope

De dingen om haar heen

Op school vond ik het vaak vreselijk saai. Om de tijd door te komen schreef ik gedichten en las de Donald Duck. Dit gedicht is jarenlang van de ene computer naar een nieuwe computer verhuisd.

image

De dingen om haar heen

De oude vrouw zit op een bank,
in de schaduw onder een boom,
beschermt tegen de hete zon.
Ze kijkt naar de dingen om haar heen.

Twee kinderen proberen een eend te pakken .
Langzaam gaat ze terug naar haar tijd.
Ze denkt aan haar man met mooi zacht haar,
die eens liefkozend hier naast haar zat.

Voorzichtig probeert zij zijn hand te strelen.
Dan hoort zij een eend hard kwaken.
en beseft dat hij hier nooit meer zal zijn.
Met een zakdoek droogt zij haar tranen,
en kijkt naar de dingen om haar heen.

1991

Gedichtendag Lope de Vega

 

Lope de Vega

Vandaag, 28 januari is het Gedichtendag en begint de Poëzieweek die tot 3 februari duurt. Het thema is dit jaar “herinnering”. Stefan Hertmans heeft het poëziegeschenk 2016 geschreven, met als titel “Neem en lees”. Bij besteding van €12,50 aan poëzie krijgt u deze bundel cadeau.

Het is een mooie gelegenheid om een gedicht van een Spaanse dichter onder de aandacht te brengen. Felix Lope de Vega y Carpio is een van de bekendste dichters uit de Spaanse gouden eeuw. Zijn werk is omvangrijk, dit maakte de keuze voor een gedicht niet eenvoudig. Uiteindelijk heb ik het Sonnet 61 Ir y quedarse, y con quedar partirse / Gaan en toch blijven en al blijvend gaan gekozen.

Na een korte beschrijving van het leven en werk van Lope de Vega is het “sonnet 61” te lezen, vertaald is door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer.

Félix Lope de Vega y Carpio (Madrid, 1562- Madrid, 1635)

Felix Lope de Vega y Carpio, beter bekend als de “Ingenieuze Feniks”, werd geboren in Madrid in 1562. Hij kwam uit een bescheiden familie en studeerde bij de jezuïeten aan de Universiteit van Alcalá de Henares. In 1587 werd hij voor 8 jaar verbannen uit Madrid. Hierdoor maakte hij zijn studie niet af. Deze straf was het gevolg van een teleurstelling in de liefde waardoor hij beledigende gedichten schreef naar Elena Osorio, de dochter van een eigenaar van een theater. Gedurende deze tijd woonde hij in Valencia, Toledo en Alba de Tormes. In 1610, op 48 jarige leeftijd, ging hij definitief terug naar Madrid. Hij kocht een huis in dezelfde straat waar Cervantes woonde.

Zijn leven verliep turbulent, met veel hoogtepunten en hij had ook veel tegenspoed. Regelmatig was hij betrokken bij schandalen. Met name in zijn liefdesleven barstte het van de schandalen. De laatste jaren van zijn leven werden bepaald door tegenspoed. Vooral het overlijden van zijn zevenjarige zoon Carlos Félix was fataal voor hem. Hij werd hij in 1613 priester om berouw te tonen. Eenzaamheid, ziekte en financiële problemen weerhielden hem er echter niet van om te schrijven.

De Madrilenen bewonderden hem en hij voelde zich geliefd en gewaardeerd. Op 27 augustus 1635 overleed hij op 73 jarige leeftijd in Madrid. Zijn begrafenis was een groot spektakel dat niet snel werd vergeten. In de kerk van San Sebastián, in de straat Atocha die heel dicht bij zijn huis is, werd hij begraven.

Zijn werk

Lope de Vega heeft veel geschreven in zijn leven en in veel verschillende genres. Hij schreef alleen al 1.500 theaterstukken. Zijn kluchten zijn het meest vernieuwend. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn eergevoel (Peribáñez y el comendador de Ocaña), intrige (El perro del hortelano), historische gebeurtenissen en Spaanse legendes (Fuenteovejuna)

Lope de Vega was beter bekend als toneelschrijver dan als dichter. Hij schreef op een vurige, vitale en zorgeloze wijze poëzie. Hij liet ook zien dat poëzie het religieuze benaderde.

Zijn gedichten gaan over uiteenlopende thema’s zoals mythologie, religie of epische poëzie. Hij herintroduceerde het sonnet, de dichtvorm van de Italiaanse Renaissance dichter Petrarca. Zijn schrijfstijl in de poëzie reikt veel verder dan van andere dichters in zijn tijd. Hij behandelde verschillende thema’s met name de liefde en religie en altijd verwoordde hij de moeilijkheden in zijn leven.

