The Sorrow of Socks

In de dichtbundel “101 poems to keep you sane. Emergency rations for the seriously stressed” bewerkt door Daisy Goodwin staat in het hoofdstuk “Domestics Godness Anxiety” een gedicht waar ik altijd aan moet denken als ik de was aan het opruimen ben. Iedereen kent vast wel het probleem van die ene sok die overblijft.

The Sorrow of Socks 

Some socks are loners-
They can’t live in pairs.
On washdays they’ve shown us
They want to be loners.
They puzzle their owners,
They hide in dark lairs
Some socks are loners-
They won’t live in pairs.

Wendy Cope

Gedichtendag Lope de Vega

 

Lope de Vega

Vandaag, 28 januari is het Gedichtendag en begint de Poëzieweek die tot 3 februari duurt. Het thema is dit jaar “herinnering”. Stefan Hertmans heeft het poëziegeschenk 2016 geschreven, met als titel “Neem en lees”. Bij besteding van €12,50 aan poëzie krijgt u deze bundel cadeau.

Het is een mooie gelegenheid om een gedicht van een Spaanse dichter onder de aandacht te brengen. Felix Lope de Vega y Carpio is een van de bekendste dichters uit de Spaanse gouden eeuw. Zijn werk is omvangrijk, dit maakte de keuze voor een gedicht niet eenvoudig. Uiteindelijk heb ik het Sonnet 61 Ir y quedarse, y con quedar partirse / Gaan en toch blijven en al blijvend gaan gekozen.

Na een korte beschrijving van het leven en werk van Lope de Vega is het “sonnet 61” te lezen, vertaald is door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer.

Félix Lope de Vega y Carpio (Madrid, 1562- Madrid, 1635)

Felix Lope de Vega y Carpio, beter bekend als de “Ingenieuze Feniks”, werd geboren in Madrid in 1562. Hij kwam uit een bescheiden familie en studeerde bij de jezuïeten aan de Universiteit van Alcalá de Henares. In 1587 werd hij voor 8 jaar verbannen uit Madrid. Hierdoor maakte hij zijn studie niet af. Deze straf was het gevolg van een teleurstelling in de liefde waardoor hij beledigende gedichten schreef naar Elena Osorio, de dochter van een eigenaar van een theater. Gedurende deze tijd woonde hij in Valencia, Toledo en Alba de Tormes. In 1610, op 48 jarige leeftijd, ging hij definitief terug naar Madrid. Hij kocht een huis in dezelfde straat waar Cervantes woonde.

Zijn leven verliep turbulent, met veel hoogtepunten en hij had ook veel tegenspoed. Regelmatig was hij betrokken bij schandalen. Met name in zijn liefdesleven barstte het van de schandalen. De laatste jaren van zijn leven werden bepaald door tegenspoed. Vooral het overlijden van zijn zevenjarige zoon Carlos Félix was fataal voor hem. Hij werd hij in 1613 priester om berouw te tonen. Eenzaamheid, ziekte en financiële problemen weerhielden hem er echter niet van om te schrijven.

De Madrilenen bewonderden hem en hij voelde zich geliefd en gewaardeerd. Op 27 augustus 1635 overleed hij op 73 jarige leeftijd in Madrid. Zijn begrafenis was een groot spektakel dat niet snel werd vergeten. In de kerk van San Sebastián, in de straat Atocha die heel dicht bij zijn huis is, werd hij begraven.

Zijn werk

Lope de Vega heeft veel geschreven in zijn leven en in veel verschillende genres. Hij schreef alleen al 1.500 theaterstukken. Zijn kluchten zijn het meest vernieuwend. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn eergevoel (Peribáñez y el comendador de Ocaña), intrige (El perro del hortelano), historische gebeurtenissen en Spaanse legendes (Fuenteovejuna)

Lope de Vega was beter bekend als toneelschrijver dan als dichter. Hij schreef op een vurige, vitale en zorgeloze wijze poëzie. Hij liet ook zien dat poëzie het religieuze benaderde.

Zijn gedichten gaan over uiteenlopende thema’s zoals mythologie, religie of epische poëzie. Hij herintroduceerde het sonnet, de dichtvorm van de Italiaanse Renaissance dichter Petrarca. Zijn schrijfstijl in de poëzie reikt veel verder dan van andere dichters in zijn tijd. Hij behandelde verschillende thema’s met name de liefde en religie en altijd verwoordde hij de moeilijkheden in zijn leven.

Sonnet 61 Gaan en toch blijven en al blijvend gaan…

Het gedicht is gepubliceerd in de dichtbundel “Rimas” in1609. Het gaat over de liefde. Waarschijnlijk is dit gedicht geschreven voor Elena Osorio, tijdens zijn verbanning uit Madrid.

