Verrassend València 5

Vandaag is het mooi weer, de zon schijnt. De terrassen staan weer op straat en de mensen zijn uit hun huizen gekomen. Zo ziet Valencia er toch een stuk vriendelijker uit.

Ciudad de las Artes y las Ciencias

Op de agenda staat “Ciudad de las Artes y las Ciencias”, oftewel de Stad van Kunst en Wetenschap. Met onder andere het grootste aquarium van Europa, een operahuis en een museum. Het is ontworpen door de beroemde Valenciaanse architect Santiago Calatrava. Het bestaat uit zes gebouwen, het hele bouwproject heeft uiteindelijk tien jaar geduurd. Zoals gebruikelijk is met dit soort grote projecten, is het budget ruim overschreden. De stad is er bijna failliet aan gegaan. Als je aankomt vliegen naar Valencia kun je het uit het vliegtuig goed zien liggen.

Palau de les Arts Reina Sofía

Om 11:45u had ik een rondleiding gereserveerd door “Palau de les Arts Reina Sofía” een concertgebouw. De route er naar toe had ik helemaal gepland; tram nemen, overstappen op een metrostation en dan nog een stukje lopen. Bij de tramhalte kon ik geen kaartje kopen omdat de zon op het scherm scheen en ik helemaal niks zag. Ik besloot om even over te steken naar het andere perron dat uit zon lag. Ik had mijn voet nog niet opgetild of vier bewakers van de tram kwamen naar me toe. Voor mij was het al een raadsel waarom er vier bewakers op zo’n verlaten tramhalte stonden. Nou dat was dus voor toeristen zoals ik, die een gele lijn negeerde. “Mevrouw, stop, dat is verboden, ziet u de gele lijn niet? U moet via het zebrapad oversteken” Dat meen je niet, dacht ik. Een totaal verlaten tramhalte, waar geen tram te zien is en waar de tram een rondje gaat rijden. Snelheid 0km. Onzin. Ik probeerde aan hen uit te leggen dat ik even over wilde steken. Ze vroegen me direct “Gaat u naar het strand? Deze tram gaat naar het strand.” Wat mankeert deze mensen dacht ik, ‘Toerist gaat vast naar het strand’. Toen ik zei dat ik naar “Ciudad de las Artes y las Ciencias” wilde gaan, herhaalden ze weer dat de tram naar het strand ging. Naar de ‘Ciudad’ moest ik met de bus, lijn 95. Ik legde ze nogmaals mijn reisplan uit. Nee, u moet met de bus, “line ninety five”. Ze wezen in een vage richting, “Daar is de bushalte”. Ik hoopte dat ze in zouden stappen in de volgende tram en ik zo alsnog mijn reisplan kon uitvoeren. Maar nee, het was blijkbaar nodig dat er vier bewakers op deze halte stonden. Dan maar met de bus.

Buslijn 95

Mazzel, bus 95 komt direct bij de halte aanrijden. Ik wil een kaartje kopen. Terwijl de bus al rijdt vraagt de chauffeur waar ik naar toe wil gaan. Naar de “Ciudad de las Artes y las Ciencias”. Heel hard trapt hij op de rem, ik vlieg bijna door voorruit. “Nee, dan moet u de andere kant op”. Hij opent de deuren en daar sta ik dan midden op een rondweg. Oké, ik moet de andere kant op maar waar is de halte? Na wat logisch nadenken en een stuk lopen, vind ik een bushalte waar een bus komt die de andere kant opgaat. Bij deze halte stopt bus 95 echter niet. Uiteindelijk vind ik een halte waar bus 95 stopt. Volgende probleem, de sticker met nummer 95 is afgeplakt. Inmiddels werd ik er een beetje moedeloos van, kansloos. Ik had nog een half uur voor de rondleiding begon. Dan maar een taxi nemen. 

Ik zei tegen de taxichauffeuse “Ik wil naar Palau Reina Sofía” om het kort te houden. “Weet u dat zeker” vroeg ze nog. “Ja, dat weet ik zeker” Vamos! Rijden met die kar’ denk ik. Ze zet me af bij een gebouw dat ik niet herken als het gebouw waar ik naar toe wil gaan. Het is een mooi gebouw, maar toch ga ik binnen vragen waar ik ben aangekomen. Blijkt het een een ander theater te zijn, namelijk “Palau de la Música de València”. De beveiliger loopt met me naar buiten en wijst naar het gebouw waar ik wel moet zijn. Als ik aan haar vraag hoe lang het lopen is, antwoordt ze “een half uur”. Spanjaarden lopen erg langzaam, voor een Nederlander is het een kwartier lopen. 

