Gebruiksaanwijzing

 

Er worden veel pogingen ondernomen om mensen met een beperking aan het werk te krijgen. Zo heb je het initiatief binnen de psychiatrie “Samen sterk zonder stigma” om mensen met psychische klachten aan een baan te helpen. Het UWV heeft de website “UWV perspectief. Het gaat niet om je beperking, maar juist om je talent”.

Waarom mag je niet gewoon zijn wie je bent? Moet je beperking een toegevoegde waarde hebben? Ik wil niet bij een bedrijf werken omdat ik een beperking heb. Ik wil gewoon als mens aan het werk. Het lijkt erop dat werkgevers bang zijn voor mensen met een beperking. Het eerste wat ze zien is de beperking om vervolgens te kijken naar wie ze tegenover zich hebben. Gaat wel erg ver dat de beperking een toegevoegde waarde moet hebben. Accepteer mensen zoals ze zijn, beoordeel ze niet direct op hun beperking.

Ik doe vrijwilligerswerk en werk met collega’s zonder beperkingen. Althans de beperking is niet officieel vastgesteld. Zo heb ik een collega die alles met haar arm van haar bureau afschuift als het even niet lukt. Ze roept ook regelmatig dat iedereen zijn kop dicht moet houden omdat ze zich niet kan concentreren; daar wordt het ook niet gezelliger op. Het lijkt erop dat ze haar emoties niet onder controle heeft, een lage frustratie-tolerantie grens heeft.

Zelfs ik weet, als iemand met autisme, dat je zoiets niet doet. Dan sta je even op en loop je naar de koffieautomaat, om wat tot rust te komen. Het is een beperking van haar die geen toegevoegde waarde heeft, beter gezegd gewoon irritant is. Maar omdat deze beperking niet officieel is vastgesteld hoeft dat ook niet. Bij haar sollicitatiegesprek werd niet als eerste gekeken naar haar woedeaanvallen en of dit juist een talent is.

Het “maak van je beperking een meerwaarde” retoriek doet me denken aan een hond die je uit het asiel haalt. Deze honden hebben vaak ook een beperking, beter verwoord als een gebruiksaanwijzing dat klinkt minder negatief.

“Het is een hele lieve hond. Hij bijt maar hij houdt inbrekers buiten de deur”. De directeur van een bedrijf is er trots op dat hij het nieuwe baasje van deze hond is, dat hij deze hond een nieuw thuis heeft gegeven. Maar een werknemer met een gebruiksaanwijzing daar wil hij niks van weten.

Column voor het Cliëntenblad Up van Lister, 3/2018

 

 

 

Ongeloof bij het UWV

Tijdens haar studie was Mayke al ziek maar dat leidde niet tot problemen. Die kwamen pas toen ze na afstuderen aan de slag ging op de arbeidsmarkt.

Ik ben cum laude afgestudeerd in het gezondheidsrecht. Eenmaal aan het werk bleek al snel dat een baan als jurist te zwaar voor me was. Ik kreeg een zware depressie en kwam ziek thuis te zitten. Bij het UWV konden ze niet geloven dat ik niet kon werken. Cum laude afgestudeerd en vervolgens kun je niet werken?

Groen Links

Voordat ik afgekeurd werd, had ik een WW-uitkering met sollicitatieplicht. Als ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, werd bij binnenkomst al gevraagd ‘Mevrouw voelt u zich wel goed? Kunnen we iets voor u doen? U moet zeker solliciteren van het UWV maar u bent veel te ziek om te werken’.

Tja, dan vraag je je af waar je mee bezig bent. Ik mocht niet zeggen dat ik ziek was omdat ik dan verwijtbaar werkloos was met als gevolg dat ze mijn uitkering stopten. Ik moest ook solliciteren op passende functies, bijvoorbeeld als advocaat-stagiair. Bij een advocatenkantoor verliep het gesprek zo goed dat ik dacht ze me wilden aannemen. Maar die baan kon ik helemaal niet aan en zou eindigen in een drama. Voor beide partijen was het beter als ik niet aangenomen werd. Ik dacht ik moet ervoor zorgen dat ze me afwijzen. Het was een rechts georiënteerd advocatenkantoor. Op de vraag of ik lid was van een politieke partij antwoordde ik “Ja, van Groen Links.” Ik zag aan hun gezichten dat het de foute partij was, gelukkig. “We nemen nog wel contact met u op.”

