Crisis kastje

In de afgelopen twee weken heb ik op donderdag- en vrijdagavond een vakantiecursus meubelmaken voor beginners gedaan bij Buurman. Daar was ik al eerder geweest voor de workshops Geometrisch wall art. Het leek me leuk om te leren hoe ik zelf een kastje kan maken. 

Het gaat niet altijd helemaal naar wens als ik een workshop of cursus doe. Ik denk dat het sinds Corona een fifty/fifty succesverhouding is. Deze cursus valt onder de categorie ‘geen succes’. 

Het is een combinatie van allerlei factoren waardoor ik er helemaal gek van werd. Een hulpverlener als deelnemer die zelf al direct zegt: ‘Mijn werk bestaat vooral uit praten, dus ik praat veel’. Dan hoop je dat daarop de zin volgt; als je er last van hebt, laat het me even weten. Maar die zin kwam niet. Er werd ook op een ‘hulpverlenerige” manier tegen me gepraat. Daar houd ik niet zo van.

Er was ook een vrouw die graag zelf dingen wilde leren maken. Ze kan altijd precies tekenen en uitleggen wat ze wil hebben, zodat haar man het dan gaat maken. ‘Mijn man is plastisch chirurg en kan natuurlijk alles maken’. Ik dacht direct aan een labiaplasty, hij heeft vast aan haar schaamlippen zitten klussen. Iedere keer als ik haar binnen zag komen plopte het woord ‘designerkut’ in mijn hoofd op.

De leraar was een gepensioneerde meubelmaker met een paarsharige assistente. Een aparte combinatie. Ik voelde niet direct een klik. De assistente was vooral goed in het vertellen van wat niet mogelijk was. Zonder met een oplossing te komen.

De eerste les moesten we een schets maken van het kastje en hout gaan zoeken. Je eigen fantasie vooral de vrije loop laten gaan. Er werden ook allerlei voorbeelden getoond als inspiratie. Het kastje in het werkboekje hoefde je niet te maken. Alles mocht en kon, leef je maar helemaal uit!

Ik vond allerlei materialen maar die mocht ik niet gebruiken, zoals mooie platen van metaal. De platen moesten geslepen worden en dan zou de licht ontvlambare werkplaats afbranden van de metaalvonken. De belangrijkste vraag was steeds, ‘Wat ga je erin opbergen?’ Geen idee, mijn doel was het maken van een kast en dan zie ik later wel wat ik erin ga doen. De leraar stelde voor om een kastje te maken voor toiletrollen: ‘Da’s toch leuk’. Hartstikke leuk! Ik weet niet wat voor een voordeelverpakking hij koopt maar voor een éénpersoonshuishouden zijn acht rollen toch wel het maximum. 

Uiteindelijk had ik het materiaal voor een prachtige kast bij elkaar gevonden. Twee zwarte platen voor de boven- en onderkant, groene platen voor de zijkanten en mooie grote rode poten. Ik was helemaal blij. Er kwam ook geen tegengeluid dat er iets mis zou zijn met het ontwerp.

Wat ik vreemd vond was dat het niet mogelijk was om de kast in vier lessen in elkaar te zetten. Daarvoor was het teveel werk. Het kwam erop neer dat je na vier weken een bouwpakket had dat je thuis in elkaar kon zetten. Je kon na de laatste les ook een werkplek huren bij Buurman om daar verder te werken. De planken moest je iedere keer mee naar huis nemen omdat er geen plek voor opslag was. Ik vond het uitermate dubieus en ik zag mijn kastje vooral als een verdienmodel.

Voordat de tweede les begon kreeg ik een vaag appje van de leraar. ‘We moeten even praten’. Één jongen had een te grote kast ontworpen, dat kon echt niet! Vervolgens was mijn ontwerp afgekeurd omdat ik de poten niet ging zagen die een verplicht onderdeel van de cursus waren. Mijn voorstel was om de poten te maken en te monteren maar om ze vervolgens te vervangen door de rode poten. Dit werd ook afgekeurd. Ik moest gewoon een kast maken, punt uit! ‘Dan gaan we nu beginnen met zagen’. Stond ik daar, op precies hetzelfde punt als de dag ervoor bij de eerste les: ontwerp een kast. Ik werd boos en zei bekijk het maar met je kast. Ik ga naar huis, dit slaat helemaal nergens op. Mijn verzamelde hout gooide ik in de vuurkorf. 

De hulpverlener kwam naar me toe en probeerde de boel wat te kalmeren. ‘Je kunt toch wel begrijpen dat je een kastje moet maken zoals het voorbeeld. Dat het vooral gaat om de techniek en niet om de vormgeving’. Door mijn boosheid gedreven dacht ik: ‘Als je een saaie shit kast wil dan maak ik een saaie shit kast. Zo moeilijk is dat nou ook weer niet!’