“you, go to the toilet”

Precies op tijd kom ik aan bij ‘Palau de les Arts Reina Sofía’. De gids spreekt engels en zegt “You, go to the toilet” 

“How do you know that I need to go to the toilet?” is mijn antwoord.

“I don’t know, but you go”. 

Ik dacht oké, laat ik dan maar gaan, het zal wel ergens goed voor zijn. 

Het gebouw was prachtig en de gids legde alles goed uit. Je moest alleen geen vragen stellen want  dat viel buiten haar repertoire. Ik zag een paar ramen loshangen en vroeg aan haar of dat zo hoorde. “All good, no problem” 

Als je van moderne kunst houdt is het zeker de moeite waard om hier een keer naar toe te gaan. Het is echt indrukwekkend.

Hoteldeur

Toen ik terugkwam in mijn hotel stond tot mijn grote schrik, de deur van mijn hotelkamer open. Direct controleerde ik of er iets verdwenen was. Gelukkig was alles er nog. De schoonmaakster had de deur niet achter zich dichtgetrokken. Ik was er wel helemaal klaar mee. Dat je mijn koeken opeet is nog daar aan toe, maar de deur open laten staan… Bij de receptie van het hotel ging ik mijn beklag doen. Ze begrepen mijn probleem niet, alles was er toch nog. Ik probeerde uit te leggen dat ik er nerveus van word als ik door de stad loop en niet zeker weet of mijn hotelkamerdeur dicht is. Ze zouden de schoonmaakster erop aanspreken. 

Berenleed

’s Avonds werd ik lastiggevallen door een dansende beer. Hij begon heel hard te gillen en zwaaien toen hij me zag lopen. Met veel moeite kon ik mijn neiging, om hem te gaan schoppen, onderdrukken. Ik dacht dat ze alleen in Madrid waren, nu dus ook in Valencia. 

Op een verwarmd terras heb ik nog pompoen met chocolade ijsje gegeten, erg lekker. Dat maakte mijn dag weer goed.

Verrassend Valencia 4

De storm was gaan liggen en het dagelijks leven kwam weer opgang. Vandaag was het echter wel de feestdag van San Vicente Martir. Een dag eerder had ik nog even met de pastoor gepraat om te vragen of de processie nog door zou gaan met dit slechte weer. “Si Díos lo quiere” (Als God het wil) was zijn antwoord. Om half elf zou de mis beginnen. In het geval dat het slecht weer zou zijn, werd de processie in de kathedraal gedaan. Een rondje in de kerk. Als God het wilde en het droog zou zijn dan was er een processie door de stad. “Todo depende de Díos” (Alles hangt van God af). Toch heerlijk om te geloven, niet naar de weersvoorspellingen kijken maar alles in de handen van God leggen.

Er was weer een probleem in mijn hotelkamer. Ik had mijn haren gewassen en wilde de föhn gebruiken. Dat lukte niet. Verbaasd en wanhopig keek ik naar de föhn, ‘ligt dit nou aan mij of doet hij het gewoon niet?’ Na nog een keer goed kijken zag ik dat de stroomdraad kapot was. Niet te geloven, het is echt een ‘surprise, surprise’ hotel. Bij de receptie vroeg ik om een andere föhn. De jongen achter de balie noteerde mijn kamernummer, “Hij wordt vandaag nog gemaakt”. ‘Geloof je het zelf’ dacht ik, want de lift was ook nog steeds stuk. Gelukkig had hij wel een andere föhn voor me. Toen ik hem aanzette kwam er een smerige verbrande lucht uit en na één minuut hield hij er mee op. Ik dacht dit is ongelofelijk, de föhn in mijn kamer doet het niet en vervolgens krijg ik een andere föhn die het ook niet doet. Ik bracht hem terug naar de receptie en bedankte hem vriendelijk, dit is kansloos.

