Kijk eens in de kerk

Deze zomer werk ik op vrijdag als gids in de Lutherse Kerk in het kader van ‘Kerken Kijken Utrecht’. Het is een uitermate charmante kerk, met een prachtig orgel en een bijzondere geschiedenis.

De eerste twee dagen verliepen overzichtelijk. De eerste keer meldde een man van Eneco zich om de meter op te nemen. Dat hij daarvoor in het huis van de koster moest zijn, konden we hem niet duidelijk maken. Hij bleef in de kerk zoeken naar de meter. Na enige tijd wilde hij even in de kerk uitrusten, dat was prima. Het resulteerde uiteindelijk in ‘kerkwerken’ in plaats van ‘thuiswerken’ omdat hij zijn administratie bijwerkte en steeds zat te bellen, hetgeen nou ook weer niet de bedoeling was. We hebben hem vriendelijk gevraagd om naar Geert de Koster van de kerk te gaan. Aan het einde van de middag kwam er een klein orkest repeteren. Dat klonk erg mooi.

De tweede keer was het ook prima te overzien. Los van het feit dat het buurjongetje vroeg of hij met zijn drone door de kerk mocht vliegen. De Lutherse Kerk is niet zo groot, het leek me een beetje gevaarlijk. ‘Van Geert (de koster) mag het wel’, zei hij. Dan doe het maar samen met de koster. Toedeledoki.

Afgelopen vrijdag was het werken als gids in de kerk erg dynamisch te noemen. Direct na opening kwam er een Helmonds echtpaar binnen. Ze zagen er ook uit als een klassiek Helmonds echtpaar. Toen ze vertelden dat ze in Helmond woonden, flapte ik er direct ‘O jee’ uit. Ik dacht, dadelijk herkennen ze me als Helmonder van de week. Ik houd dingen graag gescheiden. De man vertelde uitvoerig over de corrupte praktijken in het Helmondse vastgoed. De namen kwamen me bekend voor, het waren mijn vroegere klasgenoten.

Interieur

Even later stormde een vrouw de kerk binnen die haar mening niet onder kerkstoelen of kerkbanken wilde steken. ‘Weten jullie dat Luther een enorme rotzak was. Een ongelooflijke antisemiet. Veel erger nog dan Hitler’. Het enige dat ik nog kon uitbrengen was: ‘Hitler was een vegetariër’. Slaat echt helemaal nergens op, maar ik ben gespecialiseerd in de historie van de Lutherse kerk en ik heb strikt de opdracht gekregen om niet in discussie met bezoekers te gaan. Nadat ze was uitgeraasd over Luther begon ze te ageren tegen het geloof. Om te beginnen stond er een kruis in de kerk en dat hoorde er volgens haar niet, het was hypocriet. Ook dit onderwerp liet ik aan mij voorbij gaan en ik gaf haar een folder in de hoop dat ze een andere kerk zou gaan bezoeken. Op een groen doek stond de tekst ‘God is liefde’. Daar was ze het ook niet mee eens. ‘Niets heeft tot zoveel doden geleid als de oorlogen in naam van God’. Tot mijn grote geluk was er een bezoeker die bij het gesprek aanhaakte en samen konden ze heerlijk verder discussiëren.

“Een kerk kun je niet in je eentje bewaken”

