Teenslippertje

Ik hoor het wekelijks. ‘Die heb ik op Tinder ontmoet, iedereen zit tegenwoordig op Tinder’. Zoals wel vaker, doe ik niet wat iedereen doet, maar ik was inmiddels wel nieuwsgierig geworden. Gisteren kwam er ineens een einde aan de Netflix-serie die ik aan het kijken was. Het was pas kwart over tien, tja wat ga ik nu doen? Tinder; iedereen zit tegenwoordig op Tinder. 

Ik heb een bescheiden profiel aangemaakt. Alles eerlijk ingevuld, wat vast niet de bedoeling is. Twee redelijke foto’s uitgezocht, een omschrijving van mezelf vond ik nog niet zo nodig eerst maar eens kijken. Wat ik vooral wilde weten was, hoe filter ik hier de foute man uit. Eigenlijk is het heel simpel als ik een man leuk vindt, is het een foute man. Maar goed dat is een ander verhaal. 

Dus daar ging ik. Het voelde alsof ik een snelweg met mannen opging. Ik swipete tientallen keren naar links en de mannen bleven maar op mijn scherm verschijnen. Er kwam geen einde aan. Net als auto’s op de snelweg die maar voorbij blijven razen. Het is praktisch onmogelijk om een onderscheid te maken. De mannen op middelbare leeftijd zagen er allemaal aantrekkelijk uit, geen lelijkerd kwam er voorbij. Dat is raar, als ik naar de supermarkt ga, zie ik vooral middelmatige mannen en dan ben ik nog mild. 

Er kwamen ook regelmatig foto’s voorbij van mannen die een foto van zichzelf achter het stuur in hun profiel hadden gezet. Die wil er snel weer vandoor, dat is geen blijvertje dacht ik dan. Ik had ook geen idee waar de afkortingen FWB en ONS voor stonden, dat heb ik maar even gegoogeld. Toen kwam ik erachter dat mijn nichtje van zeventien waarschijnlijk gelijk heeft, ‘Tinder is alleen maar voor de seks’. Maar als iedereen tegenwoordig op Tinder zit, is het één grote orgie.

De mannen hebben allemaal hun leven op de rit en zijn toe aan een serieuze relatie. Ik ken vooral mensen die hun leven niet op de rit hebben. Er is altijd wel wat. Daarnaast hebben ze in goed overleg co-ouderschap van (vreselijke) pubers. Het zijn allemaal levensgenieters. Wel varieert de favoriete drank van koffie via bier naar wijn… Dat zou een aanknopingspunt kunnen zijn.  

Een andere standaardfoto was een man met een wit overhemd, beige broek en teenslippers aan. Ik heb nog nooit zoveel mannen gezien die dat type teenslippers dragen. Het zal vast heel hip zijn en ook bij de uitstraling van een levensgenieter horen. Toch wekte het bij mij achterdocht op, is deze slipper de slipper van een overspelige man. Een teenslippertje. Geen idee. 

Het is helemaal niks voor mij. Het lijkt niets meer met de werkelijkheid te maken te hebben. Ik vraag me ook af of het echt allemaal mannen zijn die bestaan. Het kan ook een Russische trol zijn met wie je zit te chatten. Vooral omdat ik eerst lid moest worden om te weten te kunnen komen wie de 99+ geïnteresseerde mannen waren. 

Als het mooi weer wordt kan ik een reality-check doen. Dan ga ik op het terras zitten en kijken hoeveel mannen er op het tindertype teenslipper voorbijkomen. 

PS Er bestaat een merk teenslipper met de naam… ‘sinner’. Ja ik heb hem door.

Lino portret maken

Afgelopen zondag heb ik een cursus lino portret maken gedaan bij ene Carolina in Amsterdam. De afgelopen tijd maak ik veel lino’s en wat tips van een expert kan ik wel gebruiken. Het begon om 10.00u wat vroeg is voor een avondmens en zeker als dan ook nog de klok wordt verzet.

Haar atelier was fantastisch, een hoog plafond en een prachtig uitzicht over het IJ. Van te voren moest ik drie portretfoto’s opsturen. Die zou zij dan bewerken zodat we er direct mee aan de slag konden gaan. De eerste drie foto werden afgekeurd, er was teveel contrast. Of ik een selfie kon maken met een neutrale belichting? Nee, ik kan geen selfies maken. Mijn neefjes en nichtje lachen zich altijd rot als ik een selfie stuur op vakantie. Nu heb ik daar maar een hobby van gemaakt, rare selfies maken. Deze eigengeilerei is aan mij volledig voorbij gegaan.