Gaan en toch blijven en al blijvend gaan;
Gewetenloos weet je je al gaand verloren;
De zoete stem van een sirene horen
en aan de boommast vastgebonden staan;

verbranden als een kaarsje, langzaamaan
op zacht zand bouwend aan alweer een toren;
als vallende engel is je doem beschoren,
maar jij laat om je duivels lot geen traan;

je stem verheffen in de woestijn;
op erewoord verzoeken om geduld,
en eeuwig zeggen tegen maar een tel;

vermoedens volgen, waarheden voorbij;
het maakt je van afwezigheid vervuld,
vuur in de ziel en in het leven hel

Ir y quedarse, y con quedar partirse

Ir y quedarse, y con quedar partirse
partir sin alma, e ir con alma ajena
oír la dulce voz de una sirena,
y no poder del árbol desasirse;

arder como la vela y consumirse
haciendo torres sobre tierna arena;
caer del cielo, y ser demonio en pena,
y de serlo jamás arrepentirse;

hablar entre las mudas soledades,
pedir prestada, sobre fe, paciencia,
y lo que es temporal llamar eterno;

creer sospechas y negar verdades,
es lo que llaman en el mundo ausencia,
fuego en el alma y en la vida infierno.

 Bronnen

Website Casa Lope de Vega http://casamuseolopedevega.org/es/

Antología de poesía espanola, varios autores. Edición José Mas, julio de 2011

Antología poética del Siglo de Oro, Esperanza Ortega, Anaya, 2010

Curso de literatura, Espanol lengua extranjera, Equipo de autores de cursos internacionales de la Universidad de Santiago de Compostela, Edelsa 2009

De dichter is een kleine God, de 150 mooiste gedichten uit het Spaans, vertaald oor Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer, Singel Uitgeverijen, september 2010

http://www.poezieweek.com

Spreid je vleugels uit

IMG_0025
Illustratie Mayke Merkx 2011

In een verlaten steeg
ontmoette ik een oude man.
Hij zei tegen mij:
“Spreid je vleugels uit,
laat je dragen door de wind”.

Mijn vleugels spreidde ik uit
zonder angst vloog ik weg.
Naar plaatsen waar
altijd al naar toe had willen gaan.

Over meren, bergen en woestijnen
sloeg ik mijn vleugels uit.
Van elke plaats nam ik alleen
de mooiste herinneringen mee.

Ik werd degene die ik altijd al
had willen zijn
voordat ik mijn beperkingen
leerde kennen.

Gedichten uit de oude doos

Gedichten die door mij zijn geschreven begin jaren negentig. Een manier om de saaie schooldagen door te komen. Het zijn tijdloze gedichten die, volgens mij, na twintig jaar nog steeds het lezen waard zijn.

 

Regen – druppel
Water- spat
Ruiten – wisser
Riool – gat

Para –pluie
Wat gebeurt er nu,
Hoorbaar regen, zichtbaar niet
Eenmaal buiten
Het regent dat het giet.

De dingen om haar heen

De oude vrouw zit op een bank.
in de schaduw onder een boom,
beschermt tegen de hete zon.
Ze kijkt naar de dingen om haar heen.

Twee kinderen proberen een eend te pakken .
Langzaam gaat ze terug naar haar jeugd.
Ze denkt aan haar man met zijn mooie glimlach,
die eens liefkozend hier naast haar zat.

Voorzichtig probeert zij zijn hand te strelen.
Dan hoort ze een eend hard kwaken, en
zij beseft dat hij hier nooit meer zal zijn.
Met een zakdoek droogt ze haar tranen,
ze kijkt naar de dingen om haar heen.

Het kind en ik

Muurgedicht in Leiden

Een van mijn favoriete gedichten is “Het kind en ik” van Martinus Nijhoff. Het beeld dat je eenvoudig naar een andere wereld kunt gaan door een wak in het kroos te maken. Een kind dat aan een schrijftafel staat te schrijven. De woorden die weer verdwijnen na het lezen ervan.

De vierde stoffe spreekt me het meest aan:
Maar toen heeft het geschreven
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

Schrijven zonder schroom vind ik moeilijk omdat je een deel van je leven opent voor de lezer. Vaak ben ik gehaast maar om alles goed tot me door te laten dringen is rust nodig. Het risico van poëzie is dat het helemaal stuk kan geïnterpreteerd worden. Ik vind het belangrijker dat ieder het leest op zijn eigen manier. Deze ruimte biedt poëzie, net zoals een schilderij dit doet.