Wijze uitspraak van Geert de koster van de kerk

Aan het einde van de middag is er een man uit Heerlen binnengekomen die wilde weten hoe onze kerkklok klonk. Hij had een vrouw ontmoet ‘van boven de rivieren’ en woonde sinds kort met haar samen in een hofje achter de kerk. Elke zondagochtend hoort hij drie kerkklokken luiden. Van twee klokken weet hij waar deze hangen. Van één klok weet hij niet waar het gebeier vandaan komt. Hij wilde graag dat we de klok even zouden luiden, dan kon hij horen of dít de klok was waar hij naar op zoek was. Wij mogen de klok niet zomaar luiden. Alleen bij kerkdiensten, begrafenissen en andere religieuze gelegenheden wordt de klok geluid. Maar ‘Kerken Kijken Utrecht’ heeft van elke klok het geluid in een speeldoosje. Dat kon ik natuurlijk aan hem laten horen. Na een aantal keren het speeldoosje afgespeeld te hebben, was hij er nog steeds niet zeker van. Een goede gids heeft een plan B. We hebben ook een kistje met het geluid van de klok. Nog steeds was de man niet overtuigd. Het zou kunnen, het leek er wel heel veel op, dat hoge schrille geluid… De geschiedenis van onze prachtige klok interesseerde hem niet echt. Dan zit er niks anders meer op dan de echte klok maar te gaan luiden. Hopelijk zonder problemen met de koster te krijgen. Ik trok zo hard aan het touw dat ik bang was dat de klok naar beneden zou vallen. Toen hij de klok had horen luiden, was hij er helemaal van overtuigd dat dít het klokje was.

Crisis kastje

In de afgelopen twee weken heb ik op donderdag- en vrijdagavond een vakantiecursus meubelmaken voor beginners gedaan bij Buurman. Daar was ik al eerder geweest voor de workshops Geometrisch wall art. Het leek me leuk om te leren hoe ik zelf een kastje kan maken. 

Het gaat niet altijd helemaal naar wens als ik een workshop of cursus doe. Ik denk dat het sinds Corona een fifty/fifty succesverhouding is. Deze cursus valt onder de categorie ‘geen succes’. 

Het is een combinatie van allerlei factoren waardoor ik er helemaal gek van werd. Een hulpverlener als deelnemer die zelf al direct zegt: ‘Mijn werk bestaat vooral uit praten, dus ik praat veel’. Dan hoop je dat daarop de zin volgt; als je er last van hebt, laat het me even weten. Maar die zin kwam niet. Er werd ook op een ‘hulpverlenerige” manier tegen me gepraat. Daar houd ik niet zo van.

Er was ook een vrouw die graag zelf dingen wilde leren maken. Ze kan altijd precies tekenen en uitleggen wat ze wil hebben, zodat haar man het dan gaat maken. ‘Mijn man is plastisch chirurg en kan natuurlijk alles maken’. Ik dacht direct aan een labiaplasty, hij heeft vast aan haar schaamlippen zitten klussen. Iedere keer als ik haar binnen zag komen plopte het woord ‘designerkut’ in mijn hoofd op.

De leraar was een gepensioneerde meubelmaker met een paarsharige assistente. Een aparte combinatie. Ik voelde niet direct een klik. De assistente was vooral goed in het vertellen van wat niet mogelijk was. Zonder met een oplossing te komen.

De eerste les moesten we een schets maken van het kastje en hout gaan zoeken. Je eigen fantasie vooral de vrije loop laten gaan. Er werden ook allerlei voorbeelden getoond als inspiratie. Het kastje in het werkboekje hoefde je niet te maken. Alles mocht en kon, leef je maar helemaal uit!

Ik vond allerlei materialen maar die mocht ik niet gebruiken, zoals mooie platen van metaal. De platen moesten geslepen worden en dan zou de licht ontvlambare werkplaats afbranden van de metaalvonken. De belangrijkste vraag was steeds, ‘Wat ga je erin opbergen?’ Geen idee, mijn doel was het maken van een kast en dan zie ik later wel wat ik erin ga doen. De leraar stelde voor om een kastje te maken voor toiletrollen: ‘Da’s toch leuk’. Hartstikke leuk! Ik weet niet wat voor een voordeelverpakking hij koopt maar voor een éénpersoonshuishouden zijn acht rollen toch wel het maximum. 

Uiteindelijk had ik het materiaal voor een prachtige kast bij elkaar gevonden. Twee zwarte platen voor de boven- en onderkant, groene platen voor de zijkanten en mooie grote rode poten. Ik was helemaal blij. Er kwam ook geen tegengeluid dat er iets mis zou zijn met het ontwerp.

