Witte huis

 

In het midden van een bos

staat geheel onverwacht

een wit landhuis

 

Stemgeluid en muziek,

klinken naar buiten

Een eigen wereld

heeft daar plaats.

 

De paden

zojuist bewandeld

voetafdrukken

staan in het zand.

 

Even lijkt een deur open te gaan

maar sluit zich weer abrupt.

De dingen om haar heen

Op school vond ik het vaak vreselijk saai. Om de tijd door te komen schreef ik gedichten en las de Donald Duck. Dit gedicht is jarenlang van de ene computer naar een nieuwe computer verhuisd.

image

De dingen om haar heen

De oude vrouw zit op een bank,
in de schaduw onder een boom,
beschermt tegen de hete zon.
Ze kijkt naar de dingen om haar heen.

Twee kinderen proberen een eend te pakken .
Langzaam gaat ze terug naar haar tijd.
Ze denkt aan haar man met mooi zacht haar,
die eens liefkozend hier naast haar zat.

Voorzichtig probeert zij zijn hand te strelen.
Dan hoort zij een eend hard kwaken.
en beseft dat hij hier nooit meer zal zijn.
Met een zakdoek droogt zij haar tranen,
en kijkt naar de dingen om haar heen.

1991

Het kind en ik

Muurgedicht in Leiden

Een van mijn favoriete gedichten is “Het kind en ik” van Martinus Nijhoff. Het beeld dat je eenvoudig naar een andere wereld kunt gaan door een wak in het kroos te maken. Een kind dat aan een schrijftafel staat te schrijven. De woorden die weer verdwijnen na het lezen ervan.

De vierde stoffe spreekt me het meest aan:
Maar toen heeft het geschreven
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

Schrijven zonder schroom vind ik moeilijk omdat je een deel van je leven opent voor de lezer. Vaak ben ik gehaast maar om alles goed tot me door te laten dringen is rust nodig. Het risico van poëzie is dat het helemaal stuk kan geïnterpreteerd worden. Ik vind het belangrijker dat ieder het leest op zijn eigen manier. Deze ruimte biedt poëzie, net zoals een schilderij dit doet.

HET KIND EN IK

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.