HET KIND EN IK

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

Kom toch naar beneden

Kom toch naar beneden
Kom toch naar beneden, Illustratie Xandra Knoth, juni 2015

Enige tijd geleden heb ik dit kindergedichtje geschreven. Ik denk er regelmatig aan. Als iemand bijvoorbeeld hoog in een boom zit om de takken te snoeien.

Poes Floor zit in een boom

Poes Floor miauwt heel hard.
Ze zit hoog in een boom,
en is niet op haar gemak.

In zijn rode brandweerwagen
rijdt Flip snel naar Floor.
Hij roept naar haar:
‘Kom toch naar beneden,
daarboven heb je geen leuk leven’

Doe mij maar na,
tak voor tak omlaag.
Dan loop je langs de stam,
gewoon zo in het rond,
en voor je het weet,
sta je weer op de grond.

Erasmus en zijn gedachtegoed

 

Erasmus schilderij Holbein

Het Instituto Cervantes in Utrecht organiseert een reeks gesprekken over grote Europese denkers. Op donderdag 4 juni 2015 is het symposium: “Klassieke stemmen voor een onzeker heden: Erasmus en het humanisme in de 21ste eeuw”.

In dit artikel ligt het accent op Erasmus als een denker en zijn relatie met Spanje. Waarom was hij zo populair in heel Europa? Welk boek was in Europa populair; zijn boek “Lof der Zotheid” of was het “Enchiridion”. Zijn relatie met Spanje was slecht, maar hij was wel erg populair in Spanje. Wat was hiervoor de reden?

Biografie Desiderius Erasmus Roterdamus              

De exacte geboortedatum van Erasmus is onbekend net zoals zijn geboorteplaats. Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat hij werd geboren rond 1466 in Gouda of Rotterdam. Hij overleed in Bazel op 12 juli 1536 en is begraven in de kathedraal van Bazel. De ouders van Erasmus woonden in Gouda en waren niet getrouwd omdat zijn vader een priester was. Hierdoor was hij een onwettig kind, in die tijd was dit een schande. Erasmus reist veel door Europa en verblijft enige tijd in Engeland, Frankrijk, België, Zwitserland, Italië en Duistland.

Omstreeks 1484 overleden zijn ouders vrij kort na elkaar. Hij werd opgevoed door voogden. Zij overtuigden hem om in 1487 in te treden in het klooster Stein bij Gouda van de orde van de Augustijner monniken. In 1492 werd hij tot priestergewijd. Eén jaar later werd hij secretaris van de bisschop van Kamerijk. Hij reist veel met hem door de Zuidelijke Nederlanden. In 1495 gaat Erasmus naar Parijs om theologie te studeren. Hij verblijft een halfjaar in Engeland waar hij onder andere de bekende humanist Thomas More, de schrijver van “Utopia”, ontmoet.

In 1506 vertrekt Erasmus naar Italië om theologie in Turijn te studeren. Hij gaat ook naar Venetië, Padua en Napels om over het geloof te praten. In 1509 reist hij terug naar Engeland en vertelt hij in een brief aan More dat hij een idee heeft voor een nieuw boek, “Lof der Zotheid”. Tijdens zijn reis werkt hij aan dit boek dat in 1511 wordt gepubliceerd. Huizinga beschouwt het als zijn beste werk. “want eerst waar humor deze geest doorlichtte, werd hij waarlijk diepzinnig. In de Lof der Zotheid gaf Erasmus iets wat geen ander dan hij aan de wereld had kunnen geven”.

Het jaar 1516 is een hoogtepunt in het leven van Erasmus. Hij wordt benoemd tot raadsheer van Karel V, heer der Nederlanden en koning van Spanje. Het is een eretitel waarvoor hij geld ontvangt. Als dank schreef hij Institutio principis christiani, een “traktaat over de opvoeding van de christenvorst”. De christelijke machthebbers moeten zich niet alleen laten leiden door publieke zaken maar ze moeten ook handelen in overeenstemming met de waarden van een humaan en christelijk leven. Door dit traktaat werd Erasmus bekender in Spanje. In dit jaar werd ook de herziening van het Nieuwe Testament in het Grieks met Latijnse vertaling, geschreven door Erasmus, in Bazel gepubliceerd.

Een jaar later, in 1517, krijgt hij het verzoek om naar de universiteit van Alcalá de Henares in Spanje te komen. Erasmus heeft geen zin om naar Spanje te gaan. Op 10 juni schreef hij in een brief aan Thomas More: “Non placet Hispania” (“Spanje bevalt me niet”).