Wat ik vreemd vond was dat het niet mogelijk was om de kast in vier lessen in elkaar te zetten. Daarvoor was het teveel werk. Het kwam erop neer dat je na vier weken een bouwpakket had dat je thuis in elkaar kon zetten. Je kon na de laatste les ook een werkplek huren bij Buurman om daar verder te werken. De planken moest je iedere keer mee naar huis nemen omdat er geen plek voor opslag was. Ik vond het uitermate dubieus en ik zag mijn kastje vooral als een verdienmodel.

Voordat de tweede les begon kreeg ik een vaag appje van de leraar. ‘We moeten even praten’. Één jongen had een te grote kast ontworpen, dat kon echt niet! Vervolgens was mijn ontwerp afgekeurd omdat ik de poten niet ging zagen die een verplicht onderdeel van de cursus waren. Mijn voorstel was om de poten te maken en te monteren maar om ze vervolgens te vervangen door de rode poten. Dit werd ook afgekeurd. Ik moest gewoon een kast maken, punt uit! ‘Dan gaan we nu beginnen met zagen’. Stond ik daar, op precies hetzelfde punt als de dag ervoor bij de eerste les: ontwerp een kast. Ik werd boos en zei bekijk het maar met je kast. Ik ga naar huis, dit slaat helemaal nergens op. Mijn verzamelde hout gooide ik in de vuurkorf. 

De hulpverlener kwam naar me toe en probeerde de boel wat te kalmeren. ‘Je kunt toch wel begrijpen dat je een kastje moet maken zoals het voorbeeld. Dat het vooral gaat om de techniek en niet om de vormgeving’. Door mijn boosheid gedreven dacht ik: ‘Als je een saaie shit kast wil dan maak ik een saaie shit kast. Zo moeilijk is dat nou ook weer niet!’

Voorbeeldig kastje

Ik verzamelde wat oude grijs gelakte vloerdelen en begon te zagen. Een tekening wilde ik niet meer maken. ‘Het ontwerp zit in mijn hoofd dat is voldoende’, was mijn reactie. ‘Dan kan ik je niet helpen bij het maken van je kast’ waarschuwde de leraar mij. ‘Ik roep wel als ik hulp nodig heb’. Een imaginaire kast kan in ieder geval niet worden afgekeurd. 

Toen ik twee vloerdelen aan elkaar wilde lijmen was er een nieuw probleem. ‘We werken deze cursus alleen met schroeven en niet met lijm. De kast moet uit elkaar gehaald kunnen worden zodat hij mee naar huis kan als planken.’ Het was toch een cursus meubelmaken en niet een cursus bouwpakket maken. ‘Deze vloerdelen zijn ideaal om te lijmen, een stevigere verbinding is er niet, bleef ik volhouden’. Uiteindelijk was hij het met me eens.

De derde les moest ik weer veel zagen en de poten maken. Het vervelende was dat er maar vier zaagmachines waren voor zes mensen. Steeds moest ik wachten met zagen tot de ander klaar was. Mijn kastje heeft een wat rauwe uitstraling. Dat paste bij mijn humeur op dat moment. Ik had geen zin meer om een gelikte, strakke kast te maken. Het is een crisis kastje!  De hulpverlener bleef maar benadrukken dat de kast die ik nu aan het maken was veel leuker was dan mijn eerder ontworpen kast. 

En wat schetst mijn verbazing, iedereen staat planken te lijmen. De assistente staat vrolijk uit te leggen dat de gelijmde verbinding sterker is dan het hout. Goh, dat heb ik eerder gehoord. Ik kon het niet nalaten om te zeggen, ‘Dit is toch een cursus om alleen te werken met schroeven’. Ondertussen had iemand de zijkant van mijn kast verzaagd voor haar kast. ‘Ik dacht dat het resthout was, sorry’. Om niet te ontploffen zei ik ‘Ach alles is hier resthout, je kon het ook niet weten’.

