De BIC-man

Vrijdag ben ik in het Griftpark gaan fotograferen. Ik ben er nog niet zo vaak geweest en was verrast. Een leuk, groot park en erg divers. Nadat ik uren in het park heb rondgelopen kwam ik uiteindelijk thuis met meer dan 200 foto’s. Bij ‘street photography’ moeten de foto’s het verhaal vertellen en is een blog over foto’s schrijven enigszins onzinnig. Toch wil ik graag een serie foto’s toelichten.

Bij de cursus ‘storytelling photography’ was er een vrouw die foto’s had gemaakt van een zwerver. Ze vertelde er een prachtig verhaal bij waardoor de foto’s echt bijzonder werden. Ze werkte als vrijwilliger met daklozen en wist heel goed hoe ze deze groep moest benaderen. De man die ze had gefotografeerd was een kunstenaar en schrijver. Hij had al vijfhonderd boeken geschreven. Om hem te bedanken voor het gesprek en de foto’s had ze een kunstwerk van hem gekocht.

In het park zat een non op een bankje heerlijk van de zon te genieten. Ik wilde graag een foto maken van haar. Eerst wilde ze niet op de foto maar het lukte me om haar over te halen. Het zijn mooie foto’s geworden maar ik heb haar beloofd om ze alleen voor mijn hobby te gebruiken.

Vijf stappen bij de non vandaan, stond er ineens een man recht voor me. Hij wilde twee euro voor een foto. Ik herkende hem meteen, het was dezelfde zwerver als van de cursus. Mensen betalen voor een foto, ook als ze dakloos zijn, heeft niet mijn voorkeur. Ik wil een spontane ontmoeting met een spontane foto. Hier was weinig spontaans aan. Ik raakte volledig geblokkeerd, vooral omdat hij maar bleef praten: foto, dakloos, opvang, kunstenaar, foto, twee euro…. Het kwam in mijn hoofd op om te zeggen: ‘Jij bent de man van de cursus, ik wil geen foto van je maken’. Ondertussen was hij de kunstwerken uit zijn tas aan het halen. Hij was duidelijk niet van plan om door te lopen. Ik dacht de snelste manier om van hem af te komen, is om hem twee euro te geven en een foto te maken. Natuurlijk had ik geen twee euro. Ik had een briefje van vijf. ‘Heb je drie euro terug?’ vroeg ik aan de zwerver. Nee, dat had hij niet. Later dacht welke idioot vraagt er nou geld aan een dakloze: ‘Mayke!’ Meer dan één euro zeventig had ik hem niet te bieden, dat was ook goed.

Inmiddels was ik van de schrik bekomen en raakte geïntrigeerd door deze man. Hij sliep nauwelijks, schreef en tekende aan één stuk door met een ballpoint. Eerst was hij begonnen met schrijven maar toen was hij gaan tekenen. Het kunstwerk dat hij me liet zien had een lege ruimte, dat moest het profiel van een vrouw voorstellen. Helaas kon ik dat er niet in zien. Hij wilde het nog niet verkopen omdat het nog niet af was. Ik vertelde hem dat hij heel hip was omdat er beroemde kunstenaars zijn die alleen met een BIC-pen tekenen, ‘BIC art’. Toen werd hij helemaal blij. ‘Dit is ook met een BIC-pen getekend, het kan dus in een museum’. Ik dacht; ‘Nu wordt het tijd om weer eens verder te gaan.’

Oh wat mooi…

Voor mijn cursus “Storytelling photography” ben ik gisteren met mijn camera op pad gegaan. De opdracht voor deze week is ‘straatfotografie’ en het was mooi zonnig weer. Ik ben begonnen aan de rand van het centrum.

Trencadis

Op het Nijntje pleintje zag ik verschrikkelijk lelijke voorwerpen op de vensterbank staan. Ik dacht ‘Nee, de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Gemozaïekte vlinders en een dolfijn. Uitgestald, zodat iedereen ze kan bewonderen. Met een beetje mazzel kun je bij deze mevrouw ook nog een workshop volgen, “trencadis” zullen we het dan maar noemen.’

Ik was zo dom om met mijn camera voor het raam te gaan staan omdat ik verbijsterd was door de lelijkheid. De kunstenares zat binnen op de bank een tijdschrift te lezen en zag mij staan. Zij was natuurlijk blij verrast, dat iemand haar mooie vlinders en dolfijn stond te bewonderen. Tja… Ze maakte met haar handen het gebaar dat ik zeker een foto mocht maken. Ze klopte met haar handen op de borst, ook zij mocht zeker in beeld. Ach wat leuk… Voor haar is het vast een hoogtepunt van de dag geweest, ze zat helemaal te stralen. Ik dacht alleen maar lelijke dingen leveren soms toch een mooie foto op.