Erasmus over Spanje

Erasmus minacht Spanje en laat dit vaak blijken. Regelmatig zegt hij dat Spanje een land vol joden en idioten is. In een brief op 1 november 1519 aan Jan Šlechta in Bohemen laat hij nogmaals zijn tegenzin blijken: “Dat er zich Joden in jullie midden bevinden, is niet uitzonderlijk: het is wellicht net zo in delen van Italië en de rest van Duitsland, maar in het bijzonder in Spanje”. Hij krijgt ruzie met de Spaanse bijbelgeleerden Diego López Zúñiga en Sancho Carranza de Miranda. Zij vinden dat zijn vertaling van het Nieuwe Testament vol Hollandse stomheid staat, dit komt door het onmatige gebruik van boter en bier. Erasmus beantwoordt deze aantijgingen met dat zij vreemdelingen zijn, joden of halve Moren, en van het onderwerp niets afweten.

In Spanje leefden meer dan 500 jaar lang drie geloven naast elkaar, het Christendom, Jodendom en de Islam. In 1492 werden de laatste Moren uit Spanje verdreven en werd het Christendom de officiële godsdienst. Er ontstond een conflict en politieke intolerantie met de oorspronkelijke Christenen enerzijds en de recent bekeerden Christenen anderzijds. Eén van de uitingen hiervan waren de “Spaanse statuten over de zuiverheid van het bloed”. Hiermee probeerde men de “verjoodsing” van de samenleving tegen te gaan.

Erasmus standbeeld

In die tijd leidde een Joodse of Moorse afkomst tot een sociaal isolement. De nieuwe christenen, die leden onder deze sociale ongelijkheid, zochten hoop in de interpretatie van Erasmus van het christendom, omdat hij streefde naar broederschap van de mensheid. In Spanje vielen Erasmus’ ideeën op vruchtbare bodem vanwege dit geloofsconflict. In essentie is het gedachtengoed van Erasmus een religieuze beweging, maar in Spanje krijgt het een politieke, sociale en culturele dimensie. Deze verder ontwikkelde ideeën van Erasmus worden in Spanje “Erasmismo” genoemd. Erasmus was Nederlander, maar het “Erasmismo” is Spaans, volgens Abellán

Enchiridion

In Nederland is Erasmus vooral bekend door zijn boek “Lof der zotheid”. In Europa wordt hij meer gewaardeerd voor zijn boek Enchiridion (handboek voor de christenstrijder) gepubliceerd in 1503. In het Enchiridion beschrijft Erasmus zijn standpunten over de religieuze praktijk.

Het is in de eerste plaats een pleidooi voor een sobere, algemeen christelijke levenshouding. Hij probeert een soort “kunst der vroomheid” te geven. Hij wil het christendom veranderen van het zichtbare naar het onzichtbare, want ware vroomheid is niet uiterlijk maar innerlijk. Volgens Erasmus wordt er teveel waarde gehecht aan ceremoniën en formaliteiten zoals bedevaarten, processies, heiligen- en reliekverering. Zijn kritiek op de kerk en zijn vertegenwoordigers is samen te vatten in een paar woorden: Monachtus non est pietas. “Het kloosterleven is niet hetzelfde als vroomheid”. Dit zinnetje staat op de laatste pagina van het boek in de epiloog en is ontelbare keren bediscussieerd.

Enchiridion in Spanje

In Spanje is het boek erg populair. De schrijver Bataillon van het boek “Erasmo y España” spreekt over een “erasmiaanse invasie”. Het werd gelezen aan het hof van de keizer, in steden, kerken en kloosters en zelfs in herbergen onderweg. Toch was Erasmus niet populair onder de Franciscaner en Dominicaner monniken.

Veelzeggend is dat het werk van Erasmus werd uitgegeven door de universiteit in Alcalá de Henares, die is opgericht door kardinaal Cisneros, hoofdpersoon uit de Spaanse renaissance. De verandering van het christendom zoals verkondigt door Erasmus, vallen gedeeltelijk samen met de humanistische ideeën van deze Universiteit. Daar had Erasmus aanvankelijk ook de meeste bewonderaars. In maart 1525 kreeg de universiteit het recht om Enchiridion (El Enchiridion o Manual del caballero Cristiano) uit te geven in Spanje. Dit is twintig jaar na de eerste publicatie van het boek, enigszins laat maar het werd een bestseller en werd voortdurend herdrukt.

erasmus tekening

Juan Maldonado, een van Erasmus’ bewonderaars, schreef in september 1526 dat de drukkers weliswaar duizenden exemplaren op de markt brachten maar de vraag desondanks niet konden verwerken. De vertaler van het werk, Alonso Fernández de Madrid, kon zijn enthousiasme niet bedwingen. “Overal heeft men de Spaanse versie van het Enchidrium in handen. Mensen van alle standen lezen het. En ook al heeft men van Erasmus nog nooit gehoord, dankzij dit boek ligt zijn naam op ieders lippen”. “Geen waar verkoopt op dit moment in Spanje beter dan het werk van Erasmus” merkte Gattinara’s secretaris in een brief aan zijn collega in Vlaanderen op. En hij voegde eraan toe: “en dat dankzij de monniken”.