Er waren nog twee andere deelnemers, ene Wieke en Daan. Bij het ‘korte’ voorstellingsrondje ging het al fout. Daan, 77 jaar, vertelde over zijn carrière en die was erg lang. Alle woonplaatsen werden erbij vermeld, kriskras door het land en de technische vooruitgangen werden allemaal benoemd. Op de vraag wat is je doel voor vandaag, antwoordde hij; de dood van mijn vrouw Maaike verwerken. Ze was op 20 januari op 72 jarige leeftijd aan borstkanker overleden. Erg verdrietig voor hem, maar het was niet een eenvoudig onderwerp. De foto die hij had gekozen, was ook de foto die op de kist had gestaan bij de crematie. Toen begreep ik direct waar het bij mij fout is gegaan, ik heb nog geen foto voor op de kist. Dat zijn overleden vrouw Maaike heette vond ik erg ongemakkelijk. Dezelfde naam als een lijk. 

Carola was een echte Amsterdamse of een klote wijf: ‘Zolang ik het maar met een lach zeg, kan ik alles zeggen’. Ik raakte behoorlijk nerveus van haar waardoor het allemaal moeizaam ging. Steeds gebruikte ik de verkeerde woorden, bijvoorbeeld ‘verf’ waarop zij dan schreeuwde het is inkt en ik blijf het corrigeren totdat je het door hebt. Oké, dacht ik, denk niet dat dat vandaag nog gaat gebeuren. Mijn manier van gutsen kon ze ook niet waarderen: ‘Dat kan wel wat minder, je bent je tuin niet aan het omspitten’. Haar pers heb ik bijna gesloopt. Ik had zoveel negatieve energie opgebouwd dat ik met al mijn kracht de wals over de lino haalde. Ze schrok zich rot en schreeuwde ‘Als je het zo doet, gaat hij niet lang mee!’ In al mijn enthousiasme gutste ik ook nog wat stukjes van haar tafel mee. ‘Het zijn linogutsen en geen houtgutsen! Werk maar in een bak.’

Bij het afdrukken was ik vergeten om het stof uit de linoplaat te halen waardoor het op de roller kwam. De verf rolde ik schuin op glasplaat uit. Het papier legde ik niet op de juiste manier op de pers. De roller hield ik op de verkeerde manier vast en die zette ik in de verkeerde richting weer terug. Met het uur werd voelde ik me ellendiger worden, ik overwoog om alles gewoon uit het raam te flikkeren. Het lukte me ook niet meer om logisch na te denken. Ik vrees dat ik Carola tot wanhoop heb gedreven. ‘Al het lichte moet je weggutsen en de rest niet.’ Op een gegeven moment had ik een gat in mijn voorhoofd gemaakt en raakte enigszins in paniek. Toen ik aan de juf vroeg of het gat in mijn voorhoofd wel klopte zei ze: ‘Zo moeilijk is het niet. Natuurlijk moet het weg of wil je een lino maken waarop je eruit ziet als een neger.’ 

Dat ik geen eten bij me had, hielp natuurlijk ook niet mee. De tijd van de maaltijd was inclusief, niet de maaltijd zelf zoals ik had begrepen. Zat ik daar met drie rijstwafels die ik op het laatste moment thuis nog in mijn rugzak had gegooid. 

Het meest vreselijke was het moment dat ik mijn pupil had weggegutst. Daar ging ze helemaal van over de zeik. ‘Oh, wat ziet dat er naar uit, wat akelig. Hoe kan je dat nou doen?’ Gelukkig gutste Daan iets later ook de pupil uit het oog van zijn vrouw. ‘De pupil is de essentie van je gezicht! Dan maar met een wattenstaafje het erop zetten.’ Dat was ook niet eenvoudig. Af en toe kwam ze kijken en riep ze weer ‘Oh wat naar, meer verf, oh meer verf’.

Aan het einde van de dag kreeg Daan achter mijn rug om een foldertje met haar andere workshops. Ik hoopte dat ik geen foldertje zou krijgen, hier kom ik niet meer terug, dacht ik. Eigenlijk wilde ik het eindresultaat niet mee naar huis nemen. Ze stuurt het aangetekend op. Nou ja, als het moet. Wat een ellende. Ik heb wel wat geleerd, vooral hoe het niet moet. Aankomend weekend heb ik weer een workshop lino’s maken. Ben benieuwd hoe het zal gaan. De kunstenaar heeft twee atelierkatten. Op één of andere manier stelt me dat gerust.

Kerst, de groeten

Voor mensen die het nog niet weten, Karaoke vind ik echt fantastisch. Ik kan helemaal niet goed zingen en het is dus niet om aan te horen. Afgelopen week heb ik toch alvast een kerstgroet ingezongen “Eenzame kerst” van André Hazes. Het ziet er naar uit dat ik door de Corona de kerst alleen ga doorbrengen. Ik heb niet eens drie vrienden om uit te nodigen, maar dat terzijde. 