De laatste les moest alles in elkaar gezet worden met schroeven. We gingen gelukkig niet met een bouwpakket naar huis. De schroeven moesten worden verzonken, dit was een onderdeel van de cursus. Om te beginnen was er maar één boor waarmee dit kon en ik vind het zelf geen probleem om een schroef te zien. Zeker niet bij dit crisis kastje. Geen vloeibaar hout op mijn kastje alsjeblieft. Ook dat werd een strijdpunt.

Omdat de werktafels gewoon buiten in de tuin in het zand staan, zijn ze niet echt waterpas. Hierdoor waren de planken niet helemaal ‘strak gezaagd’. Steeds moest ik van een plank een klein stukje afzagen om het passend te krijgen. Het werd een haastklusje en het wachten op een boormachine leverde behoorlijk wat stress op. Daar kwam de hulpverlener weer om de hoek. ‘Ik wil even tegen je zeggen dat je erg snel wilt werken, maar dan ga je fouten maken. Daar krijg later spijt van.’ ‘Dat weet ik, maar dat is niet anders.’

Bij het monteren van een poot ging het op het laatste moment nog even helemaal mis. De assistente deed voor hoe zij het zou doen. Ik waarschuwde haar, maar het was al te laat. ‘Oh, we hebben een splijter’ zei ze onverschillig. Het hout was gespleten omdat ze te dicht langs de kant boorde. Wat een toestand!

Uiteindelijk heb ik het kastje op mijn fiets mee naar huis genomen en in mijn atelier verder afgemaakt. Toen ik de foto van mijn crisis kastje naar de app-groep stuurde kreeg ik van de leraar alsnog een reprimande: ‘Ziet er goed uit. Toch twee verdiepingen?’ Dat hij de dag ervoor erbij stond te kijken hoe ik de middelste plank provisorisch vastmaakte, speelde blijkbaar geen rol. Het was wel de zoveelste ergernis; twee verdiepingen dat is niet volgens het voorbeeld. Een voorbeeld dat niet bepalend was, maar zo moest het er wel uitzien. 

Het crisis kastje staat nu in mijn atelier, met rauwe randjes en zichtbare schroeven. Ik ben er blij mee. Maar voor mij geen Buurman meer. Een totalitair regime met stoffige laagje anarchie erover heen.

Ik vind de kleur niet mooi

In het kader van de emancipatie van de vrouw heb ik gisteren een boormachine gekocht. Wat is een zelfstandige vrouw nou zonder boormachine? De aanleiding is een bouwpakket van een laptopstandaard die ik bij Buurman heb gekocht. Daarvoor heb ik een accutol nodig. Ik heb geen idee wat een voor een ding dat is. Het is een boormachine met een accu, dit is handig om te weten. Verder heb ik een T20 nodig. Dat is een Torx-bit, een schroefkop voor in de boormachine, die kan schroeven. Met een houtboortje 3 kan ik aan de slag.

Het leek mij een overzichtelijk lijstje om mee naar de Praxis te gaan. Bij mijn collega-meubelmakers had ik om advies gevraagd. De ene adviseerde me een prijzige Makita en de andere één van de Action, twee uitersten. Helemaal onvoorbereid ging ik er dus niet naar toe. Bij de wand van de boormachines begon het me te duizelen. Wat hingen er veel aan de muur. Maar wat stonden er weinig in het schap. De prijzen waren ook niet aangegeven. Tja dan wordt het moeilijk kiezen. Een aantal boren gooide ik in mijn winkelwagentje dan kon ik daar een keuze uitmaken. Een winkelmedewerkster was zo vriendelijk om te helpen. Ze vertelde honderduit over de boormachines 18 of 20V, klopfunctie, accucapaciteit 1,5 Ah, oplaadtijd van de accu…