In de kathedraal was de mis al begonnen maar ik kon nog een plekje vinden. Ik vergeet altijd om even door mijn knieën te gaan en een kruis te maken. Toen ik dit voor het eerst zag, dacht ik dat mensen struikelden en een kruis maakten omdat ze niet gevallen waren.

De bisschop hield een mooie preek, over verdraagzaamheid en barmhartigheid. Via televisieschermen was het goed te zien. Het koor en het orgel waren prachtig, ik kreeg er kippenvel van. Het drieluik bij het altaar was ook geopend waardoor de heilige maagd te zien was. Of de heilige graal er stond dat kon ik niet zien, daarom besloot ik om naar voren te lopen voor een hostie. Ik heb daar altijd moeite mee, het lichaam van Christus eet je niet zomaar. De heilige graal stond er niet. Wel zag ik een vrouw in prachtige traditionele Spaanse kleding  met een kanten kam op haar hoofd en een jurk van prachtig kant. Vooraan in de kerk zat de ‘high society’ van Valencia. ‘Als je niet katholiek bent, kom je hier niet ver’, dacht ik. Het was een indrukwekkend schouwspel. 

Het regende niet, omdat God het wilde, en San Vicente Martir werd door de straten gedragen. Over de balkons hingen bordeaux rode fluwelen doeken. Voorop waren twee mannen te paard. Daarachter liep de groep geestelijken en een paar militairen die marcheerden. Van de balkons werden er laurier- en rozenblaadjes naar beneden gegooid als het beeld langskwam. Één man werd boos op me omdat ik teveel foto’s maakte. Hij stond met zijn armen omhoog, voor me te springen en riep, “toma fotos, toma fotos” Een idioot omdat hij zelf een camera om zijn nek had hangen. Ik schatte hem ook niet als het religieuze type in. Na mijn aanvaring in Barcelona met een man in een kerk, die enorm tegen me tekeerging omdat ik foto’s maakte, ben ik een stuk voorzichter geworden. Gelukkig waren er toen mensen in de kerk die snel naar me toekwamen en zeiden: “he is a mad man” en de boel suste. Toen ik namelijk tegen hem zei dat ik ook katholiek was, dacht ik dat hij me zou aanvallen.

In een boekwinkeltje vond ik lesboekjes voor kinderen om te leren schrijven uit 1958 met een opmerkelijke inhoud. Het is doorspekt met het katholieke geloof en nationalisme. Vooral het eerbetoon aan Franco vond ik erg schokkend. Onvoorstelbaar dat deze despoot tot 1975 aan de macht is geweest.

Adaptación: José Sámano, José Sacristán e Inés Camiña
Un pintor, con muchos años en el oficio, lleva tiempo sumido en una crisis creativa. Desde que falleció de forma imprevista su mujer, que era todo para él, prácticamente no ha podido volver a pintar.

’s Avonds ben ik naar een toneelstuk gegaan. Een bewerking van het boek “La señora de rojo sobre fondo gris”, van Miguel Delibes. Het was erg mooi en intens. De zin “Ik zal nooit vergeten hoe het voelde dat mijn warme lippen haar koude voorhoofd kuste” raakte me. Dat vergeet je inderdaad nooit meer, de kilte van een overledene.  

Verrassend Valencia 3

De derde dag regende het nog steeds. De Amerikaanse pubers waren niet vertrokken. Ik vraag me wel eens af hoe Trump president van de VS kan zijn. Nou, dit waren allemaal kleine “trumpjes”, met zo’n vreemde glimlach om hun mond. Één meisje kwam met alleen een sweater en stringetje aan naar het ontbijt. Ineens had de jongen bij de receptie enorme honger en zijn brood bleef erg lang in de toaster liggen. Ondertussen bestudeerde hij grondig het meisje. Een jongen had zijn enige paar gympen met een föhn verbrand. Hij wilde ze drogen maar toen waren de rubberen zolen gaan smelten. Zijn vrienden lagen dubbel van het lachen.