Het opnemen van zo’n kerstlied dat gaat natuurlijk niet in één keer goed en het moest een paar keer worden overgedaan. De buurman werd er zo wanhopig van dat hij aanbelde en vroeg of ik alsjeblieft zou willen ophouden met zingen. Hij noemde het nog zingen, dat is positief. Wat ik wel een beetje teleurstellend vond is dat hij niet aan me gevraagd heeft om samen met hem kerst te vieren. Door Corona zijn er veel eenzame mensen waar nu extra aandacht voor is. Mijn kerstgroet werd duidelijk niet als een roep om aandacht geïnterpreteerd. 

Eenzame kerst, vertolkt door Mayke

Ergens de corona over in hebben…

Het duurt lang voordat op taalkundig gebied wat gebeurt met Corona. Voorzover ik weet zijn er nog geen gezegdes of populaire uitspraken.

Je kunt wel ergens de pest over in hebben. Maar inmiddels heb ik ergens de Corona over in. Misschien klinkt het wel beter om ‘ergens de Covid over in te hebben’. 

We hebben er wel mooie woorden bijgekregen, bijvoorbeeld ‘aanhoesten’ Dit zou zich wel tot een gezegde kunnen ontwikkelen. ‘Nou moet je ophouden of ik ga je aanhoesten’ als iemand je irriteert. Of ‘Dat is een kop om aan te hoesten’, als iemand heel lelijk is. Een nieuwe liefdesverklaring ‘Ik wil dat je me aanhoest’. Als je bedoelt dat je iemand zo leuk vindt dat je ermee in quarantaine wilt. 

Als compliment kunnen we ‘Mondkapje af’ gaan gebruiken’. In plaats van ‘petje af’. 

Als scheldwoord wil ik graag coronalijer introduceren. Een krantenkop met ‘De voetbalsupporters gedragen zich als een stelletje coronalijers’ Als ze weer eens hebben staan juichen in een stadion. Of dat je in de supermarkt iemand wegduwt en roept “Eh verrekte coronalijer, anderhalve meter’. 

Mocht er nog een geboortegolf komen na de lockdown van dit voorjaar dan zijn dat ‘Covid-baby’s’. Staat leuk op een geboortekaartje.  

Covidwijf vind ik ook wel een mooie. Dat je hard toetert in je auto en het raampje open doet en roept ‘Covidwijf, kijk eens uit’. Coronahoer vind ik weer te ver gaan. Voor de prostitutie zijn het al moeilijke tijden. 

Een feestje waar geen zak aan was, kunnen we een coronafeestje gaan noemen. Want wees nou eerlijk met al die voorschriften zakt je party-mood tot onder het vriespunt.

Een puber die zijn kamer niet wil opruimen heeft een coronazooi. ‘Wat een cornazooi is het hier, als je het nu niet opruimt ga je in een lock-down.’

Bemondkapt las ik laatst in de krant. Lijkt me leuk op een bordje bij een winkeldeur: ‘Alleen bemondkapte toegang’. Bemondkapt doet me denken aan ‘een kat in de zak kopen’. Je kunt namelijk het gezicht van iemand niet meer zien. Bij een commentaar op Marktplaats staat dan ‘Het is een bemondkapte aankoop.’

‘Dè is krek wa ik ni woh’

Coronawoordenboek

De corona-aso coronahuftercoronalul, zijn al in het woordenboek opgenomen. Met als uitleg het volgende: ‘bezoeker van een supermarkt of een winkel die zich in tijden van corona niet aan het winkelprotocol houdt en bijvoorbeeld geen anderhalve meter afstand bewaart tot het personeel of andere klanten.’ Ook een hele mooie vind ik de coronalama: coronaspuger. Ik heb hem overigens nog niet gehoord. De corona-app wordt ook wel de coronaratel genoemd: ‘zo genoemd op grond van de associatie met de middeleeuwse pestratel of ratel waarmee lepralijders hun komst of passage moesten aankondigen.’ Een nieuwe gezegde is ‘vuur bestrijden met een blinddoek om’. Een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïntroduceerde metafoor om aan te geven dat er een grootschalige virusinfectie bestreden moet worden terwijl je de aard van de virusverspreiding noch de mensen die het virus verspreiden goed in kaart hebt.

Kijk voor alle woorden op de site van de taalbank in het Coronawoordenboek.

Utrechtse maffia

Vandaag heb ik ‘even’ een broek teruggebracht naar de Zara op het Vredenburg. Dat duurde allemaal veel langer dan ik had verwacht. Rijen met vrouwen die bergen kleding kochten. En dat op een maandagochtend.