Sonnet 61 Gaan en toch blijven en al blijvend gaan…

Het gedicht is gepubliceerd in de dichtbundel “Rimas” in1609. Het gaat over de liefde. Waarschijnlijk is dit gedicht geschreven voor Elena Osorio, tijdens zijn verbanning uit Madrid.

Gaan en toch blijven en al blijvend gaan;
Gewetenloos weet je je al gaand verloren;
De zoete stem van een sirene horen
en aan de boommast vastgebonden staan;

verbranden als een kaarsje, langzaamaan
op zacht zand bouwend aan alweer een toren;
als vallende engel is je doem beschoren,
maar jij laat om je duivels lot geen traan;

je stem verheffen in de woestijn;
op erewoord verzoeken om geduld,
en eeuwig zeggen tegen maar een tel;

vermoedens volgen, waarheden voorbij;
het maakt je van afwezigheid vervuld,
vuur in de ziel en in het leven hel

Ir y quedarse, y con quedar partirse

Ir y quedarse, y con quedar partirse
partir sin alma, e ir con alma ajena
oír la dulce voz de una sirena,
y no poder del árbol desasirse;

arder como la vela y consumirse
haciendo torres sobre tierna arena;
caer del cielo, y ser demonio en pena,
y de serlo jamás arrepentirse;

hablar entre las mudas soledades,
pedir prestada, sobre fe, paciencia,
y lo que es temporal llamar eterno;

creer sospechas y negar verdades,
es lo que llaman en el mundo ausencia,
fuego en el alma y en la vida infierno.

 Bronnen

Website Casa Lope de Vega http://casamuseolopedevega.org/es/

Antología de poesía espanola, varios autores. Edición José Mas, julio de 2011

Antología poética del Siglo de Oro, Esperanza Ortega, Anaya, 2010

Curso de literatura, Espanol lengua extranjera, Equipo de autores de cursos internacionales de la Universidad de Santiago de Compostela, Edelsa 2009

De dichter is een kleine God, de 150 mooiste gedichten uit het Spaans, vertaald oor Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer, Singel Uitgeverijen, september 2010

http://www.poezieweek.com

Spreid je vleugels uit

IMG_0025
Illustratie Mayke Merkx 2011

In een verlaten steeg
ontmoette ik een oude man.
Hij zei tegen mij:
“Spreid je vleugels uit,
laat je dragen door de wind”.

Mijn vleugels spreidde ik uit
zonder angst vloog ik weg.
Naar plaatsen waar
altijd al naar toe had willen gaan.

Over meren, bergen en woestijnen
sloeg ik mijn vleugels uit.
Van elke plaats nam ik alleen
de mooiste herinneringen mee.

Ik werd degene die ik altijd al
had willen zijn
voordat ik mijn beperkingen
leerde kennen.

Gedichten uit de oude doos

Gedichten die door mij zijn geschreven begin jaren negentig. Een manier om de saaie schooldagen door te komen. Het zijn tijdloze gedichten die, volgens mij, na twintig jaar nog steeds het lezen waard zijn.

 

Regen – druppel
Water- spat
Ruiten – wisser
Riool – gat

Para –pluie
Wat gebeurt er nu,
Hoorbaar regen, zichtbaar niet
Eenmaal buiten
Het regent dat het giet.

De dingen om haar heen

De oude vrouw zit op een bank.
in de schaduw onder een boom,
beschermt tegen de hete zon.
Ze kijkt naar de dingen om haar heen.

Twee kinderen proberen een eend te pakken .
Langzaam gaat ze terug naar haar jeugd.
Ze denkt aan haar man met zijn mooie glimlach,
die eens liefkozend hier naast haar zat.

Voorzichtig probeert zij zijn hand te strelen.
Dan hoort ze een eend hard kwaken, en
zij beseft dat hij hier nooit meer zal zijn.
Met een zakdoek droogt ze haar tranen,
ze kijkt naar de dingen om haar heen.

Het kind en ik

Muurgedicht in Leiden

Een van mijn favoriete gedichten is “Het kind en ik” van Martinus Nijhoff. Het beeld dat je eenvoudig naar een andere wereld kunt gaan door een wak in het kroos te maken. Een kind dat aan een schrijftafel staat te schrijven. De woorden die weer verdwijnen na het lezen ervan.

De vierde stoffe spreekt me het meest aan:
Maar toen heeft het geschreven
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

Schrijven zonder schroom vind ik moeilijk omdat je een deel van je leven opent voor de lezer. Vaak ben ik gehaast maar om alles goed tot me door te laten dringen is rust nodig. Het risico van poëzie is dat het helemaal stuk kan geïnterpreteerd worden. Ik vind het belangrijker dat ieder het leest op zijn eigen manier. Deze ruimte biedt poëzie, net zoals een schilderij dit doet.

HET KIND EN IK

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.