Buiten leek het wel of de wereld verging, een vreemd geel licht hing boven de stad. Het onweerde en bliksemde. De wind raasde door de straat. De straten waren verlaten, zelfs geen toeristen in poncho meer. Waardeloos. Op zo’n 600 meter afstand van het hotel was een museum, dat moest te doen zijn. Helemaal waterdicht ingepakt, ging ik op stap. De straten waren overstroomd, bomen omver gewaaid, maar ach 600 meter… De ingang van het museum kon ik niet vinden. Ik liep dicht langs de muur zodat ik niet nat zou worden van opspattend water door een voorbij rijdende auto. Alles was dicht, zelfs het park was op slot. Gelukkig kwam ik een engels echtpaar tegen. Ze vertelde me dat het museum gesloten was omdat het regende. Als Noord-Europeanen keken we elkaar verbaasd aan. ‘Een beetje regen en dan gaat het museum dicht?’

Die dag waren alle musea, kerken en andere bezienswaardigheden gesloten. Ook de cafés en restaurants waren dicht. Fraaie boel, wat nu? Op straat had ik een paar mensen zien lopen met een tasje van een warenhuis. Dat moet dus open zijn. Voordat ‘El Corte Ingles’ sluit moet de noodtoestand zijn uitgebroken.

Duidelijk, ik moest weg uit de wijk waar ik was. De metro leek me een prima optie, als die tenminste ook niet ondergelopen was. Zoals eerder eens in Barcelona het geval was geweest. Er was geen metro maar een tram. Prima, dan kan ik uit het raampje naar buiten kijken en zit ik lekker droog. Een dame bij de tramhalte wilde ik weten waar ik naar toe ging 

“Toch niet naar het stand?” vroeg ze. Weer zo’n domme toerist die door de golven overspoeld gaat worden. 

“Nee, ik wil naar El Corte Ingles”. 

“Nou”, met haar vingers maakte ze het gebaar dat het prijzig was. Wees blij dat iemand hier nog geld uit wil geven, dacht ik. Het duurde eindeloos voordat ik bij een overstapstation van de metro kwam. De huizen en omgeving werden steeds troostelozer. Is dit Europa, vroeg ik me af. Geen wonder dat de appartementen hier goedkoop zijn, je zou er geld bij moeten krijgen om hier te willen wonen. 

Ik bereikte een metrostation dat vol stond met emmers voor het lekkende dak. Het water stroomde langs de muren naar beneden. Wat een dump, als ik hier weg kan, vind ik alles prima. Zes agenten, op zo’n klein station, dat beviel me ook niet. 

Metrostation Colon

Eindelijk was ik in het Spanje dat ik ken. Mensen op straat, mooie gebouwen, leuke parkjes en een grote El Corte Ingles! Eerst wilde ik wat gaan eten. In het café kwam een kansloos Nederlands echtpaar binnen. Hij bestelde in slecht engels een koffie met een ‘grog’. De ober had werkelijk geen idee wat hij bedoelde. 

“Cognac?” zei de man lachend. Ze hadden geen cognac.

“Whiskey?” met zijn armen maakte hij het gebaar dat hij moest opwarmen.

 “Rain, cold, Whiskey hot” zei hij lachend. De ober schonk een Whiskey in. Meneer wilde er ook nog een klein scheutje water bij. 

“No smell, alcohol” zei hij weer hard lachend. 

De ober begreep er nog steeds niks van. Wij Nederlanders beheersen de buitenlandse talen, dat is wel duidelijk. Ik wilde in alle rust verder gaan eten. Dat kon ik wel vergeten. Hij bleef er bij zijn vrouw op aandringen dat zij ook een Whiskey had moeten nemen. Zij zei steeds “

Nee, voor mij is de koffie voldoende” 

“Je weet niet wat je mist, lekker warm”. Gelukkig vertrokken ze ook snel weer. 

In ‘El Corte Ingles’ kon ik heerlijk shoppen. Het was uitverkoop, top. Helaas zijn er ook daar weer veel Nederlanders. Het lijkt wel of ik Nederland ben. Twee vrouwen stonden te graaien in een bak met lingerie. De bijbehorende man hield zich afzijdig en keek verveeld voor zich uit. 

“Wat een grote onderbroeken, die Spaanse vrouwen hebben echt een grote kont” 

“Zitten ook helemaal geen stringetje bij” 

“Het is wel goedkoop, maar het is helemaal niks”. ‘

Blijf gewoon in Nederland, kansloos volk, dacht ik. In het vervolg ben ik een Belgische als Spanjaarden vragen waar ik vandaan kom. “Holanda, Alemania?” No Belga, del Norte de Europa. Ik wil niet met deze landgenoten geassocieerd worden. 