Toen ik weer buitenstond, was een handhaver in gesprek met een jongen over zijn scooter. Die mocht hij daar niet neerzetten want dan zou hij worden weggehaald. Snel keek ik naar de plek waar mijn fiets stond en weg was die. Nergens meer te zien.

De handhaver weet daar vast meer over, dacht ik. Ik vroeg aan hem waar mijn fiets gebleven was, of hij was weggehaald door handhaving. Dat wist hij allemaal niet, alleen dat als hij er langer dan een half uur had gestaan dat hij dan was meegenomen. Op mijn vraag wanneer ze weer terugkwamen, gaf hij geen antwoord. Ik dacht als ze terugkomen dan kunnen ze mijn fiets er weer vanaf halen. In het ergste geval rijd ik met ze mee naar het fietsendepot in het buitengebied van Utrecht. 

Na een tijdje wachten ging ik maar weer naar de handhaver of hij eventueel had gezien dat ze mijn fiets hadden meegenomen. “Als hij gestolen is dan hoef ik namelijk niet naar het depot te gaan”. Zijn antwoord was heel kort: “Weet niet, daar bord”. Zo makkelijk gaat dat niet, dacht ik en wachtte op nog wat extra woorden. Hij wordt er immers voor betaald om daar te gaan zitten. “U-stal om de hoek”. 

Op het bord “Fiets weg?” stond een website met een telefoonnummer. Laat ik dat maar eens gaan bellen. “Goedenmiddag u spreekt met de gemeente Utrecht, bla, bla, bla….” Ik kreeg een keuzemenu waar ik niks van begreep. Ik dacht, ‘Ik wil weten waar mijn fiets is!’. Dan maar naar de fietsenstalling.

De beste man zat te eten en kon het niet waarderen dat ik hem daarbij stoorde. Hij hield zijn hand omhoog als stopteken. Oké, het zal wel, maar ik wil weten of hier mijn fiets staat. Toen hij klaar was met eten en zijn handen had gewassen, mocht ik hem wat vragen: “Zeg het maar”. Door mijn opgekropte irritatie kon ik geen woord meer uitbrengen. Het enige wat ik kon zeggen was uhh, uhh…

“Je bent je fiets kwijt? Ga hem dan zelf maar zoeken?” was zijn reactie. 

Nogal hard en boos zei ik nee. Met veel moeite kon ik eindelijk vragen of hier mijn fiets stond. Gelukkig kreeg ik een zinnig antwoord: ‘Hij staat vast op het fietsdepot, Kanaalstraat 10.’

Al foeterend liep ik over straat, was dit nou echt allemaal nodig. Je hoeft toch niet alle regels te handhaven. Maar ja, ik had mijn fiets gewoon in de stalling moeten zetten en dat doe ik nooit. Nu zit ik met dit gezeur. Met Googlemaps kon ik het gelukkig vinden. Ofschoon het wel ver weg was en bloedheet. Ik had geen water of eten bij me en onderweg kon ik het ook niet kopen. 

Uiteindelijk dacht ik: “Het lijkt de maffia wel, ze hebben mijn fiets gekidnapt en spreken af op een verlaten terrein. Waar ik dan het losgeld moet overhandigen om mijn fiets terug te krijgen. Criminelen zijn het! Daarnaast hoopte ik dat de wagen met fietsen al naar het depot was gegaan. Voor je het weet zitten die Pipo’s ergens in de binnenstad uitgebreid te lunchen. 

De jongen achter de balie vroeg om een registratiecode, die ik kon vinden op de website bij verloren voorwerpen. ‘Ik ben niks verloren’, was mijn antwoord, ‘ze hebben mijn fiets meegenomen’.

‘Sinds wanneer bent u hem kwijt?

‘Sinds het einde van de ochtend”

“Dan is hij vast nog niet hier, het duurt namelijk 24 uur voordat de hele procedure doorlopen is”. 

 “Nou dan moet ik hier blijven overnachten want zonder mijn fiets ga ik hier niet weg”. 

Toen ging de bel op mijn telefoon omdat het tijd was voor mijn medicatie. “Bent u dat?”, vroeg de jongen. “Dat is het belletje voor mijn pillen om te voorkomen dat ik echt gek word”. Was een grapje maar het hielp.

“Ik zal even in het systeem kijken of uw fiets hier is.” Ik kon me ineens niet meer herinneren waar ik hem had neergezet. Het enige wat ik nog kon zeggen was dat hij rood was. 

“Damesfiets rood, gevonden”. 

Ik voelde mijn hoofd opklaren. Gelukkig mijn mooie rode fiets was weer terecht.