Ik dacht: ik wil gewoon schroeven en boren en graag niet al te duur. Uiteindelijk had ik een keuze gemaakt: een Wesco. Zegt de verkoopster ineens, deze is vanochtend stuk teruggebracht door iemand. Hier doet hij het en daarom staat hij weer te koop maar of die het bij jou thuis ook doet dat weet ik niet zeker en hoelang hij het zal doen ook niet. Je moet het zelf weten’. Daar heb ik nou echt helemaal niks aan, non-informatie. Dan maar een Black+Decker. Eerlijk gezegd was ik er wel klaar mee en duizelde het in mijn hoofd. Teveel informatie, voor mijn kunstenaarsbrein. Toen keek ik nog één keer goed. Oh, help het ding ziet er niet, het is erg veel oranje. Dus moest ik nogmaals de dame van de Praxis erbij roepen. Ze keek al een beetje vermoeid toen ik haar weer aansprak.

Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.

‘Ik vind de kleur niet mooi, deze wil ik niet. Ik wil een blauwe.’ ‘Dan moet u een Makita kopen, die is blauw maar wel honderd euro duurder. De Black & Decker is een prima boormachine.’ Ik voelde me net Andy uit Little Britain, “Yeah I know, but I want that one”. Tot overmaat van ramp was ik vergeten mijn atelier t-shirt uit te doen, met een fluoriserende oranje flippende Micky Mouse erop, die ik vorig jaar heb gekregen van mijn neef Jeroen om mee te schilderen: “Mickey knows a smile will always help when things get though” Dat maakte het er allemaal niet veel beter op.

De houtboor was alleen te koop als een houtspiraalboor. Wat een gedoe, ik wil gewoon een boortje. Gelukkig was er een andere medewerker bij de boortjes en kon ik aan hem meer uitleg vragen. Het was een kansloze exercitie omdat ze de winkel gaan verbouwen waardoor de schappen bijna allemaal leeg zijn. Alleen wat je vooral niet nodig hebt is nog te koop.

De T20 kon ik gelukkig zelf vinden. Inmiddels was ik wel helemaal gaar. Bij de kassa stond een stel enorm te zeuren over een pot verf. Ik dacht nog heel even en ik ga hier mensen slaan.

Helemaal voorzien om mijn laptopstandaard te maken, ging ik terug naar mijn atelier. De mannen wilden weten of het gelukt was. “Ja hoor, maar ik ben bijna iemand gaan slaan”. Toen ik vertelde dat ik de kleur van de boormachine niet mooi vond, moesten ze erg lachen. “Arme verkoopster, die zit nu vast in de koffiekamer te vertellen dat ze bijna een klant heeft geslagen omdat die de kleur van de boormachine niet mooi vond”. Als schilder ben ik gewoon gevoelig voor kleur.

Teenslippertje

Ik hoor het wekelijks. ‘Die heb ik op Tinder ontmoet, iedereen zit tegenwoordig op Tinder’. Zoals wel vaker, doe ik niet wat iedereen doet, maar ik was inmiddels wel nieuwsgierig geworden. Gisteren kwam er ineens een einde aan de Netflix-serie die ik aan het kijken was. Het was pas kwart over tien, tja wat ga ik nu doen? Tinder; iedereen zit tegenwoordig op Tinder. 

Ik heb een bescheiden profiel aangemaakt. Alles eerlijk ingevuld, wat vast niet de bedoeling is. Twee redelijke foto’s uitgezocht, een omschrijving van mezelf vond ik nog niet zo nodig eerst maar eens kijken. Wat ik vooral wilde weten was, hoe filter ik hier de foute man uit. Eigenlijk is het heel simpel als ik een man leuk vindt, is het een foute man. Maar goed dat is een ander verhaal. 