Winny de Poeh

De re-integratiebedrijven waren een ramp. Ik moest leren om een goede sollicitatiebrief te schrijven. Dat kon ik wel, dat was geen probleem. Ook een sollicitatiegesprek was geen probleem. Het probleem was dat ik ziek was, daar kon een re-integratiebureau niet zoveel aan veranderen. Eén re-integratiebureau had een bijzondere aanpak. Bij binnenkomst zag ik een aantal handpoppen van Winny de Poeh en zijn vriendjes op de kapstok. Deze mevrouw heeft kleinkinderen, grappig, dacht ik. Eenmaal binnen in haar kantoor zag ik overal Winny de Poeh, Teigetje, Iejoor en Knorretje en ik waande me even in een kinderdagverblijf. Er stonden allemaal poppen die konden bewegen en zingen, dat liet ze trots aan me zien. Ook het servies was met Winny de Poeh erop, de prenten aan de muur, echt overal waar ik keek. Zelfs op het briefpapier van het bedrijf stond Winny de Poeh.

Quote: ‘Hoe kom ik hier zo snel mogelijk weer weg?’

Ze vertelde me dat Winny de Poeh een hele wijze beer was en dat ze deze wijsheid als filosofie voor haar bedrijf gebruikte. Met behulp van Winny de Poeh kon ik een passende baan vinden. Ik dacht, hoe kom ik hier zo snel mogelijk weer weg? Dat was niet zo eenvoudig. Het UWV had me naar dit bedrijf gestuurd en als ik niet meewerkte zou mijn uitkering worden stopgezet. Er zat dus niks anders op dan naar haar toe te blijven gaan. Tot ze op een dag huilend voor de deur van haar bedrijf zat. Ze was haar sleutels kwijt en ze had ruzie gekregen met haar secretaresse. Ik dacht Winny de Poeh heeft hier ook vast een oplossing voor. Toen heb ik het UWV gebeld en gezegd dat dit echt niet ging werken. Gelukkig waren ze het vrij snel met me eens toen ik ze vertelde dat Winny de Poeh me aan een baan ging helpen.

Steeds zieker

Bij iedere mislukte poging van een re-integratiebureau werd mijn hoop op een betaalde baan kleiner. De druk van de trajecten kon ik helemaal niet aan, ik werd alleen maar zieker. Mijn behandelaars namen contact op met het UWV.  Voor hen echter was alleen de mening van hun eigen arts van belang. En die vond dat ik niks mankeerde en prima kon werken.

Uiteindelijk was er iemand van een re-integratiebureau die inzag dat ik alleen maar zieker werd. Zij vond het onverantwoord om ermee door te gaan. Hierbij speelde mee dat ze eerder een cliënt met psychische klachten had gehad die uiteindelijk op de gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis belandde. En daar hield het op.

Te veel prikkels

Betaald werk is voor mij te moeilijk omdat er dan meer eisen aan me worden gesteld. In betaalde banen liep ik vast omdat de werkdruk te hoog was. Verder waren er op mijn werkplek te veel prikkels waardoor ik me moeilijk kon concentreren. Daarbij verliep de samenwerking met collega’s moeizaam. Met de hulp van een aantal re-integratiebureaus heb ik geprobeerd om passend betaald werk te vinden. Dat is niet gelukt. Het kost bedrijven te veel tijd om mij te begeleiden en ik ben te vaak niet in staat om te werken.

Nu doe ik al jaren vrijwilligerswerk bij verschillende bedrijven. Zo werk ik in het informatiecentrum bij het Centraal Museum en doe ik vrijwilligerswerk bij Instituto Cervantes op de culturele afdeling. Daarnaast werk ik een aantal uren bij Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon als jurist. Vooral de diversiteit in mijn werkzaamheden vind ik prettig. Alles bij elkaar opgeteld gaat het om een beperkt aantal uren. Toch heb ik het gevoel dat ik nuttig bezig ben. Een andere belangrijke reden om vrijwilligerswerk te doen zijn de sociale contacten. Van hele dagen alleen thuiszitten ga ik me niet beter voelen. Wat ik ook belangrijk vind, is dat de afstand tot de arbeidsmarkt niet te groot wordt. Dat is voor het geval ik ooit nog een betaalde baan ga zoeken.

Het duurde een hele tijd voordat ik me wat beter voelde en kon gaan nadenken over wat ik wilde en wat ik kon gaan doen. Gelukkig heb ik veel plezier in mijn huidige vrijwilligerswerk. Het is wel een hele puzzel om het met mijn ziekte te combineren, maar vooralsnog gaat het goed.

 

 

Gewoon goed gek

Goya casa de locas gewoon goed gek
Goya, Casa de locas 1808

Vrijdag was ik bij de fysiotherapeut en daar lag een tijdschrift in de wachtkamer van een reintegratiebureau. Het blad stond vol met verhalen over ernstig zieke mensen maar die desondanks doorzetten en rasoptimist zijn. Vooral in de huidige participatiemaatschappij kun je niet meer gehandicapt of ziek thuis blijven zitten. Het is niet meer voldoende om een patiënt of gehandicapte te zijn, er moet gewerkt worden. Vrijwilligerswerk is het toverwoord, je nuttig maken in de maatschappij, al is het maar twee uur per week.