Trencadis

Postbode

Vervolgens kwam er een super hippe postbode het pleintje oplopen. Kijk, die wilde ik wel graag op de foto hebben. Ik heb het netjes gevraagd maar hij had geen tijd om stil te gaan staan. Hij wees mij aan waar hij naar toe zou lopen en dan kon ik een foto maken. Zo’n goede fotograaf ben ik nog niet, om dan een scherpe foto te maken.

Postbode in stijl

In strijd met mijn privacy

Even verderop stonden buiten twee studenten een biertje te drinken. De ene jongen vertelde dat hij nu drie chickies had. Hij had problemen om een keuze te maken. Toen ik hem hoorde vertellen over zijn dilemma, dacht ik: ‘Die wil wel op de foto’. Beide reageerden ze enthousiast en ze stonden er mooi op.

De Don Juan van het duo had onder zijn colbert een trui aan met een beer erop. Dat vond ik een mooi contrast. Met een knuffelbeer op je buik sta je te vertellen over welke chick van de drie, je vanavond gaat nemen. Ik vroeg aan hem of ik een foto mocht maken, van hem en zijn toch wel aandoenlijke beer. Daar was hij niet van gediend, het was wel mooi geweest. Dit vond hij toch echt een inbreuk op zijn privacy. Ik probeerde hem te overtuigen door te zeggen dat het zo’n sterk beeld was; hij met zijn beer en een blikje bier. ‘Nee, nee, nee’. Als autist laat je het idee dan niet meer los. ‘Oké, een foto met de beer en het bier en dan gaat je hoofd eraf’, stelde ik voor. Dat vond hij een prima plan. Hij dacht waarschijnlijk hoe kom ik anders van dit gestoorde mens af. Ik moest hem wel even arrangeren, maar het is een mooie foto geworden.

Bear by beer

Documentaire fotografie les 3: Rijkdom

Afgelopen zaterdag ben ik de hele dag in de Teekenschool bij het Rijksmuseum geweest. Een inspireerde leeromgeving. ’s Ochtends een workshop Blauwdruk en ’s middags mijn fotocursus.

Deze week was de opdracht: fotografeer rijkdom, rijke mensen. De PC. Hoofdstraat om de hoek is een mooi uitgangspunt. Eerlijk gezegd vind ik het niet zo’n uitdaging om rijkdom te fotograferen, ik houd meer van het rauwe, het leven met rafels. De hele klas ging richting de PC Hoofdstraat, tien mensen die rondstruinen met een camera in één straat is wel veel. Het was een uitdaging om niet een medecursist op de foto te krijgen.

Jongens die stonden te wachten in de rij bij Louis Vuitton reageerden erg agressief toen ik een foto maakte. Veel gevloek en wat dreigementen. “Al weer iemand met een camera. Wat moet dat, sodemieter op. Ga weg!” Ik probeerde aan hem uit te leggen dat ik alleen een foto had gemaakt van de rij met paraplu’s. Gelukkig werd hij toen weer wat rustig. Toen ik vroeg of hij op de foto wilde begon de scheldtirade weer van vooraf aan. Oké helder, wegwezen.

“De wachters” bij Louis Vuitton

Één man zag er erg hip en duur gekleed uit. Toen ik vroeg of ik een foto van hem mocht maken werd hij helemaal blij. Eindelijk een goede gelegenheid om met zijn rijkdom te pronken. Hij had een heerlijk Londens en accent en tijdens het maken van de foto’s bleef hij maar praten. Top voor mij. Door het natte weer was het moeilijk om het beeld helemaal scherp te krijgen, natte bril, natte lens…

Bij de tramhalte zag ik een man met een teckel staan met een regenjasje aan. Bizar hoe wij onze huisdieren steeds meer personifiëren. Ik vind het ook het toppunt van rijkdom, het kost een kaptaal om je hond zo aan te kleden. Terwijl het hondje zelf al een heerlijk vachtje heeft.

Later kwam ik de man tegen met zijn hond en hij wilde graag op de foto.  Let op de kleine teckel in de tas, het middelpunt van deze foto

Bij het stoplicht stond naast me ‘An englishman in Amsterdam’. Vooral de paraplu deed me aan dit liedje van Sting denken. Even later stond hij te bellen bij een bloemenwinkel. Deze jongen had een uitstraling van casual en rijk maar had vooral veel flair.

Om de serie compleet te maken wilde ik ook de armere mensen in beeld brengen. Eerst twijfelde ik hierover. Mag je een foto maken van iemand om de reden dat hij ‘arm’ is. Met rijkdom wil je graag pronken terwijl armoede toch graag wordt verhuld. Als je geen echte LV tas kunt kopen dan koop je een goede nepper op een markt in Turkije. Ik vind dat deze mensen ook gezien dienen te worden en een foto waard zijn. 

Veel mensen reageerden negatief. Zo negatief dat ik soms bang was om een klap voor mijn kop te krijgen. Bezorgers heb ik gefotografeerd omdat ze heel hard moeten werken voor weinig geld. Ook wel uitbuiting genoemd. De jongen in het busje wilde niet op de foto. Met wat overtuigingskracht lukte het me toch: “Dan kijk je toch gewoon naar buiten met je capuchon op.”  