Helemaal blij ging ik met mijn aankopen terug naar mijn hotel.

Terug in het hotel was ik weer verbaasd. De schoonmaakster had mijn heerlijke koeken opgegeten. Er waren er nog twee over. Ik keek op de verpakking en dacht diep na. Zeven stuks en ik heb er gisteren twee opgegeten. Dan zouden er nog vijf in moeten zitten. Ik kon het nauwelijks geloven; ‘eten ze nou hier mijn koeken op?’ 

‘Ga ik klagen bij de receptie? Nee, het zijn maar koeken.’

Toch voelde het niet fijn. Vandaag zijn het koeken, wat neemt ze morgen mee? Ik keek in de kast of alles er nog lag. Daar leek het wel op. 

Ik breng weer uren in mijn hotelkamer door omdat het buiten blijft stortregen. Uit verveling ging ik “op pad” in het hotel. Waar is het business-center? Op de eerste verdieping. Ik liep wat rond en zie alleen een tafel in een hoek staan met een lamp erop en twee stoelen er naast. Dit is het waarschijnlijk dan. De bibliotheek, is een vensterbank met wat stukgelezen boeken erop. Wat een raar hotel.

Morgen moet het mooier weer worden, want dan is de processie.

Verrassend Valencia 2

Na een nacht onrustig slapen, wil ik gaan douchen. In de badkamer zitten twee waterkranen aan de muur. Moet ik die eerst opendraaien om water te krijgen? Wat erg onhandig is omdat ze buiten de douche zitten. De waterkranen krijg ik niet opengedraaid, dan maar gewoon gaan douchen. Na wat gerommel met de mengkraan kan ik onder de douche.

Het ontbijt is in de ontbijtzaal. Ik verheug me op een goed Spaans ontbijt. Maar de lift is kapot, althans er brandt geen enkel lampje. Ik besluit om de trap te nemen. Het leek me niet verstandig om in een lift te gaan waarvan je vermoedt dat hij niet werkt. Voor je het weet, zit je uren vast en ik heb honger. Bij de receptie meld ik dat de lift niet werkt. De dame achter de balie gelooft me niet. Na wat gezucht loopt ze met me mee naar de lift. Inderdaad hij doet het niet. Ze gaat naar een kast en draait aan wat knoppen. 

“Doet hij het nu?” vraagt ze aan me.

“Nee” 

“Nou dan is de lift stuk, hij wordt gemaakt”. Ik mag hopen dat ze een gecertificeerd bedrijf belt, zelf aan de knoppen van de lift draaien, vind ik een beetje eng. 

De ontbijtzaal blijkt een gang te zijn waar wat tafeltjes dicht op elkaar staan. Ik kijk nog even achter een gordijn en daar is de ontbijtzaal in aanbouw. Het ziet er niet naar uit dat daar nog recent aan is gewerkt. Tot overmaat van ramp zit er een groep Amerikaanse pubers te ontbijten, die een enorm lawaai maken. Het voelt alsof ik weer op de middelbare school zit. De koffie uit de automaat is niet te drinken en er zit een rare prut onderin. Balen, een dag beginnen zonder goede koffie belooft niet veel goeds. Het ontbijt is minimaal. Geen churros, geen vers fruit, ze hebben wel Griekse yoghurt met tomatenjam. ‘Kijk het bestaat echt, tomatenjam’, denk ik. Op het tafeltje staat een bestofte kunstplant van Ikea, daar kan ik niet goed tegen. De echte planten zijn half dood. “Bonjour tristesse”. Morgen is het ontbijt vast beter als die Amerikanen er niet meer zijn, althans dat hoop ik.

Ik ga een sigaret roken en zie dat het weer erg slecht is. Het liedje “Gloria in in Excelsis Deo” komt in mijn hoofd. Beetje irritant omdat het lied blijft hangen op “Glooooo, gloooo, Gloooo…ria”. Voor de ingang van het hotel hangt een gordijn van regen en een stoet van mensen met wapperende poncho’s aan en stuk gewaaide paraplu’s, trekt voorbij. Balen. De kathedraal is dichtbij dus dat moet nog te doen zijn. Het is erg koud en met vijf lagen kleding aan verlaat ik het hotel. 