Voorbeeldig kastje

Ik verzamelde wat oude grijs gelakte vloerdelen en begon te zagen. Een tekening wilde ik niet meer maken. ‘Het ontwerp zit in mijn hoofd dat is voldoende’, was mijn reactie. ‘Dan kan ik je niet helpen bij het maken van je kast’ waarschuwde de leraar mij. ‘Ik roep wel als ik hulp nodig heb’. Een imaginaire kast kan in ieder geval niet worden afgekeurd. 

Toen ik twee vloerdelen aan elkaar wilde lijmen was er een nieuw probleem. ‘We werken deze cursus alleen met schroeven en niet met lijm. De kast moet uit elkaar gehaald kunnen worden zodat hij mee naar huis kan als planken.’ Het was toch een cursus meubelmaken en niet een cursus bouwpakket maken. ‘Deze vloerdelen zijn ideaal om te lijmen, een stevigere verbinding is er niet, bleef ik volhouden’. Uiteindelijk was hij het met me eens.

De derde les moest ik weer veel zagen en de poten maken. Het vervelende was dat er maar vier zaagmachines waren voor zes mensen. Steeds moest ik wachten met zagen tot de ander klaar was. Mijn kastje heeft een wat rauwe uitstraling. Dat paste bij mijn humeur op dat moment. Ik had geen zin meer om een gelikte, strakke kast te maken. Het is een crisis kastje!  De hulpverlener bleef maar benadrukken dat de kast die ik nu aan het maken was veel leuker was dan mijn eerder ontworpen kast. 

En wat schetst mijn verbazing, iedereen staat planken te lijmen. De assistente staat vrolijk uit te leggen dat de gelijmde verbinding sterker is dan het hout. Goh, dat heb ik eerder gehoord. Ik kon het niet nalaten om te zeggen, ‘Dit is toch een cursus om alleen te werken met schroeven’. Ondertussen had iemand de zijkant van mijn kast verzaagd voor haar kast. ‘Ik dacht dat het resthout was, sorry’. Om niet te ontploffen zei ik ‘Ach alles is hier resthout, je kon het ook niet weten’.

De laatste les moest alles in elkaar gezet worden met schroeven. We gingen gelukkig niet met een bouwpakket naar huis. De schroeven moesten worden verzonken, dit was een onderdeel van de cursus. Om te beginnen was er maar één boor waarmee dit kon en ik vind het zelf geen probleem om een schroef te zien. Zeker niet bij dit crisis kastje. Geen vloeibaar hout op mijn kastje alsjeblieft. Ook dat werd een strijdpunt.

Omdat de werktafels gewoon buiten in de tuin in het zand staan, zijn ze niet echt waterpas. Hierdoor waren de planken niet helemaal ‘strak gezaagd’. Steeds moest ik van een plank een klein stukje afzagen om het passend te krijgen. Het werd een haastklusje en het wachten op een boormachine leverde behoorlijk wat stress op. Daar kwam de hulpverlener weer om de hoek. ‘Ik wil even tegen je zeggen dat je erg snel wilt werken, maar dan ga je fouten maken. Daar krijg later spijt van.’ ‘Dat weet ik, maar dat is niet anders.’

Bij het monteren van een poot ging het op het laatste moment nog even helemaal mis. De assistente deed voor hoe zij het zou doen. Ik waarschuwde haar, maar het was al te laat. ‘Oh, we hebben een splijter’ zei ze onverschillig. Het hout was gespleten omdat ze te dicht langs de kant boorde. Wat een toestand!

Uiteindelijk heb ik het kastje op mijn fiets mee naar huis genomen en in mijn atelier verder afgemaakt. Toen ik de foto van mijn crisis kastje naar de app-groep stuurde kreeg ik van de leraar alsnog een reprimande: ‘Ziet er goed uit. Toch twee verdiepingen?’ Dat hij de dag ervoor erbij stond te kijken hoe ik de middelste plank provisorisch vastmaakte, speelde blijkbaar geen rol. Het was wel de zoveelste ergernis; twee verdiepingen dat is niet volgens het voorbeeld. Een voorbeeld dat niet bepalend was, maar zo moest het er wel uitzien. 

Het crisis kastje staat nu in mijn atelier, met rauwe randjes en zichtbare schroeven. Ik ben er blij mee. Maar voor mij geen Buurman meer. Een totalitair regime met stoffige laagje anarchie erover heen.

Ik vind de kleur niet mooi

In het kader van de emancipatie van de vrouw heb ik gisteren een boormachine gekocht. Wat is een zelfstandige vrouw nou zonder boormachine? De aanleiding is een bouwpakket van een laptopstandaard die ik bij Buurman heb gekocht. Daarvoor heb ik een accutol nodig. Ik heb geen idee wat een voor een ding dat is. Het is een boormachine met een accu, dit is handig om te weten. Verder heb ik een T20 nodig. Dat is een Torx-bit, een schroefkop voor in de boormachine, die kan schroeven. Met een houtboortje 3 kan ik aan de slag.