Ik zag ook een man die ondanks het koude en regenachtige weer bij een minibieb stond. 

Wellicht is de held van de dag deze man met dreadlocks en een joint. Hij zag mij lopen met een camera en verwees me naar de ontruiming van een pand in de Marnixstraat. Eerst wilde ik een foto van hem maken. Daar klaarde zijn gezicht helemaal van op.

Het fotograferen van de ontruiming van het kraakpand werd me onmogelijk gemaakt door de politie. Eerst werd ik weggestuurd door een agent. Maar zo makkelijk gaat dat niet. Als ik weg moet dan blijf ik zeker. Ze hadden de hele ontruiming afgeschermd met ME-busjes. Op een andere plek fotografeerde ik weer verder. Toen een politieagente me om mijn perskaart vroeg, moest ik alsnog vertrekken. De krakers werden onder luid gejuich van het publiek afgevoerd in gereserveerde bussen van het openbaar vervoer.

Het was weer een regenachtige, grauwe, kille middag maar ik heb me in ieder geval prima vermaakt.

Necropolis

De meeste mensen denken er weleens over na wat gebeurt met hun lichaam als ze overleden zijn. Er zijn inmiddels eindeloos veel mogelijkheden en dat maakt de keuze niet eenvoudiger. Veel mensen kiezen toch voor een rustige plek al dan niet in een graf op een kerkhof of in een urn op het dressoir.

Honderd jaar geleden lag iedereen in een graf op een kerkhof en dat was het. Fijn, overzichtelijk. Nu ontstaan er nog wel eens misverstanden over waar de overledenen liggen. Zo ben ik een keer over een uitstrooiveld op een begraafplaats gelopen. Ik dacht wat een mooi gras is er op het kerkhof en nog genoeg ruimte voor graven. Totdat ik het bordje uitstrooiveld zag. Ik vond het heel macaber en keek onder mijn schoenen of de as van een overledene er aan was blijven zitten. Zo kom je als dode natuurlijk wel weer ergens. Het is een soort liften alleen bepaal je zelf de bestemming niet.

Gisteren vertelde een vriend me een ander incident. Na zijn avonddienst in Den Dolder fietste hij terug naar Utrecht. Omdat hij onderweg iets wilde afgeven, koos hij voor een andere route dan normaal en vertrouwde hij erop dat google hem de weg zou wijzen. Er was geen straatverlichting alleen de lamp op zijn fiets gaf hem wat zicht. Op een gegeven moment komt er een einde aan de weg. Het eindigt ineens in een voetpad. Google maps had geen idee waar hij was, daarom besloot hij om over het betonnen voetpad tussen de rijen bomen door te fietsen. Er kwam geen einde aan de weg en er was ook geen afslag mogelijk. Doorfietsen op de betonnen weg in het bos in het pikkedonker was de enige optie. Toch nog maar even Google raadplegen en deze keer wist die meer. Hij fietste midden in de nacht over de natuurbegraafplaats Bilthoven. Gelukkig kon hij er snel vanaf. Je vraagt je toch af hoe zoiets mogelijk is. Stel je voor dat hij besloten had om van het pad af te gaan, was hij dan uiteindelijk over graven heen gefietst met zijn mountainbike? Dan had hij de de volgende dag op Nu.nl gelezen dat jongeren graven hadden beschadigd op een natuurbegraafplaats in Bilthoven en dat ze off-road waren gaan crossen en gedenktekens omver hadden gereden.

In Barcelona ben ik een keer uit een kerk gevlucht omdat een man woest tegen me stond te schreeuwen. Na een kerkdienst maakte ik daar foto’s. Er was een man aan het bidden maar die heb ik met rust gelaten, in dat gedeelte heb ik niet gefotografeerd. In een zijkapel zag ik een prachtige mozaïekwand. Erg modern en mooi ingericht. Het was een kruisvorm waar je omheen en tussendoor kon lopen. Een paar foto’s was het zeker waard. Ineens stond de man achter me. Hij begon me uit te schelden voor k.ttoerist en dat ik nergens respect voor had. Het zweet stond op zijn voorhoofd en het speeksel vloog in de rondte. Ik probeerde uit te leggen dat ik het geloof en de kerk respecteerde. Ik ben ook katholiek. Ik dacht het helpt misschien als hij weet dat we bij dezelfde club horen Toen werd hij alleen maar bozer. Ondertussen waren er een aantal mensen bijgekomen om de boel wat te sussen. De man zou hypergelovig zijn, “A mad man” zei een vrouw steeds tegen me. Ik dacht alleen maar hoe kom ik hier zo snel mogelijk weer weg. Inmiddels begreep ik wel waar het fout was gegaan. Het was geen kunstwerk maar een plek vol met urnen. Achter elke “tegel” stond een overledene. Ik wist het pas toen ik de nummers boven de rijen zag staan. Toen voelde ik me wel rot en begreep ik ook waarom de man zo boos was geworden.