Dus daar ging ik. Het voelde alsof ik een snelweg met mannen opging. Ik swipete tientallen keren naar links en de mannen bleven maar op mijn scherm verschijnen. Er kwam geen einde aan. Net als auto’s op de snelweg die maar voorbij blijven razen. Het is praktisch onmogelijk om een onderscheid te maken. De mannen op middelbare leeftijd zagen er allemaal aantrekkelijk uit, geen lelijkerd kwam er voorbij. Dat is raar, als ik naar de supermarkt ga, zie ik vooral middelmatige mannen en dan ben ik nog mild. 

Er kwamen ook regelmatig foto’s voorbij van mannen die een foto van zichzelf achter het stuur in hun profiel hadden gezet. Die wil er snel weer vandoor, dat is geen blijvertje dacht ik dan. Ik had ook geen idee waar de afkortingen FWB en ONS voor stonden, dat heb ik maar even gegoogeld. Toen kwam ik erachter dat mijn nichtje van zeventien waarschijnlijk gelijk heeft, ‘Tinder is alleen maar voor de seks’. Maar als iedereen tegenwoordig op Tinder zit, is het één grote orgie.

De mannen hebben allemaal hun leven op de rit en zijn toe aan een serieuze relatie. Ik ken vooral mensen die hun leven niet op de rit hebben. Er is altijd wel wat. Daarnaast hebben ze in goed overleg co-ouderschap van (vreselijke) pubers. Het zijn allemaal levensgenieters. Wel varieert de favoriete drank van koffie via bier naar wijn… Dat zou een aanknopingspunt kunnen zijn.  

Een andere standaardfoto was een man met een wit overhemd, beige broek en teenslippers aan. Ik heb nog nooit zoveel mannen gezien die dat type teenslippers dragen. Het zal vast heel hip zijn en ook bij de uitstraling van een levensgenieter horen. Toch wekte het bij mij achterdocht op, is deze slipper de slipper van een overspelige man. Een teenslippertje. Geen idee. 

Het is helemaal niks voor mij. Het lijkt niets meer met de werkelijkheid te maken te hebben. Ik vraag me ook af of het echt allemaal mannen zijn die bestaan. Het kan ook een Russische trol zijn met wie je zit te chatten. Vooral omdat ik eerst lid moest worden om te weten te kunnen komen wie de 99+ geïnteresseerde mannen waren. 

Als het mooi weer wordt kan ik een reality-check doen. Dan ga ik op het terras zitten en kijken hoeveel mannen er op het tindertype teenslipper voorbijkomen. 

PS Er bestaat een merk teenslipper met de naam… ‘sinner’. Ja ik heb hem door.

Lino portret maken

Afgelopen zondag heb ik een cursus lino portret maken gedaan bij ene Carolina in Amsterdam. De afgelopen tijd maak ik veel lino’s en wat tips van een expert kan ik wel gebruiken. Het begon om 10.00u wat vroeg is voor een avondmens en zeker als dan ook nog de klok wordt verzet.

Haar atelier was fantastisch, een hoog plafond en een prachtig uitzicht over het IJ. Van te voren moest ik drie portretfoto’s opsturen. Die zou zij dan bewerken zodat we er direct mee aan de slag konden gaan. De eerste drie foto werden afgekeurd, er was teveel contrast. Of ik een selfie kon maken met een neutrale belichting? Nee, ik kan geen selfies maken. Mijn neefjes en nichtje lachen zich altijd rot als ik een selfie stuur op vakantie. Nu heb ik daar maar een hobby van gemaakt, rare selfies maken. Deze eigengeilerei is aan mij volledig voorbij gegaan.

Er waren nog twee andere deelnemers, ene Wieke en Daan. Bij het ‘korte’ voorstellingsrondje ging het al fout. Daan, 77 jaar, vertelde over zijn carrière en die was erg lang. Alle woonplaatsen werden erbij vermeld, kriskras door het land en de technische vooruitgangen werden allemaal benoemd. Op de vraag wat is je doel voor vandaag, antwoordde hij; de dood van mijn vrouw Maaike verwerken. Ze was op 20 januari op 72 jarige leeftijd aan borstkanker overleden. Erg verdrietig voor hem, maar het was niet een eenvoudig onderwerp. De foto die hij had gekozen, was ook de foto die op de kist had gestaan bij de crematie. Toen begreep ik direct waar het bij mij fout is gegaan, ik heb nog geen foto voor op de kist. Dat zijn overleden vrouw Maaike heette vond ik erg ongemakkelijk. Dezelfde naam als een lijk. 