De kathedraal is erg mooi. Ik neem een audiotour en loop wat rond. Op woensdag is het de heilige dag van Sant Vicente Martir en ze zijn druk bezig met de voorbereidingen. Netjes volg ik de nummers van de audiotour. Als de optie “Wilt u nog meer weten toets dan…” komt, maak ik daar gebruik van. Voorlopig blijf ik nog wel in de kathedraal door het slechte weer. 

In de kathedraal is een religieus winkeltje. Een oude gebochelde non zit de rozenkrans te bidden achter de balie. Ik wil graag een bidprentje van ‘San Vicente Martir’ kopen. Nergens te vinden, dan moet ik de non maar storen in haar gebed. Ze heeft geen bidprentje maar wel een kaart. Vervolgens krijg ik een ingewikkeld verhaal over de heiligen van Valencia. De ene heilige ‘San Vicente Ferrer’ is in Valencia geboren en heeft veel wonderen verricht. De beschermheilige van de stad is ‘San Vicente Martir’. In de kathedraal hebben ze een relikwie, namelijk een linker onderarm. Het is me even onduidelijk van wie de arm is. Hij is van Martir en daarom is hij de beschermheilige van de stad, van Ferrer hebben ze niks. Altijd handig om te weten. De onderarm gaat niet mee in de processie op woensdag, de non slaat een kruist en kust de rozenkrans als ik dit aan haar vraag. Waarschijnlijk een duivelsidee om met de arm op stap te gaan. 

In de kathedraal zijn twee rituelen. Één voor zwangere vrouwen en één voor vrijgezelle vrouwen. Zwangere vrouwen moeten al biddend negen keer een rondje lopen door de kathedraal en bloemen leggen bij ‘Nuestra Señora del Buen Parto’, oftewel ‘Onze-Lieve-Vrouw van de verwachting en bevalling’. Dit brengt geluk bij de bevalling. Vrijgezelle vrouwen die een man willen moeten zeven rondjes lopen en een gebed doen bij een heilige. Dit begrijp ik allemaal niet zo goed, de heilige kan ik in ieder geval niet vinden. Als ik de heilige al niet kan vinden hoe kan ik dan ooit een man vinden? Hopeloos geval ben ik. 

Er begint een kerkdienst in een afgezet gedeelte van de kathedraal. Het verbaast me hoeveel mensen er zijn op een doordeweekse maandagmiddag. De dienst vindt plaats voor “Madre de los Desamparados” oftewel ‘Moeder van de hulpelozen’. Er is hier toch nog een plekje voor mij. Ik ga zitten en volg de kerkdienst. Buiten regent het immers nog steeds. Op het moment dat de pastoor een gebed doet met de hostie wandelen er twee Nederlandse homo’s dwars door de kerkdienst heen. Ze maken foto’s, lachen en de één roept: “Ik lust geen hostie, alleen met kaas en ketchup want dan is het een tosti!” Ik moest er erg om lachen, wat een gebrek aan respect!

Na afgezet te zijn in een tapasrestaurant, kom ik om drie uur drijfnat in mijn hotel aan. Mijn schoenen zet ik onder de airco om te drogen en ik kruip onder mijn dekbed om op te warmen. 

’s avonds ga ik nog snel naar een supermarktje om wat eten te kopen. Alle restaurants zijn inmiddels gesloten door het slechte weer. Valencia is volledig uitgestorven, ik zie rolluiken en nog eens rolluiken. Als ik wil gaan douchen is er geen warm water. Door het beeld van de televisie loopt een zwarte balk. Ik ga een boek lezen daar kan niet zoveel mee misgaan.

Ik ben blij als het tijd is om te gaan slapen. Hopelijk wordt het morgen een betere dag.

Verrassend Valencia 1

Met deze slogan ging ik op vakantie en het was inderdaad een verrassing.

Ik wist al van te voren dat het weer niet al te best zou zijn, de storm ‘Gloria’ zou over Valencia trekken. De dag van vertrek was ik een beetje nerveus. Ik wist via de Spaanse weerberichten dat ‘Gloria’ rond zes uur Valencia zou bereiken. Gelukkig landde ik om 15:00u dus dat moest goed komen, ruimschoots op tijd.