Het leek mij een overzichtelijk lijstje om mee naar de Praxis te gaan. Bij mijn collega-meubelmakers had ik om advies gevraagd. De ene adviseerde me een prijzige Makita en de andere één van de Action, twee uitersten. Helemaal onvoorbereid ging ik er dus niet naar toe. Bij de wand van de boormachines begon het me te duizelen. Wat hingen er veel aan de muur. Maar wat stonden er weinig in het schap. De prijzen waren ook niet aangegeven. Tja dan wordt het moeilijk kiezen. Een aantal boren gooide ik in mijn winkelwagentje dan kon ik daar een keuze uitmaken. Een winkelmedewerkster was zo vriendelijk om te helpen. Ze vertelde honderduit over de boormachines 18 of 20V, klopfunctie, accucapaciteit 1,5 Ah, oplaadtijd van de accu…

Ik dacht: ik wil gewoon schroeven en boren en graag niet al te duur. Uiteindelijk had ik een keuze gemaakt: een Wesco. Zegt de verkoopster ineens, deze is vanochtend stuk teruggebracht door iemand. Hier doet hij het en daarom staat hij weer te koop maar of die het bij jou thuis ook doet dat weet ik niet zeker en hoelang hij het zal doen ook niet. Je moet het zelf weten’. Daar heb ik nou echt helemaal niks aan, non-informatie. Dan maar een Black+Decker. Eerlijk gezegd was ik er wel klaar mee en duizelde het in mijn hoofd. Teveel informatie, voor mijn kunstenaarsbrein. Toen keek ik nog één keer goed. Oh, help het ding ziet er niet, het is erg veel oranje. Dus moest ik nogmaals de dame van de Praxis erbij roepen. Ze keek al een beetje vermoeid toen ik haar weer aansprak.

Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.

‘Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.’ ‘Dan moet u een Makita kopen, die is blauw maar wel honderd euro duurder. De Black & Decker is een prima boormachine.’ Ik voelde me net Andy uit Little Britain, “Yeah I know, but I want that one”. Tot overmaat van ramp was ik vergeten mijn atelier t-shirt uit te doen, met een fluoriserende oranje flippende Micky Mouse erop, die ik vorig jaar heb gekregen van mijn neef Jeroen om mee te schilderen: “Mickey knows a smile will always help when things get though” Dat maakte het er allemaal niet veel beter op.

De houtboor was alleen te koop als een houtspiraalboor. Wat een gedoe, ik wil gewoon een boortje. Gelukkig was er een andere medewerker bij de boortjes en kon ik aan hem meer uitleg vragen. Het was een kansloze exercitie omdat ze de winkel gaan verbouwen waardoor de schappen bijna allemaal leeg zijn. Alleen wat je vooral niet nodig hebt is nog te koop.

De T20 kon ik gelukkig zelf vinden. Inmiddels was ik wel helemaal gaar. Bij de kassa stond een stel enorm te zeuren over een pot verf. Ik dacht nog heel even en ik ga hier mensen slaan.

Helemaal voorzien om mijn laptopstandaard te maken, ging ik terug naar mijn atelier. De mannen wilden weten of het gelukt was. “Ja hoor, maar ik ben bijna iemand gaan slaan”. Toen ik vertelde dat ik de kleur van de boormachine niet mooi vond, moesten ze erg lachen. “Arme verkoopster, die zit nu vast in de koffiekamer te vertellen dat ze bijna een klant heeft geslagen omdat die de kleur van de boormachine niet mooi vond”. Als schilder ben ik gewoon gevoelig voor kleur.

Je moet het zelf maar weten, vervolg

Een aantal weken geleden heb ik een tekst geschreven over de website “Wish”. Een site met onder andere erotische producten. Degene die me de site had aanbevolen, was geshockeerd dat er dergelijke producten werden verkocht. Hij zou aan zijn zoon van vijftien vragen of hij ook erotische en porno-achtige spullen op de website had gezien. Die arme jongen had er niks mee te maken. Best wel sneu voor hem dat zijn vader wilde weten of hij naar pornosites kijkt. Ik dacht nog wel even aan zijn vrouw, maar zij is vast niet de bron. Ik zie het al gebeuren, komt hij thuis van zijn werk en vraagt hij aan zijn vrouw wat ze heeft gedaan vandaag “Er was weer een leuke aanbieding bij Wish, ik heb direct vier buttplugs gekocht”. “Goede actie, schat”.