Carola was een echte Amsterdamse of een klote wijf: ‘Zolang ik het maar met een lach zeg, kan ik alles zeggen’. Ik raakte behoorlijk nerveus van haar waardoor het allemaal moeizaam ging. Steeds gebruikte ik de verkeerde woorden, bijvoorbeeld ‘verf’ waarop zij dan schreeuwde het is inkt en ik blijf het corrigeren totdat je het door hebt. Oké, dacht ik, denk niet dat dat vandaag nog gaat gebeuren. Mijn manier van gutsen kon ze ook niet waarderen: ‘Dat kan wel wat minder, je bent je tuin niet aan het omspitten’. Haar pers heb ik bijna gesloopt. Ik had zoveel negatieve energie opgebouwd dat ik met al mijn kracht de wals over de lino haalde. Ze schrok zich rot en schreeuwde ‘Als je het zo doet, gaat hij niet lang mee!’ In al mijn enthousiasme gutste ik ook nog wat stukjes van haar tafel mee. ‘Het zijn linogutsen en geen houtgutsen! Werk maar in een bak.’

Bij het afdrukken was ik vergeten om het stof uit de linoplaat te halen waardoor het op de roller kwam. De verf rolde ik schuin op glasplaat uit. Het papier legde ik niet op de juiste manier op de pers. De roller hield ik op de verkeerde manier vast en die zette ik in de verkeerde richting weer terug. Met het uur voelde ik me ellendiger worden, ik overwoog om alles gewoon uit het raam te flikkeren. Het lukte me ook niet meer om logisch na te denken. Ik vrees dat ik Carola tot wanhoop heb gedreven. ‘Al het lichte moet je weggutsen en de rest niet.’ Op een gegeven moment had ik een gat in mijn voorhoofd gemaakt en raakte enigszins in paniek. Toen ik aan de juf vroeg of het gat in mijn voorhoofd wel klopte zei ze: ‘Zo moeilijk is het niet. Natuurlijk moet het weg of wil je een lino maken waarop je eruit ziet als een neger.’ 

Dat ik geen eten bij me had, hielp natuurlijk ook niet mee. De tijd van de maaltijd was inclusief, niet de maaltijd zelf zoals ik had begrepen. Zat ik daar met drie rijstwafels die ik op het laatste moment thuis nog in mijn rugzak had gegooid. 

Het meest vreselijke was het moment dat ik mijn pupil had weggegutst. Daar ging ze helemaal van over de zeik. ‘Oh, wat ziet dat er naar uit, wat akelig. Hoe kan je dat nou doen?’ Gelukkig gutste Daan iets later ook de pupil uit het oog van zijn vrouw. ‘De pupil is de essentie van je gezicht! Dan maar met een wattenstaafje het erop zetten.’ Dat was ook niet eenvoudig. Af en toe kwam ze kijken en riep ze weer ‘Oh wat naar, meer inkt, oh meer inkt’.

Aan het einde van de dag kreeg Daan achter mijn rug om een foldertje met haar andere workshops. Ik hoopte dat ik geen foldertje zou krijgen, hier kom ik niet meer terug, dacht ik. Eigenlijk wilde ik het eindresultaat niet mee naar huis nemen. Ze stuurt het aangetekend op. Nou ja, als het moet. Wat een ellende. Ik heb wel wat geleerd, vooral hoe het niet moet. Aankomend weekend heb ik weer een workshop lino’s maken. Ben benieuwd hoe het zal gaan. De kunstenaar heeft twee atelierkatten. Op één of andere manier stelt me dat gerust.