Bij het boarden van het vliegtuig was er een enorm gezeur met twee bejaarden mannen die persé hun hutkoffer wilden meenemen in het vliegtuig. Waarschijnlijk hadden ze nog een koffer uit de jaren zeventig op zolder staan, die nog prima was. Extra betalen voor de koffer daar hadden ze duidelijk geen zin in, hij gaat gewoon mee als handbagage. Beide koffers hadden al een rode ruimbagage-sticker. De stewardess zei tegen een oude man met pet dat de koffer echt niet mee in het vliegtuig kon. De man was niet te vermurwen. 

“Nee hij gaat mee in het vliegtuig”. 

Hij hield hem stevig vast zodat ze de koffer niet kon afpakken. 

“Maar, meneer dat gaat echt niet” 

“Nee, mijn koffer gaat mee in het vliegtuig”. 

“Meneer 160 passagiers zitten te wachten op vertrek, we lopen vertraging op omdat u de koffer mee wilt nemen.” 

“Nee, hij gaat mee”

Inmiddels begon ik me af te vragen wat er in de koffer zou zitten. Waarom hij zo graag wilde dat de koffer bij hem bleef. De urn van zijn overleden vrouw, die hij wilde uitstrooien in Spanje? Dat ze voor de laatste keer echt samen op reis gingen, zij nog dicht bij hem? Inmiddels ging hij zo tekeer dat ik dacht dat het afgezaagde hoofd van zijn vrouw in de koffer zat. 

“Meneer, dan neemt u de koffer maar de hele reis opschoot mee, we moeten nu echt vetrekken.” Toen ging de koffer toch mee met de ruimbagage.

Dan was er nog een tweede bejaarde man ook met een hutkoffer die probeerde om zijn koffer in de bakken te proppen. Je had niet veel ruimtelijk inzicht nodig om te zien dat het echt niet ging passen. De man bleef maar duwen. Toen kon ik me meer niet inhouden: “Meneer, de koffer past niet” zei ik tegen hem. Hierdoor schrok hij en liet een stapeltje uitgeknipte krantenartikelen uit zijn hand vallen. Een half jaar oud nieuws viel door het vliegtuig. 

“Loopt u maar door naar uw stoel” zei de stewardess vermanend.

Nee, dit kan echt niet, er zit iemand op 23F. Mijn stoel! 

“Mevrouw zou ik daar mogen zitten” vroeg ik vriendelijk.

“Nou, ik dacht er komt niemand, dus dan ik ga er maar zitten. De stoel was vrij” antwoordde de vrouw. Ik kon voorkomen dat ik tegen haar schreeuwde: “Ga weg, dat is mijn stoel, 23F. El día más difícil del rey”. 

“Nu ben ik er, en wil daar graag zitten” zei ik vriendelijk. 

De vrouw was geen prettig gezelschap. Een ontzettende wiebelkont en een kletskous. Ze werkt vast in het onderwijs, dacht ik en is gewend dat ze de hele dag praat en iedereen naar haar luistert. Ze wees ook steeds met haar vinger voor mijn neus door naar iets waar we overheen vlogen. 

“Kijk daar, dat is Rotterdam, daar ligt Zeeland, dat is Antwerpen… “

‘Mijn God’ dacht ik, dit worden twee lange uren. Ik kreeg de neiging om het raampje dicht te doen zodat ze niks meer kon zien en niet meer met haar vingers voor mijn ogen zwaaide. Maar dan kon ik zelf ook niks meer zien en ik probeerde wat te lezen. Ineens voelde ik een vieze warmte tegen mijn bovenbeen. Ze was tegen haar man gaan liggen en haar vettige bovenbeen raakte me aan. Gadverdamme! Slaan, dacht ik. Ik hield me in en schoof zover mogelijk bij haar vandaan. 