Het gedoe met de site liet me niet los. Wat was er gebeurd? Ik stond te koken en ineens dacht ik, het is de buurjongen “Franske junior”. Hij maakt gratis gebruik van mijn internet op voorwaarde dat hij geen “gekke” sites bekijkt. Ik heb aan hem duidelijk gemaakt wat ik onder “gekke sites” versta. Geen porno dan wel kinderporno, geen onthoofdingsfilmpjes en andere debielen sites, waarvan ik het bestaan niet eens wil weten. Hij zou deze sites niet gaan bezoeken omdat hij bij het NFI werkt.

Ik moest hoe dan ook een keer met hem praten over zijn internetgebruik. Al was het alleen maar om vast te stellen dat hij geen ongepaste producten bekijkt en koopt. Na een paar dagen had ik alle moed bij elkaar geraapt om met hem te praten. Zachtjes klopte ik  op zijn deur en hij deed open. Ik zei dat ik even met hem wilde praten, maar die dag had hij geen tijd.

De volgende dag kwam ik hem tegen bij de douche, helemaal naakt op een te klein handdoekje na. Hij vroeg aan mij wat ik met hem wilde bespreken. Het voelde niet als  het juiste moment om met hem een gesprek te hebben over zijn gedrag op internet. Ik zei dat het probleem met mijn router weer was opgelost. Altijd fijn om niet bestaande problemen op te lossen. Hoe dan ook wil ik dat hij een eigen internetaansluiting regelt. Binnenkort ben ik een paar weken weg en ik laat het modem niet alleen voor hem aanstaan. Dan zal hij het op een andere manier moeten oplossen. Ik wil in ieder geval van die shit op mijn internet af.

Je moet het zelf maar weten.

 

 

 

 

 

 

Mijn ondergoed is goed fout

De afgelopen tijd krijg ik steeds verbaasde reacties over mijn ondergoed. Mijn buurman kwam in het washok waar mijn onderbroeken op het wasrek hingen. “Zijn deze onderbroeken van jou?!” vroeg hij direct. “Ja, ze zitten lekker” “Mijn oma draagt zo’n onderbroek.” Nou vraag ik me af hoe hij weet wat voor ondergoed zijn oma draagt, maar dit terzijde. “Zo wordt het nooit wat, met jou en mannen”. “Om te beginnen is het ook niet echt nodig, ik en mannen. Als een onderbroek het enige beletsel is, dan is dat ook snel op te lossen.”

Een paar weken later ging ik een pakje bij de buren ophalen. Mijn buurman stond met twee schilders voor zijn huis. “Je hebt zeker nieuwe onderbroeken gekocht?”. Ik ben dan zo’n druiloor die daar serieus op in gaat. “Nee, nieuwe onderbroeken heb ik gekocht voordat ik op vakantie ging. Ik ben netjes opgevoed, met gaten in je ondergoed kun je niet op vakantie.” “Vandaag weer wat geleerd” zei één van de schilders. Wanneer leer ik het eens om zijn vragen niet te beantwoorden?

Enige tijd geleden heb ik een nieuwe kast gekocht en ligt mijn ondergoed in een mandje onder mijn bureau. Steeds denk ik, dat moet ik eens opruimen, maar het komt er niet van. Samen met mijn autismebegeleider heb ik een lijstje gemaakt van de dingen die ik nog moet doen. Opruimen staat op het lijstje. Hij wilde me hierbij graag helpen. Dat hoeft niet, het is niet iets waaronder ik gebukt door het leven ga. Bovendien betreft het mijn ondergoed, het voelt ik enigszins ongemakkelijk als een hulpverlener aan mijn onderbroeken zit.

Eergisteren had mijn nieuwe buurjongen hulp nodig met de wasmachine. Mijn ondergoed hing op het wasrek. “Is deze was van jou?” vroeg hij me verlegen. “Ja” Toen was het even stil, “leuke Happy Socks” zei hij snel. Ik zei tegen hem dat hij mijn was op de wasmachine kon leggen als zijn was klaar was en dat ik het later wel zou opruimen. “Maar, ik ga echt niet jouw onderbroeken van het rek halen reageerde hij verbaast.” Alsof hij een enge ziekte zou kunnen krijgen van mijn wasgoed. “Je maakt gratis gebruik van mijn wifi, de prijs die je betaald is mijn wasgoed van het rek halen. Lijkt mij een goede deal”. Hij wilde liever maandelijks een bedrag overmaken. Mijn humeur was niet al te best en ik zei tegen hem dat ik de was er zelf wel vanaf zou halen. Wat overigens een kleine moeite was.

Hoe moet het nu verder met mij en mijn ondergoed? Wat zijn de richtlijnen? Is er een leeftijdsgrens? Of een levensstijl grens? Ik weet het niet, misschien kan mijn autismebegeleider me daar bij helpen. Criteria voor te dragen ondergoed. Dat lijkt me een goed plan.