Erasmus´ tegenstanders

Ondanks de populariteit van dit boek zijn er ook tegenstanders, de Augustijner en Franciscaner monniken. In 1527 dienden zij een aanklacht tegen Erasmus in bij de Inquisitie. Erasmus werd beschuldigd van ketterij en dwaling. De groot Inquisiteur, de Koning, de aartsbisschoppen van Sevilla en Toledo waren voorstanders van Erasmus’ werk. Tijdens een conferentie in Valladolid in de zomer van 1527 zouden de aanklachten worden besproken maar door pestgevaar werd het uitgesteld. Ze kwamen echter nooit bijeen en de hele zaak werd vergeten.

In 1536 publiceerde Miguel de Eguía, de Spaanse uitgever van het werk van Erasmus, een pamflet. Hierin werden de dogma’s van de Kerk verdedigd tegen de godslastering van Luther en de ketterse ideeën van Erasmus. Vanaf dat moment wordt het werk van Erasmus in Spanje minder gepubliceerd. Spoedig werd zijn werk zelfs verboden. De eerste keer gebeurde dit in september 1537 met de “Colloquia” met als argument dat de vertaling slecht zou zijn en hij pleitbezorger van Luther was. In de jaren vijftig van de zestiende eeuw werd het volledige werk van Erasmus verboden. Vanaf 1556 ontstond er een ondergrondse beweging.

Voortschrijdend inzicht (dd. 14-06-2015)

Na de lezing over Erasmus bij Cervantes heb ik gesproken met professor Heesakkers. Ik heb aan hem gevraagd waarom Erasmus niet naar Spanje wilde gaan. In de door mij geraadpleegde literatuur stond “Non placet Hispania”(“Spanje bevalt me niet”). Hetgeen een negatieve ondertoon heeft. Volgens Heesakkers is de vertaling onjuist. Erasmus zou gezegd hebben “Spanje trekt me niet”. De reden hiervoor was dat de belangrijkste culturele en religieuze ontwikkelingen zich in Italië afspeelden. In Spanje gebeurde toen niet zoveel. Vandaar.

Een ander punt is de geboortedatum van Erasmus. Ik heb gekozen voor het jaar 1466. Dit jaartal stond ook op het beeld van Erasmus in Rotterdam. Onderzoek heeft echter aangetoond dat het geboortejaar van Erasmus 1469 is. De wijziging hiervan is nog steeds te zien op het standbeeld, de zes die in een negen is veranderd.

Geraadpleegde bronnen:

Erasmus

Cornelis Augustijn [vertaald uit het Duits door de auteur] Baarn, Ambo, 1986

 Erasmus

Johan Huizinga. Rotterdam, Donker, 2001 [1e druk 1924]

Erasmus: een portret in brieven
Vertaling uit het Latijn: Jan Papy, Marc van der Poel en Dirk Sacré. Amsterdam, Boom, 2001.

Erasmo y España: Estudios sobre la historia espiritual del XVI

Marcel Bataillon. México [etc.] : Fondo de Cultura Económica, 1966

Pas de deux in stilte: De briefwisseling tussen Desiderius Erasmus en Paus Adrianus VI (1522-1523)

Vertaling uit Latijn door Michiel Verweij. Rotterdam, Donker, 2002

Zwarte Renaissance “Spanje en de wereld 1492-1536”

Chris van der Heijden. Amsterdam, Olympus, 1998

Internet

El Erasismo Español: Una Tradición Humanista Española

Shinjiro Ando

http://www.canela.org.es/cuadernoscanela/canelapdf/cc9ando.pdf

III. Humanism in 16th Century Spain

Sadie Smith, Senior at the University of Mary Washington.

http://sadiespainsmith.umwblogs.org/art-sources-iii/

Erasmo de Rotterdam

El blog sobre: “El príncipe de los humanistas”

http://blogs.ua.es/erasmorotterdam/

Erasmo y la censura

El blog sobre: “Erasmo y la censura”

http://blogs.ua.es/erasmorotterdam/2011/09/02/erasmo-y-la-censura/