Door de aankomende storm was de landing in Valencia turbulent. Het kostten de piloten duidelijk moeite om het vliegtuig aan de grond te krijgen. Het schommelde heen en weer en zakte snel naar beneden. Mensen begonnen te gillen en één mevrouw begon te huilen. Ik ben daar gelukkig niet zo gevoelig voor en blijf rustig zitten. De piloten willen niet dood denk ik altijd. In het slechtste geval heb je één suïcidale piloot maar daarvoor is er een co-piloot. Komt goed. Toen het vliegtuig uiteindelijk de grond raakte werd ik door een enorme g-kracht naar voren geduwd, ik raakte met mijn hoofd nog net niet de stoel voor mij. Even vroeg ik me wel af of het vliegtuig nog tot stilstand zou komen. Over de natte landingsbaan bleef het verder schuiven. Toen we uiteindelijk stilstonden begonnen de mensen te klappen en joelen. Als opluchting van de schrik. Één stewardess stelde de huilende mevrouw gerust, “Code rood voor het weer, is geen code rood voor het landen” 

“Ik was zo bang” snikte de vrouw nog na.

Met een taxi ging ik naar mijn hotel.

“Het wordt de komende vier dagen slecht weer” vertelde de taxichauffeur me.

“Door de regen spoelt alles wel schoon, dat is fijn” zei hij.

Één dag regen was hiervoor genoeg geweest dacht ik later. 

Het hotel lag in een voetgangersgebied en door de stromende regen liep ik er naar toe. Zeiknat kwam ik daar binnen. Vanaf het begin beviel het me al niet. Een rommelige bedoening, niet echt professioneel. Het meisje achter de balie was vriendelijk. Zij bleek achteraf gezien de enige te zijn. Mijn kamer 207 was nog niet schoongemaakt. Balen, ik had graag even rustig op mijn bed gelegen. Terug naar de receptie.

“Sorry, sorry, we gaan het nu meteen doen”. Beloofde ze me

Aangezien ik enorme honger had, besloot om te gaan eten en dan konden zij ondertussen mijn kamer in orde maken.

“Dat is erg vriendelijk van u”

De storm had Valencia inmiddels bereikt. Op straat was niemand te zien en de stoelen en tafels vlogen door de straten. Alle winkels en restaurants waren dicht. Rolluiken bespoten met graffiti, naar beneden. Het maakte een trieste indruk. Van het hotel had ik een paraplu geleend maar die was bij de eerste windvlaag al gesneuveld. Als Hollandse probeerde ik hem nog te repareren, maar het was een prul waar niets meer mee te doen was. Gelukkig vond ik nog een restaurant dat open was waar ik heerlijk heb gegeten.

Terug in mijn hotel, begon de reeks aan ergernissen die de hele week heeft geduurd. Het water liep niet weg in de wasbak, de stop was stuk. Ik keek rond en zag dat alles slordig afgewerkt was, lekkage plekken, muren die stuk waren, behang dat los hing, een lade onder de wasbak die naar schimmel rook. Nou ja, zolang het bed maar goed ligt, dacht ik.

Na een paar uur slapen, wilde ik toch nog wat van de stad zien. Door de regen maakte ik een wandeling. Zoals ik altijd doe; links, rechts, oh dit pleintje is ook leuk… Dan kom ik uiteindelijk tot de conclusie dat ik verdwaald ben en geen idee heb waar ik ben. Iedere keer doe ik hetzelfde, ik leer het nooit. Inmiddels was ik drijfnat en wilde terug naar mijn hotel. De straten waren verlaten en ik kreeg een unheimlich gevoel. Ik besloot om een taxi naar de kathedraal te nemen, van daaruit kon ik mijn hotel wel weer vinden. Het was een Hindoestaanse chauffeur en mijn Spaans was beter dan het zijne. Met veel moeite kon ik hem aan zijn verstand brengen waar ik naar toe wilde. De kathedraal, leek me eenvoudig. Eenmaal daar aangekomen zag ik 3,50 op de meter staan. Snel drukte hij de meter uit en zei “Vijf euro”. ‘Wat een gezeik’ dacht ik, maar ik betaalde hem. Toen bleef hij maar zeuren dat hij me naar mijn hotel wilde brengen. Ik probeerde uit te leggen dat dat niet ging en het zo prima was. Even leek het of hij de deuren van de taxi op slot had gedaan. Godsakker… “Let me go out now!” schreeuwde ik. Hij brabbelde nog wat en ik kon eruit. 

De eerste kennismaking met deze stad was niet top.