Ene meneer Joost (43), met clusterhoofdpijn, een hernia en een depressie schrijft e-mails naar de Tweede Kamer met vragen over het huidige beleid in de gezondheidszorg. Vaak krijgt hij als reactie dat ze zo blij zijn met zijn e-mails, een zieke burger die zich mengt in het maatschappelijke debat. Lijkt me een zinvolle besteding van je tijd, ambtenaren bezighouden.

Ene mevrouw Janet (39), met een bipolaire stoornis jaagt ondanks alles haar dromen na. Dromen najagen, ik bedoel nu echt najagen want het reïntegratiebureau gaat haar vast en zeker (angst)aanjagen. Ze is blij dat ze als vrijwilliger zich nuttig kan maken. Haar psychiater is ook erg blij omdat ze nu niet meer naar het dagactiviteitencentrum gaat. Klinkt als een verkapte bezuiniging. Einde aan het op kosten van de samenleving in het dagactiviteitencentrum asbakken kleien!

Het spotje “Collega’s met karakter” wijst dezelfde weg: “Het gaat om heel veel talentvolle mensen, die dolgraag aan de bak willen en kúnnen”. Mensen met psychische klachten zijn zo gek nog niet, het is een aanwinst voor je bedrijf. Tel daar dan maar bij op dat “Anita wordt opgenomen” en het televisieprogramma “Beschadigd”. Door al die media-aandacht is het ineens super hip is om gek te zijn. Gek mag je het niet meer noemen, want iedereen kan het overkomen, aldus Anita. Vanaf nu ben je gewoon ziek in je hoofd.

We gaan weer terug  in de tijd, naar het begin van de twintigste eeuw, arbeidstherapie voor de zinnelozen. Lekker bomen zagen in het bos. Ook toen waren er kijkdagen in de instellingen. De mensen uit de buurt mochten een dagje de instelling bezoeken, zodat ze zagen dat de bewoners eigenlijk heel normale mensen waren.

Het boek “Verpleging van geesteszieken vroeger en thans” geschreven door de psychiater Dr. W.J.J de Sauvage-Nolting in 1945, laat zien dat er in de afgelopen 70 jaar weinig is veranderd in de opvatting over psychische ziekten. Het is bijna dezelfde retoriek als in de televisieprogramma’s van nu.

De Sauvage-Nolting schrijft in de inleiding van zijn boek het volgende:

“Er heerst in brede kring nog steeds een ontstellend wanbegrip betreffende het leven en lijden van geesteszieke patiënten, die in gestichten worden verpleegd en verzorgd. Van de toestanden, die daar heersen en van de sfeer, die daar hangt, weet zelfs menig ontwikkelde leek vaak luttel af. Wanneer een hooggeplaatst ambtenaar verwonderd vraagt: maar dokter worden er dan wel eens patiënten ontslagen, of als iemand vraagt, of de geesteszieken wel eens buiten komen, of ze wel ooit werken en of er wel eens enigszins verstandig met hen te praten valt, dan blijkt uit al deze vragen duidelijk, dat men zich wel heel vreemde voorstellingen heeft gemaakt en dat het niet onnuttig lijkt iets over al dese zaken mee te gaan delen. Vele mensen zijn zo naïef zich de gestichten als oorden der verschrikking voor te stellen en hebben of een overdreven soort medelijden voor “al die stakkers”, ofwel ze durven de vraag opwerpen, of het niet eenvoudig te overwegen valt een gedeelte althans van de geesteszieken naar een betere wereld te helpen. Alles dan nog uit z.g. menslievende motieven geopperd… “pagina 5

Het onbekende leidde tot vooroordelen en het was tijd om de deuren van het gesticht te openen voor gewone mensen. De Sauvage-Nolting gaf hij rondleidingen door de instelling De Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. In het hoofdstuk “Rondgeleide” staat het volgende fragment:

U treedt de salon binnen. U ziet dus krankzinnigen om u heen. Krankzinnige? Behoren deze heren tot die groep mensen waarin theatrale literatuur zoveel over wordt gezwetst? Zijn deze rustige, lezende, schrijvende en rokende heren die griezelige patiënten waar sommige toneeldrama’s hun kracht aan moeten ontlenen? Dat kan toch niet waar zijn? Ja, het is toch werkelijk waar… ” pagina 46

Alles welbeschouwd zal het onvoorstelbaar blijven wat het is om een psychische ziekte te hebben. Hetgeen ook niet zo vreemd is omdat degenen die er aan lijden het vaak ook niet begrijpen.

 

“Verpleging van geesteszieken vroeger en thans” Dr W.J.J. de Sauvage-Nolting, geneesheer aan de Willem Arntsz. Hoeve te Den Dolder. Dubbeldemans uitgeversmaatschappij Leiden, 1945